1 Houthakker uit de Ardennen

'Een bijnaam uit het begin van mijn carrière, naast ook de Beenhouwer. Logisch, gezien mijn fysieke kwaliteiten. Het motiveerde mij alleen maar om te schaven aan mijn mindere punten. Ik moest dubbel zo hard werken als de rest, want ik was geen ongelooflijk talent.'
...

'Een bijnaam uit het begin van mijn carrière, naast ook de Beenhouwer. Logisch, gezien mijn fysieke kwaliteiten. Het motiveerde mij alleen maar om te schaven aan mijn mindere punten. Ik moest dubbel zo hard werken als de rest, want ik was geen ongelooflijk talent.' 'Hij superviseerde mijn proefperiode bij Charleroi, in 1985, in volle eindronde van tweede klasse. Op de fysieke testen stond ik nergens. Technisch was het niet veel beter. Maar Colasse waardeerde mijn krachtige trap en sterk kopspel. Na enkele maanden bij de reserven mocht ik naar de A-kern. Ik debuteerde tegen Antwerp, ik moest Marc Van der Linden schaduwen.' 'Een bewonderenswaardig man en een uitzonderlijke voorzitter. Drie dagen voor mijn eerste selectie bij de nationale ploeg was hij al op de hoogte, ik niet. Hij riep me in zijn kantoor en zei: 'Je speelt een geweldig seizoen, we geven je opslag, inclusief bonusclausule. Indien je voor de Rode Duivels opgeroepen wordt, dan krijg je 100.000 frank.' Zomaar een cadeau dus van 2500 euro.' 'Toen ik bij Charleroi speelde, kruiste ik in een brasserie in de Ardennen per toeval het pad van Roger Henrotay, patron van Standard. We dronken een glas, maar een voorstel heb ik nooit gekregen. Jammer? Neen, Standard was in verval toen, na de affaire-Waterschei. Mechelen bleek een veel betere stap.' 'Wat KV Mechelen indertijd presteerde, had het aan vier personen te danken: John Cordier, Aad de Mos, Michel Preud'homme en Lei Clijsters. Een echte leider, op en naast het veld. Een brok oerkracht. Op voetbalvlak ook ver vooruit op zijn tijd. Als ik over hem praat, krijg ik nog altijd kippenvel.' 'Hij verdient een standbeeld in het pantheon van het Belgische voetbal. Ondervraag al zijn ex-ploegmaats of de spelers die onder hem werkten: nooit zal je een negatief geluid horen. Alles wat hij in handen neemt, verandert in goud. Een magiër. Dat was Michel al als doelman en dat is hij nu ook als trainer. Een geboren winnaar: na een nederlaag wordt hij zot. Telkens als ik kritiek hoor op zijn gedrag langs de zijlijn, heb ik slechts één antwoord: kijk naar zijn palmares.' 'Ik koester fantastische herinneringen aan hem. Marc is een bon vivant met een speciale humor. We gingen samen op vakantie en deelden de kamer bij KV Mechelen en de Rode Duivels. Later verving ik hem als tv-analist voor de matchen van de nationale ploeg.' 'Ik heb hem één seizoen als trainer gekend bij KV Mechelen en later bij de nationale ploeg. Als mens respecteer ik hem, maar niet als trainer. Zijn gedrag, arrogantie, discours, hoe hij zichzelf verkoopt... Ik ben bij de Rode Duivels gestopt vanwege hem. Details kan en wil ik niet vrijgeven - het is nogal complex.' 'In mijn twee jaar bij Anderlecht is hij twee of drie keer in de kleedkamer gekomen na een slechte match. Zodra hij binnenwandelde, ging iedereen zitten en zwegen we. Monsieur Constant had weinig woorden nodig, hij dwong enorm veel respect af.' 'Met hem als trainer beschikten we over een superconditie, hij kon ons enorm laten afzien. Toen Anderlecht hem ontsloeg terwijl we op kop stonden, begreep niemand dat. Onder Boskamp speelden we vervolgens wel veel offensiever voetbal. Nogmaals het bewijs dat Constant Vanden Stock zich zelden vergiste.' 'Een ijzeren hand in een fluwelen handschoen. Fantastische kerel. Weinig trainers met zo'n charisma. Hij kon je soms zwaar aanpakken, maar de dag erna was hij dat vergeten. Nooit rancuneus.' 'Pure klasse. En dat heeft hij nog steeds. Niet de grote leider, of de man die tijdens de rust op tafel sloeg, maar een voetbalgenie.' 'In 1993 werden we met Anderlecht al vroeg kampioen. Na een weekend feesten schakelde Charleroi ons echter uit in de halve finale van de beker. Jammer, want we hadden het team om de dubbel te pakken. Het volgende seizoen wilden we alles winnen. Wat we ook deden. Enkele dagen voor de bekerfinale tegen Club: opnieuw kampioen! We vierden de titel in een Antwerps café en zijn erna meteen weer vol aan de bak gegaan. Boskamp wilde me in de finale op de bank houden omdat ik herstelde van een knieblessure. 'Zet mij op Amokachi en ik verzeker je dat hij geen bal raakt', zei ik hem. Dat heeft Amokachi ook niet gedaan. (lacht) We wonnen. Misschien een trucje van Boskamp om me op scherp te zetten.' 'Bij Newcastle wilde ik met het nummer 4 of 5 spelen, maar Kevin Keegan had een lumineus idee. Ik tekende mijn contract op 10 augustus 1994 en hij zei: 'Je wordt vandaag 27, je zult spelen met het nummer 27. '' 'Een eer om met zo'n spits samen te spelen. Tijdens de wedstrijd een monster, iemand die nooit afliet. Maar tijdens de week moest je hem niet te veel vragen. Faustino Asprilla en David Ginola waren ook zo.' 'Niet de beste keeper - hij haalde niet het niveau van Schmeichel of Seaman -, maar een keiharde werker. Stierf op zijn 47e na een hartaanval tijdens het joggen. Na een week in coma besliste zijn familie om de stekker uit te trekken.' 'Ik was al fan toen hij nog speelde. Gouden Bal, vedette van Liverpool en Hamburg, de eerste Engelse voetballer die slaagde in het buitenland... Als zo iemand je dan belt met de vraag om eens af te spreken, denk je dat je droomt. Toen ik in het hotel arriveerde, sprak hij tegen me alsof we elkaar al twintig jaar kenden. Een ongelooflijk charisma, gerespecteerd in heel Engeland.' 'Eén maandag per maand, als we geen midweekmatch hadden, gingen we met de hele ploeg op restaurant en nadien naar de discotheek. Geen drinkmarathons, maar er werd toch flink wat verzet. Verplicht door... Keegan. Goed voor de groepsgeest, vond hij.' 'Wanneer we thuis speelden, moesten we pas om 13.30 uur op de club zijn als de match startte om 15 uur. In het begin trok ik grote ogen. Met Peruzovic bij Anderlecht moesten we zelfs op afzondering voor onze thuismatchen. En dan de tactische briefing van Keegan: zijn assistent gaf een korte samenvatting van de afspraken bij stilstaande fases en dat was het dan. Elke ploeg speelde toch in 4-4-2, dus vond Keegan het overbodig om daar lang bij stil te staan. Hij vertrok ook altijd vanuit de gedachte dat we dominant zouden zijn.' 'Een artiest, maar ook een furieuze gek. Tegen Man City heeft hij eens constant ruzie gemaakt met zijn verdediger om hem vervolgens een kopstoot te geven. Nooit begrepen hoe hij daar aan de uitsluiting is ontsnapt. Ik herinner me ook een Champions Leaguewedstrijd tegen Barcelona, met Figo en Rivaldo. Na vijftig minuten stonden we 3-0 voor, drie keer Asprilla. Naast het veld ook even onvoorspelbaar: hij miste vaak een ochtendtraining omdat hij de avond ervoor de grote man had uitgehangen.' 'Die lob, daar spreken ze in Newcastle binnen vijftig jaar nog over. 5-0 bovendien tegen de grote rivaal Man U, met Schmeichel in doel. Twee maanden eerder had Manchester ons nog met 4-0 vernederd in de Charity Shield. Op de dag van die 5-0 zette Keegan de ploeg op het krijtbord met daaronder: Remember Wembley.' 'Een veel mooiere bijnaam dan de Beenhouwer. Als ik naar Newcastle terugkeer, lijkt het alsof ik er nooit ben vertrokken.' 'De bijnaam van Newcastle toen ik er speelde. Behalve op Old Trafford werden wij in elk stadion bejubeld door de supporters van de tegenstander. Door onze attractieve manier van spelen verveelden de toeschouwers zich nooit.' 'Ik had verwacht veel van hem op te steken, gezien zijn parcours bij AC Milan. Het werd een grote sportieve en menselijke ontgoocheling. Hij liet me snel verstaan dat dertigers geen plek meer hadden in de Premier League. Als Gullit iemand niet meer nodig heeft, behandelt hij hem als een wegwerpproduct.' 'Ik heb enorm genoten van mijn drie maanden verhuur aan Fulham. Derde klasse, maar Keegan was er trainer en er speelden veel ex-eersteklassers. El-Fayed was een excentrieke voorzitter: hij slaagde er ooit in om Michael Jackson de aftrap te laten geven. De hele ploeg ging met hem op de foto. Na een overwinning schonk hij het hele team een goudstaaf... in chocolade.' 'De Spaanse pers had hem El Magnifico gedoopt na zijn knalprestaties met PSG tegen Real en Barcelona. Als hij op training weer eens geen zin had, liep hij geen tien meter. Maar tijdens de match ging iedereen in de tribunes rechtstaan zodra hij aan de bal kwam. Onversneden klasse.' 'Ik wist niet dat Guy Thys mijn wedstrijden bij Charleroi volgde. Toen ik er op de training aankwam, feliciteerde Raymond Mommens mij voor mijn selectie tegen Ierland. Ik dacht dat hij met mijn voeten rammelde, tot ook andere ploegmaats me feliciteerden. Ik vierde mijn debuut op 29 april, de verjaardag van mijn moeder én vader.' 'Van dezelfde klasse als Degryse. Nu een vrije trainer op de markt, maar hij forceert niets. Sommige trainers duiken schaamteloos op in de tribune zodra een collega ergens onder druk komt, Enzo doet daar niet aan mee. Geen gebrek aan ambitie, maar een blijk van respect voor het vak.' 'Een moment van bewustwording. Ik scoorde tegen Nederland en Duitsland. Ik realiseerde mij er dat de Belgische competitie te klein was. Na zes prijzen in twee jaar tijd met Anderlecht moest ik het hogerop proberen.' 'Heel speciaal om met hem samen te werken. Ook al hebben we eens een serieuze ruzie gehad. Tijdens een stage in Font Romeu, vlak voor het WK 1994, had de bond een oefenmatch geregeld tegen amateurs die er alleen op uit waren onze benen te breken. Ik heb me in die wedstrijd laten gelden. Achteraf heeft Van Himst mij in het hotel voor de hele groep aangepakt.' 'De laatste kwalificatiewedstrijd voor het WK in de VS. We hadden genoeg aan een punt. Ik maakte een noodzakelijke overtreding en daardoor was ik geschorst voor de eerste WK-match.' 'De ref tegen Duitsland, op het WK. Ze hebben mij na affluiten met vier man moeten tegenhouden. Ik wilde hem echt slaan. Zo in de zak gezet worden... In de kleedkamer ben ik als een wildeman tekeergegaan. Ik werd er gek van dat iedereen zo rustig bleef.' 'Als je opgroeit in Bouillon, denk je er nooit aan dat je ooit op die gala-avond zult staan. Ik won met 200 punten voorsprong. Slechts twee trofeeën heb ik altijd bewaard: die van de Gouden Schoen en van de Profvoetballer van het Jaar.' 'Ik heb het geluk gehad hem via mijn tv-werk te leren kennen. Een kleine man, maar een grote meneer. Menselijk bijzonder warm, altijd positief. Overal waar hij opdook, zag je de mensen opfleuren.' 'Een zevental keer per jaar keer ik terug naar Bouillon. Ik heb dat nodig.' 'Mijn vader werkte 36 jaar in de fabriek en mijn ouders hielden intussen ook een café open. We waren niet rijk, maar ook niet arm. Vakantie stond voor mij gelijk aan voetballen en zwemmen in de Semois.' 'Mijn vader droeg altijd een snor, ongetwijfeld komt het van hem.' 'Dezer dagen is een voetballer zonder tatoeages een uitzondering, het zou andersom moeten zijn. Tattoos zijn louter uiterlijk vertoon, c'est n'importe quoi.' 'Bij Charleroi waren we bijna allemaal vrienden, het ging er nog niet zo professioneel aan toe. Ik herinner me vooral Fabrice Silvagni en Roch Gérard. Bij Mechelen had ik veel aan Marc Wilmots. Bij Anderlecht trok ik vaak op met Olivier Suray, Michel De Wolf, Johan Walem, Bertrand Crasson en Marc Degryse. Met Khalilou Fadiga onderhoud ik ook een speciale band, ook al speelden we nooit samen.' 'Bij Mechelen werd ik gecontacteerd door Walter De Greef, hij sprak me van Juventus. Ik zou 25 miljoen frank tekengeld krijgen. Maar er werd amper over het sportieve project gepraat en dat zinde me niet. Ik liet weten dat Juventus me niet interesseerde - De Greef verklaarde me zot. 'Ik ben nogal principieel. Zo belde Sven-Göran Eriksson me ooit, hij wilde me bij Benfica. Op een bepaald moment zei ik hem: 'Sorry meneer, maar ik...', waarop hij kwaad reageerde: 'Meneer Eriksson onderbreek je nooit.' Ik heb meteen de telefoon neergelegd.' 'In 2000 moest ik stoppen door een knieblessure. Opgelopen na een ongelukkig contact met Christian Negouai op training. De chirurg gaf me inspuitingen met een product uit de VS en zei me: 'Als dit niet werkt, moet je stoppen of op een lager niveau gaan spelen.' Het werkte niet en in tweede of derde klasse voetballen interesseerde me niet.' 'Bij Mechelen en Anderlecht verdiende ik goed mijn brood, maar Newcastle was toch nog van een ander niveau. 10.000 pond per week, plus een premie bij de start van het seizoen. Toen ik er tekende, stond het pond nog op 45 frank, een maand later op 62 frank. Gouden zaken! Bij de nationale ploeg deden we nooit moeilijk. Jan Ceulemans en nog iemand gingen onderhandelen, wij gingen altijd direct akkoord met de voorgestelde bedragen. We hadden zelfs gratis gespeeld. Die eisen van de huidige generatie internationals snap ik dus niet.' 'Match of the Day is altijd een referentie geweest en dat is het nog steeds.' 'Nooit vermoed dat ik ooit voor de tv zou werken. Niet vergeten: ik heb maar school gelopen tot het vijfde middelbaar! Mijn eerste match als analist was in 2004. Het klikte van bij de start. Na een zeventigtal Champions Leaguewedstrijden ben ik overgeschakeld naar de Belgische competitie.' 'Elf jaar heb ik gewerkt als pakjesmaker in een import- en exportbedrijf van fruit en groenten. Mijn vader heeft me nooit gespaard omdat ik voetbalde. Integendeel, na een slechte match moest ik als straf de velden in. Toen ik hem vertelde dat ik na mijn voetbalcarrière opnieuw werk zou zoeken, heeft hij me gezegd: 'Dat maakt me trotser dan je carrière.'' 'Ben ik tien jaar geleden mee begonnen, zonder dat ik ooit les nam. Mijn klassement nu is C15/1, niet zo slecht. Ik speel interclub met vrienden, onlangs werden we in onze categorie kampioen van de regio Namen-Luxemburg.' 'Vier maanden voor het WK 1994 vielen Daniel Amokachi en Gert Verheyen op mijn knie in een duel tegen Club Brugge. Mijn ligamenten geraakt. De volgende ochtend voerde mijn vrouw me naar Anderlecht voor een afspraak met de clubdokter. Ik lag met mijn uitgestrekt been op de achterbank. Na enkele kilometers knalde een koppel frontaal op ons in. Gelukkig kwam iedereen er zonder veel kleerscheuren vanaf.' 'Een centraal duo Kompany-Albert, dat zou pas interessant zijn! De manier waarop Vincent na elke blessure knokt om terug aan de top te raken, doet me denken aan Shearer, die ook vaak met fysieke ongemakken sukkelde en toch telkens zijn niveau hervond.' 'Hij heeft ook hard moeten werken om het hoogste niveau te bereiken. Ik was zeer blij met de manier waarop hij op het WK in Brazilië de puntjes op de i zette nadat de pers hem jarenlang had beschimpt.' 'Elk voorstel om met een makelaar te werken heb ik geweigerd. Ik vertrouwde maar één man: Yves Lemaire, voorzitter van Lorrain Arlon en verzekeringsagent. Ik veronderstel dat hij hier en daar een commissie opstreek bij mijn transfers... Dat hoop ik althans voor hem. (lacht) Als ik nu hoor dat makelaars tien procent op een transfer incasseren, vraag ik me af: in wat voor wereld leven wij?'