Wat al een paar weken werd gevreesd, werd zondagavond werkelijkheid. In juli was een principieel akkoord om de belofteploegen van de profclubs onder te brengen in de hoogste amateurafdelingen. In ruil voor hun toestemming vroegen de amateurs één ding: of de licentievoorwaarden een heel klein beetje konden worden versoepeld. Nu moeten amateurclubs die in februari hun licentie willen aanvragen, infrastructureel in orde zijn. De amateurclubs vroegen om in de toekomst in orde te mogen zijn met de voorwaarden in het eerste jaar na de promotie, in plaats van vooraf. Zo werd men niet verplicht tot inspanningen voor de promotie een zekerheid was.

Omdat de profclubs van die uitzondering niks wilden weten, bleken de amateurs uiteindelijk bereid om die eis te laten vallen. De Vlaamse tenminste. De Waalse vleugel (ACFF) hield daaraan vast. De profs hielden voet bij stuk, en daarom kwam er geen akkoord voor de deadline, 30 september.

Gilbert Timmermans, voorzitter van Voetbal Vlaanderen: 'In de Franstalige pers verscheen ook dat er nog een tweede eis van hun kant zou zijn geweest. Zij zouden hebben gewild dat de verliezer van de promotiewedstrijd tussen de Vlaamse kampioen en de Franstalige een kans zou krijgen om te promoveren via een testduel met de zevende uit 1B. Dat is ooit als idee geopperd, maar werd nooit opgenomen in onderhandelingen met de Pro League.'

Buitenlandse eigenaars

Is dit het einde van het plan om de beloften in een échte competitie te laten spelen? Gilbert Timmermans: 'Ik vrees het. En opnieuw zijn het de profs die er zélf de stekker hebben uitgetrokken op basis van wat ik een detail noem. Net zoals ze dat een paar jaar geleden deden. Toen ging ook al het akkoord met de ploegen uit Bevordering in laatste instantie niet door. Wij waren vragende partij, niet in ons eigen belang maar in het belang van het Belgische voetbal in het algemeen. Geloof me, het heeft ons veel moeite en tijd gekost om mensen te overtuigen van dat belang. Nu nog was de stemming 57 procent voor en 43 procent tegen. Maar uiteindelijk zag iedereen het belang in van talentontwikkeling.'

Die talenten van eigen bodem vinden hoe langer hoe moeilijker hun weg naar boven. Bob Browaeys, technisch directeur topsport: 'Maak de oefening van het aantal Belgen vorig weekend in de Jupiler Pro League. En van het aantal jongens tussen 18 en 22. Niet alleen in de kern, op het veld. Alleen KV Oostende heeft er oog voor, omdat Gert Verheyen hier vijf jaar werkte. Een Kevin De Bruyne of Eden Hazard, dat is zoals Kim Clijsters en Justine Henin, zoiets vind je maar om de zoveel tijd. Nu, er ís Belgisch talent, alleen komt het minder en minder aan bod. In 2013/14 maakten ze nog 55 procent uit van de spelerskernen, in 2014/15 was dat 54 procent en de jaren erna daalde dat naar 50 procent, 44 procent, 40 procent en nu nog 35 procent. Dat is alarmerend. 1B is speciaal vanwege de buitenlandse eigenaars, die zijn niet bezig met Belgische talentontwikkeling. Ik weet niet welke redenen op de achtergrond speelden om dit tegen te houden, maar het moment was ideaal. Doodjammer.'

Wat al een paar weken werd gevreesd, werd zondagavond werkelijkheid. In juli was een principieel akkoord om de belofteploegen van de profclubs onder te brengen in de hoogste amateurafdelingen. In ruil voor hun toestemming vroegen de amateurs één ding: of de licentievoorwaarden een heel klein beetje konden worden versoepeld. Nu moeten amateurclubs die in februari hun licentie willen aanvragen, infrastructureel in orde zijn. De amateurclubs vroegen om in de toekomst in orde te mogen zijn met de voorwaarden in het eerste jaar na de promotie, in plaats van vooraf. Zo werd men niet verplicht tot inspanningen voor de promotie een zekerheid was. Omdat de profclubs van die uitzondering niks wilden weten, bleken de amateurs uiteindelijk bereid om die eis te laten vallen. De Vlaamse tenminste. De Waalse vleugel (ACFF) hield daaraan vast. De profs hielden voet bij stuk, en daarom kwam er geen akkoord voor de deadline, 30 september. Gilbert Timmermans, voorzitter van Voetbal Vlaanderen: 'In de Franstalige pers verscheen ook dat er nog een tweede eis van hun kant zou zijn geweest. Zij zouden hebben gewild dat de verliezer van de promotiewedstrijd tussen de Vlaamse kampioen en de Franstalige een kans zou krijgen om te promoveren via een testduel met de zevende uit 1B. Dat is ooit als idee geopperd, maar werd nooit opgenomen in onderhandelingen met de Pro League.' Is dit het einde van het plan om de beloften in een échte competitie te laten spelen? Gilbert Timmermans: 'Ik vrees het. En opnieuw zijn het de profs die er zélf de stekker hebben uitgetrokken op basis van wat ik een detail noem. Net zoals ze dat een paar jaar geleden deden. Toen ging ook al het akkoord met de ploegen uit Bevordering in laatste instantie niet door. Wij waren vragende partij, niet in ons eigen belang maar in het belang van het Belgische voetbal in het algemeen. Geloof me, het heeft ons veel moeite en tijd gekost om mensen te overtuigen van dat belang. Nu nog was de stemming 57 procent voor en 43 procent tegen. Maar uiteindelijk zag iedereen het belang in van talentontwikkeling.' Die talenten van eigen bodem vinden hoe langer hoe moeilijker hun weg naar boven. Bob Browaeys, technisch directeur topsport: 'Maak de oefening van het aantal Belgen vorig weekend in de Jupiler Pro League. En van het aantal jongens tussen 18 en 22. Niet alleen in de kern, op het veld. Alleen KV Oostende heeft er oog voor, omdat Gert Verheyen hier vijf jaar werkte. Een Kevin De Bruyne of Eden Hazard, dat is zoals Kim Clijsters en Justine Henin, zoiets vind je maar om de zoveel tijd. Nu, er ís Belgisch talent, alleen komt het minder en minder aan bod. In 2013/14 maakten ze nog 55 procent uit van de spelerskernen, in 2014/15 was dat 54 procent en de jaren erna daalde dat naar 50 procent, 44 procent, 40 procent en nu nog 35 procent. Dat is alarmerend. 1B is speciaal vanwege de buitenlandse eigenaars, die zijn niet bezig met Belgische talentontwikkeling. Ik weet niet welke redenen op de achtergrond speelden om dit tegen te houden, maar het moment was ideaal. Doodjammer.'