Laat ons met de clubs beginnen. Zij denken voortaan extra na vooraleer ze een trainer op straat zetten. Slechts drie coaches van 1A (Francky Dury, Felice Mazzu en Mircea Rednic) waren één jaar geleden bij hun huidige club aan de slag. Dat is van de pot gerukt.
...

Laat ons met de clubs beginnen. Zij denken voortaan extra na vooraleer ze een trainer op straat zetten. Slechts drie coaches van 1A (Francky Dury, Felice Mazzu en Mircea Rednic) waren één jaar geleden bij hun huidige club aan de slag. Dat is van de pot gerukt. Clubs sluiten geen contracten met trainers meer af die bol staan van de clausules. Een overeenkomst loopt altijd tot het einde van het seizoen en de leden van de Pro League spreken af dat ze geen trainer elders wegplukken tijdens het seizoen. Continuïteit en stabiliteit zijn de sleutelwoorden voor succes in het voetbal en het is onaanvaardbaar dat goed beleid (de keuze voor de juiste coach) door een andere club wordt afgestraft. Zoals dat dit seizoen gebeurde met Hein Vanhaezebrouck (van AA Gent naar Anderlecht) of Philippe Clement (van Waasland-Beveren naar KRC Genk). Als de trainer, zoals velen beweren, de belangrijkste man in een club is, is een tussentijdse overstap niet meer of minder dan competitievervalsing. Het is overigens ook zelden een goede zaak. Een trainer moet met een leeg hoofd en een leeg blad aan de slag kunnen gaan. Laat ons voor de volledigheid ook afspreken dat een club alleen na het seizoen van eigenaar of voorzitter kan veranderen. Het is te gek voor woorden dat Anderlecht in de drie eerste maanden van 2018 zo goed als stuurloos is.De trainers zelf dan. Zij maken van gesloten trainingen weer een uitzondering in plaats van een regel, zoals nu zowat overal het geval is. Voor veel oudere supporters is het bijwonen van een training een brok ontspanning en voor de journalisten een middel om te weten wat er aan de hand is, zodat ze niet hoeven af te gaan op geruchten of lekken. Het zou veel onnodige conflicten en ellende voorkomen. Dat er een paar keer per week tactisch wordt getraind en dat pottenkijkers dan niet welkom zijn, is vanzelfsprekend. Maar elke dag het hek dichtgooien is een trend die nergens op slaat en wie het niveau van al te veel wedstrijden ziet, kan alleen maar tot de conclusie komen dat er slechts aan bezigheidstherapie wordt gedaan. Open trainingen daarentegen geven de media de mogelijkheid een trainer te beoordelen op zijn werk en niet louter op de resultaten. De persverantwoordelijken worden voorlichters in plaats van gatekeepers, die denken dat ze het recht hebben om in interviews te beslissen over punten en komma's. Spelers worden weer meer toegankelijk voor de media en leggen hen uit dat dit geen karwei is maar dat het een onderdeel van hun werk is. Meer contact tussen spelers en journalisten zal het onderling begrip en vertrouwen alleen vergroten en de clubs inzicht geven in wat er echt leeft in de spelersgroep. Dat er af en toe eens een onvriendelijk woord valt over voorzitter, manager of trainer is geen drama. In tegenstelling, het zet aan tot zelfreflectie. Onvrede opsparen daarentegen komt de prestaties niet ten goede. De supporters nemen zich voor om bij slechte resultaten niet meer de spelersbus op te wachten en onvriendelijkheden te schreeuwen of erger. Een aantal krijgt wel de mogelijkheid het ongenoegen te uiten als vertegenwoordigers van de fans in het bestuur. Zij kunnen daar dan ook pleiten voor goedkopere wedstrijdtickets, zoals Vincent Kompany in zijn thesis voor de Manchester Business School. Kompany zou overigens moeten beseffen dat dit alleen realistisch is als hij en zijn collega's inzien dat hun salaris echt niet meer normaal is. De journalisten tot slot nemen zich voor geen trainers meer zachtjes richting uitgang te duwen, maar stimuleren de clubleiders om het vertrouwen in hun coach te bewaren. We zullen ook niet meer moord en brand schreeuwen na een dramatische wedstrijd of halleluja roepen na een prachtmatch, maar altijd genuanceerd berichten. Ik weet het: in het voetbal zijn goede voornemens nog belachelijker of minder realiseerbaar dan in het gewone leven.