De deze maand 52 geworden Felice Mazzu is bezig aan zijn vijfde seizoen bij Charleroi. Voor de derde keer loodste hij de Zebra's naar play-off 1. Dat is een opmerkelijke prestatie voor een coach die, bij wijze van spreken, uit het niets komt.
...

De deze maand 52 geworden Felice Mazzu is bezig aan zijn vijfde seizoen bij Charleroi. Voor de derde keer loodste hij de Zebra's naar play-off 1. Dat is een opmerkelijke prestatie voor een coach die, bij wijze van spreken, uit het niets komt. Hoe is het voetbal in je leven terechtgekomen? Felice Mazzu: 'Toen mijn ouders naar België kwamen, liepen ze hier een beetje verloren en mijn vader werkte zo hard dat hij niet echt de tijd had om zich met ons bezig te houden. Mijn moeder wist zich met haar Italiaans amper te behelpen in het dagelijks leven. Dat was niet gemakkelijk. Dus brachten ze ons ook niet naar het voetbal of andere sportactiviteiten. Dat is meer door de vrienden gekomen. Ik speelde voortdurend met hen op straat. Die jongens zaten bij Sporting Charleroi en ik niet. Toen ik klaar was met de catechismus en mijn communie had gedaan, vertelde ik aan mijn vader dat ik zin had om te gaan voetballen. Sporting lag op 500 meter van ons thuis indertijd, dat was nog het Stade Jonet. Zo is het begonnen.' Was je er direct aan verslaafd? Mazzu: 'We hadden niet de middelen om iets anders te doen tussen de school en thuis, dus door het voetbal kon ik er eens uit. Ik leerde er om samen dingen te doen, om vertrouwen te krijgen, om dingen te delen met jongeren van mijn leeftijd... Dat deed ik voor de rest alleen op school, maar dat is toch anders.' Werd je al heel snel wat men 'een trainer op het veld' noemt? Mazzu: 'Helemaal niet. In die tijd dacht ik totaal niet dat ik ooit trainer zou worden. Ik was eerder iemand die hield van plezier maken. Doorheen de jaren werd ik wel een leider, maar dan eerder een voorganger in het amusement en de vriendschap dan in de coaching op het veld. Dat laatste is maar in de loop der jaren gekomen.' Door je passage in het onderwijs? Mazzu: 'Ik werd vooral onderwijzer omwille van de sport. Wanneer je 16 of 17 bent, dan denk je dat een turnleraar de hele week aan sport doet. Ik hield van dat idee om veel aan sport te doen, want zo kwam ik weg uit het leven van alledag. Daar wou ik dus verder in gaan.' Beschouw je jezelf vandaag als een voetbaldocent? Mazzu: 'Neen, dat zou ik niet durven te beweren. Een docent is voor mij iemand perfect, die alleen maar goeie dingen doorgeeft. Ik denk niet dat ik zover ben. Ik probeer daarentegen wel om de pedagogie aan te wenden die ik met vallen en opstaan heb geleerd, want ik denk dat dat de beste manier is om beter te worden.' Zowel leraar als trainer worden heel andere beroepen als je van de theorie naar de praktijk gaat... Mazzu: 'In het begin heb je als turnleraar wel een idee van het beroep. Je denkt dat het een perfecte wereld is, dat je arriveert in je mooie training en op basketsloffen en geweldige dingen doet. Nadien besef je dat negen op de tien scholen geen goeie infrastructuur hebben, dat de meeste van je collega's denken dat de turnles een soort recreatie is, of bezigheidstherapie. Nochtans wordt de ontwikkeling van een jongere geholpen door de sport, op fysiek maar vooral ook op mentaal niveau door te leren hoe hij zijn energie moet vrijmaken bijvoorbeeld. Dus raak je uiteindelijk ontgoocheld. Ik persoonlijk toch. Ik was erg teleurgesteld in het beroep van leraar. Niet door mijn leerlingen, maar door de manier waarop ik moest lesgeven, door de beleving en de infrastructuur.' Dat is toch vergelijkbaar met het voetbal? Mazzu: 'In het voetbal is de job van trainer niet de perfecte wereld die je je voorstelt wanneer je professioneel coach wilt worden. Je denkt dan dat het een wereld is waar alles om de sport draait. Want in mijn hoofd is het doel altijd hetzelfde: de sport. Of je nu leraar of trainer bent. Maar dan besef je dat er factoren zijn zoals geld, sponsoring, publiek, de eisen van clubs...' Ben je in het vak van coach ook al teleurgesteld? Mazzu: 'Natuurlijk. Op het menselijke vlak. Ik vind dat er niet genoeg positieve intermenselijke relaties zijn in het voetbal. Ik had altijd gehoopt dat er niet alleen professionele relaties zouden zijn, maar ook menselijke en positieve tussen alle mensen in het vak - en dat is niet het geval. Ik ben daar misschien een perfectionist in, maar ik denk dat het menselijke aspect het belangrijkste is bij alles wat je doet in het leven. Ik zou bijvoorbeeld graag nog één, twee, drie, vier of vijf stappen verder staan wat betreft de relatie met mijn spelers. Voor mij is dat belangrijk. Ik heb nog niet bereikt wat ik zou willen op het niveau van de relaties tussen mensen.' Moeten je spelers mensen worden die je tot in de details kent? Mazzu: 'Ja. Dat is het belangrijkste: dat je je spelers kent, dat je hun moeilijke momenten deelt, hun geluk, hun zorgen op familiaal gebied... Maar dat is niet eenvoudig, want in de voetbalwereld is alles gebaseerd op één ding: mag ik spelen of niet? Ik denk dat veel spelers niet verder kijken dan hun selectie. Sta je in de ploeg, dan waardeert de coach je. Sta je niet in de ploeg, dan waardeert de coach je minder. Ik heb altijd geprobeerd om weg te geraken van die denkwijze, maar dat is niet makkelijk.' Een speler heeft doorgaans moeite om het te begrijpen? Mazzu: 'Ik wil niet zeggen dat hij het niet begrijpt, maar als je kiest voor een sport waarin het collectief de voorrang krijgt, dan moet je ook leren inzien dat de persoon die de beslissingen neemt, keuzes moet maken. En je kiest niet voor mensen die je fijn vindt of niet. Als trainer maak je keuzes die ervoor zorgen dat de ploeg het zo goed mogelijk doet.' Men zegt vaak dat een coach zijn spelers veel bijbrengt. Is het omgekeerd ook zo dat je spelers jou iets bijbrengen? Mazzu: 'Elke dag, als het lukt om contact met hen te hebben, met hen te praten. Je dacht dat deze of gene speler nogal negatief ingesteld was en door met hem te praten merk je dat hij vol ideeën zit. Ik probeer zo vaak mogelijk te babbelen met degenen die daar zin in hebben - want niet iedereen heeft daar zin in. Zo leer je van alles over hoe ze functioneren, hoe ze in elkaar zitten, hoe ze het liefste zouden voetballen... Dat wil niet zeggen dat ik hen daarin volg, maar ik luister naar hen. Zo kom je persoonlijke dingen te weten, waarom iemand minder goed speelt... Ik denk dat dat belangrijk is.' Het leven van een voetballer kennen is cruciaal om te begrijpen wat voor voetballer hij is? Mazzu: 'Ja, inderdaad. Dat is niet eenvoudig, maar ik denk: hoe meer je over iemand weet, over zijn karakter en zijn familie, hoe meer je zult begrijpen waarom hij in een bepaalde periode in vorm is en nadien veel minder. Want alles wat je doet heeft ook een mentaal aspect.' Waar denkt een trainer aan tijdens een wedstrijd? Mazzu: 'Waar ik aan denk, dat is het bewaken van het evenwicht, ingrijpen, de spelers anders opstellen, ervoor zorgen dat ze op elk moment de aanvallende en verdedigende looplijnen respecteren. En natuurlijk denk je aan scoren en er geen tegen krijgen. Ik denk voortdurend aan wat ik aan de ene of de andere nog meer zou kunnen vragen, aan wat ik zou kunnen wijzigen om de ploeg nog iets extra's bij te brengen.' Er zijn sporten waar de trainer op de tribune zit. Daar heb je in elk geval een beter overzicht over de match, maar ben je er ook een beetje 'uit'. Zou dat iets voor jou zijn? Mazzu: 'Alles hangt af van je persoonlijkheid, van de manier waarop je omgaat met je groep. Sommige trainers leveren geweldig goed werk en blijven gedurende negentig minuten op de bank zitten zonder te communiceren. Misschien omdat ze erin geslaagd zijn om alles vooraf over te brengen of de spelers alles begrepen hebben en een kleine bijsturing tijdens de rust volstaat. Anderen, zoals ik, hebben nood aan meeleven, spreken, coachen en voortdurend roepen langs het veld. Ik zou me nutteloos voelen mocht ik constant blijven zitten en niks zeggen tijdens een match. Ik vind dat geen nuttige houding tegenover mijn spelers, ik probeer hen liever te gidsen. 'Wat de tribune betreft: het is erg belangrijk om iemand te hebben die alles vanop een hogere plek analyseert, die een panoramisch uitzicht heeft en die je dingen laat opmerken die je zelf langs de lijn niet hebt gezien. We zijn dit seizoen op die manier beginnen te werken. We hebben iemand - ik ga niet zeggen wie - die voor mij werkt en die mij en mijn staf aan de rust informatie doorspeelt.' Lukt het je te slapen na een wedstrijd? Mazzu: 'Of ik nu gewonnen of verloren heb, de nacht na een wedstrijd kan ik moeilijk inslapen. De beste nacht is in feite de tweede nacht. Na een wedstrijd zit je nog vol adrenaline, moet je de pers ook nog te woord staan, enzovoort... Je komt laat thuis, hebt nog niets gegeten... Heel lastig. Je denkt na over wat gewerkt heeft en wat niet, aan wat je de komende week gaat doen, aan wat je tegen je spelers gaat zeggen... Geen gemakkelijke nacht...' Moeilijker dan die vóór een match? Mazzu: 'Ja, want voor een wedstrijd heb je iets in elkaar gezet waarvan je denkt dat het zo het beste is. Je hebt dus meer zekerheden, al zijn die in het voetbal schaars. Maar je hebt hoe dan ook voor enkele zekerheden gezorgd. Je gaat ervan uit dat het zo zal werken, dus ben je meer op je gemak.' Heb je ook momenten waarop je je wat kunt afsluiten van het voetbal? Mazzu: 'Dat probeer ik toch. Dit seizoen lukt me dat meer en meer, want ik merk die behoefte en mijn gezin heeft er ook nood aan. De dag dat ik hier aan de slag gegaan ben, heb ik mijn gezin erg belast. Dus probeer ik er thuis ook niet te veel over te praten. Ik heb net mijn spelers twee dagen vrij gegeven en we zijn naar de bioscoop gegaan. Zo kan ik ervan loskomen en ik pik de draad weer op wanneer we hernemen. In het begin lukte dat niet.' Heb je het gevoel dat je tijd verliest wanneer je niet aan voetbal denkt? Mazzu: 'Zo redeneer je in het begin. Je hebt zoveel te doen, te bewijzen, dat als je een moment niet aan voetbal denkt, je het gevoel hebt dat je niet alles doet om te slagen. Maar mettertijd, en met wat meer ervaring, heb je wel door dat je zo niet hoeft te denken, omdat je ook nood hebt aan rust, aan mentaal herstel. Als je voortdurend met voetbal in je hoofd zit, dan geraak je op den duur verzadigd. Het is je plicht om eens wat afstand te nemen, dat maakt je absoluut niet slechter. Ik ben dat dit seizoen gaan beseffen, sinds enkele maanden: je kunt goeie dingen blijven realiseren terwijl je je toch af en toe wat mentale rust gunt.' Maar een wedstrijd bekijken voor je plezier, dat lukt je nog altijd niet? Mazzu: 'Ik ben altijd wel aan het analyseren wanneer ik een wedstrijd bekijk, helaas. Ik zeg 'helaas' omdat het jammer is dat ik geen match voor het plezier kan zien, maar om me voor te bereiden op het moment dat ik de ploeg die ik zie spelen als tegenstander krijg. Je zit dus voortdurend in de stress, je bent opgewonden in plaats van ontspannen. Ook dat zou ik moeten leren te relativeren, maar dat is me nog niet gelukt. Op zondag, als we 's zaterdags gespeeld hebben, bekijk ik de drie competitiematchen, weer eens ten koste van mijn gezin. Als ze me aanspreken wanneer ik een wedstrijd zit te bekijken, dan heb ik dat vaak niet door, zo geconcentreerd ben ik dan.' Geldt dat ook voor wedstrijden die niet uit de Belgische competitie komen? Mazzu: 'Onlangs heb ik naar PSG-Real gekeken en ik kon niet anders dan te kijken naar de positiewissels van het middenveld bij balverlies, wanneer de vleugelspeler van de tegenstander naar binnen komt, hoe ze dan druk naar voren zetten, wie druk zet, hoe het duo Ronaldo- Benzema zich opstelt, want zij speelden 4-4-2 en PSG met een driehoek, hoe Ronaldo van positie wisselde... Ik ben altijd begeesterd door zo'n analyse en dat zorgt voor een concentratie waardoor je nooit ontspannen bent.' Hoe zou jij het perfecte scenario voor een wedstrijd schrijven? Mazzu: 'Uiteraard achteraan de nul houden. Op voorsprong kunnen komen voor de pauze, de zaak goed onder controle houden in de tweede helft, en nog een goal bij maken als de gelegenheid zich voordoet. Maar in elk geval is het ideale scenario voor mij: kunnen scoren terwijl je de nul houdt, en proberen om overtuigend voetbal te brengen, zodat een overwinning verdiend is en niet het resultaat van geluk. Ik zou graag zien dat elke overwinning verdiend is.' In het voetbal is het net altijd het beste paard dat de haver krijgt. Is dat moeilijk te aanvaarden? Mazzu: 'Wat moeilijk te aanvaarden is, is dat men je alleen beoordeelt op het einde van een match, na negentig minuten. Er zijn te weinig mensen die weten wat er zich tijdens de week afspeelt, die weten welke relatie je met deze of gene speler gehad hebt. Het publiek en de media oordelen over het algemeen op basis van het eindresultaat en niet op de evolutie gedurende de week.' Er wordt te weinig over de lange termijn gesproken? Mazzu: 'Wanneer ik mijn ploeg opstel, denk ik al aan de week erop, of die daarna, in verband met wat er de afgelopen week is gebeurd. En dat is iets wat weinig mensen begrijpen. Ik probeer de zaken op langere termijn te bekijken, de overweging te maken om misschien vandaag iemand op te stellen die niet zo goed is, waardoor iemand die wat beter is een week later zijn kwaliteiten nog beter kan uitspelen. 'Voor mij moet in het voetbal niet altijd zomaar blindelings de beste of de titularis spelen. Het probleem is dat het publiek wel zo denkt. Ze begrijpen niet dat iemand die vijftien matchen gespeeld heeft, plots op de bank zit. Dan speel je 0-0 of verlies je en zegt men: wat als hij die had laten spelen... Maar wie zegt me dat we dan wel zouden gewonnen hebben? Dat zijn parameters waar je geen vat op hebt, maar het is moeilijk om daar begrip voor te krijgen. Je moet naar jezelf kijken. Jij weet waarom je dat gedaan hebt en de anderen begrijpen het niet. Zij kunnen dat ook niet weten, omdat ze niet elke dag met ons doorbrengen. Dat is het moeilijkste.' Is er iets, een bepaald gevoel bijvoorbeeld, dat ervoor zou kunnen zorgen dat je op een dag uit het voetbal stapt? Mazzu: 'Ik zou dat doen op de dag dat ik niet genoeg passie meer bespeur om zo'n moeilijk beroep uit te oefenen. Moeilijk, omdat je van zoveel zaken afhangt waar je geen controle over hebt. De dag dat mijn passie niet sterk genoeg meer is om daarboven te staan, hou ik ermee op.'