Lees ook KV Mechelen tussen triomf en twijfel: het sportieve verhaal van de bekerwinst
...

Op een inleidende zitting legde de Geschillencommissie Hoger Beroep van de Koninklijke Belgische Voetbalbond (KBVB) vorige week de conclusiekalender vast voor de tuchtrechtelijke behandeling van het omkoopluik in operatie Propere Handen. Enkele dagen later startte KV Mechelen een kortgeding, omdat de club vindt dat de KBVB-procedure de rechten van de verdediging schendt. Het is Dirk Thijs, een pas op rust gesteld procureur-generaal bij het Hof van Cassatie, die in deze zaak de debatten leidt namens de Geschillencommissie Hoger Beroep. Samen met twee advocaten, Rik Ascrawat en ex-KSK Ronsevoorzitter André Deruyver, zal hij oordelen over vermeende competitievervalsing op de laatste speeldag van vorig seizoen, bij de match KV Mechelen-Waasland-Beveren. Aan het leger van (gereputeerde) advocaten die de vijftien gedaagde en vijf tussenkomende partijen bijstaan, zei Thijs op de inleidende zitting dat hij deze zaak met een spoedprocedure wil behandelen. Nadat hij zijn conclusiekalender had bekendgemaakt, waarbij de laatste debatten al op 28 mei gepland staan, steeg er luid protest op. Eén van de juridische zwaargewichten in de zaal, professor Hugo Vandenberghe, die makelaar Walter Mortelmans bijstaat, begon meteen te roepen: 'Ik aanvaard niet dat de rechten van de verdediging subsidiair zijn aan de termijnen. De rechten van verdediging zijn van openbare orde en eindigen niet aan de deur van de voetbalbond. We gaan niet vervallen in een procedure die gebruikelijk was in de Duitse krijgsraden tijdens de Tweede Wereldoorlog, waar men voor de vorm pleitte! Dat gaan we niet aanvaarden!' Vandenberghe kreeg bijval van collega's. Zij fulmineerden richting Thijs: 'Dit is niet correct!' 'Zuivere windowdressing!' 'Kafkaiaans!' 'Deze commissie gaat zich vastrijden!' Zoals te verwachten viel, creëerde de krappe timing prompt een mijnenveld. De meeste partijen hebben immers geen baat bij een snelle behandeling, vaak integendeel. En de partij die als eerste naar de burgerlijke rechtbank stapte, is niet toevallig diegene die er het grootste belang bij heeft om deze zaak voorbij 1 juli te slepen: KV Mechelen. Vanaf 1 juli is Malinois dankzij zijn 1B-titel normaliter een 1A-club. Als er die dag geen definitieve tuchtsanctie is, zou het absolute horrorscenario voor geel-rood - degradatie naar de hoogste amateurklasse - alvast zijn afgewend. Belangrijk nu is de vraag of de KBVB wel een reglementaire basis heeft die in deze zaak een spoedprocedure rechtvaardigt. Om zijn krappe conclusiekalender te verantwoorden wees Thijs naar artikel B1740 van het bondsreglement. Dat stelt: Het Sportcomité of de Geschillencommissie voor het Profvoetbal of het Provinciaal Comité moet zich, indien nodig, bij spoedprocedure uitspreken. Maar de Geschillencommissie Hoger Beroep, die deze zaak behandelt, wordt niét vermeld in dat artikel. Dat speelt meteen al niet in de kaart van diegenen die pleiten voor een snelle behandeling. Dat Thijs de bewuste passage zelf voorlas, wijst er evenwel op dat hij dénkt op dat artikel te kunnen leunen. Er bestaan nóg argumenten om in twijfel te trekken of een spoedprocedure in dit geval kan. Zo is er bij matchfixing een verjaringstermijn van acht jaar. Waarom moet de KBVB zo'n haast maken als er tijd is tot 2026? Omdat de KBVB snel duidelijkheid wil scheppen, klinkt het vaak, zeker over de reeksindeling voor volgend seizoen. Maar als er géén beslissing valt vóór 1 juli 2019, is die duidelijkheid er evengoed: dan worden de eindstanden gerespecteerd zoals ze voorliggen. En uiteráárd schuurt 1 juli al dicht aan bij de start van volgend seizoen, wat het de betrokken clubs niet makkelijk maakt zich daarop voor te bereiden, maar met de huidige kalender van de Geschillencommissie Hoger Beroep zal een beslissing er niet veel vroeger zijn, zeker niet als er ook een beroepsprocedure komt. Voor AFC Tubize, Lokeren en Beerschot Wilrijk zou het natuurlijk interessant kunnen zijn als de beslissing nog dit seizoen valt. Als KV Mechelen niet zou mogen promoveren, zou Beerschot Wilrijk naar 1A kunnen. Mocht Malinois naar de hoogste amateurklasse gestuurd worden, zou Tubize 1B niet moeten verlaten. En mocht Waasland-Beveren naar 1B gestuurd worden, dan mag Lokeren op het hoogste niveau blijven. Bovendien kunnen sinds de bekerwinst van KV ook enkele grote clubs profiteren van een veroordeling van Malinois, want dan zou het Europese ticket van de bekerwinst van geel-rood doorschuiven naar play-off 1. Maar al die clubs hebben met de grond van de zaak niks te maken; zij kunnen alleen baat hebben bij de situatie. Dat op zich is geen argument om spoed in deze zaak te bepleiten. Mocht KV pas vólgend seizoen veroordeeld worden tot degradatie, zou dat in de kaart spelen van de rode lantaarn van het seizoen 2019/20. Lokeren heeft niet méér recht om van de situatie te profiteren dan de toekomstige degradant in 1A. Tubize, Lokeren en Beerschot Wilrijk kunnen enkel een punt maken als de KBVB de voorbije maanden aantoonbaar en buitensporig getreuzeld zou hebben, wat niet het geval lijkt. Om het onderzoek in een stroomversnelling te krijgen, was de KBVB afhankelijk van de onderzoeksrechter, die stukken uit het strafonderzoek zou overmaken. Bij de vraag of een spoedprocedure in dit geval kan, duikt ook de inmiddels beruchte passage over die deadline van 15 juni weer op. Het bondsreglement zegt dat een vordering over matchfixing moet worden ingediend vóór 15 juni van het betrokken seizoen. Rechtvaardigt dat geen spoedprocedure? Volgens KV niet. Die club leest het betrokken seizoen als het seizoen van de feiten, 2017/18 dus. Malinois wil betogen dat de huidige bondsactie al te laat kwam. Anderen interpreteren het betrokken seizoen als het seizoen waarin de (vermeende) competitievervalsing aan het licht kwam. In deze zaak is dat: dit seizoen. Bij die interpretatie lijkt een spoedprocedure wel aangewezen. Máár: een gereputeerd jurist, die in deze zaak geen partij bijstaat, poneert tegenover Sport/Voetbalmagazine een derde interpretatie. Hij leest het betrokken seizoen als het seizoen waarop de sanctie betrekking zou hebben. Die interpretatie lijkt nog het sterkst aan te sluiten bij de geest van het reglement. Maar ook die interpretatie is geen pijler voor een spoedprocedure, want er is dus die acht jaar. Eén advocaat hield zich opvallend gedeisd tijdens het gekissebis over de kalender: Kris Luyckx. Hij is de raadsman van Dejan Veljkovic, de makelaar die Waasland-Beveren benaderde, al dan niet in samenspraak met KV. Pas op het eind van de zitting nam ook Luyckx eens het woord. Hij wees op het spijtoptantenstatuut dat zijn cliënt bemachtigde bij het gerecht; in ruil voor volledige bekentenissen krijgt hij strafvermindering. Die spijtoptantenregeling is intussen door andere partijen aanhangig gemaakt bij het Grondwettelijk Hof, dat zich er nog moet over uitspreken. Luyckx zei dat het federaal parket hem de avond vóór de inleidende zitting had laten verstaan dat hij niet vrijuit kan praten in de KBVB-procedure 'zolang de overeenkomst met het federaal parket niet gehonoreerd is door de rechterlijke macht'. Dus vroeg hij de commissie het luik van zijn cliënt af te splitsen en apart te behandelen op een later tijdstip. Niet evident, want de dossiers van veel partijen hangen samen met dat van Veljkovic. Naast Vandenberghe en Luyckx liet nog een derde advocaat zich vorige week opmerken: Joost Everaert, de raadsman van KV Mechelen. Hij gebruikte de inleidende zitting om al half te pleiten. Vooreerst wees Everaert erop dat de club KV - de rechtspersoon - in het strafdossier noch in verdenking is gesteld noch is opgeroepen als verdachte. 'En in het tuchtonderzoek van de bond zijn wij evenmin gehoord.' Everaert zegt dat het in deze zaak gaat om mogelijke acties van individuen, niet van de club. Andere partijen counteren die poging van Everaert om KV uit de wind te zetten. Zij merken op dat een club nooit op een raad van bestuur officieel beslist een poging tot matchfixing te ondernemen. Ook rijst de vraag waarom de club zich dan geen burgerlijke partij stelde tegenover die individuen. Everaert antwoordt Sport/Voetbalmagazine: 'Er is geen noodzaak om dat nu te doen; een burgerlijke partijstelling kan tot het eind van de procedure. Bovendien gaat de club ervan uit dat haar bestuurders niks verkeerds gedaan hebben.' Een burgerlijke partijstelling op dit moment zou de relatie tussen de club en die individuen ook mogelijk onherstelbare schade toebrengen, terwijl sommigen onder hen veel geld in de club staken én actief willen blijven bij KV. Artikel B2007 van het bondsreglement zegt dat de bevoegde bondsinstanties soeverein oordelen of de daad van of poging tot competitievervalsing de aansprakelijkheid van de club meebrengt. De aansprakelijkheid van de club is voor de KBVB een inschatting. Dus kan KV bijvoorbeeld opwerpen dat er daarvoor ten minste een betaling vanuit de club moet geweest zijn, terwijl anderen vinden dat een club al aansprakelijk is als twee bestuurders zich bezondigden aan ongeoorloofde contacten. Nog anderen kunnen stellen dat de helft van het bestuur betrokken moet zijn. In die context lanceerde Everaert op de inleidende zitting overigens een rake sneer richting de KBVB: 'Ik lees in de bondsvordering dat het in deze zaak gaat om vier van de acht bestuurders. Maar er waren elf bestuurders. Er is één feit dat wij kunnen checken en het is fout.' De stelling dat er maar één feit zou zijn dat KV kan checken, bracht Everaert bij zijn volgende punt: KV heeft (nog) geen toegang tot het volledige strafdossier, net als de andere partijen. Velen knikten dan ook gretig toen Everaert dat aangreep om tegen Thijs te zeggen: 'Minstens dient u te wachten tot wij en de andere partijen die toegang hebben. En eigenlijk dient deze procedure opgeschort te worden tot het strafproces tot een beslissing heeft geleid.' KV en die andere partijen betogen dat zij nu niet kunnen zien wat het grotere plaatje is waarbinnen de 35 stukken kaderen die de onderzoeksrechter uiteindelijk bezorgde aan de KBVB en waarop de bondsvordering in belangrijke mate gestoeld is. Everaert en co vrezen dat er aan ' cherry picking' is gedaan, dat er vooral aandacht is geweest voor de elementen à charge. Ten slotte formuleerde Everaert nóg een 'fundamenteel probleem' rond die 35 stukken. Volgens Everaert hangen 33 van de 35 samen met handelingen van onderzoeksrechter Joris Raskin, die inmiddels gewraakt is, waardoor zijn handelingen op het kapblok liggen. Everaert tijdens de inleidende zitting: 'Meneer de voorzitter, wil u, met uw ervaring bij het Hof van Cassatie, zich baseren op 35 processen-verbaal waarvan er 33 waarschijnlijk door nietigheid zijn aangetast? Indien u dat doet, welke problemen zijn er dan als die onderzoekshandelingen effectief nietig worden verklaard?'