In maart 2020 dachten we nog dat een griepje ons overviel. Meer dan een jaar later is de impact van deze crisis bijna niet te overzien. In november meldde de Pro League nog dat de Belgische profclubs een collectief inkomstenverlies van 275 miljoen euro hadden geleden, een cijfer dat intussen allicht een pak hoger ligt.
...

In maart 2020 dachten we nog dat een griepje ons overviel. Meer dan een jaar later is de impact van deze crisis bijna niet te overzien. In november meldde de Pro League nog dat de Belgische profclubs een collectief inkomstenverlies van 275 miljoen euro hadden geleden, een cijfer dat intussen allicht een pak hoger ligt. De reële gevolgen van deze gezondheidscrisis zullen we pas volgend jaar zien, ook op sportief vlak. De jeugdreeksen van onze profclubs hebben op de vijf eerste speeldagen na stilgelegen en de trainingen zijn af en toe kunnen doorgaan. Welke invloed zal dit jaar hebben op het potentieel van de jeugdspelers van Belgsiche 1A-clubs? Wij gingen langs op Neerpede en bij de Essevee Academie.In januari benoemde Mathieu De Smet van Zulte Waregem het probleem in een interview met de Krant van West-Vlaanderen: 'Vaak viel ik als 19e man net naast de wedstrijdselectie. Geduld was een mooie zaak. Tegen Waasland-Beveren stond ik voor het eerst aan de aftrap in zeven maanden tijd. Dat voel je wel.' Voor de talenten op de rand van de eerste ploeg is het een lastige periode. Ze hebben weinig of geen minuten gemaakt voor de hoofdmacht van hun club en doordat de beloftencompetitie al sinds oktober stilligt, ontwikkelden ze geen wedstrijdritme. 'In die fase van hun carrière hebben ze echt speelminuten en competitie nodig', vindt Joric Vandendriessche, sportief coördinator van Zulte Waregem. Jean Kindermans, reeds vijftien jaar jeugdcoördinator bij Anderlecht, is voornamelijk bezorgd over de 15- en 16-jarigen, een belangrijke leeftijd voor de fysieke vorming: 'Voor de talenten die net naast de wedstrijdkern vallen, voorzien we oefenwedstrijden, net als voor de U21. De leeftijdscategorieën daaronder zullen wat meer tijd nodig hebben om het normale ritme weer op te pikken.' Beiden slaan zichzelf trots op de borst dat hun jeugdspelers, ondanks de situatie, niet veel vertraging hebben opgelopen. Toch zien zowel Kindermans als Vandendriessche belangrijke uitdagingen na corona: 'Wanneer we terug kunnen opstarten, moeten we dat behandelen als de voorbereiding op een seizoen en rustig opbouwen. Zo voorkomen we zware blessures.' Kindermans voegt eraan toe: 'Door de beperkende maatregelen mochten de meeste spelers, op een aantal toptalenten na, al een jaar niet meer in het krachthonk werken. Qua pure kracht vrezen we dus wel voor een grotere achterstand.' Alle onderzoeken wijzen uit dat jongeren momenteel mentaal afzien van deze crisis. Voor topsporters komt daar extra druk bij kijken omdat ze dag in dag uit moeten presteren. Dat moet in een periode zonder wedstrijden waardoor de belangrijkste prestatiemomenten wegvallen. Tijdens de eerste lockdown, richting het seizoeneinde, konden ze zich amper of niet ten volle bewijzen. 'We weten dat onze schoolgaande jeugd en de medewerkers hieronder lijden. We boden hen de energie en de zuurstof die ze in de maatschappij misten, dus legden we de nadruk op voetbalplezier en de mens achter de speler of speelster', legt Vandendriessche uit. 'We willen spelers voor de A-ploeg ontwikkelen, maar zonder een goede mentale gezondheid is dat ook niet haalbaar.' Op Neerpede zijn enkele ketjes uit het Brusselse voor een korte periode van de radar verdwenen. 'Lessen en trainingen vanop afstand vereist een laptop en bepaalde software, wat voor sommigen een materieel probleem was. Gelukkig loste onze pedagogische cel dit snel op waardoor iedereen terug mee was', weet de jeugddirecteur van RSCA. Ieder seizoen evalueren profclubs hun jeugdwerking. Met welke talentjes willen ze voort? Wie is niet meer nodig? Trekken we nieuwe jongen of meisjes aan? Het is inherent aan topsport. Wie niet mee kan in die survival of the fittest, valt af. Het is een stressvol proces waar in het voetbal meer aandacht aan kan worden besteed. Doorheen het afgelopen seizoen waren er erg weinig meetmomenten voor een ordentelijke evaluatie en dus houden de clubs daar ook rekening mee. 'Ja, we waren wel milder', erkent Vandendriessche. 'Behalve enkele spelers over wie we té veel twijfels hadden of op scharnierleeftijden (U13 & U18-U21) waar twee teams samenvloeien, bleef iedereen bij ons.' Hetzelfde geluid bij RSCA: 'We besloten om iedereen aan boord te houden, behalve enkele uitzonderingen waar niet-sportieve zaken een rol speelden.' De European Club Association (ECA) verdedigt de belangen van de Europese clubs. Jean Kindermans zetelt daar in een taskforce voor jeugdopleidingen. 'In de laatste vergadering vertelde mijn collega van Sporting Portugal dat de spelers er al die tijd niet naar school gingen, laat staan dat ze konden trainen', schrok de RSCA-man. Van een verloren generatie in België wil hij dan ook niet spreken. 'Enkel Moldavië en Oostenrijk zijn blijven voortdoen en veel landen hebben het slechter gehad.' Zowel Zulte Waregem als Anderlecht heeft een vijftal spelers naar de A-kern gepromoveerd. 'Er vertrokken dertien A-spelers, dus kwamen er ook plaatsen vrij', legt Kindermans uit. Vandendriessche ziet dit ook als een kans om de beste beloften te belonen: 'Nu trainen ze op een hoger niveau mee, een nieuwe uitdaging. Sommigen halen zelfs structureel de wedstrijdselecties, dus als je in opportuniteiten denkt is er wel wat mogelijk.' Die competitieve prikkels zijn nodig om de jeugdspelers gemotiveerd te houden zonder wedstrijden. Daarom moedigden de opleidingen hun trainers aan om naast de funfactor ook veel wedstrijdenvormen of kleine doelstellingen te gebruiken. Kindermans vergelijkt het met een student: 'Zonder de gezonde stress van deadlines of examens, zal het studeren op termijn minder vlot verlopen.' Of dit chaotische jaar hen ook iets heeft bijgeleerd over jeugd opleiden? Zeer zeker, maar Vandendriessche en Kindermans zijn eensgezind in hun antwoord: 'We hebben nieuwe software leren kennen en kunnen beter monitoren vanop afstand, maar eigenlijk willen we er niet al te veel van leren. Fysiek contact, tips geven en kunnen corrigeren, dat is de essentie van een jeugdacademie.'