Met twee vingers in de hoogte doet Myrian, die in het spelershome onder meer de bar beheert, om halfnegen 's ochtends de selectiegroep van KV Mechelen het uitgeleide. Achteraan in de langzaam uit het stadion rijdende bus maakt Aad de Mos hetzelfde gebaar. Het is een ritueel dat toevallig werd ingevoerd voor de eerste Europese verplaatsing van de bekerwinnaar naar Boekarest en waaraan de trainer nu verbeten vasthoudt. Wie zijn bijgeloof kent, staat daar niet van te kijken. Met alle mogelijke middelen had De Mos voordien geprobeerd om het vertrekuur van het vliegtuig naar Straatsburg op halféén vast te leggen, net zoals tijdens de voorgaande vier Europese verplaatsingen. Slechts toen het aanspreken van een paar relaties geen effect sorteerde ('U vertrekt om tien uur of u gaat te voet') berustte de Nederlander knorrend in zijn lot.
...

Met twee vingers in de hoogte doet Myrian, die in het spelershome onder meer de bar beheert, om halfnegen 's ochtends de selectiegroep van KV Mechelen het uitgeleide. Achteraan in de langzaam uit het stadion rijdende bus maakt Aad de Mos hetzelfde gebaar. Het is een ritueel dat toevallig werd ingevoerd voor de eerste Europese verplaatsing van de bekerwinnaar naar Boekarest en waaraan de trainer nu verbeten vasthoudt. Wie zijn bijgeloof kent, staat daar niet van te kijken. Met alle mogelijke middelen had De Mos voordien geprobeerd om het vertrekuur van het vliegtuig naar Straatsburg op halféén vast te leggen, net zoals tijdens de voorgaande vier Europese verplaatsingen. Slechts toen het aanspreken van een paar relaties geen effect sorteerde ('U vertrekt om tien uur of u gaat te voet') berustte de Nederlander knorrend in zijn lot. Het is maandag 9 mei 1988 en KV Mechelen maakt zich op voor een verplaatsing naar Straatsburg, voor de finale van de Europacup II tegen Ajax, de negende Europese wedstrijd van het seizoen. Op de 45 minuten durende vlucht zorgt de trainer voor een primeur: voor het eerst in een Europese uitwedstrijd trekt hij rond de opstelling van zijn elftal geen mistgordijn op. Hij vertelt de journalisten dat zijn sterkste elftal zal opdraven. Hij herhaalt dat wanneer KV Mechelen kort na de middag in de wondermooie tempel van Straatsburg de spieren losgooit. Achteraf vertelt De Mos dat een nederlaag voor hem geen ontgoocheling zal zijn, omdat de ploeg nog in een ontwikkelingsproces zit. Intussen verzoekt hij een paar journalisten om op de persconferentie van Ajax, die de dag daarop geprogrammeerd staat, aan trainer Barry Hulshoff te vragen waar volgens hem de sterke punten van KV Mechelen liggen. 'Altijd leuk om te weten', grijnst De Mos. In werkelijkheid twijfelde hij geen seconde aan de overwinning. De Mos had die wedstrijd tegen Ajax al voor de finale gespeeld, de tactiek zat in zijn hoofd. Arnold Mühren was de spelbepalende middenvelder bij de Amsterdammers, op hem wilde De Mos twee man laten spelen om hem zo te neutraliseren. En Marc Emmers moest de offensieve bevliegingen van Danny Blind afremmen. Ajax speelde het weekend voor de finale thuis tegen Haarlem. Daar was Dick Advocaat trainer, een vriend van De Mos, ze hadden nog samen bij ADO Den Haag gespeeld. De Mos vroeg Advocaat of hij met twee man op Mühren wilde spelen en of iemand Danny Blind kon dekken. Dat bleek geen probleem. De Mos zat op de tribune en zag de tactiek werken. Vanaf dat moment maakte hij zich geen zorgen meer. Ajax twijfelt al evenmin aan de zege. Ze hebben een groot feest voorbereid waarop ook de vrouw van De Mos is uitgenodigd. Op de vooravond van de finale, op dinsdag, groeit de persconferentie van Ajax uit tot een belabberd schouwspel. Barry Hulshoff laat horen dat hij het zinloos vindt om veel videobeelden van KV Mechelen aan zijn spelers te laten zien en dat hij weet dat KV zijn concept zal aanpassen aan het elftal van Ajax. Hij praat met een dedain dat niet bij hem past. Wat hij van KV Mechelen denkt, wil een Belgische journalist, de vraag van De Mos indachtig, weten. 'Hun compactheid en vermogen om voor elkaar te werken frappeert me heel erg', zegt Hulshoff. En hij stapt weg. Even voordien had Ajax getraind in het toeristische stadje Obernai, onder het oog van talentscout Rik Snyers, die wil weten of de Zweedse voorstopper Peter Larsson, een schakel in de defensie, alle oefeningen meedoet. Dat blijkt niet het geval te zijn. Hij loopt wat rondjes terwijl de andere spelers in onderlinge partijtjes hun rijke techniek demonstreren. Vijf kilometer verder heeft Aad de Mos zijn korps in twee groepen ingedeeld. De heren spelen elkaar de bal toe terwijl twee in het midden staande voetballers het leer proberen te onderscheppen. Wie een verkeerde pass geeft, moet naar het midden. Dat leidt op een gegeven moment tot een felle discussie tussen Graeme Rutjes en Wim Hofkens. De Mos vindt dat niet erg. Hij waakt er zorgvuldig over dat hij aan beide groepen evenveel tijd besteedt. 'Anders gaan ze mopperen', zegt hij. 'Je kunt je niet voorstellen hoe er soms gediscussieerd wordt als de ene wat meer op de foto staat dan de andere.' Ajax en KV Mechelen, het zijn twee totaal verschillende werelden. Het blijkt tijdens de persconferentie van KV, waarop een haast amicale sfeer hangt. Aad de Mos schetst nog maar eens geduldig de opbouw van de club en bezingt tussendoor de Ajaxcultuur en het topsportklimaat dat bij de club heerst. En de spelers antwoorden anderhalf uur lang op alle vragen. Daarbij worden vooral de vier Nederlanders omzwermd, voorop Piet den Boer, die nog maar eens moet vertellen hoe hij van een beperkte spits uitgroeide tot een gedegen doelpuntenmaker. Piet is een correcte jongen en steekt zijn verhaal geduldig af. Maar diep in zijn binnenste knaagt er iets aan de ruw ogende maar gevoelige spits. Het gebrek aan waardering in Nederland dat hem nog steeds achtervolgt. Hij voorspelt dat hij in de finale iets gaat laten zien, want dat hij uitermate geprikkeld is. 's Avonds staat in een van de statige zalen van het Hiltonhotel van Straatsburg het traditionele persdiner op het programma. Ook daar wordt duidelijk hoe KV Mechelen naar een topclub is geëvolueerd. Terwijl er tijdens de eerste Europese trip, in Boekarest, nog door de bestuursleden luid en niet altijd even gepast werd gezongen, verloopt nu alles zoals het in dit deftige kader hoort: stijlvol en gedistingeerd. Van een zekere spanning is er 24 uur voor de finale bij het KV-bestuur niets voelbaar. Wat dat betreft is het nog altijd zoals tijdens de eerste Europese match in Boekarest en zoals het ook later zou zijn in Paisley, Minsk en Bergamo: de bestuurders zijn net een groep padvinders die op stap gaan. Op het moment van het persdiner trekt Aad de Mos zich in het hotel terug in bezinning, samen met zijn assistent Fi Vanhoof. Hij laat de voorbije tweeënhalf jaar in Mechelse loondienst de revue passeren en denkt aan het eerste gesprek met voorzitter John Cordier, in oktober 1985, in een restaurant in Rotterdam. Het zou een oriënterende babbel worden, maar uiteindelijk werd er vier uur gepraat. Er werd die dag een contract gemaakt, op een bierviltje, nadat hij de garantie had gekregen dat hij een ploeg zou mogen bouwen. Die ploeg maakte zich nu op voor de finale van de Europabeker voor Bekerwinnaars. Wat verder zit de vermoeid ogende manager Paul Courant, die zich afvraagt of zijn maag alle aanslagen van de voorbije en komende diners gaat overleven. Naast het persdiner waren en zijn er nog banketten met de Franse ambassade, sponsor Adidas, de Franse voetbalbond en de UEFA. De plichtplegingen van een aankomende topclub. Courant had intussen zijn stempel gedrukt op KV Mechelen. Hij was het die het oorspronkelijke clubshirt, het verticaal gestreepte rood en geel, weer vanonder het stof haalde. Hij vond dat clubs niet mochten breken met tradities. Cordier gaf zijn manager op veel terreinen de vrije hand, maar volgde hem niet toen Courant na het vertrek van De Mos naar Anderlecht een opvolger voorstelde. Dat was Louis van Gaal. Cordier vond hem te veel een replica van De Mos. Zo kwam KV uiteindelijk bij Ruud Krol terecht. Die bleek als trainer veel minder uitstraling te hebben dan als voetballer en werd na zes maanden ontslagen. 'Als u de kans hebt om de cup van dichtbij te bekijken, doe dat dan, want straks bestaat die mogelijkheid niet meer', zegt Michel Platini op het UEFA-banket tegen John Cordier, een paar uur voor de finale. De voorzitter van KV Mechelen reageert niet. Dat doet hij wel wanneer Platini - al dan niet onder de indruk van verhalen in Franse kranten waarin Cordier als miljardair wordt afgeschilderd - later in een plotse aanval van onbescheidenheid zegt: 'Ik ben met mijn Ferrari naar hier gekomen. En u?' Cordier hoeft geen seconde na te denken. 'Met mijn vliegtuig', antwoordt hij en ziet Platini geslagen afdruipen. 's Avonds beleeft de voorzitter de meest gelukzalige 90 minuten van zijn leven. Hij ziet dat KV Mechelen zonder complexen favoriet Ajax tegemoet treedt. Precies 52 minuten zijn er gespeeld wanneer het gouden doelpunt valt: na een weergaloze flits schildert Eli Ohana de bal op het hoofd van Piet den Boer. De resterende 38 minuten zijn ongetwijfeld de lastigste geweest in het voetballeven van Aad de Mos, want Ajax herpakt zich, KV Mechelen moet ongewild terug en krijgt de bal nog nauwelijks in bezit. Maar de spelers vechten als leeuwen, ze houden stand en sluiten een unieke Europese campagne (negen wedstrijden zonder nederlaag, slechts drie tegendoelpunten) met de Europacup af. Het einde van de wedstrijd is een bevrijding, een ontlading van geluk, emoties en opgekropte spanning. Vreugdedronken rent Aad de Mos het veld op, zielsgelukkig lopen de spelers een ereronde en wuiven de ruim 10.000 meegereisde Mechelse supporters dankbaar toe. De nuchtere en door het leven geharde aanvoerder Lei Clijsters moet tegen de ontroering vechten wanneer hij de beker in handen krijgt. De Ajaxspelers staan erbij als geslagen honden. Zelfs in die ongelooflijke ogenblikken van euforie bleef De Mos niet blind voor de gebreken van zijn elftal. Hij kondigde de komst van twee Europese topaanvallers aan en vertelde dat KV Mechelen onder meer moest leren om de bal beter in de eigen ploeg te houden. De nachtelijke terugvlucht naar Brussel, het is één vreugderoes. Natuurlijk vloeit er champagne, uiteraard wordt er luid gezongen en gejubeld, vanzelfsprekend steekt men de draak met de hautaine tegenstander ('Ajax is een wasproduct!') en naarmate Zaventem nadert zwelt de uitgelatenheid steeds meer aan. Het moment doet zich voor als Aad de Mos met de beker champagne in de hand op John Cordier toe stapt en een toost uitbrengt. Heel even wordt het doodstil in het vliegtuig maar dan barst er een oorverdovend applaus los. Het is een onvergetelijk moment voor Cordier, die KV Mechelen zes jaar eerder in handen nam, eerst leergeld betaalde, gehoon incasseerde, koppig verder deed, geen seconde zijn gedrevenheid en ambitie verloor en nu zijn vereniging aan de top van het Europese voetbal ziet prijken. Om halftwee 's ochtends landt het vliegtuig op Belgische bodem. De Mechelse volkshelden laten zich vieren door honderden supporters die op dit nachtelijk uur zijn komen opdagen. En die later via het stadion naar de Grote Markt trekken, waar duizenden supporters met hun enthousiasme geen blijf weten. Bij het wachten op de bagage dacht Aad de Mos aan een oefenkamp in Marbella, tijdens de winterstop, waar er onder de Andalusische zon hard werd getraind, waar er werd gelachen en gedold en als afsluiter werd gegeten in een visrestaurant. 'Daar', sprak De Mos, 'is de basis gelegd voor dit succes. Daar en nergens anders.'