In november 1975 stappen samen met de jonge spelers van het C-elftal van Ajax twee stille Deense jongens mee op de bus die hen van Amsterdam naar het trainingscentrum van de Nederlandse KNVB in Zeist voert. Daar speelt Ajax C een oefenwedstrijd tegen Willem II in het kader van de trainersopleiding van twee voormalige profvoetballers die in Zeist hun diploma willen halen: Theo Laseroms en Hans Dorjee. David Endt, toen rechtsback voor Ajax C en nadien lang perswoordvoerder en teammanager van de club, ziet de 19-jarige Frank Arnesen en de 17-jarige Sören Lerby arriveren van de Deense tweedeklasser Fremad Amager. 'Ik dacht: die komen helemaal uit Denemarken, hoe lastig moet dat niet zijn, zo jong en alleen in het buitenland? Ik ga even met hen praten. Dus ben ik naast Frank gaan zitten, met Sören de bank achter ons. We waren meteen veroordeeld tot vriendschap voor mekaar.'

De mensen die hem de laatste twintig jaar vanaf de zijlijn meemaakten, vinden dat hij zichzelf nooit echt heeft bewezen als technisch directeur.

In die wedstrijd heeft Theo Laseroms een ingewikkeld tactisch plan uitgewerkt: de rechtsbuiten moet door het midden, de rechtsback moet opschuiven en de rechtsmidden moet de ruimte in duiken. 'Alleen kent Theo, die nochtans in de Verenigde Staten had gevoetbald, geen Engels. Dus zegt hij tegen Sören, wijzend op het tactische bord: ' You go in the room!' Waarop Sören niet begrijpend rondkijkt welke kamer hij dan wel moest binnenlopen. ( lacht) Vervolgens maakt Frank na een fantastische dribbel de 1-0, en legt Sören met een daverend afstandsschot van op 25 meter de 2-0 vast. De volgende weken nodigde ik hen wel eens voor het eten uit bij ons thuis, en trokken we nadien de stad in. Concerten bezoeken, veel praten, over voetbal en muziek. Frank en ik hadden een gemeenschappelijke smaak, hielden bijvoorbeeld allebei van Neil Young. Het waren twee hartelijke, vrolijke gasten die het moeilijk hadden met de strenge aanpak van Rinus Michels. Frank vond al gauw zijn plaats in het team, voor Sören duurde het wat langer.'

In het eerste elftal etaleert Arnesen al snel zijn kwaliteiten, als tweebenige speler met een fantastisch voetballend vermogen, spelinzicht en een goeie dribbel. Hij speelt als een engel, met een balbehandeling van grote klasse. Niet alleen op, maar ook naast het veld is hij met voetbal bezig, ziet Endt. 'Toen de Deense bondscoach zijn spelers voor een match Italië-Denemarken een boek gaf van zo'n 30 pagina's, met allemaal looplijnen en tactische beschouwingen, droeg hij dat de hele tijd fier onder de arm, en verdiepte zich daar ook in. Frank was altijd bezig om zich te verrijken en om beter te worden. Urenlange discussies over voetbal kon je met hem voeren.'

De twee nemen Endt al eens mee naar wedstrijden met het Deense elftal in Kopenhagen. 'Wanneer ze in Deense sferen kwamen, werden ze pas echt vrolijk. Tegenwoordig is het bon ton om het volkslied mee te zingen, maar toen absoluut niet. Alleen Frank deed dat wel. Aandoenlijk was het om te horen hoe hij dat uit volle borst meezong, terwijl de anderen om hem heen wat stonden te murmelen. Maar waar het de internationals toen vooral om te doen was, waren de afterparty's die altijd startten in nachtclub Tordenskjold. Daar begon het feest echt, met Preben Larsen als gangmaker. Die kreeg het hele gezelschap overal binnen met zijn vaste openingszin: 'Ik ben de chef van Lokeren!'

Frank Arnesen voetbalde van 1983 tot 1985 bij Anderlecht., BELGAIMAGE
Frank Arnesen voetbalde van 1983 tot 1985 bij Anderlecht. © BELGAIMAGE

Van Ajax gaat het in 1981 richting Valencia, op dat moment een echte topclub. Arnesen is er de beste speler, tot hij geblesseerd raakt aan de knie, en de operatie niet helemaal geslaagd blijkt. Ondanks die knie speelt hij bij vlagen nog briljant, maar nooit meer pijnloos. 'Op momenten dat het er echt om ging, kon hij die pijn verbijten en zag je nog de echte Arnesen van voor de operatie', zegt Endt, die de Deen altijd is blijven volgen. 'Met de nationale ploeg was hij top, daar laadde hij zich dan echt voor op. Ook bij Anderlecht leed hij onder de pijn, maar hij voetbalde nog zo graag. Hetzelfde zag je bij PSV. Soms nam hij een week rust, maar als het tegen Ajax was, was hij weer outstanding.'

Interview over Westerhof

Ook Eindhoven geniet van de intelligente voetballer met groot spelinzicht en een geweldige doorsteekpass. Een echte publieksspeler. Maar hét sportieve hoogtepunt met PSV, de winst in de finale Europacup I in 1988, mist hij door blessure. Later mag hij in Eindhoven aan de slag als assistent-trainer. Uit die functie wordt hij in 1993 ontheven na een vernietigend interview waarin hij het amateuristische beleid van de club laakt en van hoofdtrainer Hans Westerhof geen spaander heel laat. Het is de eerste keer dat er een barst komt in het goedlachse en positieve imago van de Deen. Westerhof geldt als een fatsoenlijk en loyaal man, die het niet verdient om zo ongenadig afgemaakt te worden door iemand uit zijn eigen club. Duidelijk wordt op dat moment dat Arnesen over lijken durft te gaan en voor zijn mening durft uit te komen, ook als dat negatieve gevolgen heeft voor hem.

Een jaar later zijn de wonden geheeld. Wanneer Willem II hem in 1994 als hoofdtrainer wil, biedt PSV Arnesen een contract aan als technisch directeur. Dat blijft hij tot 2004, tien jaar waarin PSV vier keer kampioen wordt. Tot Guus Hiddink in 2004 een machtsgreep binnen de club pleegt. Arnesen wordt op een zijspoor gezet en verhuist even later naar Tottenham. Hiddink heeft zijn twijfels bij de aanpak van de Deen, die de jaren voordien tal van inkomende transfers deed van jonge spelers die via scout Piet de Visser, makelaar en jeugdvriend Sören Lerby en tussenpersoon Vlado Lemic (die geen makelaarslicentie bezat) van overal ter wereld gehaald werden. Dat mocht, zei voorzitter Harry van Raaij, daar toen over: 'Met transacties onder één miljoen euro, daar bemoei ik me niet mee.' Kortom: een vrijgeleide voor de technisch directeur, die ongestoord zijn ding kan doen. Helaas voor PSV én voor hem levert dat amper iets op. Geen enkele van die spelers breekt uiteindelijk door, waardoor er kritiek komt over die dure maar weinig renderende ons-kent-onspolitiek. Hiddink maakt er komaf mee en zet vervolgens zelf de sportieve lijnen uit.

Ondanks zijn Mick Jaggerlach kan hij heel hard zijn. De club zal profiteren van zijn netwerk.

David Endt

Engeland en Duitsland

Na een jaar Tottenham wordt Arnesen door de nieuwbakken Chelsea-eigenaar Roman Abramovitsj binnengehaald, met betaling van een afkoopsom. Arnesen krijgt het verwijt dat hij met heel veel geld er niet in slaagt ook maar één zelf opgeleid jeugdproduct of jong aangekocht buitenlands talent te laten doorstromen naar het eerste elftal. Anderzijds slaagt hij er wél in om Arjen Robben te overtuigen om voor Chelsea te kiezen, terwijl hij ook naar Manchester United kon. De club heeft dan nog geen platte prijs gewonnen en staat nog volop in de steigers staat.

Handjes schudden met Danny Blind in de tribune., BELGAIMAGE
Handjes schudden met Danny Blind in de tribune. © BELGAIMAGE

Begin 2011 geeft Arnesen zelf aan dat hij na afloop van zijn contract bij Chelsea vertrekt. In Duitsland wacht een enorme uitdaging: traditieclub HSV, dat moeilijke jaren beleeft, op het droge trekken. Bij aankomst verwijst hij nog eens naar de weg die hij heeft afgelegd: 'In Eindhoven vergaderde ik elke maandag met mensen van Philips, allemaal topmensen. Zo leerde ik meetings organiseren en een agenda opstellen. Van een simpele voetballer heb ik mezelf zo bijgeschoold. Mijn job is maken dat ik een schaduwteam klaar heb voor het geval iemand weggaat.'

Hij weet ook dat de tijden veranderd zijn. 'Mijn beste trainer ooit was Rinus Michels,' zegt hij in een interview met de Frankfurter Allgemeine Zeitung. 'Die stond tijdens de rust tien minuten te zwijgen, zei dan een paar zinnen tegen de kapitein en dat was het. Toch hadden wij allemaal zo'n respect voor die man.'

In Duitsland moet hij in plaats van koper opleider worden, want geld heeft HSV niet, maar zijn groot minpunt is zijn gebrek aan kennis van de Duitse markt. Vanuit Londen brengt hij vier scouts en vijf transfervrije maar dure spelers mee naar Hamburg. Het wordt geen succes. HSV glijdt verder af, Arnesen kan het tij niet keren. Er is even ophef wanneer hij een speler, Milan Badelj, via bemiddeling van (opnieuw) Vlado Lemic te duur zou ingekocht hebben. Uiteindelijk komt de raad van bestuur van HSV tot het besluit dat Arnesen wel met een niet-erkende makelaar heeft gewerkt, maar dat hij zichzelf bij die transfer niet heeft verrijkt. Toch wordt hij na anderhalf jaar ontslagen. Men vindt hem met een jaarloon van 1,8 miljoen euro te duur, en voor te weinig sportieve inbreng zorgend voor zo'n salaris. Wat hij achterlaat, is een kern vol dure buitenlanders die alleen met groot verlies kunnen van de hand gedaan worden.

Na HSV verdwijnt hij van het voorplan. Na korte verblijven bij het Oekraïense Metalist Charkov (waar de burgeroorlog uitbreekt) en PAOK Saloniki treedt hij in april 2017 toe tot de raad der commissarissen bij PSV. Maar na amper anderhalf jaar komt hij toch terug op zijn besluit om niet meer in het dagelijkse voetballeven te stappen.

Dat vinden mensen die hem de laatste twintig jaar vanaf de zijlijn meemaakten, verrassend. Hij heeft zichzelf nooit echt bewezen als technisch directeur, vinden ze. Bij Chelsea kon hij aan de slag met het grote geld van de rijke eigenaar, bij HSV liet hij een zo goed als failliete club achter en slaagde hij er niet in de Duitse markt te verkennen. Wat was dan wel de waarde van dat enorme netwerk van hem? Af en toe werden de wenkbrauwen gefronst bij de deals die onder hem werden gesloten. Harde bewijzen dat het fout ging, ontbraken, maar de schimmige sfeer rond hem verdrong bij momenten het beeld van de schitterende voetballer met zijn weergaloze dribbel en de aardige man die op de persborrels van PSV tijdens de Europese verplaatsingen geweldige verhalen vertelde en iedereen aanstak met zijn gulle lach.

Anderlecht

Nu is PSV na Phillip Cocu en Marcel Brands (naar Everton) met Arnesen op korte tijd een derde technische man kwijt. Vooral de manier waarop het vertrek door de betrokkene meegedeeld werd, steekt. Zes weken geleden had hij immers benadrukt dat een vertrek niet aan de orde was. Blijkbaar kwam de Deen voor zichzelf tot de conclusie dat de hele tijd golfen nog niets voor hem is. Hij wil het liefst werken, maar niet in de luwte en evenmin in een bijrol. Tot dat besef kwam hij nadat hij afgelopen zomer in de schaduw hard meewerkte om bij PSV een aantal zaken bij te sturen na het vertrek van Brands en Cocu. Dat hij daarbij amper naar buiten trad, veranderde niets aan zijn besef dat hij het liefst nog mee stuurt én bepalend is.

Zo verlaat hij 'zijn' PSV met het imago van een joviaal man, die nog een goed uithangbord kan zijn voor een club die zichzelf weer op de rails wil krijgen. Die uitstekend weet hoe het voetbal in mekaar zit, en die letterlijk overal ter wereld mensen kan contacteren met dat uitgebreide netwerk van hem. 'Als hij geen perspectief ziet, doet hij dit niet', zegt een bron dicht bij PSV. 'Hij is niet iemand die denkt: dertig jaar geleden heb ik daar nog gevoetbald, dus ga ik er nog eens heen. Hij zal bij Anderlecht nog wel een mooi salaris krijgen, maar niet wat hij bij Chelsea of HSV verdiende. Voor het geld doet hij dit niet.'

Want dat is zeker: om breed lachend mee op de foto te staan, komt Arnesen niet naar Brussel. Als Marc Coucke een naam wilde om als uithangbord te fungeren, heeft hij de verkeerde man gehaald. Als Arnesen ergens binnenkomt, is de ruimte wel gevuld, en komt er ook echt iemand binnen. Onopgemerkt zal zijn passage bij de Brusselse club niet verlopen.

Dat Arnesen voor de uitdaging bij Anderlecht kiest, verbaast zijn vriend David Endt niet: 'Frank wordt gedreven door een ongelofelijke ambitie om te tonen wat hij kan. Hij heeft echt gewacht op iets wat hem past. Daartoe heeft hij veel aanbiedingen opzijgeschoven. In deze keuze speelt hooguit 20 procent sentiment mee. De echte reden is dat hij denkt: dit is een grote club waar ik mijn stempel op kan drukken. Frank is geen dromer, maar een realist. Iemand die ondanks die Mick Jaggerlach hard kan zijn. De club zal profiteren van zijn geweldig netwerk.'

Aan zijn drive twijfelt Endt niet: 'Frank was en is een en al voetbal. Hij is ermee opgegroeid, in die arbeidersclub uit de arbeiderswijk Amager. Zijn vader beheerde de kantine en het restaurant van die club die tussen eerste en tweede klasse pendelde, en dat managerschap heeft hij ook in zich.'

Natuurlijk is Arnesen met de jaren en door de positieve en negatieve ervaringen veranderd, maar Endt ziet nog steeds Franky boy. 'We hebben nog steeds de grootste lol, lachen om gewone dingen.' Kan Arnesen met een selfmade man à la Coucke om? 'Hij kan gitaar spelen, en hij kan zingen. En nog veel meer', besluit Endt met een kwinkslag.

Fiche Frank Arnesen

Frank Arnesen werd geboren op 30 september 1956 in het Deense Kopenhagen. Als speler voetbalde hij van 1975 tot 1981 voor Ajax. Na twee jaar Valencia vertoefde hij van 1983 tot 1985 in het Astridpark, om drie jaar later bij PSV de schoenen aan de haak te hangen. Van 1977 tot 1987 speelde hij 52 interlands voor Denemarken, waarin hij 14 keer scoorde.

Na zijn spelersloopbaan vervulde hij tot 2004 in Eindhoven zowat alle mogelijke functies, van assistent-trainer tot sportief directeur. Na één jaar Tottenham was hij vijf jaar sportief directeur bij Chelsea. Daarna werkte hij tot zijn ontslag begin 2013 bij HSV. Na korte verblijven bij Metalist Charkov en PAOK Saloniki trad hij in april 2017 toe tot de raad der commissarissen van PSV.

In november 1975 stappen samen met de jonge spelers van het C-elftal van Ajax twee stille Deense jongens mee op de bus die hen van Amsterdam naar het trainingscentrum van de Nederlandse KNVB in Zeist voert. Daar speelt Ajax C een oefenwedstrijd tegen Willem II in het kader van de trainersopleiding van twee voormalige profvoetballers die in Zeist hun diploma willen halen: Theo Laseroms en Hans Dorjee. David Endt, toen rechtsback voor Ajax C en nadien lang perswoordvoerder en teammanager van de club, ziet de 19-jarige Frank Arnesen en de 17-jarige Sören Lerby arriveren van de Deense tweedeklasser Fremad Amager. 'Ik dacht: die komen helemaal uit Denemarken, hoe lastig moet dat niet zijn, zo jong en alleen in het buitenland? Ik ga even met hen praten. Dus ben ik naast Frank gaan zitten, met Sören de bank achter ons. We waren meteen veroordeeld tot vriendschap voor mekaar.' In die wedstrijd heeft Theo Laseroms een ingewikkeld tactisch plan uitgewerkt: de rechtsbuiten moet door het midden, de rechtsback moet opschuiven en de rechtsmidden moet de ruimte in duiken. 'Alleen kent Theo, die nochtans in de Verenigde Staten had gevoetbald, geen Engels. Dus zegt hij tegen Sören, wijzend op het tactische bord: ' You go in the room!' Waarop Sören niet begrijpend rondkijkt welke kamer hij dan wel moest binnenlopen. ( lacht) Vervolgens maakt Frank na een fantastische dribbel de 1-0, en legt Sören met een daverend afstandsschot van op 25 meter de 2-0 vast. De volgende weken nodigde ik hen wel eens voor het eten uit bij ons thuis, en trokken we nadien de stad in. Concerten bezoeken, veel praten, over voetbal en muziek. Frank en ik hadden een gemeenschappelijke smaak, hielden bijvoorbeeld allebei van Neil Young. Het waren twee hartelijke, vrolijke gasten die het moeilijk hadden met de strenge aanpak van Rinus Michels. Frank vond al gauw zijn plaats in het team, voor Sören duurde het wat langer.' In het eerste elftal etaleert Arnesen al snel zijn kwaliteiten, als tweebenige speler met een fantastisch voetballend vermogen, spelinzicht en een goeie dribbel. Hij speelt als een engel, met een balbehandeling van grote klasse. Niet alleen op, maar ook naast het veld is hij met voetbal bezig, ziet Endt. 'Toen de Deense bondscoach zijn spelers voor een match Italië-Denemarken een boek gaf van zo'n 30 pagina's, met allemaal looplijnen en tactische beschouwingen, droeg hij dat de hele tijd fier onder de arm, en verdiepte zich daar ook in. Frank was altijd bezig om zich te verrijken en om beter te worden. Urenlange discussies over voetbal kon je met hem voeren.' De twee nemen Endt al eens mee naar wedstrijden met het Deense elftal in Kopenhagen. 'Wanneer ze in Deense sferen kwamen, werden ze pas echt vrolijk. Tegenwoordig is het bon ton om het volkslied mee te zingen, maar toen absoluut niet. Alleen Frank deed dat wel. Aandoenlijk was het om te horen hoe hij dat uit volle borst meezong, terwijl de anderen om hem heen wat stonden te murmelen. Maar waar het de internationals toen vooral om te doen was, waren de afterparty's die altijd startten in nachtclub Tordenskjold. Daar begon het feest echt, met Preben Larsen als gangmaker. Die kreeg het hele gezelschap overal binnen met zijn vaste openingszin: 'Ik ben de chef van Lokeren!' Van Ajax gaat het in 1981 richting Valencia, op dat moment een echte topclub. Arnesen is er de beste speler, tot hij geblesseerd raakt aan de knie, en de operatie niet helemaal geslaagd blijkt. Ondanks die knie speelt hij bij vlagen nog briljant, maar nooit meer pijnloos. 'Op momenten dat het er echt om ging, kon hij die pijn verbijten en zag je nog de echte Arnesen van voor de operatie', zegt Endt, die de Deen altijd is blijven volgen. 'Met de nationale ploeg was hij top, daar laadde hij zich dan echt voor op. Ook bij Anderlecht leed hij onder de pijn, maar hij voetbalde nog zo graag. Hetzelfde zag je bij PSV. Soms nam hij een week rust, maar als het tegen Ajax was, was hij weer outstanding.' Ook Eindhoven geniet van de intelligente voetballer met groot spelinzicht en een geweldige doorsteekpass. Een echte publieksspeler. Maar hét sportieve hoogtepunt met PSV, de winst in de finale Europacup I in 1988, mist hij door blessure. Later mag hij in Eindhoven aan de slag als assistent-trainer. Uit die functie wordt hij in 1993 ontheven na een vernietigend interview waarin hij het amateuristische beleid van de club laakt en van hoofdtrainer Hans Westerhof geen spaander heel laat. Het is de eerste keer dat er een barst komt in het goedlachse en positieve imago van de Deen. Westerhof geldt als een fatsoenlijk en loyaal man, die het niet verdient om zo ongenadig afgemaakt te worden door iemand uit zijn eigen club. Duidelijk wordt op dat moment dat Arnesen over lijken durft te gaan en voor zijn mening durft uit te komen, ook als dat negatieve gevolgen heeft voor hem. Een jaar later zijn de wonden geheeld. Wanneer Willem II hem in 1994 als hoofdtrainer wil, biedt PSV Arnesen een contract aan als technisch directeur. Dat blijft hij tot 2004, tien jaar waarin PSV vier keer kampioen wordt. Tot Guus Hiddink in 2004 een machtsgreep binnen de club pleegt. Arnesen wordt op een zijspoor gezet en verhuist even later naar Tottenham. Hiddink heeft zijn twijfels bij de aanpak van de Deen, die de jaren voordien tal van inkomende transfers deed van jonge spelers die via scout Piet de Visser, makelaar en jeugdvriend Sören Lerby en tussenpersoon Vlado Lemic (die geen makelaarslicentie bezat) van overal ter wereld gehaald werden. Dat mocht, zei voorzitter Harry van Raaij, daar toen over: 'Met transacties onder één miljoen euro, daar bemoei ik me niet mee.' Kortom: een vrijgeleide voor de technisch directeur, die ongestoord zijn ding kan doen. Helaas voor PSV én voor hem levert dat amper iets op. Geen enkele van die spelers breekt uiteindelijk door, waardoor er kritiek komt over die dure maar weinig renderende ons-kent-onspolitiek. Hiddink maakt er komaf mee en zet vervolgens zelf de sportieve lijnen uit. Na een jaar Tottenham wordt Arnesen door de nieuwbakken Chelsea-eigenaar Roman Abramovitsj binnengehaald, met betaling van een afkoopsom. Arnesen krijgt het verwijt dat hij met heel veel geld er niet in slaagt ook maar één zelf opgeleid jeugdproduct of jong aangekocht buitenlands talent te laten doorstromen naar het eerste elftal. Anderzijds slaagt hij er wél in om Arjen Robben te overtuigen om voor Chelsea te kiezen, terwijl hij ook naar Manchester United kon. De club heeft dan nog geen platte prijs gewonnen en staat nog volop in de steigers staat. Begin 2011 geeft Arnesen zelf aan dat hij na afloop van zijn contract bij Chelsea vertrekt. In Duitsland wacht een enorme uitdaging: traditieclub HSV, dat moeilijke jaren beleeft, op het droge trekken. Bij aankomst verwijst hij nog eens naar de weg die hij heeft afgelegd: 'In Eindhoven vergaderde ik elke maandag met mensen van Philips, allemaal topmensen. Zo leerde ik meetings organiseren en een agenda opstellen. Van een simpele voetballer heb ik mezelf zo bijgeschoold. Mijn job is maken dat ik een schaduwteam klaar heb voor het geval iemand weggaat.' Hij weet ook dat de tijden veranderd zijn. 'Mijn beste trainer ooit was Rinus Michels,' zegt hij in een interview met de Frankfurter Allgemeine Zeitung. 'Die stond tijdens de rust tien minuten te zwijgen, zei dan een paar zinnen tegen de kapitein en dat was het. Toch hadden wij allemaal zo'n respect voor die man.' In Duitsland moet hij in plaats van koper opleider worden, want geld heeft HSV niet, maar zijn groot minpunt is zijn gebrek aan kennis van de Duitse markt. Vanuit Londen brengt hij vier scouts en vijf transfervrije maar dure spelers mee naar Hamburg. Het wordt geen succes. HSV glijdt verder af, Arnesen kan het tij niet keren. Er is even ophef wanneer hij een speler, Milan Badelj, via bemiddeling van (opnieuw) Vlado Lemic te duur zou ingekocht hebben. Uiteindelijk komt de raad van bestuur van HSV tot het besluit dat Arnesen wel met een niet-erkende makelaar heeft gewerkt, maar dat hij zichzelf bij die transfer niet heeft verrijkt. Toch wordt hij na anderhalf jaar ontslagen. Men vindt hem met een jaarloon van 1,8 miljoen euro te duur, en voor te weinig sportieve inbreng zorgend voor zo'n salaris. Wat hij achterlaat, is een kern vol dure buitenlanders die alleen met groot verlies kunnen van de hand gedaan worden. Na HSV verdwijnt hij van het voorplan. Na korte verblijven bij het Oekraïense Metalist Charkov (waar de burgeroorlog uitbreekt) en PAOK Saloniki treedt hij in april 2017 toe tot de raad der commissarissen bij PSV. Maar na amper anderhalf jaar komt hij toch terug op zijn besluit om niet meer in het dagelijkse voetballeven te stappen. Dat vinden mensen die hem de laatste twintig jaar vanaf de zijlijn meemaakten, verrassend. Hij heeft zichzelf nooit echt bewezen als technisch directeur, vinden ze. Bij Chelsea kon hij aan de slag met het grote geld van de rijke eigenaar, bij HSV liet hij een zo goed als failliete club achter en slaagde hij er niet in de Duitse markt te verkennen. Wat was dan wel de waarde van dat enorme netwerk van hem? Af en toe werden de wenkbrauwen gefronst bij de deals die onder hem werden gesloten. Harde bewijzen dat het fout ging, ontbraken, maar de schimmige sfeer rond hem verdrong bij momenten het beeld van de schitterende voetballer met zijn weergaloze dribbel en de aardige man die op de persborrels van PSV tijdens de Europese verplaatsingen geweldige verhalen vertelde en iedereen aanstak met zijn gulle lach. Nu is PSV na Phillip Cocu en Marcel Brands (naar Everton) met Arnesen op korte tijd een derde technische man kwijt. Vooral de manier waarop het vertrek door de betrokkene meegedeeld werd, steekt. Zes weken geleden had hij immers benadrukt dat een vertrek niet aan de orde was. Blijkbaar kwam de Deen voor zichzelf tot de conclusie dat de hele tijd golfen nog niets voor hem is. Hij wil het liefst werken, maar niet in de luwte en evenmin in een bijrol. Tot dat besef kwam hij nadat hij afgelopen zomer in de schaduw hard meewerkte om bij PSV een aantal zaken bij te sturen na het vertrek van Brands en Cocu. Dat hij daarbij amper naar buiten trad, veranderde niets aan zijn besef dat hij het liefst nog mee stuurt én bepalend is. Zo verlaat hij 'zijn' PSV met het imago van een joviaal man, die nog een goed uithangbord kan zijn voor een club die zichzelf weer op de rails wil krijgen. Die uitstekend weet hoe het voetbal in mekaar zit, en die letterlijk overal ter wereld mensen kan contacteren met dat uitgebreide netwerk van hem. 'Als hij geen perspectief ziet, doet hij dit niet', zegt een bron dicht bij PSV. 'Hij is niet iemand die denkt: dertig jaar geleden heb ik daar nog gevoetbald, dus ga ik er nog eens heen. Hij zal bij Anderlecht nog wel een mooi salaris krijgen, maar niet wat hij bij Chelsea of HSV verdiende. Voor het geld doet hij dit niet.' Want dat is zeker: om breed lachend mee op de foto te staan, komt Arnesen niet naar Brussel. Als Marc Coucke een naam wilde om als uithangbord te fungeren, heeft hij de verkeerde man gehaald. Als Arnesen ergens binnenkomt, is de ruimte wel gevuld, en komt er ook echt iemand binnen. Onopgemerkt zal zijn passage bij de Brusselse club niet verlopen. Dat Arnesen voor de uitdaging bij Anderlecht kiest, verbaast zijn vriend David Endt niet: 'Frank wordt gedreven door een ongelofelijke ambitie om te tonen wat hij kan. Hij heeft echt gewacht op iets wat hem past. Daartoe heeft hij veel aanbiedingen opzijgeschoven. In deze keuze speelt hooguit 20 procent sentiment mee. De echte reden is dat hij denkt: dit is een grote club waar ik mijn stempel op kan drukken. Frank is geen dromer, maar een realist. Iemand die ondanks die Mick Jaggerlach hard kan zijn. De club zal profiteren van zijn geweldig netwerk.' Aan zijn drive twijfelt Endt niet: 'Frank was en is een en al voetbal. Hij is ermee opgegroeid, in die arbeidersclub uit de arbeiderswijk Amager. Zijn vader beheerde de kantine en het restaurant van die club die tussen eerste en tweede klasse pendelde, en dat managerschap heeft hij ook in zich.' Natuurlijk is Arnesen met de jaren en door de positieve en negatieve ervaringen veranderd, maar Endt ziet nog steeds Franky boy. 'We hebben nog steeds de grootste lol, lachen om gewone dingen.' Kan Arnesen met een selfmade man à la Coucke om? 'Hij kan gitaar spelen, en hij kan zingen. En nog veel meer', besluit Endt met een kwinkslag.