Het allereerste interview? Het is iets dat je niet vergeet. Het was in de lente van 1974 en de opdracht luidde om de toenmalige trainer van Waregem, de Nederlander Hans Croon, te benaderen voor een gesprek. Op een zondag, na een match van zijn club tegen Standard.

Onoverwinnelijk

Hoe we dat dan wel moesten doen, wilden we van een oudere collega weten. En kregen vervolgens te horen dat we Croon moesten benaderen terwijl zijn spelers zich voor de wedstrijd opwarmden, ergens op een van de bijvelden van de Gaverbeek.

Natuurlijk ben je dan, als beginnende journalist, zenuwachtig en slaap je de nacht voordien amper. Stel dat je wordt afgesnauwd. Had die Croon niet de muren van de kleedkamer van Waregem rood laten schilderen omdat dit de strijdlust moest aanwakkeren en de spelers een gevoel van onoverwinnelijkheid moest geven? Wat voor type was die Croon? Misschien had hij op een zondagavond, zo na een wedstrijd, wel andere dingen te doen. Dan zat je met witte pagina's in het magazine. Wat zou de hoofdredacteur daarvan denken?

Dus stapten we heel onzeker op Croon af. Een imponerende figuur zoals hij daar langs de rand van het veld stond en de spelers overschouwde. Maar wel, zo bleek meteen, de bereidwilligheid in persoon. 'Een interview? Geen enkel probleem', zei hij. 'Je komt gewoon bij mij thuis. En ik laat een kaasschotel bestellen. Dan maken we het gezellig.'

Bierviltjestactiek

Waregem verloor vervolgens met 0-2 van Standard, maar het bleek het humeur van Hans Croon niet aan te tasten. In zijn flat, met uitzicht op het Regenboogstadion, kwam zijn ravissante vrouw met een heerlijke kaasschotel en rode wijn. En Croon verkondigde zijn voetbalevangelie.

Hij sprak lyrisch over het jeugdig talent dat op onze velden liep, noemde Raymond Goethals tussendoor een cabaretier met een belachelijke bierviltjestactiek, praatte even gemakkelijk over de wereldpolitiek dan over het christendom, ergerde zich aan de ongeordende bouwrage in dit land en aan het feit dat de Belgen hun gordijnen en rolluiken 's avonds veel te vlug dichtdeden, stak een academische uitleg af over waarom de voetbalwereld baat had hij veel concurrerende clubs en bleef maar doorgaan. Tot ver na middernacht. 'Hopelijk heb je stof genoeg', sprak hij bij het afscheid.

Het interview nalezen voor publicatie? Geen mens die er in die periode aan dacht dat te vragen.

Het allereerste interview? Het is iets dat je niet vergeet. Het was in de lente van 1974 en de opdracht luidde om de toenmalige trainer van Waregem, de Nederlander Hans Croon, te benaderen voor een gesprek. Op een zondag, na een match van zijn club tegen Standard.OnoverwinnelijkHoe we dat dan wel moesten doen, wilden we van een oudere collega weten. En kregen vervolgens te horen dat we Croon moesten benaderen terwijl zijn spelers zich voor de wedstrijd opwarmden, ergens op een van de bijvelden van de Gaverbeek.Natuurlijk ben je dan, als beginnende journalist, zenuwachtig en slaap je de nacht voordien amper. Stel dat je wordt afgesnauwd. Had die Croon niet de muren van de kleedkamer van Waregem rood laten schilderen omdat dit de strijdlust moest aanwakkeren en de spelers een gevoel van onoverwinnelijkheid moest geven? Wat voor type was die Croon? Misschien had hij op een zondagavond, zo na een wedstrijd, wel andere dingen te doen. Dan zat je met witte pagina's in het magazine. Wat zou de hoofdredacteur daarvan denken? Dus stapten we heel onzeker op Croon af. Een imponerende figuur zoals hij daar langs de rand van het veld stond en de spelers overschouwde. Maar wel, zo bleek meteen, de bereidwilligheid in persoon. 'Een interview? Geen enkel probleem', zei hij. 'Je komt gewoon bij mij thuis. En ik laat een kaasschotel bestellen. Dan maken we het gezellig.'BierviltjestactiekWaregem verloor vervolgens met 0-2 van Standard, maar het bleek het humeur van Hans Croon niet aan te tasten. In zijn flat, met uitzicht op het Regenboogstadion, kwam zijn ravissante vrouw met een heerlijke kaasschotel en rode wijn. En Croon verkondigde zijn voetbalevangelie. Hij sprak lyrisch over het jeugdig talent dat op onze velden liep, noemde Raymond Goethals tussendoor een cabaretier met een belachelijke bierviltjestactiek, praatte even gemakkelijk over de wereldpolitiek dan over het christendom, ergerde zich aan de ongeordende bouwrage in dit land en aan het feit dat de Belgen hun gordijnen en rolluiken 's avonds veel te vlug dichtdeden, stak een academische uitleg af over waarom de voetbalwereld baat had hij veel concurrerende clubs en bleef maar doorgaan. Tot ver na middernacht. 'Hopelijk heb je stof genoeg', sprak hij bij het afscheid.Het interview nalezen voor publicatie? Geen mens die er in die periode aan dacht dat te vragen.