Flashback naar zaterdag 14 oktober 2017, ruim een jaar en een paar maanden geleden. In de Luminus Arena blijft KRC Genk ondanks overtuigend balbezit en ruim twintig hoekschoppen steken op een 1-1 gelijkspel tegen Excelsior Mouscron. De fans fluiten de spelers, die de weken daarvoor ook niet verder kwamen dan een gelijkspel op Eupen en één punt thuis tegen KV Oostende, genadeloos uit.

In het laatste half uur probeert toenmalig trainer Albert Stuivenberg nog iets te forceren door flankaanvallers Manuel Benson en Thomas Buffel in te brengen. Eerst haalt hij op het uur tot eenieders verrassing Siebe Schrijvers, één van de betere thuisspelers, naar de kant. Wanneer achttien minuten voor tijd de vierde official het nummer 24 omhoog steekt, snapt niemand het nog. Niet alleen het publiek, maar ook Alejandro Pozuelo, die met dat nummer speelt, kijkt met grote ogen naar de coach. Hij spreidt zijn armen wijd open, negeert bij het verlaten van het veld de uitgestoken hand van de trainer om nog eens woest op de dug-out te slaan. Albert Stuivenberg toont begrip voor de reactie van de speler: 'We waren allemaal ontevreden', maar iedereen in en rond Genk weet dat de reactie van de kapitein de wedstrijduitslag oversteeg. 'Er is geen probleem-Pozuelo', sust toenmalig CEO Patrick Janssens na afloop, maar dat is er wél.

Pozuelo maakt zijn truitje extreem nat dit seizoen.

Dimitri de Condé

Pozuelo is op dat moment in enkele weken in plaats van een topper een tobber geworden, en dat niet alleen omwille van de tegenvallende resultaten in de competitie. Een ander type speler zet in zo'n situatie misschien professioneel een pokerface op, maar een gevoelig en extravert mens zoals de Spanjaard kan niet verbergen wanneer het niet goed zit.

Clement

Een jaar en drie maanden later. Pozuelo stapt als fiere kapitein van de competitieleider op het vliegtuig naar de stage in Benidorm. Hij is opnieuw één van de smaakmakers van de best voetballende ploeg van het land, één van de beste spelers in de Jupiler Pro League én een favoriet voor de Gouden Schoen, een prijs die Genk voor het laatst won in 2001, toen Wesley Sonck de Limburgers een feestje bezorgde.

Vandaag zien ze in Genk een gelukkige Pozuelo, waardoor zijn prestaties ook top zijn. Maar Pozo is niet de enige. Meerdere spelers die vorig seizoen onder hun niveau bleven en met bedrukte gezichten rondliepen, tonen vandaag een brede glimlach en haalden de afgelopen maanden hoge quoteringen achter hun naam. Was het een jaar geleden nog zoeken naar sterkhouders, dan wisselen dit seizoen verschillende Genkenaren mekaar af als smaakmaker. In het begin van de competitie waren Leandro Trossard en Pozuelo outstanding. Toen zij door blessure en vormverlies even naar adem moesten happen, namen Roeslan Malinovski en Sander Berge de kop over. Veel heeft te maken met de inbreng van de trainer. Naast zijn voetbalkwaliteiten weet Philippe Clement ook welke snaar hij bij iedere speler moet raken.

'Philippe staat boven, maar ook tussen de groep', zegt technisch directeur Dimitri de Condé, die in mei 2015 de naam Pozuelo met dikke letters schreef toen die nog voetbalde bij de Spaanse eersteklasser Rayo Vallecano. 'Hij kan een bepaalde warmte geven aan spelers, en iemand als Pozuelo is daar heel gevoelig aan. Pozo is een speler die leeft van emoties. Hij is nog een échte voetballiefhebber, die alles wil spelen. Die je al eens apart moet nemen als je hem een paar minuten voor affluiten naar de kant haalt. Net omdat hij nog zo ouderwets geniet van voetballen. Maar evenzeer baalt hij als het niet loopt, en dan straalt hij dat ook uit. Vergeet niet dat heel het team vorig seizoen slecht draaide op een bepaald moment. Sommigen zetten dat meteen van zich af en draaien de knop om zodra ze thuis komen. Pozuelo kan dat niet. Die neemt dat mee naar huis, en ligt daar van wakker. Niet alleen van zijn eigen prestatie, maar van alles rondom hem op het veld. Hij trekt zich dat heel erg aan. De momenten waarop wij verloren, was hij heel emotioneel, zelfs verdrietig.'

Als De Condé de Pozuelo van nu vergelijkt met de speler die hij in augustus 2015 haalde, wat valt hem dan op? 'Ik vind hem nu beter dan vroeger. Hij is wat mij betreft de enige speler in de Belgische competitie die nog écht de lijnen uitzet. De impact die hij heeft op het spel, is enorm. Dat zie ik bij geen enkel ander team. Alejandro kan ook in moeilijke momenten op elk ogenblik met één ingeving het verschil maken. Dat heb je weinig, voetballers die zich ook in moeilijke momenten nooit wegstoppen. Een ander zou dan even op zekerheid overschakelen en eens een bal breed spelen of simpel voetballen. Hij niet. Ook als hij twee risicopasses gegeven heeft die onderschept zijn, gaat hij de derde keer opnieuw die actie zoeken. Daar is hij absoluut de beste in. In België heb je geen andere speler zoals hij. En de balaannames die hij doet, ogen zo simpel, terwijl ze soms erg ingewikkeld zijn.'

Erwin Lemmens over Alejandro Pozuelo: 'Maak hem belangrijk, geef hem warmte. Dan gaat hij voor jou door het vuur.', BELGAIMAGE
Erwin Lemmens over Alejandro Pozuelo: 'Maak hem belangrijk, geef hem warmte. Dan gaat hij voor jou door het vuur.' © BELGAIMAGE

Zo herinnert De Condé zich een spelfase uit de wedstrijd op Eupen, waarbij de Genkse kapitein nog een bal mee neemt die ogenschijnlijk te hoog is aangespeeld: 'Hij pakt die gewoon met de bil mee en legt hem mooi klaar voor een ploegmaat, alsof het de gewoonste zaak ter wereld was. Pozuelo, dat is het hoofd en de benen samen. Die mag je niet in een keurslijf stoppen. Dit is eigenlijk geen Belgisch niveau meer, maar Europees niveau.'

Laudrup

Het verhaal hoe Pozuelo bij Genk belandde, is bekend. De Condé ging in mei 2015 op de laatste speeldag in de Spaanse competitie bij Rayo Vallecano-Getafe naar een andere speler kijken, maar zijn oog viel op de man die in de tachtigste minuut inviel bij de Spaanse eersteklasser uit Madrid. In tien minuten liet die zo'n mooie dingen zien dat de kersverse sportief directeur bij het Genkse bestuur aandrong om zo'n unieke kans niet te laten schieten. In normale omstandigheden geraakt een Belgische club niet meer aan iemand van zo'n sportief kaliber. Puur toeval heeft er toe geleid dat Genk zo'n speler kon halen, beseft De Condé nog altijd. 'Pozuelo was op zijn negentiende basisspeler bij Betis. Toen Michael Laudrup hem naar Swansea haalde, noemde hij de Spanjaard de beste technische speler die hij ooit gezien had. Van iemand die zelf als speler zo'n hoog niveau haalde is dat een enorm compliment. Pozuelo speelde regelmatig bij Swansea, maar hij en Laudrup botsten met de Engelse spelcultuur. Laudrup wou een Spaanse manier van spelen introduceren, maar stootte op steeds meer tegenkanting. Men wilde de typische Engelse voetbalcultuur weer in die club krijgen, en de Spaanse er uit. Daarop is Laudrup gesneuveld, en daar werd Pozuelo vervolgens het slachtoffer van. Slaat het recept van Laudrup bij Swansea wel aan, dan speelt Pozuelo vandaag misschien bij een Engelse topclub, en niet bij ons.'

Alejandro wil niet de belangrijkste zijn, die wil zijn team helpen en plezier hebben op het veld.

Erwin Lemmens

Op het moment dat Genk hem een bod deed, zat Pozuelo diep. Bij Rayo Vallecano was hij niet eens basisspeler toen De Condé hem zag. Men vond hem er alleen maar in aanmerking komen voor de positie van tweede spits, waar zijn concurrent Alberto Bueno zestien goals maakte en dus de voorkeur kreeg. 'Hij voelde zich geblokkeerd', zegt De Condé daar over, 'en het was niet dat de aanbiedingen op dat moment voor hem binnenliepen.'

Dus wou de speler best naar Genk afreizen, samen met zijn manager. Maar pas wanneer hij de ploeg zag voetballen, tegen Westerlo, hakte de Spanjaard de knoop door. Op de laatste dag van de mercato tekende Pozuelo bij de Limburgers. 'Ik wilde alleen naar een ploeg die het voetbal speelt waar ik tot mijn recht kan komen', zegt de Spanjaard daarop terugkijkend.

Aan de onderhandelingstafel bij Genk ontmoette hij een man die hij vandaag als een vriend omschrijft. Erwin Lemmens was op dat moment keepertrainer onder hoofdcoach Peter Maes. De Condé riep hem er bij aan de onderhandelingstafel omdat Lemmens perfect Spaans spreekt, herinnert de keeperstrainer van de nationale ploeg die tot voor kort aan de slag was bij Lokeren zich: ' Pozo kende amper Engels, en zijn manager evenmin.' Lemmens herinnerde zich zijn eigen moeizame begin toen hij als prof in Spanje arriveerde, eerst in 1999 bij Santander en later tot 2015 bij Espanyol. 'Ik wist dat je Spanjaarden met een warm hart moet ontvangen. Ik heb in het begin veel met hem gepraat, hem op zijn gemak gesteld. Je zag op training meteen wat voor een fantastische speler hij was, maar hij was fysiek niet in orde. Peter Maes maakte duidelijk dat hij hem niet zou opstellen voor hij dat wel was. Alejandro besefte dat hij niet in orde was, en was bereid daar hard aan te werken. Het klikte tussen ons, later kreeg ik ook een goeie band met zijn ouders. Laten we zeggen dat ik een soort vaderfiguur voor hem was, in die periode. Ik heb hem al na een paar maanden gezegd dat hij het niveau had om de Gouden Schoen te winnen.'

Warmte

Wat Lemmens vervolgens te zien kreeg, stemde hem tevreden. 'Hij heeft de fysieke uitdaging aangenomen. Door op de acht te gaan spelen, heeft hij zich ontwikkeld tot een veel betere tien. Geen enkele voetballer in België is zo goed als hij, én daarbij is hij nog eens tweevoetig.'

Een jaar geleden kreeg Lemmens (die na het ontslag van Maes zelf ook bedankt werd voor bewezen diensten) een heel andere Pozuelo aan de lijn dan de man die hij had leren kennen: 'Hij was toen héél ongelukkig. Het klikte niet met de volgende trainer. Wanneer je Pozuelo achter je krijgt als trainer, gaat hij door het vuur voor je. Lukt dat niet, heb je iemand tegen je. En dan heb je een probleem. Toen we met Lokeren tegen Genk speelden, heb ik tegen Clement, die net trainer was geworden, gezegd: 'Maak hem belangrijk, geef hem warmte. Als je dat doet, gaat hij voor jou door het vuur gaan.' Dat heeft Philippe goed aangepakt. Het resultaat zie je nu.'

Lemmens geniet nog altijd wanneer hij Pozuelo aan het werk ziet. 'Hij heeft door de knop om te draaien de motor gekregen om op acht te spelen, maar op tien is hij nog altijd beter, door zijn creativiteit, technisch vermogen en onvoorspelbaarheid. Hij mag nog tussen drie tegenstanders klem komen te zitten, hij zal ze niet ontlopen, integendeel. Hij is zo behendig, draait zo kort dat hij het liefst heeft dat ze dicht bij hem staan. En hij blijft wel een teamspeler, die even graag een goeie pass of een assist geeft dan dat hij zelf scoort. Alejandro wil niet de belangrijkste zijn, die wil zijn team helpen en plezier hebben op het veld. Liefst de volle negentig minuten. Het is een brave gast, die mentaal steun nodig heeft, zich ergens goed moet voelen. Als je hem vraagt om Engels te leren, antwoordt hij: 'Ik spreek wel met mijn voeten.''

Dimitri de Condé is niet verbaasd als hij Pozuelo vandaag ziet uitblinken. 'Het enige wat me aan hem verbaasd heeft, is hoe hij de omschakeling maakte naar de manier van spelen in België. Dan heb ik het over de fysieke arbeid die hij zichzelf heeft opgelegd om de omschakeling van een technische manier van spelen naar een competitie waarin fysieke kracht bepalend is. Hij fietst daar nu door, als technische speler, en dat moet je toch maar doen. Je weet wat ze hier verlangen: bloed, zweet en tranen. Welnu: Pozo maakt zijn truitje wel extreem nat, dit seizoen.'

'Als hij terug naar Spanje kan, zal hij dat doen'

Alejandro Pozuelo debuteert in oktober 2011 in het eerste elftal van Real Betis, de club in zijn geboortestad Sevilla. In de zomer van 2013 is hij één van de Spaanse spelers die FC Swansea haalt. Bij Swansea is Michael Laudrup sinds 2011 trainer. Wanneer de Deen in februari 2014 na tegenvallende resultaten en geruchten over een te grote impact van zijn manager Bayram Tutumlu, die ook een flinke commissie krijgt op de transfer van Pozuelo, ontslagen wordt, wordt Pozuelo niet meer opgesteld. Hij vertrekt naar Rayo Vallecano, waar hij zich niet kan opwerpen tot titularis en een jaar later in augustus 2015 naar Genk vertrekt. Daar is hij vandaag de enige speler met een opstapclausule in zijn contract, waardoor het net als tijdens de zomermercato afwachten wordt of een club hem tegen betaling van dat bedrag weg haalt. Is Dimitri de Condé nu geruster dan tijdens de vorige mercato, waar Genk tot de laatste minuut bang afwachtte? ' Pozo is nu heel Genk- minded, maar als hij terug naar Spanje kan, zal hij dat doen. Maar ik voel op dit moment gewoon dat het heel goed zit met hem. Hij is supertevreden, en op een leeftijd dat hij weet dat het belangrijk is dat je je ergens goed voelt.'

Lemmens ziet Pozuelo na Genk terugkeren naar zijn land, waar het voetbal hem het beste ligt: 'In het Spaanse voetbal kan hij bij elke club mee, op de top drie na. Betis, zijn oude club, dat zou mooi zijn.'

Flashback naar zaterdag 14 oktober 2017, ruim een jaar en een paar maanden geleden. In de Luminus Arena blijft KRC Genk ondanks overtuigend balbezit en ruim twintig hoekschoppen steken op een 1-1 gelijkspel tegen Excelsior Mouscron. De fans fluiten de spelers, die de weken daarvoor ook niet verder kwamen dan een gelijkspel op Eupen en één punt thuis tegen KV Oostende, genadeloos uit. In het laatste half uur probeert toenmalig trainer Albert Stuivenberg nog iets te forceren door flankaanvallers Manuel Benson en Thomas Buffel in te brengen. Eerst haalt hij op het uur tot eenieders verrassing Siebe Schrijvers, één van de betere thuisspelers, naar de kant. Wanneer achttien minuten voor tijd de vierde official het nummer 24 omhoog steekt, snapt niemand het nog. Niet alleen het publiek, maar ook Alejandro Pozuelo, die met dat nummer speelt, kijkt met grote ogen naar de coach. Hij spreidt zijn armen wijd open, negeert bij het verlaten van het veld de uitgestoken hand van de trainer om nog eens woest op de dug-out te slaan. Albert Stuivenberg toont begrip voor de reactie van de speler: 'We waren allemaal ontevreden', maar iedereen in en rond Genk weet dat de reactie van de kapitein de wedstrijduitslag oversteeg. 'Er is geen probleem-Pozuelo', sust toenmalig CEO Patrick Janssens na afloop, maar dat is er wél. Pozuelo is op dat moment in enkele weken in plaats van een topper een tobber geworden, en dat niet alleen omwille van de tegenvallende resultaten in de competitie. Een ander type speler zet in zo'n situatie misschien professioneel een pokerface op, maar een gevoelig en extravert mens zoals de Spanjaard kan niet verbergen wanneer het niet goed zit. Een jaar en drie maanden later. Pozuelo stapt als fiere kapitein van de competitieleider op het vliegtuig naar de stage in Benidorm. Hij is opnieuw één van de smaakmakers van de best voetballende ploeg van het land, één van de beste spelers in de Jupiler Pro League én een favoriet voor de Gouden Schoen, een prijs die Genk voor het laatst won in 2001, toen Wesley Sonck de Limburgers een feestje bezorgde. Vandaag zien ze in Genk een gelukkige Pozuelo, waardoor zijn prestaties ook top zijn. Maar Pozo is niet de enige. Meerdere spelers die vorig seizoen onder hun niveau bleven en met bedrukte gezichten rondliepen, tonen vandaag een brede glimlach en haalden de afgelopen maanden hoge quoteringen achter hun naam. Was het een jaar geleden nog zoeken naar sterkhouders, dan wisselen dit seizoen verschillende Genkenaren mekaar af als smaakmaker. In het begin van de competitie waren Leandro Trossard en Pozuelo outstanding. Toen zij door blessure en vormverlies even naar adem moesten happen, namen Roeslan Malinovski en Sander Berge de kop over. Veel heeft te maken met de inbreng van de trainer. Naast zijn voetbalkwaliteiten weet Philippe Clement ook welke snaar hij bij iedere speler moet raken. 'Philippe staat boven, maar ook tussen de groep', zegt technisch directeur Dimitri de Condé, die in mei 2015 de naam Pozuelo met dikke letters schreef toen die nog voetbalde bij de Spaanse eersteklasser Rayo Vallecano. 'Hij kan een bepaalde warmte geven aan spelers, en iemand als Pozuelo is daar heel gevoelig aan. Pozo is een speler die leeft van emoties. Hij is nog een échte voetballiefhebber, die alles wil spelen. Die je al eens apart moet nemen als je hem een paar minuten voor affluiten naar de kant haalt. Net omdat hij nog zo ouderwets geniet van voetballen. Maar evenzeer baalt hij als het niet loopt, en dan straalt hij dat ook uit. Vergeet niet dat heel het team vorig seizoen slecht draaide op een bepaald moment. Sommigen zetten dat meteen van zich af en draaien de knop om zodra ze thuis komen. Pozuelo kan dat niet. Die neemt dat mee naar huis, en ligt daar van wakker. Niet alleen van zijn eigen prestatie, maar van alles rondom hem op het veld. Hij trekt zich dat heel erg aan. De momenten waarop wij verloren, was hij heel emotioneel, zelfs verdrietig.' Als De Condé de Pozuelo van nu vergelijkt met de speler die hij in augustus 2015 haalde, wat valt hem dan op? 'Ik vind hem nu beter dan vroeger. Hij is wat mij betreft de enige speler in de Belgische competitie die nog écht de lijnen uitzet. De impact die hij heeft op het spel, is enorm. Dat zie ik bij geen enkel ander team. Alejandro kan ook in moeilijke momenten op elk ogenblik met één ingeving het verschil maken. Dat heb je weinig, voetballers die zich ook in moeilijke momenten nooit wegstoppen. Een ander zou dan even op zekerheid overschakelen en eens een bal breed spelen of simpel voetballen. Hij niet. Ook als hij twee risicopasses gegeven heeft die onderschept zijn, gaat hij de derde keer opnieuw die actie zoeken. Daar is hij absoluut de beste in. In België heb je geen andere speler zoals hij. En de balaannames die hij doet, ogen zo simpel, terwijl ze soms erg ingewikkeld zijn.' Zo herinnert De Condé zich een spelfase uit de wedstrijd op Eupen, waarbij de Genkse kapitein nog een bal mee neemt die ogenschijnlijk te hoog is aangespeeld: 'Hij pakt die gewoon met de bil mee en legt hem mooi klaar voor een ploegmaat, alsof het de gewoonste zaak ter wereld was. Pozuelo, dat is het hoofd en de benen samen. Die mag je niet in een keurslijf stoppen. Dit is eigenlijk geen Belgisch niveau meer, maar Europees niveau.' Het verhaal hoe Pozuelo bij Genk belandde, is bekend. De Condé ging in mei 2015 op de laatste speeldag in de Spaanse competitie bij Rayo Vallecano-Getafe naar een andere speler kijken, maar zijn oog viel op de man die in de tachtigste minuut inviel bij de Spaanse eersteklasser uit Madrid. In tien minuten liet die zo'n mooie dingen zien dat de kersverse sportief directeur bij het Genkse bestuur aandrong om zo'n unieke kans niet te laten schieten. In normale omstandigheden geraakt een Belgische club niet meer aan iemand van zo'n sportief kaliber. Puur toeval heeft er toe geleid dat Genk zo'n speler kon halen, beseft De Condé nog altijd. 'Pozuelo was op zijn negentiende basisspeler bij Betis. Toen Michael Laudrup hem naar Swansea haalde, noemde hij de Spanjaard de beste technische speler die hij ooit gezien had. Van iemand die zelf als speler zo'n hoog niveau haalde is dat een enorm compliment. Pozuelo speelde regelmatig bij Swansea, maar hij en Laudrup botsten met de Engelse spelcultuur. Laudrup wou een Spaanse manier van spelen introduceren, maar stootte op steeds meer tegenkanting. Men wilde de typische Engelse voetbalcultuur weer in die club krijgen, en de Spaanse er uit. Daarop is Laudrup gesneuveld, en daar werd Pozuelo vervolgens het slachtoffer van. Slaat het recept van Laudrup bij Swansea wel aan, dan speelt Pozuelo vandaag misschien bij een Engelse topclub, en niet bij ons.' Op het moment dat Genk hem een bod deed, zat Pozuelo diep. Bij Rayo Vallecano was hij niet eens basisspeler toen De Condé hem zag. Men vond hem er alleen maar in aanmerking komen voor de positie van tweede spits, waar zijn concurrent Alberto Bueno zestien goals maakte en dus de voorkeur kreeg. 'Hij voelde zich geblokkeerd', zegt De Condé daar over, 'en het was niet dat de aanbiedingen op dat moment voor hem binnenliepen.' Dus wou de speler best naar Genk afreizen, samen met zijn manager. Maar pas wanneer hij de ploeg zag voetballen, tegen Westerlo, hakte de Spanjaard de knoop door. Op de laatste dag van de mercato tekende Pozuelo bij de Limburgers. 'Ik wilde alleen naar een ploeg die het voetbal speelt waar ik tot mijn recht kan komen', zegt de Spanjaard daarop terugkijkend. Aan de onderhandelingstafel bij Genk ontmoette hij een man die hij vandaag als een vriend omschrijft. Erwin Lemmens was op dat moment keepertrainer onder hoofdcoach Peter Maes. De Condé riep hem er bij aan de onderhandelingstafel omdat Lemmens perfect Spaans spreekt, herinnert de keeperstrainer van de nationale ploeg die tot voor kort aan de slag was bij Lokeren zich: ' Pozo kende amper Engels, en zijn manager evenmin.' Lemmens herinnerde zich zijn eigen moeizame begin toen hij als prof in Spanje arriveerde, eerst in 1999 bij Santander en later tot 2015 bij Espanyol. 'Ik wist dat je Spanjaarden met een warm hart moet ontvangen. Ik heb in het begin veel met hem gepraat, hem op zijn gemak gesteld. Je zag op training meteen wat voor een fantastische speler hij was, maar hij was fysiek niet in orde. Peter Maes maakte duidelijk dat hij hem niet zou opstellen voor hij dat wel was. Alejandro besefte dat hij niet in orde was, en was bereid daar hard aan te werken. Het klikte tussen ons, later kreeg ik ook een goeie band met zijn ouders. Laten we zeggen dat ik een soort vaderfiguur voor hem was, in die periode. Ik heb hem al na een paar maanden gezegd dat hij het niveau had om de Gouden Schoen te winnen.' Wat Lemmens vervolgens te zien kreeg, stemde hem tevreden. 'Hij heeft de fysieke uitdaging aangenomen. Door op de acht te gaan spelen, heeft hij zich ontwikkeld tot een veel betere tien. Geen enkele voetballer in België is zo goed als hij, én daarbij is hij nog eens tweevoetig.' Een jaar geleden kreeg Lemmens (die na het ontslag van Maes zelf ook bedankt werd voor bewezen diensten) een heel andere Pozuelo aan de lijn dan de man die hij had leren kennen: 'Hij was toen héél ongelukkig. Het klikte niet met de volgende trainer. Wanneer je Pozuelo achter je krijgt als trainer, gaat hij door het vuur voor je. Lukt dat niet, heb je iemand tegen je. En dan heb je een probleem. Toen we met Lokeren tegen Genk speelden, heb ik tegen Clement, die net trainer was geworden, gezegd: 'Maak hem belangrijk, geef hem warmte. Als je dat doet, gaat hij voor jou door het vuur gaan.' Dat heeft Philippe goed aangepakt. Het resultaat zie je nu.' Lemmens geniet nog altijd wanneer hij Pozuelo aan het werk ziet. 'Hij heeft door de knop om te draaien de motor gekregen om op acht te spelen, maar op tien is hij nog altijd beter, door zijn creativiteit, technisch vermogen en onvoorspelbaarheid. Hij mag nog tussen drie tegenstanders klem komen te zitten, hij zal ze niet ontlopen, integendeel. Hij is zo behendig, draait zo kort dat hij het liefst heeft dat ze dicht bij hem staan. En hij blijft wel een teamspeler, die even graag een goeie pass of een assist geeft dan dat hij zelf scoort. Alejandro wil niet de belangrijkste zijn, die wil zijn team helpen en plezier hebben op het veld. Liefst de volle negentig minuten. Het is een brave gast, die mentaal steun nodig heeft, zich ergens goed moet voelen. Als je hem vraagt om Engels te leren, antwoordt hij: 'Ik spreek wel met mijn voeten.'' Dimitri de Condé is niet verbaasd als hij Pozuelo vandaag ziet uitblinken. 'Het enige wat me aan hem verbaasd heeft, is hoe hij de omschakeling maakte naar de manier van spelen in België. Dan heb ik het over de fysieke arbeid die hij zichzelf heeft opgelegd om de omschakeling van een technische manier van spelen naar een competitie waarin fysieke kracht bepalend is. Hij fietst daar nu door, als technische speler, en dat moet je toch maar doen. Je weet wat ze hier verlangen: bloed, zweet en tranen. Welnu: Pozo maakt zijn truitje wel extreem nat, dit seizoen.'