Bert Aerts

‘Er is nood aan een beter platform voor de jonge Belgische voetballer’

Bert Aerts Bert Aerts is jeugdtrainer bij Lommel SK.

Terwijl de Rode Duivels eerste staan op de wereldranglijst, mist het voetbal in ons land visie, stelt opleider Bert Aerts vast. ‘Het succes van onze nationale ploeg is geen voedingsbodem geworden voor een sterk en duidelijk beleid voor ons jeugdvoetbal.’

Als Belgische voetballiefhebber beleven we gouden jaren. Onze Rode Duivels beschikken over een fantastische selectie met heel wat spelers die over de hele wereld bekend zijn. We mogen er echt wel trots op zijn.

Ik stel mij echter de vraag of we daar binnen ons eigen Belgisch voetbal wel de vruchten van plukken. Onze clubs willen op alle mogelijke manieren aansluiten bij de Europese (sub)top, maar stuiten toch op heel wat hinderpalen. Denken zij financieel nog de concurrentie te kunnen aangaan? Of kunnen we eerder vanuit een duidelijke visie nog iets ambiëren? Naar mijn gevoel ontbreekt het in ons voetbal net aan die visie. Dit zorgt voor heel wat chaos en onduidelijkheid waar ook jonge voetballers het slachtoffer van zijn. Het succes van onze nationale ploeg is geen voedingsbodem geworden voor een sterk en duidelijk beleid voor ons jeugdvoetbal. Ik spreek dan ook over een gemiste kans.

Er is nood aan een beter platform voor de jonge Belgische voetballer

Als jeugdtrainer ben ik sinds 2010 actief bij Lommel SK (toen nog KVSK United). In al die jaren zag ik onze eigen jeugdopleiding en ook die van andere clubs heel wat stappen in de goede richting zetten. Ik ben ervan overtuigd dat er op veel plaatsen goed werk wordt geleverd. Maar tegelijk merken we dat het voor de jonge Belgische voetballer steeds moeilijker wordt om door te breken. Heel wat clubs steken geld en energie in hun opleiding, maar bij heel wat van hen loopt het in de eindfase van de ontwikkeling mis. Ligt het aan de speler zelf of is er toch een soort van faalangst bij de clubs om een eigen jeugdspeler volop zijn kans te durven geven?

Grote druk

Ik denk dat we hier op het probleem van onze competitieformules stuiten. Je merkt aan heel wat factoren dat er een grote druk leeft binnen onze Belgische voetbalclubs. Een ongezonde druk die ervoor zorgt dat clubs er niet in slagen om een duidelijke visie te ontwikkelen, een visie waar dus ook jonge voetballers hun plaats in hebben.

Uit eigen ervaring kijk ik naar Lommel SK zelf. Wij spelen nu al heel wat seizoenen op het tweede niveau van het Belgisch voetbal. Tot drie jaar terug was dat nog de oude tweede klasse. In die tijd zijn we erin geslaagd om heel wat talent aan de oppervlakte te laten komen. Eigen talent zoals Toon Lenaerts, Thomas Azevedo, Lucas Schoofs, Alessandro Cerigioni, Sam en Hans Vanaken en Laurens Vermijl, maar ook talent uit andere opleidingen, zoals Leandro Trossard, Zinho Gano, Daan Heymans en Yannick Thoelen.

We moeten niet rond de pot draaien: deze visie was ook deels ingegeven door beperkte financiële middelen. Maar het siert ons wel dat we deze visie hebben durven uitdragen en toepassen. Het is ook niet zo dat het intern altijd van een leien dakje liep. Er gingen soms best wel felle discussies aan vooraf, om de mensen bovenaan te overtuigen van de capaciteiten van onze jonge spelers. Wanneer het moest, gingen mensen als Vital Vanaken en Nils Koppen hierbij voorop in de strijd. Het legde ons geen windeieren en we zijn door de jaren heen steeds een stabiele subtopper met enkele positieve uitschieters geweest. Het format van de Belgische tweede klasse zat de club en de spelers als gegoten. Ook het Belgisch voetbal plukte er de vruchten van, met als grootste voorbeelden Hans Vanaken en Leandro Trossard.

Kapitaal uit buitenland

Drie jaar geleden werd de oude tweede klasse omgetoverd tot 1B met nog slechts acht ploegen. Het niveau in deze reeks is zeker gestegen, maar of dat echt ten goede is van het Belgische voetbal durf ik in vraag te stellen. Het kapitaal komt vooral uit het buitenland en de investeringen zijn er vooral op gericht om winst te maken via het stallen van buitenlandse voetballers. De dunne koord die er voor het eerste elftal is, omdat het verschil tussen als vierde of als vijfde eindigen gigantisch is, zorgt ook voor onzekerheid binnen de jeugdopleiding. De prestaties van het eerste elftal zijn namelijk gekoppeld aan het niveau waarop de jeugdploegen het seizoen erop mogen acteren. Ik denk niet dat dit een gezonde basis is om jonge voetballers op te leiden.

Ik ben ervan overtuigd dat er in onze voetbalwereld heel wat bekwame mensen rondlopen, maar toch lijkt het moeilijk om in het belang van onze talentvolle jonge voetballers een breed gedragen visie uit te bouwen.

In deze onzekerheid gaan ouders op zoek naar een club waar hun zoon zeker nog op eliteniveau actief kan blijven. Dit merkten wij in Lommel twee jaar terug, toen heel wat spelers de club verlieten en richting Westerlo, OHL of STVV trokken. Het is een keuze die te begrijpen is, maar die niet voor stabiliteit zorgt. Nochtans is dat zeer belangrijk voor de jongere van vandaag, die geconfronteerd wordt met heel wat externe factoren die druk en stress met zich meebrengen. Er wordt van hen verwacht dat ze op school goed presteren, maar ook dat ze in het voetbal op een zo hoog mogelijk niveau presteren.

Grote verantwoordelijkheid

We mogen de KBVB oproepen om daar eens goed over na te denken. De onzekerheid waarmee jeugdopleidingen als die van Lommel SK maar ook die van OHL, Roeselare , Tubeke en KV Mechelen (dossier Propere Handen) mee te maken hebben, kan en moet worden weggenomen. Er moet worden nagedacht om de jeugdopleiding niet alleen afhankelijk te maken van de resultaten van het eerste elftal (om te bepalen of er wel of niet elitevoetbal mag worden gespeeld).

Verder denk ik dat ook de clubs zelf de handen nog meer in elkaar moeten slaan om tot een betere en stabielere werking van onze jeugdopleidingen te komen. Zoals ik eerder al zei, zijn binnen de werking van de opleidingen zelf veel stappen in de goede richting gezet, maar ik denk dat het ook nog te veel een ‘handeltje’ is.

Hierin dragen de clubs een grote verantwoordelijkheid. Ik ben ervan overtuigd dat er in onze voetbalwereld heel wat bekwame mensen rondlopen, maar toch lijkt het moeilijk om in het belang van onze talentvolle jonge voetballers een breed gedragen visie uit te bouwen. Wim Declercq haalde hier onlangs in een column enkele goede voorbeelden aan.

Volgend seizoen willen de mensen van de Pro League de competitieformules herzien. Van mij mag 1A versmald worden tot 12 ploegen om zo het niveau te verhogen. Daaronder wil ik 1B graag verbreed zien tot 16 clubs met duidelijkere voorwaarden voor het aantal opgelegde (jonge) Belgen in de wedstrijdkernen. Dan spreek ik niet over ‘voetbalbelgen’!

Bij de jeugd opteer ik voor een herinvoering van U17 en U19 bij de eliteclubs. Want nu worden ze te snel verplicht om voetballers aan de kant te schuiven, op een moment dat er nog enkele belangrijke jaren van opleiding aankomen.

Verder vind ik dat een club die vanuit 1B degradeert naar 1ste Amateur niet onmiddellijk met zijn jeugd uit het elitevoetbal moet verdwijnen. Dat zou voor meer rust bij de opleiding en de jeugdspelers zelf zorgen. Tenslotte is het Belgisch voetbal erbij gebaat als deze club zijn spelers op een zo hoog mogelijk niveau blijft opleiden. Daar mogen zeker criteria aan verbonden worden.

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier

Partner Content