Wie denkt dat alleen talent naar de top leidt, mag dat idee opbergen. Uiteraard zijn de genetische parameters aangeboren en richtinggevend, maar studies tonen aan dat voetbaltalent in mindere mate aangeboren is én des te meer ontwikkeld kan worden.

Een cruciale rol tijdens de talentontwikkeling speelt de coach. Een goede coach bewaakt het proces en vervult daarin meer de rol van mentor, gids en inspirator.

Het gaat om het creëren van een kwalitatief kader met duidelijk omlijnde persoonlijke doelstellingen. Dat vergt kwaliteit van de coach. Want deze persoonlijke doelstellingen verschillen voor iedere speler én dienen aangeleerd te worden volgens het ritme van ieder uniek individu. Vergeet de oefenvorm die perfect loopt van kegel tot kegel, focus liever op het proces. Word coach, geen trainer.

Een coach die zichzelf als dé norm beschouwt, laat veel potentieel verloren gaan.

Autonomie bevorderend coachen leidt tot grotere betrokkenheid, tot grotere competentie en tot grotere motivatie, alsook tot meer succes op lange termijn. Een coach die zichzelf als dé norm beschouwt, die directief en geconditioneerd opleidt en eigen emoties op zijn spelers verhaalt, laat veel potentieel verloren gaan.

Opleiden is geen verhaal van moeten, sancties opleggen, schuld aanpraten of schelden. Want in veel gevallen leidt dat tot demotivatie in plaats van motivatie. Integendeel, de beste druk voor een speler, is de druk die hij of zij zichzelf oplegt. Dit geldt trouwens ook voor de coach zelf.

Een proces begeleiden vraagt een doordachte aanpak binnen een foutvriendelijke omgeving waarin er op en naast het veld ruimte is om de speler autonoom keuzes te leren maken, te experimenteren en daaruit te leren. Dit advies is voor veel coaches niet eenvoudig omdat zij hun comfortzone dienen te verlaten, maar dat is des te zinvoller.

Dompel ook de ouders onder in deze aanpak om tot een gemeenschappelijke aanpak te komen. Spelers leren op die manier autonoom meedenken en oplossingen zoeken. Zelfstandig. Onafhankelijk. Hoe vaak gebeurt het niet dat wanneer de tegenstander plots zijn aanpak verandert, de spelers naar de bank kijken om te vragen: coach, wat nu?

Toppers bezitten zoveel kennis over het spelletje en over hun lichaam dat ze zelf weten hoe ze dienen te reageren.

Toppers op het hoogste niveau bezitten zoveel kennis over het spelletje en over hun lichaam dat ze zelf weten hoe ze dienen te reageren, ook en vooral in de moeilijkste omstandigheden. Ze zijn onbewust bekwaam.

Vergelijk het met skiën. Fase 1 is deze van onbewust onbekwaam, waarbij je niet weet hoe leuk het is om te skiën omdat je er nooit interesse voor had. Fase 2 is deze van bewust onbekwaam: je raakt getriggerd om te skiën, maar beseft dat je het niet redt als je als beginneling de berg afgaat. In fase 3, bewust bekwaam, raak je wel heelhuids de helling af, maar dien je bij iedere beweging na te denken om de controle te houden en je stijl ziet er niet uit. Tot er uiteindelijk na veel training automatisering optreedt en je fase 4 bereikt: onbewust bekwaam, waarbij je zonder nadenken als een master die berg afdaalt. Zo werkt een leerproces, ook in het voetbal.

Kevin De Bruyne en andere toppers zegden als jeugdspeler meer dan eens: Coach, ik ben niet akkoord met de tactiek.

Stap als coach af van de gekende 'Stop-Help-methode' en kies voor een 'Stop-Interactie-aanpak'. Ga met je spelers het debat aan, laat hen de nodige inzichten verwerven, het liefst zelf. Soms zit er ook een 'moeilijk' karakter in de spelersgroep. Kevin De Bruyne en andere toppers zegden als jeugdspeler meer dan eens in de kleedkamer: 'Coach, ik ben niet akkoord met de tactiek.' Spelers die durven meedenken en voor hun mening uitkomen, zijn zeer waardevol. Maar veel coaches in de klassieke prestatieomgeving voelen dit als een bedreiging, als een ondermijning van hun gezag en verbreken de samenwerking met de betrokken speler. Jammer, want zo mist ook de coach een persoonlijk leermoment.

Verwar moeilijke karakters niet met slechte karakters.

Verwar moeilijke karakters niet met slechte karakters. Slechte karakters zijn spelers die systematisch geen respect tonen, met een slechte trainingsethiek, een laag leervermogen, weinig beleving, een overdreven geldingsdrang en een slechte zelfinschatting. Ze kijken in de spiegel en zien iets staan wat niemand anders ziet.

Het brengt weinig op om als coach in dergelijke profielen te investeren. Investeer in gezonde competitiegeest, zelfs in kleine dingen, in geldingsdrang in positieve zin. Omarm als coach sterke persoonlijkheden die zeer bewust aan hun proces werken. Je bent namelijk winnaars aan het opleiden.

Let wel: laat de slinger niet volledig doorslaan en behoud als coach steeds de controle over het kader én het proces. Het trainingsveld mag geen praatbarak worden waarin te veel vraagtekens ontstaan. Topsport vraagt om een duidelijke, eisende en kwalitatieve aanpak. Iedere dag opnieuw.

Wie denkt dat alleen talent naar de top leidt, mag dat idee opbergen. Uiteraard zijn de genetische parameters aangeboren en richtinggevend, maar studies tonen aan dat voetbaltalent in mindere mate aangeboren is én des te meer ontwikkeld kan worden.Een cruciale rol tijdens de talentontwikkeling speelt de coach. Een goede coach bewaakt het proces en vervult daarin meer de rol van mentor, gids en inspirator.Het gaat om het creëren van een kwalitatief kader met duidelijk omlijnde persoonlijke doelstellingen. Dat vergt kwaliteit van de coach. Want deze persoonlijke doelstellingen verschillen voor iedere speler én dienen aangeleerd te worden volgens het ritme van ieder uniek individu. Vergeet de oefenvorm die perfect loopt van kegel tot kegel, focus liever op het proces. Word coach, geen trainer.Autonomie bevorderend coachen leidt tot grotere betrokkenheid, tot grotere competentie en tot grotere motivatie, alsook tot meer succes op lange termijn. Een coach die zichzelf als dé norm beschouwt, die directief en geconditioneerd opleidt en eigen emoties op zijn spelers verhaalt, laat veel potentieel verloren gaan.Opleiden is geen verhaal van moeten, sancties opleggen, schuld aanpraten of schelden. Want in veel gevallen leidt dat tot demotivatie in plaats van motivatie. Integendeel, de beste druk voor een speler, is de druk die hij of zij zichzelf oplegt. Dit geldt trouwens ook voor de coach zelf.Een proces begeleiden vraagt een doordachte aanpak binnen een foutvriendelijke omgeving waarin er op en naast het veld ruimte is om de speler autonoom keuzes te leren maken, te experimenteren en daaruit te leren. Dit advies is voor veel coaches niet eenvoudig omdat zij hun comfortzone dienen te verlaten, maar dat is des te zinvoller.Dompel ook de ouders onder in deze aanpak om tot een gemeenschappelijke aanpak te komen. Spelers leren op die manier autonoom meedenken en oplossingen zoeken. Zelfstandig. Onafhankelijk. Hoe vaak gebeurt het niet dat wanneer de tegenstander plots zijn aanpak verandert, de spelers naar de bank kijken om te vragen: coach, wat nu?Toppers op het hoogste niveau bezitten zoveel kennis over het spelletje en over hun lichaam dat ze zelf weten hoe ze dienen te reageren, ook en vooral in de moeilijkste omstandigheden. Ze zijn onbewust bekwaam.Vergelijk het met skiën. Fase 1 is deze van onbewust onbekwaam, waarbij je niet weet hoe leuk het is om te skiën omdat je er nooit interesse voor had. Fase 2 is deze van bewust onbekwaam: je raakt getriggerd om te skiën, maar beseft dat je het niet redt als je als beginneling de berg afgaat. In fase 3, bewust bekwaam, raak je wel heelhuids de helling af, maar dien je bij iedere beweging na te denken om de controle te houden en je stijl ziet er niet uit. Tot er uiteindelijk na veel training automatisering optreedt en je fase 4 bereikt: onbewust bekwaam, waarbij je zonder nadenken als een master die berg afdaalt. Zo werkt een leerproces, ook in het voetbal.Stap als coach af van de gekende 'Stop-Help-methode' en kies voor een 'Stop-Interactie-aanpak'. Ga met je spelers het debat aan, laat hen de nodige inzichten verwerven, het liefst zelf. Soms zit er ook een 'moeilijk' karakter in de spelersgroep. Kevin De Bruyne en andere toppers zegden als jeugdspeler meer dan eens in de kleedkamer: 'Coach, ik ben niet akkoord met de tactiek.' Spelers die durven meedenken en voor hun mening uitkomen, zijn zeer waardevol. Maar veel coaches in de klassieke prestatieomgeving voelen dit als een bedreiging, als een ondermijning van hun gezag en verbreken de samenwerking met de betrokken speler. Jammer, want zo mist ook de coach een persoonlijk leermoment.Verwar moeilijke karakters niet met slechte karakters. Slechte karakters zijn spelers die systematisch geen respect tonen, met een slechte trainingsethiek, een laag leervermogen, weinig beleving, een overdreven geldingsdrang en een slechte zelfinschatting. Ze kijken in de spiegel en zien iets staan wat niemand anders ziet.Het brengt weinig op om als coach in dergelijke profielen te investeren. Investeer in gezonde competitiegeest, zelfs in kleine dingen, in geldingsdrang in positieve zin. Omarm als coach sterke persoonlijkheden die zeer bewust aan hun proces werken. Je bent namelijk winnaars aan het opleiden.Let wel: laat de slinger niet volledig doorslaan en behoud als coach steeds de controle over het kader én het proces. Het trainingsveld mag geen praatbarak worden waarin te veel vraagtekens ontstaan. Topsport vraagt om een duidelijke, eisende en kwalitatieve aanpak. Iedere dag opnieuw.