De Pro League denkt na over de toekomst van het Belgische profvoetbal. De vacature voor een nieuwe CEO is opengesteld - Pierre François is bezig aan zijn laatste ambtsjaar - en zijn opvolger moet het profvoetbal runnen op een veel zakelijker manier dan nu, met diverse departementen.
...

De Pro League denkt na over de toekomst van het Belgische profvoetbal. De vacature voor een nieuwe CEO is opengesteld - Pierre François is bezig aan zijn laatste ambtsjaar - en zijn opvolger moet het profvoetbal runnen op een veel zakelijker manier dan nu, met diverse departementen. Een beetje naar het voorbeeld van de overkoepelende KBVB, waar de departementen in handen zijn van vaklui, die rapporteren aan hun CEO en de overkoepelende raad van bestuur. Dat vergemakkelijkt straks op profniveau de taak van de voorzitter. Nu moet Peter Croonen, de huidige voorzitter, de belangen van zijn club behartigen én die van het profvoetbal in het algemeen. Van een belangenvereniging, zoals de Pro League nu is, waarbij iedereen vooral aan zijn eigen club denkt, een sterk merk maken, dat is de taak van de vernieuwers.Uiteraard komt het competitieformat ook ter discussie. Na een moeizame zomer van 2020, met discussie rond de titel van Club Brugge én het behoud van Waasland-Beveren, werd beslist om 1A uit te breiden tot 18. Dat blijft nog twee seizoenen zo, werd een jaar later beslist. Tot het seizoen 2022/23. Wat daarna moest komen, werd in handen gelegd van een studiebureau. Dat onderzocht haalbaarheid en wenselijkheid van diverse formatvoorstellen én een BeNeLiga. Het dokterde een formule uit om 1A en 1B te vernieuwen en dat ligt morgen op tafel.Het voorstel dat de profclubs voorgelegd krijgen en bespreken ziet er als volgt uit:* Vanaf 2023 zou 1A bestaan uit 12 clubs. Elke club speelt heen- en terugwedstrijden, wat 22 speeldagen inhoudt. Daarna volgen play-offs. De eerste acht spelen opnieuw met heen- en terugwedstrijden tegen elkaar, wat nog eens 14 speeldagen inhoudt. Inzet: titel, prijzengeld en Europese tickets. Het grote verschil met de play-offs die we tot nu toe kenden - de eerste jaren met zes, sinds vorig seizoen met vier - is dat van een halvering van de punten geen sprake meer is. Met name KAA Gent en KRC Genk waren daar altijd voor, Club Brugge was tegen. In het voorstel van vernieuwing blijven de punten behouden.* Vanaf 2023 zou 1B bestaan uit 14 teams. Die spelen heen- en terugwedstrijden in hun reguliere competitie, zijnde 26 speeldagen. Ook hier volgen nadien play-offs, wat nog eens 14 speeldagen betekent. De bovenste vier uit 1B strijden met de onderste vier uit 1A voor promotie/behoud. De eerste vier van de play-offs komen het seizoen erna uit in 1A, de laatste vier in 1B. Iedereen vertrekt in deze nacompetitie vanaf nul. In het voorstel is geen sprake meer van Europese tickets als beloning, wel een hoger prijzengeld.De laatste tien uit 1B spelen ook een nacompetitie. Ook met heen en terug. Voor hen betekent dat 18 speeldagen, bovenop de 26 uit de eerste ronde. Ook hier is het voorstel om de punten uit de reguliere competitie te behouden. Beloning is hier het prijzengeld én het behoud. De laatste twee teams zakken naar amateurniveau. Op dat niveau worden de U23 in het competitievoetbal geïntroduceerd.Dat het nieuwe voorstel zal leiden tot hevig debat zal u niet verrassen. Om te beginnen: hoe kom je tot die 12 in 1A? Wordt het één seizoen - 2022/23 - alles of niets, met zes degradanten? Neen. In het voorstel zou er rekening worden gehouden met de resultaten over de voorbije vijf jaar. Wie daar bij de eerste 12 is, mag deelnemen aan 1A vanaf 2023. Dat is goed nieuws voor ploegen die al een tijdje bovenin in 1A meedraaien, je kan al eens een minder jaar compenseren, maar minder goed nieuws voor de nieuwkomers, of voor ploegen die steevast in de rechterkolom van de stand eindigen.De halvering van de punten in 1A bij de start van de play-offs wordt dus geschrapt. Om tegemoet te komen aan de sportieve credibiliteit is het argument. Benieuwd of Ivan De Witte, een notoir voorstander van die halvering, dat ook zal vinden. De vraag is ook wat de topteams vinden van het grote aantal wedstrijden, steevast een klacht. Ze blijven met 36 competitiewedstrijden zitten. Wie Europees speelt én ver bekert, heeft nog steeds een overladen programma. Door het behoud van de punten verschuift de klemtoon wel niet meer naar cruciale weken in april en mei.1B is in het nieuwe voorstel geen kerkhof meer, is een andere gedachtegang. Meer prijzengeld, meer teams, maar voor wie bij de laatste tien eindigt, is het toch nog steeds vier keer in één seizoen tegen mekaar en geen grote affiches meer tegen een topclub. Het voorstel blijft ook spreken over 26 profclubs, dat is evenveel als nu. Is daar voldoende economische ruimte voor?Het voorstel leunt met andere woorden dicht aan bij wat de top al lang wil: een eerste klasse met 12, die onder mekaar de Europese tickets verdelen. Het goeie is dat er ruimte is voor vier promovendi, daar waar de topclubs in een eerste fase bij de afslanking nog dachten aan twee.Uiteraard kwam ook de BeNeLiga op tafel. Daar is de conclusie dat een competitieformat minder wenselijk/haalbaar is dan iedereen denkt, maar wordt wel een opening gemaakt naar Nederland. Wie weet in afwachting van een echte samenwerking op competitieniveau, kan een BeNeCup worden uitgeprobeerd. Niet direct op het niveau van de amateurs, de twee landen blijven de eerste ronden nationaal houden, maar in een later stadium van de competitie komt er bekervoetbal over de grenzen heen. Met de UEFA moet dan worden overlegd over hoe het zit met de Europese tickets.