Roland Duchâtelet ligt onder vuur bij de Standardfans. Nieuw is dat niet. Ook bij zijn vorige club STVV viel hij in ongenade bij de supporters. Niet ten onrechte, zo blijkt uit een reportage in Sport/Voetbalmagazine: Duchâtelet bekommert zich nu eenmaal niet om sportieve ambities. Sport/Voetbalmagazine schetst het geniale masterplan van Duchâtelet, dat bestaat uit immobiliënprojecten waarin voetbal een bijzaak is die zo weinig mogelijk mag kosten. Op Stayen, het immobiliëncomplex waar STVV zijn thuiswedstrijden afwerkt, draait alles om appartementen, horeca, bedrijfsruimte en winkels. Duchâtelet moeit er zich persoonlijk met het sportieve beleid. Dat leidde tot een ontmanteling van de selectie. In Bart Lammens, door hem in de Truiense voorzittersstoel geplaatst, vindt hij een trouwe uitvoerder.

In de Luikse voorwijk Sclessin voltrekt zich vandaag hetzelfde scenario. Naast het stadion van Standard verwierf Duchâtelet inmiddels alle onbebouwde percelen, goed voor zon 15.000 vierkante meter. De bewoners van de paar tientallen rijhuizen in de omringende straten zijn al benaderd om ook hun eigendom te verkopen. Hetzelfde architectenbureau uit Sint-Truiden dat de plannen voor Stayen uittekende, is ook nu door Duchâtelet aangezocht. Hij wil op Sclessin een pretpark à la Disneyland laten verrijzen, maar ook een zwembad en een concerthal die Vorst Nationaal naar de kroon moet steken.

Duchâtelets modus operandi draagt een herkenbaar stempel: hij koopt een club die in de problemen zit, wijst de stad erop dat hij hun club heeft gered, en dwingt vervolgens als tegenprestatie af dat hij de gronden rond het stadion goedkoop kan verwerven. Op die manier koopt hij een immobiliënproject waarin toevallig ook een voetbalclub speelt. Met die club probeert hij niet eens winst te maken. Break-even draaien is al lang goed. Daarom is het spelersverloop ook zo groot: omdat hij allergisch is voor loonlast. Daarom ook moesten Mircea Rednic en Guido Brepoels wijken voor de nog goedkopere Guy Luzon en Yannick Ferrera.

Sportieve ambities zeggen Duchâtelet niets. Zijn enige betrachting met de drie clubs waarover hij de controle heeft - Standard, STVV en het Hongaarse FC Ujpest - is met spelers te kunnen schuiven om zo meerwaarde op hun transferprijs te creëren. Dat hij zich bereid verklaarde een overnemer voor de club te zoeken als Standard volgend seizoen niet binnen de top drie speelt, lijkt alleen maar ambitieus. Nu al weet Duchâtelet dat elke euro uit zo'n verkoop pure winst voor hem is. Bovendien houdt hij Standard ook daarna nog in zijn greep, want ook al verkoopt hij de club, het patrimonium (stadion, gronden, academie) zal hij niet van de hand doen. Dat doet hij ook niet in Sint-Truiden. Zoals STVV zal ook Standard na een eventuele verkoop van zijn goodwill blijven afhangen.

Roland Duchâtelet ligt onder vuur bij de Standardfans. Nieuw is dat niet. Ook bij zijn vorige club STVV viel hij in ongenade bij de supporters. Niet ten onrechte, zo blijkt uit een reportage in Sport/Voetbalmagazine: Duchâtelet bekommert zich nu eenmaal niet om sportieve ambities. Sport/Voetbalmagazine schetst het geniale masterplan van Duchâtelet, dat bestaat uit immobiliënprojecten waarin voetbal een bijzaak is die zo weinig mogelijk mag kosten. Op Stayen, het immobiliëncomplex waar STVV zijn thuiswedstrijden afwerkt, draait alles om appartementen, horeca, bedrijfsruimte en winkels. Duchâtelet moeit er zich persoonlijk met het sportieve beleid. Dat leidde tot een ontmanteling van de selectie. In Bart Lammens, door hem in de Truiense voorzittersstoel geplaatst, vindt hij een trouwe uitvoerder. In de Luikse voorwijk Sclessin voltrekt zich vandaag hetzelfde scenario. Naast het stadion van Standard verwierf Duchâtelet inmiddels alle onbebouwde percelen, goed voor zon 15.000 vierkante meter. De bewoners van de paar tientallen rijhuizen in de omringende straten zijn al benaderd om ook hun eigendom te verkopen. Hetzelfde architectenbureau uit Sint-Truiden dat de plannen voor Stayen uittekende, is ook nu door Duchâtelet aangezocht. Hij wil op Sclessin een pretpark à la Disneyland laten verrijzen, maar ook een zwembad en een concerthal die Vorst Nationaal naar de kroon moet steken. Duchâtelets modus operandi draagt een herkenbaar stempel: hij koopt een club die in de problemen zit, wijst de stad erop dat hij hun club heeft gered, en dwingt vervolgens als tegenprestatie af dat hij de gronden rond het stadion goedkoop kan verwerven. Op die manier koopt hij een immobiliënproject waarin toevallig ook een voetbalclub speelt. Met die club probeert hij niet eens winst te maken. Break-even draaien is al lang goed. Daarom is het spelersverloop ook zo groot: omdat hij allergisch is voor loonlast. Daarom ook moesten Mircea Rednic en Guido Brepoels wijken voor de nog goedkopere Guy Luzon en Yannick Ferrera. Sportieve ambities zeggen Duchâtelet niets. Zijn enige betrachting met de drie clubs waarover hij de controle heeft - Standard, STVV en het Hongaarse FC Ujpest - is met spelers te kunnen schuiven om zo meerwaarde op hun transferprijs te creëren. Dat hij zich bereid verklaarde een overnemer voor de club te zoeken als Standard volgend seizoen niet binnen de top drie speelt, lijkt alleen maar ambitieus. Nu al weet Duchâtelet dat elke euro uit zo'n verkoop pure winst voor hem is. Bovendien houdt hij Standard ook daarna nog in zijn greep, want ook al verkoopt hij de club, het patrimonium (stadion, gronden, academie) zal hij niet van de hand doen. Dat doet hij ook niet in Sint-Truiden. Zoals STVV zal ook Standard na een eventuele verkoop van zijn goodwill blijven afhangen.