Je zou het nu eens moeten doen: een trainer ontslaan die je op één maand tijd twee keer naar bekerwinst leidt. Op 5 mei 1976 wint Anderlecht de Europese finale van ECII op de Heizel tegen West Ham. Een maand later mag het weer naar Brussel. Op zes juni wint de ploeg op de Heizel de Belgische beker, met 4-0 van Lierse. Na afloop is de sfeer in de kleedkamer bedrukt: Hans Croon moet de laan uit. Raymond Goethals is zijn opvolger.

De feiten

Eén maand en een dag nadat het op de Heizel van West Ham wint met 4-2, moet Anderlecht terug naar dat stadion. Opnieuw voor een bekerfinale, dit keer de nationale. De Brusselaars zijn titelverdediger, een jaar eerder wonnen ze met 1-0 van Antwerp. Op weg naar de Heizel is de moeilijkste klus al in de halve finale geklaard. Na een moeizame zege bij Beringen en een comfortabele thuis tegen derdeklasser Lauwe, wacht de Brusselaars een halve finale tegen de latere kampioen Club Brugge. Anderlecht is die dagen een bekerploeg en Club verliest met 4-1.

Dat heeft zijn consequenties voor de andere finalist, Lierse. Dat is bezig aan een matig seizoen, met een negende plaats in de eindstand. Maar omdat Anderlecht al ECII won, betekent het halen van de finale, na het uitschakelen van RWDM, Waregem en Club Luik, al prijs voor de Pallieters: het Europese ticket is binnen. In Lier en omstreken dromen ze al van een nieuwe stunt, zoals die van een paar jaar eerder, toen het Leeds uitschakelde.

De finale wordt snel beslist: na 18 minuten scoort Rensenbrink, na 20 minuten Arie Haan. Anderlecht heeft te veel talent en Lierse, met de latere trainers Herman Helleputte op het middenveld, en Dimitri Davidovic als libero, kan niet scoren. In de slotfase vellen Vandendaele en Van der Elst het verdict. Nog voor de bekeruitreiking wisselen de spelers van truitje. Zo komt het dat 's anderendaags de kranten vol staan met foto's van Anderlechtspelers die pronken in de trui van hun tegenstander. Constant Vanden Stock is razend en roept: 'Laat C&A (de shirtsponsor van Lierse toen, nvdr) maar de premies betalen.'

Na de wedstrijd is er een etentje in het Atomium. De sfeer is er al even bedrukt als in de kleedkamer van de Brusselaars achteraf. Het zijn de laatste momenten met trainer-filosoof Hans Croon.

Making of

We herinneren ons allemaal Croon. En Rensenbrink, die er stond op de belangrijke momenten, en dus ook twee keer in die finale, met doelpunten in beide wedstrijden. Maar die periode, mei en juni, is ook de periode van Michel Lomme. Op dat moment 19 en rechtsachter. Dé surprise van chef Croon, ingegeven door het moment.

In het weekend voor de Europese finale tegen West Ham blesseert Erwin Vandendaele zich. Al is het wel licht, de libero is er op dat moment nog zeer gerust in: hij zal klaar zijn voor de Europese match op woensdag. Niet dus: de dag voor de wedstrijd stapt Croon op Van Binst af. 'Jij wordt tegen de Engelsen mijn libero. Erwin is niet 100 procent fit.' 'Wie speelt dan rechtsachter?', vraagt Van Binst. 'Lomme' is het antwoord. Iedereen vol ongeloof. Het gaat om een Europese finale trainer. Croon blijft onverstoord. Later zal Van Binst altijd volhouden dat Croon in die periode van Lomme had gedroomd. Dat die hem geluk zou brengen. En dat hij daarom moest spelen.

Never change a winning team en dus is Lomme er een maand later opnieuw bij. Als rechtsachter. Maar ook Vandendaele is fit. Croon tovert een nieuwe oplossing uit zijn hoed: Van Binst schuift door naar het middenveld. Dockx wordt zo van rechtsmidden linksachter, want Thissen is niet beschikbaar. En zo heeft Lomme als 19-jarige twee prestigieuze bekermedailles in zijn kast.

Waarom moet Croon opkrassen? Wel dat heeft met spanningen in de aanloop naar de twee finales te maken. Croon is een vrij eigenzinnige trainer. Rensenbrink wordt alom geloofd, hij wint na Jan Boskamp als tweede buitenlander de Gouden Schoen, maar met zijn landgenoot-trainer klikt het niet. Als tijdens de winter op een gegeven moment wat sneeuw valt, kan er niet worden getraind. Croon beveelt zijn spelers het veld te ruimen. Het is een speciaal zicht, om Robby Rensenbrink met een kruiwagen te zien sjouwen.

Het is met diezelfde Rensenbrink dat Croon een koude oorlog start. Op een gegeven moment gaat de linksbuiten op een klein doeltje zitten tijdens de training. Croon pikt dat niet, en is genadeloos: de vedette van de ploeg wordt naar de kleedkamer gestuurd. Drie maanden lang wisselen beiden geen woord. Als Croon op het einde van dat seizoen verneemt dat hij moet opkrassen, vraagt hij de spelers - Rensenbrink incluis - om zijn vel te redden. Zij die het proberen vangen bot bij Vanden Stock. 'Het is te laat, ik neem hier de beslissingen.' Wie dat niet probeert, is Rensenbrink. 'Ik heb de trainer wandelen gestuurd.'

Ook aan de overkant staat een rare gozer. De Hongaar Janos Bedl zal Lierse met tussenpozen in dat decennium drie keer trainen. Achteraf zegt Jan Ceulemans over de man: 'Elke dag moesten we van hem een kom sla eten, terwijl je achteraf hoorde dat je van sla in slaap valt.'

Erwin Vandenbergh, de opvolger van Ceulemans als idool in Lier, herinnert zich van de oudere Bedl dan weer dit: 'Ik herinner me een training. Bedl liep voorop tijdens de opwarming. Er hing zoveel most dat we op een bepaald moment stiekem het veld af liepen en naar de kleedkamer gingen. Het duurde nog een halve ronde voor de man het door had. Maar kwaad was hij niet.'

Bedl had zijn bekerteam geërfd van Ernst Künnecke en plukte volgens spelersgetuigenissen uit die tijd de vruchten van de fysieke kracht die de spelers onder hem opdeden. Op training koos Bedl altijd voor wedstrijdjes, wat spelers het leukste vinden. Maar overal lees je dat de man een goed mens was.

En daarna

Lierse eindigt het seizoen erop opnieuw in de middenmoot en kan Europees niet stunten, het gaat er al direct uit tegen Hajduk Split. Anderlecht moet de titel opnieuw aan Club Brugge laten, en verliest van de West-Vlamingen ook de bekerfinale. Europees bereikt het wél opnieuw de finale van ECII, maar die verliest het ook. HSV is te sterk. Van Lomme is geen sprake meer. Goethals moet niks van de negentienjarige weten. Die verhuist naar tweedeklasser Union en verdwijnt opnieuw in de anonimiteit.

Je zou het nu eens moeten doen: een trainer ontslaan die je op één maand tijd twee keer naar bekerwinst leidt. Op 5 mei 1976 wint Anderlecht de Europese finale van ECII op de Heizel tegen West Ham. Een maand later mag het weer naar Brussel. Op zes juni wint de ploeg op de Heizel de Belgische beker, met 4-0 van Lierse. Na afloop is de sfeer in de kleedkamer bedrukt: Hans Croon moet de laan uit. Raymond Goethals is zijn opvolger.Eén maand en een dag nadat het op de Heizel van West Ham wint met 4-2, moet Anderlecht terug naar dat stadion. Opnieuw voor een bekerfinale, dit keer de nationale. De Brusselaars zijn titelverdediger, een jaar eerder wonnen ze met 1-0 van Antwerp. Op weg naar de Heizel is de moeilijkste klus al in de halve finale geklaard. Na een moeizame zege bij Beringen en een comfortabele thuis tegen derdeklasser Lauwe, wacht de Brusselaars een halve finale tegen de latere kampioen Club Brugge. Anderlecht is die dagen een bekerploeg en Club verliest met 4-1.Dat heeft zijn consequenties voor de andere finalist, Lierse. Dat is bezig aan een matig seizoen, met een negende plaats in de eindstand. Maar omdat Anderlecht al ECII won, betekent het halen van de finale, na het uitschakelen van RWDM, Waregem en Club Luik, al prijs voor de Pallieters: het Europese ticket is binnen. In Lier en omstreken dromen ze al van een nieuwe stunt, zoals die van een paar jaar eerder, toen het Leeds uitschakelde.De finale wordt snel beslist: na 18 minuten scoort Rensenbrink, na 20 minuten Arie Haan. Anderlecht heeft te veel talent en Lierse, met de latere trainers Herman Helleputte op het middenveld, en Dimitri Davidovic als libero, kan niet scoren. In de slotfase vellen Vandendaele en Van der Elst het verdict. Nog voor de bekeruitreiking wisselen de spelers van truitje. Zo komt het dat 's anderendaags de kranten vol staan met foto's van Anderlechtspelers die pronken in de trui van hun tegenstander. Constant Vanden Stock is razend en roept: 'Laat C&A (de shirtsponsor van Lierse toen, nvdr) maar de premies betalen.'Na de wedstrijd is er een etentje in het Atomium. De sfeer is er al even bedrukt als in de kleedkamer van de Brusselaars achteraf. Het zijn de laatste momenten met trainer-filosoof Hans Croon. We herinneren ons allemaal Croon. En Rensenbrink, die er stond op de belangrijke momenten, en dus ook twee keer in die finale, met doelpunten in beide wedstrijden. Maar die periode, mei en juni, is ook de periode van Michel Lomme. Op dat moment 19 en rechtsachter. Dé surprise van chef Croon, ingegeven door het moment. In het weekend voor de Europese finale tegen West Ham blesseert Erwin Vandendaele zich. Al is het wel licht, de libero is er op dat moment nog zeer gerust in: hij zal klaar zijn voor de Europese match op woensdag. Niet dus: de dag voor de wedstrijd stapt Croon op Van Binst af. 'Jij wordt tegen de Engelsen mijn libero. Erwin is niet 100 procent fit.' 'Wie speelt dan rechtsachter?', vraagt Van Binst. 'Lomme' is het antwoord. Iedereen vol ongeloof. Het gaat om een Europese finale trainer. Croon blijft onverstoord. Later zal Van Binst altijd volhouden dat Croon in die periode van Lomme had gedroomd. Dat die hem geluk zou brengen. En dat hij daarom moest spelen.Never change a winning team en dus is Lomme er een maand later opnieuw bij. Als rechtsachter. Maar ook Vandendaele is fit. Croon tovert een nieuwe oplossing uit zijn hoed: Van Binst schuift door naar het middenveld. Dockx wordt zo van rechtsmidden linksachter, want Thissen is niet beschikbaar. En zo heeft Lomme als 19-jarige twee prestigieuze bekermedailles in zijn kast.Waarom moet Croon opkrassen? Wel dat heeft met spanningen in de aanloop naar de twee finales te maken. Croon is een vrij eigenzinnige trainer. Rensenbrink wordt alom geloofd, hij wint na Jan Boskamp als tweede buitenlander de Gouden Schoen, maar met zijn landgenoot-trainer klikt het niet. Als tijdens de winter op een gegeven moment wat sneeuw valt, kan er niet worden getraind. Croon beveelt zijn spelers het veld te ruimen. Het is een speciaal zicht, om Robby Rensenbrink met een kruiwagen te zien sjouwen.Het is met diezelfde Rensenbrink dat Croon een koude oorlog start. Op een gegeven moment gaat de linksbuiten op een klein doeltje zitten tijdens de training. Croon pikt dat niet, en is genadeloos: de vedette van de ploeg wordt naar de kleedkamer gestuurd. Drie maanden lang wisselen beiden geen woord. Als Croon op het einde van dat seizoen verneemt dat hij moet opkrassen, vraagt hij de spelers - Rensenbrink incluis - om zijn vel te redden. Zij die het proberen vangen bot bij Vanden Stock. 'Het is te laat, ik neem hier de beslissingen.' Wie dat niet probeert, is Rensenbrink. 'Ik heb de trainer wandelen gestuurd.'Ook aan de overkant staat een rare gozer. De Hongaar Janos Bedl zal Lierse met tussenpozen in dat decennium drie keer trainen. Achteraf zegt Jan Ceulemans over de man: 'Elke dag moesten we van hem een kom sla eten, terwijl je achteraf hoorde dat je van sla in slaap valt.'Erwin Vandenbergh, de opvolger van Ceulemans als idool in Lier, herinnert zich van de oudere Bedl dan weer dit: 'Ik herinner me een training. Bedl liep voorop tijdens de opwarming. Er hing zoveel most dat we op een bepaald moment stiekem het veld af liepen en naar de kleedkamer gingen. Het duurde nog een halve ronde voor de man het door had. Maar kwaad was hij niet.'Bedl had zijn bekerteam geërfd van Ernst Künnecke en plukte volgens spelersgetuigenissen uit die tijd de vruchten van de fysieke kracht die de spelers onder hem opdeden. Op training koos Bedl altijd voor wedstrijdjes, wat spelers het leukste vinden. Maar overal lees je dat de man een goed mens was.Lierse eindigt het seizoen erop opnieuw in de middenmoot en kan Europees niet stunten, het gaat er al direct uit tegen Hajduk Split. Anderlecht moet de titel opnieuw aan Club Brugge laten, en verliest van de West-Vlamingen ook de bekerfinale. Europees bereikt het wél opnieuw de finale van ECII, maar die verliest het ook. HSV is te sterk. Van Lomme is geen sprake meer. Goethals moet niks van de negentienjarige weten. Die verhuist naar tweedeklasser Union en verdwijnt opnieuw in de anonimiteit.