Het is begin december halfvier 's nachts wanneer Marc Coucke de slaapkamer binnensluipt die hij met Yves Lejaeghere deelt in het chalet in Durbuy. Sinds 1999 komen ze hier elk jaar begin december vier dagen met tien vrienden die elkaar kennen sinds hun studententijd in Gent. Marc Coucke is de enige niet-West-Vlaming in het gezelschap, maar dat stoort niet.
...

Het is begin december halfvier 's nachts wanneer Marc Coucke de slaapkamer binnensluipt die hij met Yves Lejaeghere deelt in het chalet in Durbuy. Sinds 1999 komen ze hier elk jaar begin december vier dagen met tien vrienden die elkaar kennen sinds hun studententijd in Gent. Marc Coucke is de enige niet-West-Vlaming in het gezelschap, maar dat stoort niet. Lejaeghere wordt even wakker en slaapt dan weer in. Hij weet dat Coucke op een ander bioritme leeft, Coucketime genaamd, maar troost zich met het besef dat de Gentenaar tot tien uur 's ochtends geen vin meer zal verroeren. De laatste dag trekt het gezelschap elk jaar naar het bos voor de laatste activiteit: een kerstboom hakken voor thuis. Of beter: één voor thuis en één voor het bedrijf. Die passen allemaal net op de aanhangwagen met plaats voor twintig kerstbomen. Daarna is het tijd voor een kampvuur, waar een worstje gebakken wordt. Het vuur wordt 'op natuurlijke wijze' gedoofd en dan zakt het gezelschap af naar een restaurant in het centrum van Durbuy, waar de algemene vergadering van het genootschap wordt gehouden, met afsluitende toespraken, ingeleid door Sam Sabbe, ooit financieel directeur van Club Brugge en al lang een van de vertrouwensmannen van Coucke. Er wordt een overzicht voorgelegd van de financiële toestand (dit jaar een positief saldo van 37 euro en 10 cent) en eventueel de voordracht van nieuwe kandidaten voor het genootschap, waarvan iedereen een ledenring draagt. Nieuwe kandidaten zijn welkom als acht op de tien aanwezigen hen aanvaarden, en bij voorkeur worden kandidaten voorgesteld van wie de leden weten dat één van hen een grondige hekel aan hem heeft. Kortom: het wordt een avondje gieren, lachen, brullen en mekaar voor rotte vis uitschelden, om het met een maritieme term te zeggen. Dit jaar gingen de flauwe moppen vooral over de aanstaande verkoop van Anderlecht. Coucke lachte gezellig mee en gaf geen krimp. Daar denkt Lejaeghere meteen aan wanneer hij hoort wie de nieuwe eigenaar van Anderlecht is. 'In Durbuy moet Marc echt genoten hebben, wetende dat hij de club ging kopen terwijl wij, onnozelaars, van niets wisten.' Eind jaren 70 staat in het Gentse Sint-Pietersstation het perron richting Brugge vol Gentenaars met blauw-zwarte sjaals. Ze zijn in die dagen niet met velen, die op zondagmiddag naar Gentbrugge trekken voor de thuismatchen van de Gantoise, dat helemaal weggezakt is uit de top van het Belgische voetbal. Daar delen Anderlecht en Club de lakens uit. Ook Europees ambiëren ze in die jaren minstens de halve finales. In 1974, het jaar waarin het profvoetbal in België opgestart wordt, is AA Gent zelfs naar derde klasse gezakt, terwijl AS Oostende naar eerste is gepromoveerd en VG Oostende in tweede klasse uitkomt. Vreemd genoeg heeft Coucke als Gentenaar nooit iets met AA Gent gehad, geeft hij toe. 'Wel met Club, maar blauw-zwart kwam altijd op de tweede plaats, na Oostende.' Niet dat Marc een hekel had aan de Gantoise. Marc heeft aan niets of niemand een hekel, zeggen zijn vrienden. Hij kende de club gewoon niet. Wanneer AA Gent in het weekend thuis speelde, zat hij aan zee. Op zaterdagmiddag sloten zijn ouders André Coucke en Liliane Van Lancker de apotheek in de Kortrijksepoortstraat in Gent, stopten de kinderen en de hond in de auto en reden naar hun appartement in Oostende. Daar trok de jongste Coucke in de vooravond naar de Koninklijke Oostendse Schaakkring, en op zondagmiddag met zijn vader en oudere broer naar het voetbal. De ene week naar het groen-rode AS Oostende in het Albertpark, de andere week naar het geel-rode VG, het Vanneste Genootschap, dat sinds 1921 voetbalde in het intussen afgebroken stadion Armenonville aan de rand van het Maria Hendrikapark, waar zich nu het AZ Damiaan bevindt. Wanneer Coucke tien jaar is, in het seizoen 1975/76, eindigt ASO zelfs twaalfde onder trainer Norberto Höfling. Jan Simoen, bijgenaamd Gerd Müller, wordt tweede in de Belgische topschutterslijst na Alfred Riedl van Standard. Zijn goals worden aangebracht door de snelle linksbuiten José Mortier uit Aalter en de Nederlander Hennie Heijt.Er spelen flink wat kustjongens mee, onder wie Oostendenaar en verdediger Roger Coenye. In de zomer klust Coucke jarenlang bij door op het strand van Oostende strandstoelen en windzeilen op te stellen. 'Dat betaalde nauwelijks, maar ik kreeg wel drinkgeld van de mensen.' Op zijn achttiende gaat Coucke in Gent farmacie studeren, hoewel hij ervan droomt om leraar wiskunde te worden. Hij neemt zelfs deel aan het toelatingsexamen voor Burgerlijk Ingenieur, en slaagt. 'Ik heb altijd graag met cijfers gewerkt. Maar uiteindelijk heb ik toch maar voor de veiligheid gekozen.' De reden is vrij simpel: begin jaren 80 is de jeugdwerkloosheid enorm en het fatalisme bij jonge mensen groot. Dus bedenkt Coucke: 'Mijn vader heeft een apotheek in Gent, dus als ik zelf ook farmacie ga studeren, kan ik die later overnemen en ben ik zeker van een job.' Hoewel hij thuis blijft wonen, geniet Coucke met volle teugen van het studentenleven. Hij heeft zich voorgenomen om geen enkele les maar ook geen enkel feestje te missen. 'Ik heb altijd geprobeerd al wat ik doe zo goed mogelijk te doen.' Dus zit hij vijf jaar lang een aantal ochtenden met kleine oogjes in de les, nadat hij drie avonden per week doorbrengt in zijn stamkroegen in de Gentse Overpoortstraat. In café Pallieter, bij Georges,zal hij zijn vrouw Nathalie leren kennen. Op dinsdag en donderdag zit hij twee cafés verder, in De Salamander, bij Rita en Luc, bijgenaamd Pottie, die de zaak al sinds 1979 runnen en nog steeds achter de toog staan. Coucke is er van meet af aan een graag geziene gast, met zijn witte kiel, zijn pet, zijn studentenlint en vooral zijn codex met studentenliederen. Achter het café is een klein zaaltje waar hij vier jaar lang als preses de vergaderingen van het presidium van de farmaciekring leidde. 'In een presidium leer je ongelofelijk veel zaken die je later van pas komen in de bedrijfswereld, zonder dat je er leergeld moet voor betalen. Je leert in team werken, een businessplan opstellen, en je amuseert je ook nog eens te pletter.' Tijdens Couckes studentenjaren halfweg de jaren 80 is de hiërarchie in het Belgische voetbal veranderd. AA Gent speelt weer in eerste klasse en gaat ook Europa in, terwijl AS en VG Oostende zijn afgegleden naar derde klasse, waar ze in 1981 fusioneren tot KV Oostende, dat in het stadion van AS aan de slag gaat met het stamnummer 31 van VG. In 1987 wordt de naar de kust uitgeweken Aalstenaar en tapijtenfabrikant Eddy Vergeylen,al sinds 1982 sponsor, voorzitter van de fusieclub. Intussen heeft in 1990 een studiegenoot van Coucke, Yvan Vindevogel, de Gentse apothekerszoon tijdens diens legerdienst overtuigd om mee te stappen in een pas opgericht bedrijfje. Vindevogel maakte in de loods bij zijn ouders zelf shampoo en het duo verkoopt die 's namiddags aan apothekers. Dat wordt ook hun eerste slogan op een beurs: 'Van apothekers, voor apothekers.' De eerste jaren keren de twee elkaar geen loon uit. Eerst willen ze 50 miljoen frank (1,24 miljoen euro) omzet realiseren. In 1994 doet een Nederlands bedrijf een bod van omgerekend 5 miljoen euro op Omega Pharma. Vindevogel wil verkopen, Coucke niet. Zo staat hij op zijn 29e voor wat hij de moeilijkste keuze ooit in zijn leven zal noemen: mee het bedrijf verkopen en een grote som op zijn bankrekening krijgen, of zijn vennoot uitkopen en 100 miljoen frank schuld hebben. Hij kiest voor de moeilijke weg en gaat alleen door met Omega Pharma. Bij de thuiswedstrijden van KV Oostende merkt toenmalig voorzitter Eddy Vergeylen Coucke op. Vergeylen heeft in een hoek van het hoofdgebouw Club 31 ingericht, een champagnebar waar Coucke al eens komt met Philippe Develter, toenmalig ondervoorzitter, vriend van Vergeylen en plaatselijk apotheker. Bij de allereerste promotie naar eerste klasse in 1993 wordt Coucke zelfs lid van de vzw. Wanneer in 1998 Aimé Desimpel als hoofdsponsor stopt, vraagt Vergeylen Develter of die niet eens bij Coucke wil polsen om hoofdsponsor te worden. Toen al was de Gentenaar niet iemand die gewoon mee aan tafel zat, maar iemand die impulsen gaf, herinnert Vergeylen zich: 'Ik was toen voorstander om een nieuw stadion te bouwen aan de Schorre, maar van Marc mocht ik dat niet meer zeggen. Hij vond het net uniek dat mensen van de zeedijk in het stadion konden stappen. Ik zei toen al eens dat ik nog nooit een kabeljauw op de tribune had gezien, om aan te geven dat het hinterland van de club wel erg beperkt was, maar ook die uitspraak mocht ik van hem niet meer herhalen. Monaco en Barcelona lagen ook aan zee, was zijn reactie, om aan te geven dat het wél kon, succesvol zijn aan zee.' Wanneer Oostende na een paar mooie jaren terugzakt, eerst naar tweede en dan naar derde klasse, stapt Coucke op. Vergeylen snapt dat: 'Marc houdt van de top. En wij waren geen top meer.' Coucke geeft dat later ook aan: 'Toen KVO naar derde zakte, voldeed het niet meer als platform om klanten uit te nodigen.' In die tijd situeert zijn uitgaansleven zich in het Brugse. In café De Vuurmolen nodigt hij zijn Brugse vrienden uit om eens naar KVO te komen kijken, terwijl zij hem meenemen naar Club Brugge. Wanneer zijn vriend Sam Sabbe in 2003 eerst lid en later financieel directeur wordt van Club Brugge, treedt ook Coucke toe tot de vzw. Voor elke Europese thuismatch huurt hij een loge in het stadion. Na de match trekt het gezelschap naar café De Reisduif waar Coucke als dj zijn geliefkoosde Vlaamse schlagers speelt en het zo leuk wordt dat veel aanwezigen vanaf de volgende match een hotelkamer boeken voor de volgende nacht. Na een paar jaar durft Coucke zich supporter van Club te noemen. 'Niet meer zoals je als kleine jongen voor een team supportert. Als ik echt supporter wil zijn, ga ik naar Oostende.' Club Brugge omschrijft hij in die tijd als een club die heel dicht bij het volk stond. 'Klanten vinden om naar Club te komen is makkelijk. We moeten mensen weigeren, we hebben wachtlijsten. Alleen is het hoog tijd dat het nieuwe stadion er komt. De service die je de klanten er kunt geven, is niet meer van deze tijd. Het zit snel vol, er is onvoldoende parkeerplaats.' Toch, zegt hij nog in 2006, dat wielrennen zijn grote liefde blijft: 'Wielrennen is het gevecht van de mens tegen de natuur, voetbal is het gevecht van mens tot mens. Ook in het voetbal zoek ik de Flandriens. Gert Verheyen belichaamt dat helemaal.' In 2002 is hij in het wielrennen gestapt, eerst bij Quick-Step, met Davitamon. In 2011 staat zijn Omega Pharma dankzij Philippe Gilbert op de eerste plaats op de UCI-ranking, maar is het stilaan tijd om terug te keren naar het voetbal. Via Marc Coucke leert Yves Lejaeghere - ze zitten samen in de vzw van Club - KV Oostende kennen. Coucke nodigt hem uit voor een thuiswedstrijd van KVO. Wanneer Oostende op twee na laatste staat in tweede klasse, is voorzitter Eddy Vergeylen moe van het op en neer deinen met zijn 'sloepje', zoals hij zijn club zelf noemt. Lejaeghere ziet het voorzitterschap zitten, met het oog op een terugkeer naar eerste. 'Tenslotte was Oostende de achtste stad van het land. Ik wilde de club in vijf jaar terug naar eerste brengen, met de bedoeling Oostende dan te verkopen. Want in tweede en derde moet je weleens 200.000 euro bijpassen, en dat kon ik, maar in eerste zijn dat meteen miljoenen en dat kapitaal had ik niet.' Wanneer Oostende in 2013 naar eerste promoveert, verkoopt Lejaeghere zoals gepland de op dat moment schuldenvrije club aan Patrick Decuyper die de jaren daarvoor bij Zulte Waregem zat.Wanneer hij hoort wat Decuyper wil doen, Oostende naar Antwerpen verhuizen, annuleert hij de verkoop: 'Ik had twee miljoen gekregen: één miljoen contant, één miljoen in aandelen. Marc vond dat knap, wat ik voor zijn ploegsje had gedaan.' Op dat moment krijgt Coucke een ingeving. Hij is de koerssponsoring beu en merkt wat een enorme publiciteit dat voetbalverhaal van de verhuis van Oostende oplevert. Hij gooit zijn vriend een reddingsboei toe: 'Dit is iets wat ik graag zou doen, voorzitter worden van KVO.' Voor één miljoen euro koopt Coucke 60 procent van de aandelen, later verwerft hij nog eens 30 procent. Sinds zijn komst is er 20 miljoen uitgegeven, waarvan 12 miljoen voor de verbouwingen aan het stadion. Bij de overname in 2013 bedraagt het budget van KVO 4 miljoen euro, vier jaar later is dat 15 miljoen. Pas na vier jaar maakt KVO onder Coucke voor het eerst winst: 2,8 miljoen euro leverde het seizoen 2016/17 op, maar dan vooral via de verkoop van de spelers Jordan Lukaku (5 miljoen) en Landry Dimata (10 miljoen) aan respectievelijk Lazio en Wolfsburg. Op Anderlecht bevindt Coucke zich als het ware in een nieuwe speelgoedwinkel, veel groter dan die in Oostende, waar hij wel een band mee blijft houden omdat hij er iedereen kent. Als hij in de spionkop gaat staan, vindt hij daar de mensen terug met wie hij twintig jaar eerder ook in die tribune stond. Maar Coucke is niet alleen een pleziermaker, hij kan ook goed rekenen. Yves Lejaeghere: 'Marc is een schaker. Iemand die altijd in alles wat hij onderneemt de beste wil zijn. Hij denkt altijd vier stappen vooruit.''Marc is zoveel slimmer dan de anderen. Op wintervakantie hielden we eens een wedstrijd om een gedichtje te maken. Na tien minuten hadden wij iets in mekaar geflanst, maar in die tijd had hij een gedicht gemaakt in het Frans en ook nog eentje in het Engels.''Tegelijk is hij ook enorm sociaal. Dat heb je zelden, iemand met een hoog IQ én met een hoog EQ. Hij kan met iedereen omgaan. Toen we vroeger op wintervakantie gingen, stapten we samen een café binnen, en na een halfuur stond hij daar achter de discobar Vlaamse schlagers te zingen, Laura Lynn en De meeste dromen zijn bedrog. En iedereen joelde mee.' In die zin is Coucke een andere voetballeider dan Roland Duchâtelet, die nochtans familie is. Couckes grootvader en Rolands grootmoeder waren broer en zus. Maar terwijl Duchâtelet strategisch uitrekende hoe de economie rond voetbalploegen in elkaar zat, ageert Marc vanuit zijn buikgevoel. Hij durft best brutaal te zijn, maar kan ook incasseren, weet Lejaeghere. 'Marc spaart niemand, maar hij komt daar altijd bij iedereen mee weg. Waar mijn schaamte stopt bij zes op tien gaat hij door tot negen op tien. Hij durft te zeggen wat wij hooguit durven te denken.' 'Zijn grootste kwaliteit is dat hij zich door niemand de les laat lezen. Iedereen denkt dat hij geen polonaise durft te organiseren op Anderlecht? Ga over een jaar maar eens kijken. Anderlecht zal niet meer het Anderlecht zijn wat het voorheen was, het wordt een club waar veel ambiance zal zijn.' Coucke verstaat ook perfect de kunst om een kameleon te worden. 'Als hij één week op Anderlecht is, wordt hij paars en wit vanbinnen en vanbuiten.' Dat hij bij zijn eerste kennismaking met de pers vijftig journalisten en vijftien camera's tegenover zich kreeg, schrikt hem niet af. Hoe meer journalisten en hoe meer persaandacht, hoe liever hij het heeft. Lejaeghere: 'Hij doet niets liever. Als hij maar in de belangstelling kan staan. Daarom was hij ook elk jaar preses aan de unief. Hij moet altijd haantje-de-voorste zijn. Hij kan die rol ook aan, kan de mensen entertainen.' Is er eigenlijk iets wat Coucke niet kan? Lejaeghere grijnst: 'Zingen!' Eddy Vergeylen, erevoorzitter van KV Oostende, ziet nog twee eigenschappen die Coucke typeren: 'Zijn vooruitziendheid en zijn durf. Van Oostende naar Anderlecht gaan, dat is durven. Niet elke ondernemer durft wat Marc doet. Alexandre Van Damme heeft Anderlecht niet overgenomen, hé.' Vergeylen gunt Coucke zijn exit, ook al doet het pijn, omdat hij weet dat een mens alleen maar kan zijn wie hij is: 'Marc is altijd Marc geweest.' Op het netvlies van de erevoorzitter staan nog beelden van de video van Couckes trouw, toen de genodigden op tafel dansten, zwaaiend met zakdoeken. Ook zoveel jaar later entertaint Coucke moeiteloos een zaal, terwijl hij toch geen geboren rastalent is als zanger. 'Zingen op een podium als je niet goed kunt zingen: dat moet je durven, hoor. Ik zou dat niet durven. Maar Marc, die durft dat allemaal.' En hij haalde half België naar de kust: 'Marc is een magneet die mensen aantrekt. Ik kon heel Oostende mobiliseren, maar Marc Coucke kan heel Vlaanderen mobiliseren. Voor mij is Marc Coucke de Messias die in Oostende was neergestreken.' Vorige week woensdag trok Marc Coucke met een bang hart naar Oostende-Genk, een wedstrijd die uiteindelijk niet zou doorgaan. Het was de eerste wedstrijd na de overname van Anderlecht in Oostende zelf, en hij was vooral benieuwd hoe de thuisaanhang en de entourage die hij zelf in de loop van de voorbije drie jaar naar het Albertpark had gelokt, zou reageren. Dat viel heel erg mee. Eddy Vergeylen: 'Marc zei me: 'Ik ben content dat je me nog een hand wilt geven.' Hij had meer tegenstand verwacht en was opgelucht dat de reacties meevielen. Maar dat is toch logisch? Marc is hier gekomen met in zijn zog een vloot aan investeerders. Was hij hier nooit gekomen, waar hadden we dan nu gezeten? Ik heb de mensen gezegd dat we vooral dankbaar moeten zijn om wat we dankzij Marc allemaal hebben mogen beleven. Was hij tegen een boom gereden, was het veel erger geweest, hé. Hij zal ons blijven helpen. Hij gaf aan dat hij volgend seizoen businessseats wil kopen. Ik heb meteen gezegd: hier met dat contract, voor hij zich bedenkt', lacht Vergeylen. Boos kan Vergeylen nooit zijn op Coucke: 'Mijn hart als erevoorzitter bloedt, maar dit moest eens gebeuren. Marc zat op het boemeltreintje dat KV Oostende toch is. Toen ineens de TGV die Anderlecht is voorbij raasde, is hij daar meteen opgesprongen. Marc is de kampioen van de overnames. Altijd op zoek naar opportuniteiten. Ik kan me zo inbeelden hoe dat met Anderlecht gegaan is. Hij hoorde wat de anderen wilden bieden, dacht even na, zweeg tegenover al zijn vrienden en nam dan ineens de zaak over.' Heeft hij ooit het gerucht opgevangen dat Coucke van plan was om Club Brugge over te nemen, maar zich inhield toen hij merkte dat Bart Verhaeghe daar voluit voor ging? Neen, zegt Vergeylen, maar zeker weet hij het niet: 'Als Marc iets niet doet, zwijgt hij en zul je het nooit te weten komen.' Later gaf Coucke dat intern weleens aan, wanneer hij met KVO naar Club trok: 'Dit hadden we moeten overnemen.' Club, dat was zijn natuurlijke biotoop geweest, om een netwerk uit te bouwen en plezant te doen. Vergeylen verwacht niet dat Coucke op zijn bek zal gaan in de andere wereld die Brussel toch is. 'Marc zal eerst de kat uit de boom kijken en dan zal hij zich profileren. Je moet niet denken dat Marc zich aan Anderlecht zal aanpassen. Het zal omgekeerd gaan. Het zal Anderlecht zijn dat zich aan Coucke zal aanpassen.'