Als libero bepaalde Krieger wanneer de buitenspelval werd opengetrokken. Als dusdanig was hij de strateeg van blauw-zwart dat onder Ernst Happel vergulde bladzijden schreef. Krieger arriveerde in 1975 in Brugge, op het moment dat Club op trainingskamp was in Oostenrijk en daar een forse nederlaag had opgelopen in een vriendschappelijke wedstrijd tegen Rapid Wien. Ernst Happel zocht een nieuwe verdediger en kwam zo bij zijn landgenoot terecht. Krieger speelde op dat moment bij Austria Wien, was 28 jaar en internationaal een compleet onbekende voetballer. Dat kon ook moeilijk anders: voor je 28e mocht je in die tijd in Oostenrijk als voetballer niet naar het buitenland.

Edi Krieger kende een moeilijke competitiestart. Samen met zijn gabber Birger Jensen fladderde hij als een vrije vlinder door het leven, zeker nadat zijn vrouw, die zich in Brugge niet kon aanpassen, snel naar Wenen terugkeerde. Maar gaandeweg ontpopte Krieger zich tot de stuurman van de defensie. Club beheerste het buitenspelsysteem op een uitmuntende manier, Krieger hoefde bij wijze van spreken maar met de ogen te knipperen en iedereen wist wat hem te doen stond. Bij hem lag de sleutel van de gouden Brugse periode. Club werd vooruit gedreven door een onblusbare winnaarsmentaliteit en ook dat stuwde Krieger, die in Oostenrijk nog op het ministerie van Financiën had gewerkt, naar een niveau dat hij voor zichzelf nooit voor mogelijk had gehouden. Hij verlegde steeds meer zijn grenzen.

Edi Krieger was meer dan een organisator van de defensie. Met zijn lange, strak getrapte ballen voedde hij de defensie. Hij was het prototype van de moderne libero en scoorde geregeld, dikwijls op vrijschoppen. Dat hij zo vaak mee naar voren kon gaan kwam, zei hij altijd, omdat er met Georges Leekens een uitstekende voorstopper voor hem stond.

Edi Krieger pakte met Club drie titels, één beker en speelde twee Europese finales, in 1976 voor de UEFA-Cup en in 1978 voor de Europacup voor Landskampioenen, telkens tegen Liverpool. Hij vertrok eind 1978 naar het Nederlandse VVV, na een dispuut met Ernst Happel, maakte daar als verdedigende middenvelder in vijf wedstrijden evenveel doelpunten. Maar hij vond dat de toenmalige trainer, Hans Croon, de spelers te veel liet lopen. Aan atletiek deed hij niet, zei Krieger dien nooit een blad voor de mond nam. Hij bolde vervolgens uit bij Linz.

Een echt succes werd zijn leven na zijn carrière niet. Krieger dreef in Wenen een koffiehuis, maar dat ging over de kop. Vervolgens werd hij groenteboer en trainde de amateurclub Ajax Wien. In Brugge zag je Edi Krieger amper nog, al bleef hij dankbaar dat hij mee aan de weg stond van een stuk Club-geschiedenis. Na een lange strijd tegen een slepende ziekte overleed Edi Krieger op 73-jarige leeftijd.

Als libero bepaalde Krieger wanneer de buitenspelval werd opengetrokken. Als dusdanig was hij de strateeg van blauw-zwart dat onder Ernst Happel vergulde bladzijden schreef. Krieger arriveerde in 1975 in Brugge, op het moment dat Club op trainingskamp was in Oostenrijk en daar een forse nederlaag had opgelopen in een vriendschappelijke wedstrijd tegen Rapid Wien. Ernst Happel zocht een nieuwe verdediger en kwam zo bij zijn landgenoot terecht. Krieger speelde op dat moment bij Austria Wien, was 28 jaar en internationaal een compleet onbekende voetballer. Dat kon ook moeilijk anders: voor je 28e mocht je in die tijd in Oostenrijk als voetballer niet naar het buitenland.Edi Krieger kende een moeilijke competitiestart. Samen met zijn gabber Birger Jensen fladderde hij als een vrije vlinder door het leven, zeker nadat zijn vrouw, die zich in Brugge niet kon aanpassen, snel naar Wenen terugkeerde. Maar gaandeweg ontpopte Krieger zich tot de stuurman van de defensie. Club beheerste het buitenspelsysteem op een uitmuntende manier, Krieger hoefde bij wijze van spreken maar met de ogen te knipperen en iedereen wist wat hem te doen stond. Bij hem lag de sleutel van de gouden Brugse periode. Club werd vooruit gedreven door een onblusbare winnaarsmentaliteit en ook dat stuwde Krieger, die in Oostenrijk nog op het ministerie van Financiën had gewerkt, naar een niveau dat hij voor zichzelf nooit voor mogelijk had gehouden. Hij verlegde steeds meer zijn grenzen. Edi Krieger was meer dan een organisator van de defensie. Met zijn lange, strak getrapte ballen voedde hij de defensie. Hij was het prototype van de moderne libero en scoorde geregeld, dikwijls op vrijschoppen. Dat hij zo vaak mee naar voren kon gaan kwam, zei hij altijd, omdat er met Georges Leekens een uitstekende voorstopper voor hem stond.Edi Krieger pakte met Club drie titels, één beker en speelde twee Europese finales, in 1976 voor de UEFA-Cup en in 1978 voor de Europacup voor Landskampioenen, telkens tegen Liverpool. Hij vertrok eind 1978 naar het Nederlandse VVV, na een dispuut met Ernst Happel, maakte daar als verdedigende middenvelder in vijf wedstrijden evenveel doelpunten. Maar hij vond dat de toenmalige trainer, Hans Croon, de spelers te veel liet lopen. Aan atletiek deed hij niet, zei Krieger dien nooit een blad voor de mond nam. Hij bolde vervolgens uit bij Linz.Een echt succes werd zijn leven na zijn carrière niet. Krieger dreef in Wenen een koffiehuis, maar dat ging over de kop. Vervolgens werd hij groenteboer en trainde de amateurclub Ajax Wien. In Brugge zag je Edi Krieger amper nog, al bleef hij dankbaar dat hij mee aan de weg stond van een stuk Club-geschiedenis. Na een lange strijd tegen een slepende ziekte overleed Edi Krieger op 73-jarige leeftijd.