Met het zangerige accent van Zuid-Frankrijk praat Samuel Gigot gloedvol over de stad waar hij is opgegroeid, Avignon. Op het veld lijkt hij meer op SébastienChabal, de legendarische Franse rugbyspeler. Dezelfde baard, dezelfde wilskracht, hetzelfde aanschijn van een killer. Gigot, een van de beste Gentenaars van het seizoen, ziet er een harde uit, zoals Seb. Bovendien is rugby in zijn familie een levenskunst. Ons gesprek begint dan ook met de ovale bal, try's, penalty's en drops. Want er huist niet één topper in de familie, maar twee!

Yves Vanderhaeghe legde de nadruk op het menselijke aspect, daar hadden we nood aan.

Samuel Gigot

'Als kind speelden we altijd rubgy', vertelt hij. 'In de regio van Avignon is dat populairder dan voetbal. Ik heb levendige herinneringen aan die wedstrijdjes in de wijk. We gingen neer op het asfalt, dat deed behoorlijk pijn, maar we vonden het geweldig. Wilde ik met mijn vrienden spelen, dan moest ik wel rugby doen. Gaandeweg werd dat meer voetbal. Mijn broer Tony is in het rugby gebleven. Hij speelt voor een grote Franse club, Dragons Catalans, en is international. Het gaat dan om rugby met 13. Daar wordt minder over gesproken dan over het traditionele rugby met 15, maar er zijn steeds meer spelers die van de sport met 13 overschakelen naar die met 15 omdat ze een heel goeie opleiding genoten hebben. Ze zijn gespierd en hebben geleerd om explosief te zijn. Eén tegen één zijn ze erg sterk.'

Qua mentaliteit is er een groot verschil met voetballers. In het rugby zie je geen schwalbes bijvoorbeeld...

Samuel Gigot: 'Daar heb je helemaal gelijk in! Net dat gaf me goesting om rugby te spelen. Rugbyspelers vliegen er keihard in, er wordt flink uitgedeeld, soms bijna gevochten, maar op het einde schudden ze elkaar allemaal de hand. En het gebeurt geregeld dat een ploeg het veld verlaat terwijl de andere applaudisseert. Dan is er ook nog de derde helft, we weten wat dat voorstelt in het rugby. Mijn broer heeft me verteld dat ze na een wedstrijd tussen Frankrijk en Nieuw-Zeeland eens allemaal samen in dezelfde kleedkamer pinten zaten te drinken. Dat sympathieke kantje geeft de sport een goed imago en dat ontbreekt bij het voetbal.'

In duel met Christian Eriksen. 'Ik kijk nog geregeld naar de beelden van die match.', BELGAIMAGE - DAVID STOCKMAN
In duel met Christian Eriksen. 'Ik kijk nog geregeld naar de beelden van die match.' © BELGAIMAGE - DAVID STOCKMAN

Mooi weer

Je verliet Arles-Avignon om naar Kortrijk te komen. Hoe was dat contrast?

Gigot: 'Nogal groot, moet ik zeggen... Het was ook de eerste keer dat ik ver van huis ging. Men had me gezegd dat het hier wat kouder is, maar goed, ik kwam in juni, dus dat moest wel meevallen, dacht ik. Ik kwam hier aan in een short, T-shirt en sandalen en liep direct een verkoudheid op. Dat was wel een shock. Nadien ben ik er wel aan gewend geraakt. Ik heb me er echt ingegooid en ik heb snel de mentaliteit van de mensen leren te waarderen. Hoe noordelijker, hoe warmer, heb ik de indruk. In het zuiden is het mooi weer, dus trekt men zich minder van de ander aan. Men denkt er vooral aan zichzelf en men heeft ook minder nood aan de anderen.'

En hoe was het contrast tussen Kortrijk en Gent?

Gigot: 'Wanneer je bij Kortrijk speelt, weet je dat veel wedstrijden moeilijk dreigen te zijn. Als je dan verliest, is het niet zo erg. Bij Gent heb je ook matchen die niet zo simpel zijn, maar je bent verplicht die te winnen. Wanneer je op het trainingscentrum arriveert of wanneer je in het stadion aankomt, altijd voel je de druk om top te zijn en alles te winnen. Wat druk betreft is dat dus helemaal anders.'

En dus was het een harde noot dat jullie in het begin van het seizoen onder aan het klassement stonden.

Gigot: 'Zeker weten. Dat was een heel moeilijke periode, maar we zijn er wel door gegroeid. We snapten niet zo goed waarom het niet liep. Maar we wisten wel dat we de schouders niet mochten laten hangen. Er was een gebrek aan vertrouwen. En aan geluk soms ook. In sommige matchen hadden we de indruk dat we niet zouden kunnen scoren, ook al schoten we twaalf keer op doel. Maar de tegenstander schoot één keer en het was binnen. We verkrampten, durfden niet meer de dingen te doen die we ondertussen wel opnieuw geleerd hebben.'

De grote ploeg van Gent bevond zich op het einde van een cyclus en het liedje van Hein Vanhaezebrouck was uit, er was dus nieuw bloed nodig. Ga je akkoord met die analyse?

Gigot: ' Hein Vanhaezebrouck heeft hier buitengewone dingen gepresteerd, maar je weet dat er cycli zijn die ophouden en nieuwe die beginnen. Hoelang is de houdbaarheidsperiode van een trainer in de Belgische eerste klasse? Een jaar? Misschien slaagde Vanhaezebrouck er niet meer in zijn ideeën over te brengen.'

Als zo'n zelfbewuste coach zegt dat hij geen oplossingen meer ziet, verbaast je dat dan?

Gigot: 'Je moet zien wat daar precies achter zat. Misschien wilde hij ons prikkelen door zijn boodschap in de media. Misschien dacht hij dat we daardoor zouden rebelleren op het veld. Iedereen kreeg ervan langs, ik werd ook niet gespaard. Niet alle spelers r eageren daar op dezelfde manier op. Maar Vanhaezebrouck heeft ons nooit willen beschadigen of breken, hij wilde dat we zouden reageren, vooruitgang boeken.'

Kritiek

Ben je met de clubpsycholoog gaan praten?

Gigot: 'Ik heb één keer met haar gesproken, vóór het vertrek van Vanhaezebrouck. Ik heb de situatie snel geanalyseerd. Ik heb fouten gemaakt zoals iedereen en dus was het logisch dat de coach ook op mij kritiek had. Hij was de baas en hij mocht ons de zaken gerust in ons gezicht zeggen, of we dat nu graag hadden of niet.'

Een nieuwe coach levert vaak een psychologisch effect op. Met Yves Vanderhaeghe was dat een spectaculair effect. Het was er meteen en het bleef duren.

Gigot: 'Het vertrek van Vanhaezebrouck was een fameuze schok voor ons. We wisten allemaal dat hij hier fantastische dingen verwezenlijkt had en dan, van de ene dag op de andere, is hij er niet meer. Toen zeiden we: misschien is dat onze fout wel... Nadien volgde een logische reactie.'

Schuldgevoelens dus?

Gigot: 'Ergens wel, ja. Je kunt je niet altijd achter de trainer verschuilen wanneer de resultaten niet volgen. Je moet je eigen fouten onder de loep nemen. Toen Vanhaezebrouck weg was, zeiden we dat we de club niet op die plaats mochten laten. Gent stond duidelijk niet waar het hoort te staan. We hadden geluk dat de mayonaise direct pakte met Vanderhaeghe. Hij vond de juiste woorden om ons weer vertrouwen te geven. Hij legde de nadruk op het menselijke aspect, daar hadden we nood aan.'

Hij stapte ook af van de driemansverdediging van Vanhaezebrouck en liet jullie met vieren achterin spelen. Gaf dat de doorslag?

Gigot: 'Als je onze tussentijdse resultaten bekijkt, kun je zeggen dat dat goed gezien was. We hadden in elk geval nood aan defensieve stabiliteit, die we met drieën achterin wat misten in het aanvallende systeem van Vanhaezebrouck. We gingen wat defensiever spelen, soms op de counter. Onder Vanhaezebrouck speelden we in veel matchen aanvallender en waren wij het die goals slikten op de tegenaanval. Die verandering vormde de sleutel voor onze remonte in het klassement. Op het moment van de trainerswissel stonden we laatst, nadien sloten we de reguliere competitie af met de beste verdediging. Daar mogen we trots op zijn.'

Wat mogen we van Gent verwachten in de play-offs?

Gigot: 'We mogen niet meer denken aan de remonte die we al gedaan hebben, dat is voorbij. We denken nu aan de derde plaats.'

Videoref

Is dit jouw beste seizoen uit je carrière?

Gigot: 'Het is nog niet gedaan, ik maak de balans op na de play-offs. In het begin liep het niet zo goed, nadien veel beter. Ik weet dat het snel kan veranderen, in beide richtingen. Ik vergeet niet dat ik me heel diep in het Franse voetbal bevond kort nadat ik dacht dat mijn carrière een hoge vlucht zou nemen. Ik blijf er dus rustig onder.'

Je speelde bijna alles, terwijl je toch een risicopost bekleedt centraal in de defensie. Je pakt dus heel weinig kaarten. Dat is in Frankrijk wel anders geweest...

Gigot: 'Ja, wat dat betreft deed ik het niet zo goed in mijn laatste seizoen bij Arles- Avignon. Ik werd twee keer uitgesloten. Dat was een van mijn gebreken. Te onstuimig. Ik ging te hard in de duels. Maar een mens wordt ouder en rijper. Ik was ook verwittigd, toen ik naar Kortrijk ging, dat de Belgische refs sneller kaarten trekken.'

Je werd dit seizoen uitgesloten in Moeskroen terwijl je dat niet verdiende. Een van je ploegmaats zei toen dat het niveau van de arbitrage hier beklagenswaardig is. Ga je akkoord?

Gigot: 'Mijn tussenkomst was misschien wat agressief, ik weet het niet. Ik onthoud het belangrijkste: ik heb niemand geblesseerd. Scheidsrechter is een moeilijk beroep, ik probeer me soms in hun plaats te stellen. Als ik hen al iets verwijt, is dat ze niet altijd goed het spel aanvoelen. Ze hebben niet altijd door of bepaalde bewegingen bewust zijn of niet. Ik hoop dat het in de toekomst beter wordt, want dat is een handicap voor het Belgisch voetbal.'

Denk je dat het beter zal gaan met de videoref?

Gigot: 'Ja. Al zijn er misschien wat communicatieproblemen, want ik zie soms vreemde beslissingen.'

Past een verdediger zijn spel aan als hij weet dat er een videoref is?

Gigot: 'Neen, je moet proberen er niet te veel aan te denken. Of gewoon wat meer opletten met truitje-trek bijvoorbeeld. Dat kan meer bestraft worden met een videoref.'

Charisma

Waarom was Fabio Cannavaro je rolmodel?

Gigot: 'Ik was fan van zijn voorkomen. Hij ging altijd rechtop en was de onbetwiste leider van de Italiaanse verdediging. Hij ging altijd voluit in de duels. Na de finale van het WK in 2006 was ik ontgoocheld dat Frankrijk verloren had, maar ik was tevreden dat Cannavaro de trofee mocht omhoog steken. Hij heeft ongelooflijk veel charisma en een elegante stijl.'

Je hebt nog gebokst in je jeugd. Helpt je dat in het voetbal?

Gigot: 'Ik heb dat niet zoveel gedaan, want het was moeilijk om boksen, rugby en voetbal te combineren. Maar boksen heeft me wel wat bijgebracht, zoals strijdlust. Als verdediger ga je het gevecht aan met aanvallers. Dat is een opeenvolging van duels. Je moet die winnen om de wedstrijd te winnen. Alles geven voor de zege, dat leer je natuurlijk ook in de ring.'

Met Wembley nog in het hoofd

Eind januari 2017 koopt Gent flink in, met onder meer Lovre Kalinic (3,1 miljoen) en Yuya Kubo (3,5 miljoen). Die krijgen een persvoorstelling met alles erop en eraan. Dan strijkt Samuel Gigot neer in de Ghelamco Arena, bijna in de anonimiteit. Hij kost een miljoen en zijn komst wordt gewoon gemeld op de site van de club. Maar twee dagen later staat hij al in de basis van de ploeg die Club Brugge klopt en Hein Vanhaezebrouck zet hem op de spelerslijst voor de Europa League.

Dat hij niet officieel werd voorgesteld, stoorde hem echt niet, vertelt hij: 'Het was me zelfs niet opgevallen. Kalinic en Kubo hadden al een zekere reputatie.'

Was je niet verrast dat Vanhaezebrouck je al zo snel lanceerde?

Gigot: 'Dat ging zo snel dat ik de tijd niet had om na te denken. Bovendien was het een speciale wedstrijd, tegen Brugge. Toen ik bij Kortrijk zat, had ik niet door dat er zo'n rivaliteit heerste tussen Gent en Brugge. Ik besefte het toen ik enkele uren voor de wedstrijd arriveerde. Voor de Gentse fans was het de match van het jaar. We waren nog niet zeker dat we ons zouden plaatsen voor play-off 1, dat gaf nog wat extra druk. Maar ik laat mijn hoofd niet snel op hol brengen, ik probeer altijd verstandig te reageren.'

Is de wedstrijd op Tottenham het hoogtepunt uit je carrière tot nu toe?

Gigot: 'Dat is zeker zo. Een droom. Ik kijk nog geregeld naar die beelden, de sfeer was uitzonderlijk. Magisch. Dat gaf me nog meer zin om op een dag in de Engelse competitie te voetballen. De heenmatch in ons eigen stadion was al buitengewoon, met een overwinning die niemand verwacht had. Maar ginder was het nog heviger natuurlijk, met de kwalificatie. Nochtans vroegen we ons op voorhand af wat ze zouden kunnen uitrichten tegen die spelers. We bekeken video's en zagen dat ze alles konden. Maar uiteindelijk stapten we het veld op met de gedachte dat het mensen waren zoals wij. Door het vertrouwen dat we in de heenmatch tankten, konden we ginds gaan stunten.'

Hoe is het om tegen Harry Kane te spelen?

Gigot: 'Het is de beste spits die ik tegengekomen ben sinds ik voetbal, dat staat vast. Maar het is niet omdat je tegen zo'n legende speelt dat je zelf van je mogelijkheden hoeft te verliezen. De naam van de tegenstander zegt ook niet altijd alles. Ik geef een voorbeeld: Toby Alderweireld, die we in die twee wedstrijden tegen de Spurs tegenkwamen, is het gewend om de beste spitsen ter wereld in toom te houden, maar hij had heel veel moeite met Jérémy Perbet.'

Met het zangerige accent van Zuid-Frankrijk praat Samuel Gigot gloedvol over de stad waar hij is opgegroeid, Avignon. Op het veld lijkt hij meer op SébastienChabal, de legendarische Franse rugbyspeler. Dezelfde baard, dezelfde wilskracht, hetzelfde aanschijn van een killer. Gigot, een van de beste Gentenaars van het seizoen, ziet er een harde uit, zoals Seb. Bovendien is rugby in zijn familie een levenskunst. Ons gesprek begint dan ook met de ovale bal, try's, penalty's en drops. Want er huist niet één topper in de familie, maar twee! 'Als kind speelden we altijd rubgy', vertelt hij. 'In de regio van Avignon is dat populairder dan voetbal. Ik heb levendige herinneringen aan die wedstrijdjes in de wijk. We gingen neer op het asfalt, dat deed behoorlijk pijn, maar we vonden het geweldig. Wilde ik met mijn vrienden spelen, dan moest ik wel rugby doen. Gaandeweg werd dat meer voetbal. Mijn broer Tony is in het rugby gebleven. Hij speelt voor een grote Franse club, Dragons Catalans, en is international. Het gaat dan om rugby met 13. Daar wordt minder over gesproken dan over het traditionele rugby met 15, maar er zijn steeds meer spelers die van de sport met 13 overschakelen naar die met 15 omdat ze een heel goeie opleiding genoten hebben. Ze zijn gespierd en hebben geleerd om explosief te zijn. Eén tegen één zijn ze erg sterk.' Qua mentaliteit is er een groot verschil met voetballers. In het rugby zie je geen schwalbes bijvoorbeeld... Samuel Gigot: 'Daar heb je helemaal gelijk in! Net dat gaf me goesting om rugby te spelen. Rugbyspelers vliegen er keihard in, er wordt flink uitgedeeld, soms bijna gevochten, maar op het einde schudden ze elkaar allemaal de hand. En het gebeurt geregeld dat een ploeg het veld verlaat terwijl de andere applaudisseert. Dan is er ook nog de derde helft, we weten wat dat voorstelt in het rugby. Mijn broer heeft me verteld dat ze na een wedstrijd tussen Frankrijk en Nieuw-Zeeland eens allemaal samen in dezelfde kleedkamer pinten zaten te drinken. Dat sympathieke kantje geeft de sport een goed imago en dat ontbreekt bij het voetbal.' Je verliet Arles-Avignon om naar Kortrijk te komen. Hoe was dat contrast? Gigot: 'Nogal groot, moet ik zeggen... Het was ook de eerste keer dat ik ver van huis ging. Men had me gezegd dat het hier wat kouder is, maar goed, ik kwam in juni, dus dat moest wel meevallen, dacht ik. Ik kwam hier aan in een short, T-shirt en sandalen en liep direct een verkoudheid op. Dat was wel een shock. Nadien ben ik er wel aan gewend geraakt. Ik heb me er echt ingegooid en ik heb snel de mentaliteit van de mensen leren te waarderen. Hoe noordelijker, hoe warmer, heb ik de indruk. In het zuiden is het mooi weer, dus trekt men zich minder van de ander aan. Men denkt er vooral aan zichzelf en men heeft ook minder nood aan de anderen.' En hoe was het contrast tussen Kortrijk en Gent? Gigot: 'Wanneer je bij Kortrijk speelt, weet je dat veel wedstrijden moeilijk dreigen te zijn. Als je dan verliest, is het niet zo erg. Bij Gent heb je ook matchen die niet zo simpel zijn, maar je bent verplicht die te winnen. Wanneer je op het trainingscentrum arriveert of wanneer je in het stadion aankomt, altijd voel je de druk om top te zijn en alles te winnen. Wat druk betreft is dat dus helemaal anders.' En dus was het een harde noot dat jullie in het begin van het seizoen onder aan het klassement stonden. Gigot: 'Zeker weten. Dat was een heel moeilijke periode, maar we zijn er wel door gegroeid. We snapten niet zo goed waarom het niet liep. Maar we wisten wel dat we de schouders niet mochten laten hangen. Er was een gebrek aan vertrouwen. En aan geluk soms ook. In sommige matchen hadden we de indruk dat we niet zouden kunnen scoren, ook al schoten we twaalf keer op doel. Maar de tegenstander schoot één keer en het was binnen. We verkrampten, durfden niet meer de dingen te doen die we ondertussen wel opnieuw geleerd hebben.' De grote ploeg van Gent bevond zich op het einde van een cyclus en het liedje van Hein Vanhaezebrouck was uit, er was dus nieuw bloed nodig. Ga je akkoord met die analyse? Gigot: ' Hein Vanhaezebrouck heeft hier buitengewone dingen gepresteerd, maar je weet dat er cycli zijn die ophouden en nieuwe die beginnen. Hoelang is de houdbaarheidsperiode van een trainer in de Belgische eerste klasse? Een jaar? Misschien slaagde Vanhaezebrouck er niet meer in zijn ideeën over te brengen.' Als zo'n zelfbewuste coach zegt dat hij geen oplossingen meer ziet, verbaast je dat dan? Gigot: 'Je moet zien wat daar precies achter zat. Misschien wilde hij ons prikkelen door zijn boodschap in de media. Misschien dacht hij dat we daardoor zouden rebelleren op het veld. Iedereen kreeg ervan langs, ik werd ook niet gespaard. Niet alle spelers r eageren daar op dezelfde manier op. Maar Vanhaezebrouck heeft ons nooit willen beschadigen of breken, hij wilde dat we zouden reageren, vooruitgang boeken.' Ben je met de clubpsycholoog gaan praten? Gigot: 'Ik heb één keer met haar gesproken, vóór het vertrek van Vanhaezebrouck. Ik heb de situatie snel geanalyseerd. Ik heb fouten gemaakt zoals iedereen en dus was het logisch dat de coach ook op mij kritiek had. Hij was de baas en hij mocht ons de zaken gerust in ons gezicht zeggen, of we dat nu graag hadden of niet.' Een nieuwe coach levert vaak een psychologisch effect op. Met Yves Vanderhaeghe was dat een spectaculair effect. Het was er meteen en het bleef duren. Gigot: 'Het vertrek van Vanhaezebrouck was een fameuze schok voor ons. We wisten allemaal dat hij hier fantastische dingen verwezenlijkt had en dan, van de ene dag op de andere, is hij er niet meer. Toen zeiden we: misschien is dat onze fout wel... Nadien volgde een logische reactie.' Schuldgevoelens dus? Gigot: 'Ergens wel, ja. Je kunt je niet altijd achter de trainer verschuilen wanneer de resultaten niet volgen. Je moet je eigen fouten onder de loep nemen. Toen Vanhaezebrouck weg was, zeiden we dat we de club niet op die plaats mochten laten. Gent stond duidelijk niet waar het hoort te staan. We hadden geluk dat de mayonaise direct pakte met Vanderhaeghe. Hij vond de juiste woorden om ons weer vertrouwen te geven. Hij legde de nadruk op het menselijke aspect, daar hadden we nood aan.' Hij stapte ook af van de driemansverdediging van Vanhaezebrouck en liet jullie met vieren achterin spelen. Gaf dat de doorslag? Gigot: 'Als je onze tussentijdse resultaten bekijkt, kun je zeggen dat dat goed gezien was. We hadden in elk geval nood aan defensieve stabiliteit, die we met drieën achterin wat misten in het aanvallende systeem van Vanhaezebrouck. We gingen wat defensiever spelen, soms op de counter. Onder Vanhaezebrouck speelden we in veel matchen aanvallender en waren wij het die goals slikten op de tegenaanval. Die verandering vormde de sleutel voor onze remonte in het klassement. Op het moment van de trainerswissel stonden we laatst, nadien sloten we de reguliere competitie af met de beste verdediging. Daar mogen we trots op zijn.' Wat mogen we van Gent verwachten in de play-offs? Gigot: 'We mogen niet meer denken aan de remonte die we al gedaan hebben, dat is voorbij. We denken nu aan de derde plaats.' Is dit jouw beste seizoen uit je carrière? Gigot: 'Het is nog niet gedaan, ik maak de balans op na de play-offs. In het begin liep het niet zo goed, nadien veel beter. Ik weet dat het snel kan veranderen, in beide richtingen. Ik vergeet niet dat ik me heel diep in het Franse voetbal bevond kort nadat ik dacht dat mijn carrière een hoge vlucht zou nemen. Ik blijf er dus rustig onder.' Je speelde bijna alles, terwijl je toch een risicopost bekleedt centraal in de defensie. Je pakt dus heel weinig kaarten. Dat is in Frankrijk wel anders geweest... Gigot: 'Ja, wat dat betreft deed ik het niet zo goed in mijn laatste seizoen bij Arles- Avignon. Ik werd twee keer uitgesloten. Dat was een van mijn gebreken. Te onstuimig. Ik ging te hard in de duels. Maar een mens wordt ouder en rijper. Ik was ook verwittigd, toen ik naar Kortrijk ging, dat de Belgische refs sneller kaarten trekken.' Je werd dit seizoen uitgesloten in Moeskroen terwijl je dat niet verdiende. Een van je ploegmaats zei toen dat het niveau van de arbitrage hier beklagenswaardig is. Ga je akkoord? Gigot: 'Mijn tussenkomst was misschien wat agressief, ik weet het niet. Ik onthoud het belangrijkste: ik heb niemand geblesseerd. Scheidsrechter is een moeilijk beroep, ik probeer me soms in hun plaats te stellen. Als ik hen al iets verwijt, is dat ze niet altijd goed het spel aanvoelen. Ze hebben niet altijd door of bepaalde bewegingen bewust zijn of niet. Ik hoop dat het in de toekomst beter wordt, want dat is een handicap voor het Belgisch voetbal.' Denk je dat het beter zal gaan met de videoref? Gigot: 'Ja. Al zijn er misschien wat communicatieproblemen, want ik zie soms vreemde beslissingen.' Past een verdediger zijn spel aan als hij weet dat er een videoref is? Gigot: 'Neen, je moet proberen er niet te veel aan te denken. Of gewoon wat meer opletten met truitje-trek bijvoorbeeld. Dat kan meer bestraft worden met een videoref.' Waarom was Fabio Cannavaro je rolmodel? Gigot: 'Ik was fan van zijn voorkomen. Hij ging altijd rechtop en was de onbetwiste leider van de Italiaanse verdediging. Hij ging altijd voluit in de duels. Na de finale van het WK in 2006 was ik ontgoocheld dat Frankrijk verloren had, maar ik was tevreden dat Cannavaro de trofee mocht omhoog steken. Hij heeft ongelooflijk veel charisma en een elegante stijl.' Je hebt nog gebokst in je jeugd. Helpt je dat in het voetbal? Gigot: 'Ik heb dat niet zoveel gedaan, want het was moeilijk om boksen, rugby en voetbal te combineren. Maar boksen heeft me wel wat bijgebracht, zoals strijdlust. Als verdediger ga je het gevecht aan met aanvallers. Dat is een opeenvolging van duels. Je moet die winnen om de wedstrijd te winnen. Alles geven voor de zege, dat leer je natuurlijk ook in de ring.'