'Ik heb me nog nooit zo slecht gevoeld.' Emilio Ferrera is weer aan het werk bij Seraing - verrassend bovenaan in eerste klasse B - maar hij staat nu in de Covidstatistieken en dat heeft hij geweten. Zowat de volledige staf, inclusief T2 Marc Grosjean, raakte besmet. In eerste instantie leek Ferrera de dans te ontspringen, maar toen sloeg het virus alsnog toe. 'De anderen waren niet heel erg ziek, maar voor mij was het een beproeving van veertien dagen. Ik ben nog nooit zo moe geweest. Ik had overal pijn. Wat me het meest zorgen baarde, was dat ik het niet te boven kwam. Je denkt dat het zes of zeven dagen zal duren, maar na tien dagen zie je nog steeds geen licht aan het einde van de tunnel.
...

'Ik heb me nog nooit zo slecht gevoeld.' Emilio Ferrera is weer aan het werk bij Seraing - verrassend bovenaan in eerste klasse B - maar hij staat nu in de Covidstatistieken en dat heeft hij geweten. Zowat de volledige staf, inclusief T2 Marc Grosjean, raakte besmet. In eerste instantie leek Ferrera de dans te ontspringen, maar toen sloeg het virus alsnog toe. 'De anderen waren niet heel erg ziek, maar voor mij was het een beproeving van veertien dagen. Ik ben nog nooit zo moe geweest. Ik had overal pijn. Wat me het meest zorgen baarde, was dat ik het niet te boven kwam. Je denkt dat het zes of zeven dagen zal duren, maar na tien dagen zie je nog steeds geen licht aan het einde van de tunnel. 'In de periode dat ik zo slecht was, had ik zelfs geen contact meer met mijn personeel. Ik had noch de zin, noch de kracht om mijn telefoon op te nemen. Ik lag plat in mijn bed. Ik heb zelfs een match van mijn team compleet gemist, dat zegt genoeg. En het kostte me een tijdje om mijn geur en smaak terug te krijgen.'Emilio Ferrera weet dat zijn topvorm veraf is. 'In normale omstandigheden probeer ik alle dagen minstens een uur te lopen. De eerste keer dat ik het opnieuw probeerde, nauwelijks een half uurtje, was ik kapot. De tweede keer voelde ik me wat beter en deed ik iets meer, en vervolgens was ik gaar voor de rest van de dag. Ik realiseerde me dat mijn lichaam er nog niet helemaal klaar voor was. Ik heb zeer veel antilichamen. Dat wil zeggen dat ik in theorie langer beschermd ben, maar ook dat het virus hard heeft toegeslagen.' Het is een cliché, maar leer je relativeren nadat je zoiets hebt meegemaakt? Emilio Ferrera: 'Duidelijk. Bepaalde dingen zie ik nu anders. Voordien legde ik mezelf een onhoudbaar ritme op. Ik stond om vijf uur op, om zes uur vertrok ik en om half acht was ik op de club. Ik ontbeet met de groep, daarna volgde een training, lunch, op bepaalde dagen nog een tweede training en dan nog werk daarna. Het was te veel, dat realiseer ik me nu. Door Covid heb ik begrepen dat je je lichaam niet de hele tijd tot het uiterste kan drijven. Ik was misschien té betrokken. Ik zeg niet dat ik minder ga doen voor de club, maar ik wil wel meer aan mijn gezondheid denken. Ik vertrek nu een beetje later. Eens de vijftig voorbij, kom je op een leeftijd dat je een beetje moet oppassen.' Toen ik je carrière nog eens bekeek, ontdekte ik dat je bij Seraing gespeeld hebt. Ferrera: 'Gespeeld heb ik hier niet echt. Ik heb me alleen maar aangesloten omdat ik mijn dienstplicht hier in de regio vervulde. Dat was begin jaren negentig, toen de club op weg was naar eerste klasse en de Brazilianen Isaias, Wamberto en Edmilson arriveerden. Zelf trainde ik met de reserven, een officiële match heb ik niet gespeeld. Ik ben slechts enkele maanden gebleven.' Wat blijft je bij uit die periode? Ferrera: 'Het beeld van een club die hetzelfde probeerde te doen als nu. Ze waren met van alles bezig: de renovatie van de gebouwen, het opzetten van betere oefenterreinen. Toch is er nog werk aan de winkel. Momenteel trainen we in nogal moeilijke omstandigheden. De terreinen zijn op het randje, maar dat komt ook omdat we erg laat promoveerden en niemand voorbereid was om dit seizoen in 1B te spelen. Ik ken de infrastructuur in Deinze, Westerlo, Lommel en Brugge: we spreken niet over hetzelfde. Binnen onze divisie komen wij er het meest bekaaid vanaf, samen met RWDM misschien.' Het is een bijzonder kampioenschap: slechts acht ploegen, vier matchen tegen elke tegenstander, iedereen kent elkaar perfect. Ligt de routine dan niet op de loer? Ferrera: 'Het klopt dat er een zekere routine is, maar het is een competitief, veeleisend kampioenschap. We hebben vaak kritiek op 1B, maar met zestien teams loop je het risico dat het niveau veel lager ligt. Nu spelen we op hoog niveau. Het beste bewijs is het parcours dat OH Leuven en Beerschot dit seizoen afleggen. Zij bouwen verder op vorig seizoen.' 'Er is kritiek op de formule omdat ze niet erg sexy is, maar sportief werpt ze wel vruchten af, en dat is het belangrijkste. Een paar jaar geleden maakte ik bij Leuven al kennis met de 1B met acht clubs, en ik had er een hekel aan. Het was helemaal niet hetzelfde voetbal. Iedereen wachtte op een fout van de tegenstander, we neutraliseerden elkaar voortdurend. Dat is vandaag niet meer het geval. De meerderheid van de teams brengt positief voetbal en dat zie je terug in het aantal gescoorde doelpunten. Dat is veel leuker. 'Het is heel jammer dat er niet meer over dit kampioenschap wordt bericht. Dat lijkt misschien paradoxaal omdat de wedstrijden live worden uitgezonden, maar wie heeft het daarnaast over 1B? Wie had eind vorig seizoen drie Beerschotspelers kunnen opnoemen? Dit is een kampioenschap voor professionals, voor scouts.' Wat heeft die evolutie naar een meer offensief spel in gang gezet? Ferrera: 'De ingesteldheid van de trainers, denk ik, en ook de ambitie van de clubs. Verschillende teams willen duidelijk promoveren, met grote budgetten.' We weten dat je erg streng bent. Hoe reageer je als je team met 3-2 of 5-3 wint? Blij om de gemaakte doelpunten of boos over het aantal tegendoelpunten? Ferrera: 'Dat georganiseerde voetbal, dat is een beetje het imago dat ik meedraag, ik weet het. Maar je moet de context zien. In het begin van mijn carrière moest ik vaak werken met clubs die heel weinig middelen hadden. Op die momenten roei je met de riemen die je hebt. Nu heb ik zoveel jaren meer ervaring. We evolueren allemaal, je blijft niet je hele carrière hangen in een bepaald soort voetbal. 'We hadden ons niet elke week aan clean sheets verwacht. Onze manier van spelen brengt risico's met zich mee. We waren ons ervan bewust dat onze verdedigers het regelmatig hard te verduren zouden krijgen, wat waarschijnlijk in heel wat tegendoelpunten zou resulteren. Toch heb ik alle vertrouwen in onze offensieve capaciteiten en dat blijkt terecht, want we scoren veel. Langs de ene kant zou je kunnen zeggen dat een ploeg die zoveel doelpunten binnen krijgt moeilijk voor de titel kan spelen. Langs de andere kant kan je denken dat een team dat zoveel doelpunten maakt niet voor het behoud zal spelen. En dat blijft ons doel: het behoud.' Jullie seizoensstart heeft dat niet veranderd? Ferrera: 'De ambitie is nog steeds om in 1B te blijven en de spelers beter te maken. Natuurlijk ben ik verrast over ons huidige klassement. Ik had niet verwacht dat we na een derde van het kampioenschap nog steeds bovenin zouden meedraaien. Niet omdat de spelers niet voldoende getalenteerd zijn, maar omdat onze voorbereiding niet gericht was op spelen in de top van het klassement. Het doel was veeleer om de jongeren van Metz sterker te maken en die van ons naar een hoger niveau te brengen. Het waren meer individuele doelstellingen.' Hoe verloopt de samenwerking met Metz? Ferrera: 'Het is spijtig dat ik dit pas zo laat in mijn carrière meemaak. Ik heb zelden met mensen gewerkt die zo goed begrijpen hoe ik de dingen zie: mijn voetbalfilosofie, mijn trainingsmethoden... Zoiets heb ik in het verleden twee keer gekend: bij Lierse en daarna in Anderlecht met Herman Van Holsbeeck. Hier is het des te aangenamer omdat ik geen druk voel om resultaten te boeken. De mensen van Metz zijn er altijd om ons te steunen, maar ze staan nooit in de weg. En ik voel voortdurend de steun van onze voorzitter, Mario Franchi, die over de lokale verankering waakt.' Heb je de indruk dat de jongeren van Metz al een stap hogerop gezet hebben sinds ze aankwamen? Ferrera: 'Ik hoop van wel, het zou vervelend zijn als dat niet het geval was. Ze spelen regelmatig, ze boeken vooruitgang. De meest opvallende is natuurlijk Georges Mikautadze. Hij zit al aan een vijftiental doelpunten, terwijl hij er in zijn hele vorige seizoen slechts zes scoorde met de reserven van Metz. Ik begrijp waarom Metz hem dit seizoen bijna in de eerste ploeg zette.' Heeft Seraing de ambitie om op langere termijn in eerste klasse te spelen? Ferrera: 'Dan hebben we betere infrastructuur nodig voor het dagelijkse werk. Anders zal dat een probleem worden. Daarnaast moeten we ook meer mensen naar het stadion krijgen. Waartoe dient het om in eerste klasse te spelen als je geen publiek hebt? De club is lang weg geweest uit het profvoetbal, dat voel je aan het enthousiasme. Maar het zou natuurlijk geweldig zijn om met Seraing weer naar eerste klasse te gaan.' In de beker spelen jullie tegen Standard. Was dat de best mogelijk loting? Ferrera: 'Voor de mensen van Seraing is dat natuurlijk prachtig, een droom. Vooral omdat de match bij ons wordt gespeeld. Seraing heeft Standard blijkbaar nog nooit verslagen in een officieel duel. Ik zeg niet dat het ons nu zal lukken, maar het zal een mooie affiche worden en misschien herschrijven we de geschiedenis wel.' Weet je hoeveel werkgevers je al had sinds je trainer werd? Ferrera: 'Zo'n vraag is dikwijls pejoratief. De mensen zien dat als iets negatiefs.' Meer dan 25 werkgevers op iets meer dan 25 jaar tijd... Ferrera: 'Om te beginnen had ik vaak de pech om bij een club terecht te komen die vervolgens een institutionele crisis doormaakte. Crisissen die leidden tot een faillissement of een overname. Wat meestal de komst inluidt van een nieuwe technische staf. Dit was het geval bij Beveren, Lierse, RWDM. Ook bij Club Brugge maakte ik een grote crisis mee: Michel D'Hooghe en Marc Degryse vertrokken. Hetzelfde in Genk: Gunter Jacob bracht mij binnen en vertrok, Dirk Degraen volgde. 'Bij Anderlecht ging het goed met de beloften, maar Roger Vanden Stock besloot plots om zijn aandelen te verkopen. Ik denk niet dat hij en Herman Van Holsbeeck me zouden hebben laten gaan. Toen Marc Coucke arriveerde, feliciteerde hij me met onze titel. Ik ben de eerste trainer die hem een prijs heeft bezorgd.' Een eerste C4 doet ongetwijfeld pijn, maar kan je zoiets met de jaren beter verteren? Ferrera: 'Neen, voor mij is dat altijd even pijnlijk. En het ene afscheid is nog moeilijker dan het andere. Bij Club Brugge verliep alles volgens de regels van de kunst. Bij Genk ben ik daarentegen behandeld als een hond. 's Morgens vroeg, ik was nog thuis, kreeg mijn echtgenote een bericht: 'Veel moed aan Emilio.' Ze hadden op de radio al aangekondigd dat ik buiten lag, maar ik was zelf nog niet op de hoogte.' Je bent misschien de enige trainer die voor Club Brugge, KRC Genk, Anderlecht en Standard gewerkt heeft. Ben je daar trots op? Ferrera: 'Ja, omdat ik uit het provinciale voetbal kom, de amateurwereld. Destijds was het nog veel moeilijker dan nu om een kans te krijgen in een profclub als je zelf niet professioneel gespeeld had. Ik ben er trots op dat ik ben kunnen opklimmen, en van een contract bij een grote club krijg je nog meer voldoening. 'Als ik erop terugkijk, realiseer ik me wel één ding: ik was te jong om Club en Genk te coachen. Als je jong bent, heb je bijvoorbeeld de neiging om al je spelers op gelijke voet te plaatsen. Maar dat gaat in een grote club niet. Soms, als een ster wat laat komt opdagen of minder goed traint, moet je doen alsof je niets gezien hebt, je moet meegaander zijn. 'Wanneer je jong bent, heb je ook de neiging om te 'overanaliseren' en te 'overwerken' en om veel aandacht te schenken aan onbelangrijke details. Terwijl dat nergens toe dient, want het blijft voetbal. Kortom: als een grote club een jonge coach vertrouwt, is dat gevaarlijk. Voor de club en voor de coach.'