Urbain Braems lag als trainer aan de basis van de gouden jaren die Beveren vanaf 1978 beleefde. Hij won met de club de beker en later, in 1984, de titel. Tussendoor was Robert Goethals succesrijk. Over het sprookje dat Beveren toen beleefde staat een uitgebreide reportage in het februari-nummer van Sport/Voetbalmagazine.

We hebben Braems vaak geïnterviewd. Een bevlogen prater, een trainer en een pedagoog. En we maakten met hem een onvergetelijke reportage in Turkije waar hij, in twee periodes, bij Trabzonspor werkte. Overal waar Braems daar kwam werd hij luid toegejuicht. Urba-jien, Urba-jien werd er geroepen. Het klonk als een strijdkreet die even hard in de oren galmde als het gebed dat bij het ochtendgloren opsteeg uit de moskeeën. Nooit in zijn carrière werd hij zo op de handen gedragen als daar. Mensen klopten hem op de schouder, kusten hem op beide wangen en zorgden er zo voor dat een tocht door de één kilometer lange winkelstraat ruim een uur duurde. Tot drie keer toe werd hij ergens binnen geroepen om een kop thee te drinken. Hysterie in het kwadraat. Een Belg als volksheld te midden van een oriëntaalse sfeer.

Toen Braems de eerste keer bij Trabzon vertrok, midden 1990, werd er voor hem een afscheidsbanket georganiseerd. Op het einde kreeg hij een minutenlange ovatie. Braems moest vechten tegen de tranen. Hij keerde tijdens het seizoen 1991-92 nog eens terug naar de stad aan de Zwarte Zee. Geëmotioneerd door de dankbaarheid en erkentelijkheid van het bestuur die na een heupoperatie aan zijn ziekbed in Pellenberg stonden. Met een nieuw contract in de hand. De allerlaatste match daar was de mooiste uit zijn carrière. Trabzon speelde de bekerfinale tegen Bursa, verloor de heenwedstrijd met 3-0, maar veegde die ploeg in de terugmatch met 5-1 van het veld. Braems kreeg na het laatste fluitsignaal een pistool in de hand gedrukt. Hij moest vijf schoten lossen. Het was zijn afscheid aan Trabzon, zijn eindpunt ook als trainer.

Urbain Braems lag als trainer aan de basis van de gouden jaren die Beveren vanaf 1978 beleefde. Hij won met de club de beker en later, in 1984, de titel. Tussendoor was Robert Goethals succesrijk. Over het sprookje dat Beveren toen beleefde staat een uitgebreide reportage in het februari-nummer van Sport/Voetbalmagazine.We hebben Braems vaak geïnterviewd. Een bevlogen prater, een trainer en een pedagoog. En we maakten met hem een onvergetelijke reportage in Turkije waar hij, in twee periodes, bij Trabzonspor werkte. Overal waar Braems daar kwam werd hij luid toegejuicht. Urba-jien, Urba-jien werd er geroepen. Het klonk als een strijdkreet die even hard in de oren galmde als het gebed dat bij het ochtendgloren opsteeg uit de moskeeën. Nooit in zijn carrière werd hij zo op de handen gedragen als daar. Mensen klopten hem op de schouder, kusten hem op beide wangen en zorgden er zo voor dat een tocht door de één kilometer lange winkelstraat ruim een uur duurde. Tot drie keer toe werd hij ergens binnen geroepen om een kop thee te drinken. Hysterie in het kwadraat. Een Belg als volksheld te midden van een oriëntaalse sfeer.Toen Braems de eerste keer bij Trabzon vertrok, midden 1990, werd er voor hem een afscheidsbanket georganiseerd. Op het einde kreeg hij een minutenlange ovatie. Braems moest vechten tegen de tranen. Hij keerde tijdens het seizoen 1991-92 nog eens terug naar de stad aan de Zwarte Zee. Geëmotioneerd door de dankbaarheid en erkentelijkheid van het bestuur die na een heupoperatie aan zijn ziekbed in Pellenberg stonden. Met een nieuw contract in de hand. De allerlaatste match daar was de mooiste uit zijn carrière. Trabzon speelde de bekerfinale tegen Bursa, verloor de heenwedstrijd met 3-0, maar veegde die ploeg in de terugmatch met 5-1 van het veld. Braems kreeg na het laatste fluitsignaal een pistool in de hand gedrukt. Hij moest vijf schoten lossen. Het was zijn afscheid aan Trabzon, zijn eindpunt ook als trainer.