VRT-reporter Frank Raes woont met zicht op de Schelde en staat op vijf minuten aan de kathedraal. 'Brussel is niet te bewandelen. Antwerpen is dat nog net wel.'

Raes groeide op in Brasschaat: 'Mijn vader is geboren in de Beerschotstraat, negen jaar na de Olympische Spelen daar, en zat op school met Rik Coppens die een jaar jonger was. Mijn moeder was van Merksem. Mijn vader had wel een abonnement voor twee op Beerschot, en ik ging mee. Ik heb er ook gevoetbald, al heb ik eerst drie maanden getest bij Antwerp. Bij Beerschot scheelde ik qua leeftijd zes maanden met Lozano. Die belandde op het Kiel via een Spaanse vriend, Eugenio Zafra Jimenez. Die ging later in de haven werken en is daar verongelukt.

'Bij de reserven heb ik twee matchen samen met Lozano gespeeld, daarna stond hij in de eerste ploeg. Ik heb nog onder Coppens getraind. Die moest kunnen meespelen als er een matchke was, en speelde dan tot zijn ploeg won. Dat kon, want hij was tegelijk ook scheidsrechter.'

Wij tegen zij

'Beerschot is altijd het kleine Anderlecht geweest, meer de bourgeoisieclub dan het noeste werkmansvoetbal van Antwerp. De derby's waren vroeger amicaler. Rik Coppens en Vic Mees, de twee clubidolen, waren vrienden. Die gingen samen op café en op reis, samen met Marcel Dries, de uitblinker toen bij Berchem Sport. Dat kan je je nu niet meer voorstellen. Nu is het meer wij tegen zij, zoals op het scorebord van Beerschot staat.'

'De derby brengt niet alleen leven in de stad maar ook in de eerste klasse. Dat het geen Antwerpenaren zijn die de clubs leiden? Dat heb je in het buitenland ook. Club Brugge wordt met zijn model stilaan een uitzondering, zelfs in België.'

Lees de volledige reportage over het voetbal in Antwerpen in Sport/Voetbalmagazine van 3 februari of in onze Plus-zone.

VRT-reporter Frank Raes woont met zicht op de Schelde en staat op vijf minuten aan de kathedraal. 'Brussel is niet te bewandelen. Antwerpen is dat nog net wel.'Raes groeide op in Brasschaat: 'Mijn vader is geboren in de Beerschotstraat, negen jaar na de Olympische Spelen daar, en zat op school met Rik Coppens die een jaar jonger was. Mijn moeder was van Merksem. Mijn vader had wel een abonnement voor twee op Beerschot, en ik ging mee. Ik heb er ook gevoetbald, al heb ik eerst drie maanden getest bij Antwerp. Bij Beerschot scheelde ik qua leeftijd zes maanden met Lozano. Die belandde op het Kiel via een Spaanse vriend, Eugenio Zafra Jimenez. Die ging later in de haven werken en is daar verongelukt.'Bij de reserven heb ik twee matchen samen met Lozano gespeeld, daarna stond hij in de eerste ploeg. Ik heb nog onder Coppens getraind. Die moest kunnen meespelen als er een matchke was, en speelde dan tot zijn ploeg won. Dat kon, want hij was tegelijk ook scheidsrechter.''Beerschot is altijd het kleine Anderlecht geweest, meer de bourgeoisieclub dan het noeste werkmansvoetbal van Antwerp. De derby's waren vroeger amicaler. Rik Coppens en Vic Mees, de twee clubidolen, waren vrienden. Die gingen samen op café en op reis, samen met Marcel Dries, de uitblinker toen bij Berchem Sport. Dat kan je je nu niet meer voorstellen. Nu is het meer wij tegen zij, zoals op het scorebord van Beerschot staat.''De derby brengt niet alleen leven in de stad maar ook in de eerste klasse. Dat het geen Antwerpenaren zijn die de clubs leiden? Dat heb je in het buitenland ook. Club Brugge wordt met zijn model stilaan een uitzondering, zelfs in België.'Lees de volledige reportage over het voetbal in Antwerpen in Sport/Voetbalmagazine van 3 februari of in onze Plus-zone.