Het is al langer geweten: achter de schermen is Marc Coucke niet altijd de vrolijke Frans die hij ervoor is. In Oostende roept 'Het is weer Couckenbak', de Vlaamse schlager die hij er geregeld ten gehore bracht, op de werkvloer heel andere associaties op dan op de dansvloer. Namelijk die van een baas die slecht gezind en bot is, kwaad wordt om futiliteiten soms. Ook dat is wie hij is: zichzelf.

De norm die hij hanteert, is: het moet vooruitgaan en het liefst zo snel mogelijk. Zijn investeringen moeten opbrengen. Een speler die veel geld kost, moet spelen. Een speler die volgens hem veel geld kan opbrengen, moet ook spelen. Dat zegt hij tegen de trainer en dat doet hij niet altijd op een vriendelijke manier. Zo werd Adnan Custovic ooit zelfs publiekelijk de mantel uitgeveegd omdat hij Zinho Gano, een spits die zo'n twee miljoen euro kostte, een tijdje niet meer gebruikte. Yves Vanderhaeghe werd dan weer aangemaand om Nicolas Lombaerts op te stellen, een prestigetransfer die door de voorzitter hemzelf was doorgedrukt. De trainers kenden zijn voorkeuren. Ook bij KVO verscheen Coucke trouwens wel eens in de kleedkamer, vooral voor de wedstrijd, doorgaans in de rol van motivator.

Coucke wil altijd winnen, zelfs in het kaartspel kleurenwiezen, maar ook na een nederlaag is in Oostende onder zijn leiding het motto: feesten als de beesten. Gelukkige mensen zijn productiever en winstgevender. De polonaise groeit uit tot het clublied. De uitstraling van de club is sympathiek. Gastvrij. Warm. Iedereen is er welkom en iedereen lijkt van KVO te houden. In het Albertpark wordt het leven gevierd. De verkoper en de volksmens in de alomtegenwoordige voorzitter maakt er naam als schlagerzanger en stand-upcomedian. Een greep uit zijn rijk arsenaal aan Club Bruggemoppen:

-"Clubsupporters, als ge straks vertrekt, voorzichtig met ulder tracteurs, hé."

-"Weet je hoe een Clubsupporter een selfie neemt? Hij steekt zijn iPhone op een mestvork."

-"Naast de dug-out van Preud'homme hebben we twee vuilbakskes gezet. Eentje voor zijne pruimtabak, en eentje om zijn Calimero-eierschaaltje in te doen."

Hij steelt de show, er zit een marketingstrategie achter, maar hij is ook zo. Het is iets wat hij echt graag doet. Hij is een harde werker en een harde onderhandelaar, maar kan ook hard uit de bol gaan én hij is een geboren entertainer. Naar hartenlust liedjes zingen, al dan niet van boven op een tafel, dat doet hij al sinds zijn studententijd.

Het imago van Marc Coucke in Oostende is hoe dan ook positief. Hij is geen fils à papa. Zijn fortuin bouwde hij vanaf de grond zelf op. Na zijn apotheekstudies aan de Gentse universiteit volgde hij een managersopleiding aan de Vlerick Business School en begon hij met in een garage zelfgemaakte shampoo bij apothekers te leuren. Hij kent de waarde van een euro. Vrienden weten dat hij ook nu nog altijd niets kan kopen zonder korting te vragen, al is het vooral zijn enorme bezieling, zijn mastermind en zijn drang naar succes dat ze van hem onthouden. Maar hij is zo ambitieus, met zoveel zaken bezig en beleeft alles zo intens dat zijn brein wel eens kortsluit.

Marc Coucke, BELGAIMAGE
Marc Coucke © BELGAIMAGE

Blijven winnen

Want wanneer hij eind 2014 Omega Pharma voor 3,6 miljard euro verkoopt aan het Amerikaanse geneesmiddelenbedrijf Perrigo is dat niet om vanaf zijn vijftigste als een van de rijkste Belgen zorgeloos te gaan rentenieren. Integendeel. Hij wil blijven meespelen en blijven winnen en investeert niet louter meer in farmabedrijven, maar ook in hotels, restaurants, avonturen- en dierenparken, skihallen en bouwbedrijven, in biotechnologie en producenten van horloges, koffieautomaten et cetera. Eind december 2017 vindt hij ook in de sport een nieuwe uitdaging: in de hoofdstad koopt hij de Belgische topclub Anderlecht. Van wat intussen een ingedommeld familiebedrijfje wordt genoemd, wil hij een moderne, transparante onderneming maken die in deze snel veranderende tijden klaar is voor de grote uitdagingen van de toekomst en ook in Europa weer een belangrijkere rol kan spelen.

Sindsdien is in het Constant Vanden Stockstadion zowat alles veranderd. Binnenkort verdwijnt zelfs de naam Constant Vanden Stock om plaats te maken voor een sponsornaam. Wie nog niet is buitengezet, is niet op zijn gemak. Verworvenheden worden opnieuw genegotieerd, ook al staan ze zwart op wit op papier, ondervinden zeker ook makelaars. Wie niet wil plooien, is niet meer welkom. Sorry zeggen voor of na een ontslag is een gebruik dat hij blijkbaar niet kent. Het type dat graag een contract uitbetaalt, is hij evenmin en op een rechtszaak meer of minder kijkt de nieuwe baas niet. Tenslotte dient rechtspraak om recht te spreken.

Wie zijn botte stijl aan den lijve ondervindt, noemt hem een parvenu: iemand die rijk is geworden, maar de cultuur mist die bij die status hoort.

Wie oprecht van Anderlecht houdt, dus niet uit eigenbelang, houdt zijn hart vast. Wie zijn botte stijl aan den lijve ondervindt, noemt hem een parvenu: iemand die rijk is geworden, maar de cultuur mist die bij die status hoort. Vorige week vergeleek de eerder dit seizoen ontslagen coach Hein Vanhaezebrouck hem zelfs met Balthasar Boma van FC De Kampioenen, omdat hij zich moeit met de transfers, de ploegopstelling en de tactiek en zelfs al eens tijdens de rust van een competitiewedstrijd in de kleedkamer opdaagde om spelers instructies te geven. Alleen wie hem heel goed kent, vertrouwt erop dat de club er beter van zal worden, economisch én sportief, eens het ongemak en de pijn van de ingrijpende veranderingen geleden zullen zijn.

Limieten pushen

Het is de Marc Coucke die ze ook in de wielersport leerden kennen, toen hij daar in 2003 zijn intrede deed als sponsor van wielerploegen. Alomtegenwoordig, dynamisch en dominant. Ambitieus, enthousiast en sterk betrokken bij het operationeel management, waar hij soms ook zijn visie doordrukt. Een CEO die de camera niet schuwt, geniet van de aandacht en altijd bereid is zijn mening te geven.

Zijn discours gaat er over investeren om te groeien, over structuur en professionalisme, over met hart en ziel en efficiënt werken en betalen volgens het principe loon naar werken. Af en toe gaat het zelfs over het belang van de 'kleintjes' onder controle te houden, zoals het aantal drinkbussen dat gratis wordt uitgedeeld. Een euro is ook in de koers een euro en als je de wereldtop wil bestormen, onder meer door met Cadel Evans een gooi naar de Tourzege te doen, kun je maar beter elke euro optimaal benutten.

Als ambitieuze en enthousiaste sponsor met autoriteit zit hij er heel dicht op. Het gebeurt zelfs dat hij aan de meet de fiets van een van zijn poulains aanneemt en doorgeeft aan de mecanicien. Hij belt en sms't met renners en krijgt wel eens telefoon van coureurs die klagen omdat ze niet geselecteerd werden voor een wedstrijd. Maar, beweert hij, daar laat hij zich niet mee in, omdat dit het terrein van de sportief verantwoordelijken is. Althans, zolang er maar gepresteerd en voldoende gewonnen wordt.

Dat hij emotioneel zo betrokken is, zo meeleeft, zorgt ervoor dat hij er af en toe iets uitflapt wat hij er beter niet zou uitflappen. Zo sabelde hij ooit publiekelijk Peter Van Petegem neer. Ploegleiders krijgen in die tijd wel eens een sms met de vraag waarom er in een ontsnapping niemand van zijn renners mee is. En als hij naast hen in de volgwagen zit, zegt hij hoe er gekoerst moet worden. Achteraf beseft hij dat dat niet altijd gepast is, maar het is sterker dan hemzelf: als hij opgaat in de koers kan hij moeilijk zijn mond houden.

Maar vaak doet hij het ook heel bewust. Hij is een baas die niet alleen de grote beslissingen neemt, maar ook scherp toeziet op de operationele uitvoering ervan en er zich niet zelden in mengt, zelfs al kent hij niet de finesses. Hij zei het al vaker: hij moet zijn mening en ideeën kunnen delen. Met een ploegleider die denkt dat hij alles van koers weet, kan hij niet werken, verklaarde hij ooit. Een gemakkelijke om mee samen te werken, is hij in elk geval niet, doordat hij het allemaal van zo nabij volgt, doordat zijn communicatie direct is en hij in zijn streven naar succes limieten pusht. Hokjesdenkers en bewakers van de eigen comfortzone knappen op hem af. Als een medewerker niet presteert, is het niet om te lachen. Beursanalist Danny Van Quaethem vergeleek hem ooit met een veeleisende voetbaltrainer als Eric Gerets: iemand die een enorm enthousiasme kan uitstralen, maar tegelijk ook beenhard kan zijn voor zijn spelers.

Marc Coucke, Belga Image
Marc Coucke © Belga Image

Hogere ambities

Het is ook de weg die Coucke daarna inslaat: die van het voetbal. Zijn intrede als sterke man doet hij er bij KVO, de ploeg waarnaar hij als kind met zijn oudere broer ging kijken toen ze tijdens weekends en vakanties op het appartement van hun ouders op de zeedijk van Oostende verbleven.

Wie bij Anderlecht nog niet is buitengezet, is niet op zijn gemak. Verworvenheden worden opnieuw genegotieerd, ondervinden zeker ook makelaars.

Dat gaat evenmin onopgemerkt voorbij. Hij investeert in spelers, structuur en infrastructuur, koopt onder meer de hele staf van KV Kortrijk weg en de expansie kan niet snel genoeg gaan. Zijn weireldploegsje speelt voor het eerst play-off 1, wordt voor het eerst herfstkampioen, haalt voor het eerst de bekerfinale en debuteert zowaar Europees tegen Olympique Marseille. Maar in het jaar van de terugval verlaat hij de club van zijn hart voor hogere ambities in de hoofdstad.

Aan zee leverde ook lang niet elke transfer evenveel return on investment op als die van Jordan Lukaku, Landry Dimata en Adam Marusic op. Na zijn vertrek stellen zijn opvolgers vast dat de loonmassa veel te hoog is in verhouding tot de inkomsten. Zarko Tomasevic, die bij KV Kortrijk zowat voor een appel en een ei speelde, blijkt 750.000 euro te verdienen, Richairo Zivkovic 600.000 euro en Nicolas Lombaerts zelfs 1.000.000 euro. Loon naar werken bleek dat niet te zijn. Het voormalige weireldploegsje probeert nu te overleven op een identiteit die gebaseerd is op waarden en niet op poen.

In Brussel ondervond de hemelbestormer Coucke al dat een shortcut naar succes er niet mogelijk is. Ook daar deed hij zijn principe van loon naar werken al geweld aan. Met als pijnlijk voorbeeld Bubacarr Sanneh, de Gambiaanse centrale verdediger die eind augustus voor 8 miljoen euro werd gekocht bij Midtjylland maar niet eens basisspeler is en volgens Hein Vanhaezebrouck maar 2,5 miljoen waard is.

Behalve manager Herman Van Holsbeeck en coach Hein Vanhaezebrouck is intussen ook al Luc Devroe naar de uitgang geleid, de sportief directeur die Coucke van Oostende meenam. In hun plaats zijn gekomen: Fred Rutten (coach), Pär Zetterberg (sportief raadgever), Michael Verschueren (sportief directeur) en Frank Arnesen (technisch directeur). De grote baas stelt zich al een tijdje veel discreter op en laat het operationeel management meer zijn werk doen. En voor Club Bruggemoppen is het nog het moment niet.

Alain Eliasy, Chris Tetaert, Geert Foutré en Christian Vandenabeele

Het is al langer geweten: achter de schermen is Marc Coucke niet altijd de vrolijke Frans die hij ervoor is. In Oostende roept 'Het is weer Couckenbak', de Vlaamse schlager die hij er geregeld ten gehore bracht, op de werkvloer heel andere associaties op dan op de dansvloer. Namelijk die van een baas die slecht gezind en bot is, kwaad wordt om futiliteiten soms. Ook dat is wie hij is: zichzelf.De norm die hij hanteert, is: het moet vooruitgaan en het liefst zo snel mogelijk. Zijn investeringen moeten opbrengen. Een speler die veel geld kost, moet spelen. Een speler die volgens hem veel geld kan opbrengen, moet ook spelen. Dat zegt hij tegen de trainer en dat doet hij niet altijd op een vriendelijke manier. Zo werd Adnan Custovic ooit zelfs publiekelijk de mantel uitgeveegd omdat hij Zinho Gano, een spits die zo'n twee miljoen euro kostte, een tijdje niet meer gebruikte. Yves Vanderhaeghe werd dan weer aangemaand om Nicolas Lombaerts op te stellen, een prestigetransfer die door de voorzitter hemzelf was doorgedrukt. De trainers kenden zijn voorkeuren. Ook bij KVO verscheen Coucke trouwens wel eens in de kleedkamer, vooral voor de wedstrijd, doorgaans in de rol van motivator.Coucke wil altijd winnen, zelfs in het kaartspel kleurenwiezen, maar ook na een nederlaag is in Oostende onder zijn leiding het motto: feesten als de beesten. Gelukkige mensen zijn productiever en winstgevender. De polonaise groeit uit tot het clublied. De uitstraling van de club is sympathiek. Gastvrij. Warm. Iedereen is er welkom en iedereen lijkt van KVO te houden. In het Albertpark wordt het leven gevierd. De verkoper en de volksmens in de alomtegenwoordige voorzitter maakt er naam als schlagerzanger en stand-upcomedian. Een greep uit zijn rijk arsenaal aan Club Bruggemoppen:-"Clubsupporters, als ge straks vertrekt, voorzichtig met ulder tracteurs, hé."-"Weet je hoe een Clubsupporter een selfie neemt? Hij steekt zijn iPhone op een mestvork."-"Naast de dug-out van Preud'homme hebben we twee vuilbakskes gezet. Eentje voor zijne pruimtabak, en eentje om zijn Calimero-eierschaaltje in te doen."Hij steelt de show, er zit een marketingstrategie achter, maar hij is ook zo. Het is iets wat hij echt graag doet. Hij is een harde werker en een harde onderhandelaar, maar kan ook hard uit de bol gaan én hij is een geboren entertainer. Naar hartenlust liedjes zingen, al dan niet van boven op een tafel, dat doet hij al sinds zijn studententijd.Het imago van Marc Coucke in Oostende is hoe dan ook positief. Hij is geen fils à papa. Zijn fortuin bouwde hij vanaf de grond zelf op. Na zijn apotheekstudies aan de Gentse universiteit volgde hij een managersopleiding aan de Vlerick Business School en begon hij met in een garage zelfgemaakte shampoo bij apothekers te leuren. Hij kent de waarde van een euro. Vrienden weten dat hij ook nu nog altijd niets kan kopen zonder korting te vragen, al is het vooral zijn enorme bezieling, zijn mastermind en zijn drang naar succes dat ze van hem onthouden. Maar hij is zo ambitieus, met zoveel zaken bezig en beleeft alles zo intens dat zijn brein wel eens kortsluit.Want wanneer hij eind 2014 Omega Pharma voor 3,6 miljard euro verkoopt aan het Amerikaanse geneesmiddelenbedrijf Perrigo is dat niet om vanaf zijn vijftigste als een van de rijkste Belgen zorgeloos te gaan rentenieren. Integendeel. Hij wil blijven meespelen en blijven winnen en investeert niet louter meer in farmabedrijven, maar ook in hotels, restaurants, avonturen- en dierenparken, skihallen en bouwbedrijven, in biotechnologie en producenten van horloges, koffieautomaten et cetera. Eind december 2017 vindt hij ook in de sport een nieuwe uitdaging: in de hoofdstad koopt hij de Belgische topclub Anderlecht. Van wat intussen een ingedommeld familiebedrijfje wordt genoemd, wil hij een moderne, transparante onderneming maken die in deze snel veranderende tijden klaar is voor de grote uitdagingen van de toekomst en ook in Europa weer een belangrijkere rol kan spelen.Sindsdien is in het Constant Vanden Stockstadion zowat alles veranderd. Binnenkort verdwijnt zelfs de naam Constant Vanden Stock om plaats te maken voor een sponsornaam. Wie nog niet is buitengezet, is niet op zijn gemak. Verworvenheden worden opnieuw genegotieerd, ook al staan ze zwart op wit op papier, ondervinden zeker ook makelaars. Wie niet wil plooien, is niet meer welkom. Sorry zeggen voor of na een ontslag is een gebruik dat hij blijkbaar niet kent. Het type dat graag een contract uitbetaalt, is hij evenmin en op een rechtszaak meer of minder kijkt de nieuwe baas niet. Tenslotte dient rechtspraak om recht te spreken.Wie oprecht van Anderlecht houdt, dus niet uit eigenbelang, houdt zijn hart vast. Wie zijn botte stijl aan den lijve ondervindt, noemt hem een parvenu: iemand die rijk is geworden, maar de cultuur mist die bij die status hoort. Vorige week vergeleek de eerder dit seizoen ontslagen coach Hein Vanhaezebrouck hem zelfs met Balthasar Boma van FC De Kampioenen, omdat hij zich moeit met de transfers, de ploegopstelling en de tactiek en zelfs al eens tijdens de rust van een competitiewedstrijd in de kleedkamer opdaagde om spelers instructies te geven. Alleen wie hem heel goed kent, vertrouwt erop dat de club er beter van zal worden, economisch én sportief, eens het ongemak en de pijn van de ingrijpende veranderingen geleden zullen zijn.Het is de Marc Coucke die ze ook in de wielersport leerden kennen, toen hij daar in 2003 zijn intrede deed als sponsor van wielerploegen. Alomtegenwoordig, dynamisch en dominant. Ambitieus, enthousiast en sterk betrokken bij het operationeel management, waar hij soms ook zijn visie doordrukt. Een CEO die de camera niet schuwt, geniet van de aandacht en altijd bereid is zijn mening te geven.Zijn discours gaat er over investeren om te groeien, over structuur en professionalisme, over met hart en ziel en efficiënt werken en betalen volgens het principe loon naar werken. Af en toe gaat het zelfs over het belang van de 'kleintjes' onder controle te houden, zoals het aantal drinkbussen dat gratis wordt uitgedeeld. Een euro is ook in de koers een euro en als je de wereldtop wil bestormen, onder meer door met Cadel Evans een gooi naar de Tourzege te doen, kun je maar beter elke euro optimaal benutten.Als ambitieuze en enthousiaste sponsor met autoriteit zit hij er heel dicht op. Het gebeurt zelfs dat hij aan de meet de fiets van een van zijn poulains aanneemt en doorgeeft aan de mecanicien. Hij belt en sms't met renners en krijgt wel eens telefoon van coureurs die klagen omdat ze niet geselecteerd werden voor een wedstrijd. Maar, beweert hij, daar laat hij zich niet mee in, omdat dit het terrein van de sportief verantwoordelijken is. Althans, zolang er maar gepresteerd en voldoende gewonnen wordt.Dat hij emotioneel zo betrokken is, zo meeleeft, zorgt ervoor dat hij er af en toe iets uitflapt wat hij er beter niet zou uitflappen. Zo sabelde hij ooit publiekelijk Peter Van Petegem neer. Ploegleiders krijgen in die tijd wel eens een sms met de vraag waarom er in een ontsnapping niemand van zijn renners mee is. En als hij naast hen in de volgwagen zit, zegt hij hoe er gekoerst moet worden. Achteraf beseft hij dat dat niet altijd gepast is, maar het is sterker dan hemzelf: als hij opgaat in de koers kan hij moeilijk zijn mond houden.Maar vaak doet hij het ook heel bewust. Hij is een baas die niet alleen de grote beslissingen neemt, maar ook scherp toeziet op de operationele uitvoering ervan en er zich niet zelden in mengt, zelfs al kent hij niet de finesses. Hij zei het al vaker: hij moet zijn mening en ideeën kunnen delen. Met een ploegleider die denkt dat hij alles van koers weet, kan hij niet werken, verklaarde hij ooit. Een gemakkelijke om mee samen te werken, is hij in elk geval niet, doordat hij het allemaal van zo nabij volgt, doordat zijn communicatie direct is en hij in zijn streven naar succes limieten pusht. Hokjesdenkers en bewakers van de eigen comfortzone knappen op hem af. Als een medewerker niet presteert, is het niet om te lachen. Beursanalist Danny Van Quaethem vergeleek hem ooit met een veeleisende voetbaltrainer als Eric Gerets: iemand die een enorm enthousiasme kan uitstralen, maar tegelijk ook beenhard kan zijn voor zijn spelers.Het is ook de weg die Coucke daarna inslaat: die van het voetbal. Zijn intrede als sterke man doet hij er bij KVO, de ploeg waarnaar hij als kind met zijn oudere broer ging kijken toen ze tijdens weekends en vakanties op het appartement van hun ouders op de zeedijk van Oostende verbleven.Dat gaat evenmin onopgemerkt voorbij. Hij investeert in spelers, structuur en infrastructuur, koopt onder meer de hele staf van KV Kortrijk weg en de expansie kan niet snel genoeg gaan. Zijn weireldploegsje speelt voor het eerst play-off 1, wordt voor het eerst herfstkampioen, haalt voor het eerst de bekerfinale en debuteert zowaar Europees tegen Olympique Marseille. Maar in het jaar van de terugval verlaat hij de club van zijn hart voor hogere ambities in de hoofdstad.Aan zee leverde ook lang niet elke transfer evenveel return on investment op als die van Jordan Lukaku, Landry Dimata en Adam Marusic op. Na zijn vertrek stellen zijn opvolgers vast dat de loonmassa veel te hoog is in verhouding tot de inkomsten. Zarko Tomasevic, die bij KV Kortrijk zowat voor een appel en een ei speelde, blijkt 750.000 euro te verdienen, Richairo Zivkovic 600.000 euro en Nicolas Lombaerts zelfs 1.000.000 euro. Loon naar werken bleek dat niet te zijn. Het voormalige weireldploegsje probeert nu te overleven op een identiteit die gebaseerd is op waarden en niet op poen.In Brussel ondervond de hemelbestormer Coucke al dat een shortcut naar succes er niet mogelijk is. Ook daar deed hij zijn principe van loon naar werken al geweld aan. Met als pijnlijk voorbeeld Bubacarr Sanneh, de Gambiaanse centrale verdediger die eind augustus voor 8 miljoen euro werd gekocht bij Midtjylland maar niet eens basisspeler is en volgens Hein Vanhaezebrouck maar 2,5 miljoen waard is.Behalve manager Herman Van Holsbeeck en coach Hein Vanhaezebrouck is intussen ook al Luc Devroe naar de uitgang geleid, de sportief directeur die Coucke van Oostende meenam. In hun plaats zijn gekomen: Fred Rutten (coach), Pär Zetterberg (sportief raadgever), Michael Verschueren (sportief directeur) en Frank Arnesen (technisch directeur). De grote baas stelt zich al een tijdje veel discreter op en laat het operationeel management meer zijn werk doen. En voor Club Bruggemoppen is het nog het moment niet. Alain Eliasy, Chris Tetaert, Geert Foutré en Christian Vandenabeele