Op de vorige speeldag tegen Club Brugge en afgelopen weekend tegen Standard kon niemand er nog naast kijken: uitgerekend diegene voor wie sommigen vreesden dat hij fysiek en mentaal niet voldoende bestand zou zijn tegen de hevigheid van de Jupiler Pro League, groeide uit tot een van de absolute uitblinkers. Maar zelf wist Bryan Heynen al een tijdje dat hij daartoe in staat was. 'Net voor mijn zware knieblessure anderhalf jaar geleden voelde ik voor het eerst: dit kan ik aan', vertelt hij aan Sport/Voetbalmagazine.

Van die zware blessure maakte hij uiteindelijk gebruik om te evolueren. Heynen: 'Die blessure gaf mij de kans om langdurig aan mijn lichaam te werken. Het was hard en het deed pijn, maar eens je weer naar buiten mag en er al eens een bal bij komt kijken, geniet je weer en realiseer je je meer dan ooit hoe graag je voetbalt.

'Mentaal en fysiek ben ik nu sterker. Ik voel mij krachtiger en speel met meer vertrouwen. Het is de eerste keer dat het anders aanvoelt hoe de rest van de ploeg naar mij kijkt. Ik ben precies belangrijker geworden, wellicht omdat ik de voorbije wedstrijden bewees dat ik hen kan helpen.'

Laatmatuur

Wie hem van in de jeugdreeksen kent, trekt grote ogen van wat hij tegenwoordig in het eerste elftal laat zien. Heynen: 'In de jeugd was ik geen opvallende speler. Want ik was niet snel, niet krachtig en niet wendbaar, ik deed alles op hetzelfde tempo, was laatmatuur en erg onzeker. Iemand die hoe dan ook altijd in mij is blijven geloven, is zeker Michel Ribeiro, die tien jaar lang onze techniektrainer was. Ik weet dat hij wel eens voor mij heeft moeten vechten om hier te mogen blijven.'

'Bij de U14 en de U15 kende ik moeilijke jaren en bij de U16 kregen er vier van mijn ploeg een contract en mochten die meetrainen met de beloften. Maar ik vond het helemaal niet erg dat ik daar niet bij was. Ik voetbalde gewoon graag en deed onder leiding van Dimitri de Condé mijn best bij de U17. Hij maakte mij aanvoerder en rond mijn zeventiende werd ik toch nog beloond met een jeugdcontract. En toen ik na mijn eerste jaar bij U19 te horen kreeg dat ik het seizoen erna met de eerste ploeg zou beginnen, had ik dat zelfs totaal niet zien aankomen.'

'Bij de jeugd speelde ik samen met veel echt goeie spelers van wie ik dacht: binnen enkele jaren staan die in de eerste ploeg. Maar nu voetballen die in de lagere reeksen. Bij mij is het andersom gegaan: er dachten er waarschijnlijk veel dat ik het niet zou halen, maar uiteindelijk ben ik heel rustig en zonder op te vallen toch op het goede pad gekomen', geeft de jonge Genkmiddenvelder mee als belangrijke les voor de Belgische jeugd.

Lees het volledige interview met Bryan Heynen in onze +zone of in Sport/Voetbalmagazine van woensdag 24 april.

Op de vorige speeldag tegen Club Brugge en afgelopen weekend tegen Standard kon niemand er nog naast kijken: uitgerekend diegene voor wie sommigen vreesden dat hij fysiek en mentaal niet voldoende bestand zou zijn tegen de hevigheid van de Jupiler Pro League, groeide uit tot een van de absolute uitblinkers. Maar zelf wist Bryan Heynen al een tijdje dat hij daartoe in staat was. 'Net voor mijn zware knieblessure anderhalf jaar geleden voelde ik voor het eerst: dit kan ik aan', vertelt hij aan Sport/Voetbalmagazine.Van die zware blessure maakte hij uiteindelijk gebruik om te evolueren. Heynen: 'Die blessure gaf mij de kans om langdurig aan mijn lichaam te werken. Het was hard en het deed pijn, maar eens je weer naar buiten mag en er al eens een bal bij komt kijken, geniet je weer en realiseer je je meer dan ooit hoe graag je voetbalt. 'Mentaal en fysiek ben ik nu sterker. Ik voel mij krachtiger en speel met meer vertrouwen. Het is de eerste keer dat het anders aanvoelt hoe de rest van de ploeg naar mij kijkt. Ik ben precies belangrijker geworden, wellicht omdat ik de voorbije wedstrijden bewees dat ik hen kan helpen.'Wie hem van in de jeugdreeksen kent, trekt grote ogen van wat hij tegenwoordig in het eerste elftal laat zien. Heynen: 'In de jeugd was ik geen opvallende speler. Want ik was niet snel, niet krachtig en niet wendbaar, ik deed alles op hetzelfde tempo, was laatmatuur en erg onzeker. Iemand die hoe dan ook altijd in mij is blijven geloven, is zeker Michel Ribeiro, die tien jaar lang onze techniektrainer was. Ik weet dat hij wel eens voor mij heeft moeten vechten om hier te mogen blijven.''Bij de U14 en de U15 kende ik moeilijke jaren en bij de U16 kregen er vier van mijn ploeg een contract en mochten die meetrainen met de beloften. Maar ik vond het helemaal niet erg dat ik daar niet bij was. Ik voetbalde gewoon graag en deed onder leiding van Dimitri de Condé mijn best bij de U17. Hij maakte mij aanvoerder en rond mijn zeventiende werd ik toch nog beloond met een jeugdcontract. En toen ik na mijn eerste jaar bij U19 te horen kreeg dat ik het seizoen erna met de eerste ploeg zou beginnen, had ik dat zelfs totaal niet zien aankomen.' 'Bij de jeugd speelde ik samen met veel echt goeie spelers van wie ik dacht: binnen enkele jaren staan die in de eerste ploeg. Maar nu voetballen die in de lagere reeksen. Bij mij is het andersom gegaan: er dachten er waarschijnlijk veel dat ik het niet zou halen, maar uiteindelijk ben ik heel rustig en zonder op te vallen toch op het goede pad gekomen', geeft de jonge Genkmiddenvelder mee als belangrijke les voor de Belgische jeugd.