Het is een gezellige bedoening rond het zwembad achter het huis van Ritchie De Laet (33) in Zoersel. Ollie, de bruinharige Engelse cockerspaniël van het gezin, holt tussen het bezoek links en rechts: van de plek waar er foto's van De Laet worden genomen naar de rest van de familie die de tuin versiert. Zijn jongste dochter Olivia (6) blaast al fietsend wat ballonnen op terwijl de oudste, Lilly (12), vanuit haar stoel haar grootouders en mama bezig ziet. Een slinger met 'geslaagd' springt in het oog en vlaggetjes hangen tegen de schutting. Het huis van De Laet en zijn vrouw Thané (33) is die avond dan ook het decor van het verrassingsfeestje voor zijn jongste zus Maike (19), die net haar middelbare school afrondde.
...

Het is een gezellige bedoening rond het zwembad achter het huis van Ritchie De Laet (33) in Zoersel. Ollie, de bruinharige Engelse cockerspaniël van het gezin, holt tussen het bezoek links en rechts: van de plek waar er foto's van De Laet worden genomen naar de rest van de familie die de tuin versiert. Zijn jongste dochter Olivia (6) blaast al fietsend wat ballonnen op terwijl de oudste, Lilly (12), vanuit haar stoel haar grootouders en mama bezig ziet. Een slinger met 'geslaagd' springt in het oog en vlaggetjes hangen tegen de schutting. Het huis van De Laet en zijn vrouw Thané (33) is die avond dan ook het decor van het verrassingsfeestje voor zijn jongste zus Maike (19), die net haar middelbare school afrondde. Mee op de foto wil de rest van de familie niet. Die 'eer' laten ze aan De Laet en Ollie. De hond poseert met zijn baasje, die naast het veld een spontane gast blijkt te zijn: bereidwillig en openhartig. 'Ik weet dat veel mensen dat niet verwachten', zegt hij. 'Op het veld ben ik agressief en straal ik iets uit waardoor mensen mij liever niet tegenkomen. Ik schrik ook wel eens wanneer ik mezelf terugzie. In de wedstrijd herinner ik het mij niet, voor mij is het zo normaal: incidentjes, tegen de arbiter tekeergaan... maar op beeld denk ik weleens: oei, wat was dat?' Hij probeert erop te letten. 'Ik wil niet dat mijn dochters op school komen en horen: 'Amai, uw papa gisteren.' Zo kennen ze mij ook niet. Op het veld ben ik het tegenovergestelde van thuis. Hier ben ik rustig, lief en open.' Hij toont zijn getatoeëerde arm waar zijn vrouw en dochters een speciaal plekje kregen. Daarboven liet hij een tekening zetten van hem met zijn dochters in het stadion en net onder zijn schouder is er een prominente rol voor zijn rugnummer 2. Aan de binnenkant staat nog de kathedraal van Antwerpen en het beeld van Brabo. Kortom: de liefde van Ritchie De Laet samengevat op een arm. 'Ik zou eigenlijk de binnenkant van mijn bovenarm nog moeten doen om het af te maken maar ik heb geen zin meer. Hier blijft het bij.' We gaan naar binnen, waar De Laet in zijn woonkamer over zijn jeugd vertelt. Piepjong waren papa Mike en mama Wendy nog toen hij werd geboren: 18 en 16 jaar oud om precies te zijn. Zijn vader zat nog in het leger en ging later, in navolging van zijn schoonvader, de stellingbouw in. Omdat zijn moeder in de winkel stond, was de kleine Ritchie veel 'bij de moeke', bij wie het jonge gezin in Hoboken inwoonde. 'Op die leeftijd heb je natuurlijk nog geen eigen woning dus trok mijn papa vanuit Borgerhout bij zijn schoonouders in. Ze waren toen wel al twee jaar samen, mijn mama was 14 toen ze elkaar leerden kennen.' De Laet groeide er op met de broer van zijn mama, Yannick, die vier jaar ouder is als hij. 'Een nakomertje, zoals ze dat noemen', zegt De Laet. 'Voor mij was dat geweldig. Hij is officieel mijn oom, maar hij is als een broer voor me. We speelden samen, gingen voetballen, we deelden alles.' Zeven jaar na hem werd zijn zus Shana geboren en wéér zeven jaar later volgde Maike. Liefst veertien jaar zit er tussen hen, waardoor hij haar nooit écht leerde kennen. Op zijn achttiende vertrok hij immers naar Engeland. 'Ik heb mijn jongste zus vanaf haar 4e voor 11, 12 jaar nauwelijks gezien. Onze band is dan ook anders dan die ik met Shana heb. Maike voelde zich, denk ik, lang verlegen om iets aan mij te vragen of een berichtje te sturen. Ik was die grote, onbereikbare, stoere broer. Dat begint nu langzaam te veranderen; nu we terug in België zijn, zie ik haar vaker en krijg ik al eens een berichtje. Ik vind het heel leuk om haar te zien en voor mij is ze mijn kleine zus, maar ik denk dat het vooral voor haar raar moet zijn geweest om een broer te hebben die ze een keer per jaar zag en daardoor nauwelijks kende.' De Laet komt nog altijd graag in Hoboken, waar zijn oom en bompa nog wonen. Al rijdt hij er tegenwoordig niet meer zo vaak heen. 'Het probleem is dat het aan de verkeerde kant van Antwerpen ligt. Die kant is natuurlijk die van Beerschot en buiten dat ik mijn bompa ga bezoeken, probeer ik daar zo min mogelijk te komen. Met de derby's van de afgelopen jaren wil ik de problemen niet opzoeken. Er zijn uitspraken gedaan dat ik degene was die de rellen heeft ingeleid, wat helemaal niet waar is. Ik heb geen zin om terug te komen met een kapotte auto of iets dergelijks.' Fijn is het niet, zegt hij, maar hij vindt het ook wel normaal: die rivaliteit. 'Iedereen weet wat Antwerp-Beerschot betekent. Voor mij is die derby net zo geladen als voor andere supporters en ik ben daar ook altijd open over. Ik lucht mijn hart in interviews en ben duidelijk in wat Antwerp voor mij betekent. Dan kun je zulke reacties verwachten. Ik vind het echt jammer dat Beerschot gezakt is; ik hoopte tot het laatst dat ze zich zouden redden. Dat zijn de wedstrijden die je wilt spelen.' Hijzelf groeide op met beide clubs. Een paar familieleden aan zijn moeders kant zijn paars-wit, maar het was zijn papa die hem, samen met zíjn vader, aan de hand meenam naar Antwerp FC. Dat was dan ook de enige club die zijn liefde kreeg. 'Dat shirtje aandoen en dat veld oplopen voor diezelfde supporters als waar ik al die jaren tussen stond... Dat is elke week een droom die uitkomt. Dat geldt voor mijn papa ook, maar die zal naar buiten toe bescheiden blijven. Hij is wel luid op de voetbal; Antwerp is en blijft zijn ploeg, en daarom is hij extra kritisch op mij.' Dat was vroeger al zo, wanneer ze samen gingen lopen of voetballen. 'Ik had een heel jonge papa dus de duels tussen ons waren vaak competitief. Dat was heel leuk, ik kon met hem delen wat ik het liefste deed maar hij was tegelijkertijd mijn papa. Hij wilde niet van mij verliezen, ik niet van hem. Maar als ik geen zin had of niet liet zien wat hij in mij zag, dan liet hij dat weten. Hij was redelijk strikt; het kwam neer op voetbal, familie en op tijd thuis zijn. Als ik met hem op pad was, kwam ik vaak wenend thuis. Ik wilde dat hij blij en content was met wat ik deed, maar als ik daar nu naar terugkijk, zie ik dat hij gewoon gelijk had. Ik doe nu precies hetzelfde met mijn oudste dochter. Lilly kan heel goed tennissen en als er dat niet uitkomt, word ik ook weleens boos. Daar zijn ook wel eens traantjes gevloeid.' Ook De Laet was er vroeg bij wat betreft het ouderschap. Hij was 21 toen Lilly werd geboren, wat zijn ouders op hun 40ste en 38ste al bomma en bompa maakte. Hij kende zijn vrouw toen al vijf jaar. Hun ontmoeting en hoe die vanaf het eerste moment tot een ijzersterke relatie leidde, is een verhaal op zich. Dat ging zo: De Laet was zestien toen hij zijn beste schoolvriend vroeg of hij nog wat e-mailadressen van leuke meisjes had. Zijn vriend gaf hem een lijstje en hij voegde ze een voor een toe op MSN chat, destijds een van de weinige online communicatiemiddelen. Thané was de eerste met wie hij contact legde; hij had haar nog nooit gezien maar stuurde brutaal een bericht: 'Ik heb je dit weekend gezien in 't stad.' De Laet: 'Ze antwoordde dat dat helemaal niet kon (lacht), máár: ze antwoordde wél, als enige van de meisjes die ik een berichtje stuurde. We raakten zó sterk aan de praat via chat zonder elkaar ooit gezien te hebben... dat was niet normaal.' Een paar dagen later gingen ze naar de cinema en vanaf de eerste blik was het raak. 'Ik vond alles aan haar leuk. Het was direct goed en het klopte vanaf de eerste seconde. Dat is vrij bizar. Dat was het lot, dat moest zo zijn, kennelijk. Vanaf dan zat ik de meeste dagen een uur op de bus om twee uurtjes bij haar te zijn en vervolgens reed ik weer even lang terug.' Nu zou hij er boos om worden, zegt hij met een grijns. 'Mocht mijn dochter aankomen met een date naar aanleiding van een chat? Nee, nee, dat gaat niet gebeuren. (lacht) Het is nu ook een andere tijd, natuurlijk.' Twee jaar na hun ontmoeting vertrok De Laet naar Stoke City. Alleen. Thané wilde eerst haar rijbewijs halen en De Laet trok een half jaar in bij een gastgezin. Daarna zochten ze een appartement, samen met hond Koby, die hij vlak daarvoor aan haar gaf voor haar achttiende verjaardag. 'Die heeft alles met ons meegemaakt en was een heel speciale hond. Eigenlijk was dat ons eerste kindje. We hadden heel veel steun aan hem. Vooral Thané. Ik was vaak weg en met hem was er altijd iemand bij haar. Dat vinden wij nog belangrijk. Als ik thuiskom en Ollie komt mij groeten... Fantastisch. Ik zou niet lang zonder hond kunnen.' Vlekkeloos liep het dan ook niet in Engeland. 'We hadden het moeilijk in het begin, heel moeilijk.' De Laet kwam van Antwerp, waar hij 550 euro per maand verdiende; een contract dat hij op zijn 17de tekende. Bij Stoke kreeg hij een overeenkomst onder de neus geschoven van 1000 pond per week, wat per maand neerkwam op zo'n 2000 netto, in die tijd vergelijkbaar met ongeveer 3000 euro. 'Die eerste cheque kwam binnen: een nieuwe gsm, een playstation, nieuwe kleren, nog dit, nog dat... Het was alsof ik de lotto had gewonnen. Maar met nog een week te gaan, had ik nog vijftig euro over. Oei, wat nu... Vooral toen Thané zich bij me voegde en we op onszelf gingen wonen, werd het een ramp. Het was echt een drama. We werden aan ons lot overgelaten.' De twee gingen alleen op pad voor een appartement en vonden er al gauw een dat hen wel aanstond. ''Hoeveel is het? 1200? Oh ja, dat moet wel lukken, doen we.' Toen kwamen de eerste rekeningen binnen. We wisten niet wat er gebeurde. 300 voor dit, 200 voor dat en voor ik het wist had ik nog 10 pond over. Ik belde naar mijn ouders om geld over te maken. Vanuit de club was er nul begeleiding. Gelukkig kwamen we heel goed overeen met onze overburen, die ons enorm hielpen. Toen mijn ouders de eerste keer overkwamen, kregen we een zwaar accident waardoor de auto perte totale was. Ik woonde op een klein half uur van de club en onze overbuur bracht mij naar training en haalde mij op; een taxi kon ik gewoon niet betalen, laat staan een nieuwe auto. Die hulp was ongelooflijk...' Dat ook zijn vrouw naast hem stond, hield hem recht. Zij leerde het huishouden doen (zie ook kader) en ook haar nuchtere karakter kwam goed van pas in die tijd, waarin De Laet - toen het financieel wat rustiger werd - nog altijd niet goed aanvoelde hoe hij moest omgaan met geld. 'Ik durfde wel eens zot te doen met kledij. Ik zag anderen met Louis Vuitton lopen, terwijl ik Adidas had. Dat moest ik ook hebben. Thané wees me op die momenten op de duur van mijn carrière. 'We verdienen goed en kunnen af en toe eens zot doen, maar we moeten ook aan later denken.' Dat is het beste wat mij kon gebeuren. Zonder haar had ik waarschijnlijk mijn geld uitgegeven. Zij hield mij met beide voeten op de grond. We werden daar in één moment volwassen en leerden heel snel op elkaar rekenen. We zaten alle dagen bij elkaar, dat kan je breken of je groeit naar elkaar, en wij zetten de band die er vanaf de eerste seconde was verder. Die is er nog altijd. Ik doe niets liever dan na de training naar huis rijden en samen met mijn vrouw en dochters zijn.' Binnenkort gaan de vrouwen met zijn drieën op vakantie, vertelt hij. 'Ik vind dat de hel. We bellen elkaar dan vier, vijf keer op een dag, gewoon om elkaar te horen.' Zelf in de keuken staan, zal er niet van komen, zegt hij lachend. 'Dat wordt eten van de club meenemen, dan weet ik dat het goed is. Ik kan me wel een beetje redden, maar ik vind het onnozel om voor mij alleen te staan koken. Dan zou ik toch gauw voor pizza en frituur kiezen, en dat is niet goed.' Zeker niet met zijn onlangs aan het licht gekomen chronische darmziekte colitis ulcerosa, die hem vorig seizoen drie maanden aan de kant hield. Het begon voor de wedstrijd bij Oostende, eind januari. De Laet had altijd gevoelige darmen, maar pas vorig jaar ging zijn gezondheid ineens en in een rap tempo bergafwaarts. 'Ik moest altijd meer naar het grote toilet dan anderen en ik ging ook standaard voor elke wedstrijd, dat hoorde bij mijn routine. Zoals ik vooraf ook altijd een berichtje van mijn papa moet krijgen en mijn vrouw en kinderen moet zien. Dan is het af, dan word ik rustig en kan ik met een gerust hart aan de match beginnen.' Alles ging goed in Oostende, tot de ploegen na de rust terug het veld opgingen. De Laet moest terug naar binnen en had zulke krampen dat hij aangaf zo niet te kunnen spelen. 'Oostende was zo vriendelijk te wachten en toen ik terug op het veld stond, was het weer oké. Maar vanaf dan kroop er angst in mijn hoofd: dit wilde ik niet nog eens meemaken. Er heerst nu eenmaal een taboe op naar de wc gaan. Ik zette daardoor zoveel stress op mijn lichaam dat het niet anders kon dan dat het opnieuw zou gebeuren. Een week later was het al zover. We stonden in de tunnel en ik dacht alleen maar: please, laat dit niet weer gebeuren. En toen gebeurde het.' De Laet at vervolgens nauwelijks nog, uit angst om naar het toilet te moeten, maar niet alleen dat: hij kampte met verschrikkelijke pijnen en uitputting. 'Ik ging niet meer naar het tennis van mijn dochter kijken, niet meer naar wedstrijden. Ik durfde niet langer dan het ritje naar de club in de auto te zitten en ik geraakte met moeite door de trainingen. Eenmaal thuis viel ik gewoon neer. Ik was op. Mijn vrouw maakte eten, maar ik wilde het niet. Ik hield het bij fruit, omdat ik wist dat daar suikers inzaten, soms at ik wat sla. De eerste twee dagen dacht ik: dit ga ik nooit volhouden, maar na een paar dagen was ik het gewoon. Ik wilde alleen maar in bed liggen en slapen.' Ook mentaal ging hij door een diep dal. 'Ik was down, echt down, en was er in mijn hoofd de hele tijd mee bezig; ik was continu scenario's aan het uitdenken. Mijn vrouw had het over een vakantie in het zuiden van Frankrijk. Ik schoot al in de stress bij het idee. Op een vliegtuig zolang... dat durfde ik niet. Ik zocht overal uitvluchten voor. Voor een wedstrijd dacht ik al: wat als? Ik kon niet meer genieten van wat ik het liefste doe: voetballen. Ik had totaal geen zin om naar de club te gaan en onderweg dacht ik: zal ik me niet gewoon afmelden, zeggen dat ik ziek ben en thuis in bed blijven. Ik was energieloos, moedeloos en voelde me verslagen. Dat was compleet nieuw; zo voelde ik mij nog nooit. Ik ben altijd positief, vrolijk en open. Nu kon ik alleen nog mijn familie verdragen. De rest moest bij me uit de buurt blijven en ik begon mensen van me af te duwen. Zo liep ik ook rond op de club en dat kreeg ik ook te horen: dat ik heel negatief was.' Lang kon hij zijn probleem voor zichzelf houden; alleen zijn vrouw wist ervan. Toen kwam de wedstrijd op Leuven, begin april. Hij kon er niet meer onderuit. 'Dat was een avondwedstrijd en ik had de hele dag niets gegeten. Vlak voor de start nam ik een banaan: dan had ik toch iets binnen en daarmee redde ik het wel om niet naar het toilet te hoeven. Maar bij de opwarming merkte ik al na één sprintje dat ik niet meer kon. Ik was doodop en gaf dat ook aan aan de staf. Vanaf toen zijn we gaan zoeken naar de oorzaak. Mijn vrouw heeft daar ook achter gezeten. Zij pushte mij en zei: nu is het genoeg geweest. 'Natuurlijk dacht ik aan het ergste. Ik dacht dat ik kanker had. Met die onderzoeken zijn we ook gestart; ik wilde het gewoon weten. Dat bleek het gelukkig niet te zijn, wel dus een chronische darmziekte. Je hebt daar verschillende gradaties in en ik had zo'n pijn en was er zo slecht aan toe dat ik dacht dat ik de ergste had. Ik ging ervan uit dat mijn carrière gedaan was. Maar na twee dagen cortisonen krabbelde ik op, ik kon weer eten en kwam op kracht, mede door de ijzerspuiten die ik krijg; die waarden waren op een bepaald moment gezakt naar nul. Ik voetbal weer op dit niveau... dat is een geschenk. Ik ben weer de vrolijke persoon van ervoor, of zelfs nog vrolijker, ik geniet enorm van elke dag op het veld staan en ik kies er bewust voor hier heel open over te zijn. Vooral voor kinderen. Het is niet cool om veel naar het toilet te gaan, maar als bekend is dat ik die ziekte heb, denken ze misschien: ik heb hetzelfde als Ritchie. Dan wordt het toch een stuk cooler.' (lacht)