Tussen 2005 en 2009 speelde Karel Geraerts 20 interlands onder leiding van achtereenvolgens Aimé Anthuenis, René Vandereycken en Dick Advocaat, in de periode dat de Rode Duivels de nederlagen opstapelden.

Waren de internationals van toen zich ervan bewust dat ze onvoldoende getalenteerd waren om een groot toernooi te halen? "We waren ons ervan bewust dat we weinig kans hadden om ons te plaatsen, om verschillende redenen", beantwoordt Geraerts die vraag in Sport/Voetbalmagazine. "We hadden geen spelers die bij Manchester City, United of Chelsea zaten, er waren alleen beloftevolle jongeren die zich nog moesten bewijzen op internationaal vlak. We hadden ook geen spelers die in staat waren om met een individuele actie een match te beslissen, we konden alleen teren op een goeie organisatie. En we misten systematisch het begin van elke campagne, waardoor er een negatieve en ontmoedigde sfeer in het team én de entourage sloop. Op alle vlakken was het anders dan nu. We maakten ons in elk geval niet te veel illusies."

Witsel: openbaring

Tijdens zijn laatste interlands stond de OHL-middenvelder al op het veld met de helft van het huidige Duivelsteam: met Van Buyten, Vermaelen, Vertonghen, Dembélé, Hazard, Fellaini, Mirallas.

Geraerts: "Je zag toen al wat voor talenten het waren, maar niemand had durven voorspellen dat ze zo veel vooruitgang zouden maken. Eden Hazard toonde al goeie dingen bij Lille maar niemand kon zich toen inbeelden dat hij ooit bij Chelsea zou voetballen. Axel Witsel en Marouane Fellaini waren de grootste talenten bij Standard maar ook bij hen dacht je niet dat ze zouden meemaken wat ze nu doen. Nooit gedacht dat Fellaini op een dag bij Manchester United zou spelen."

"De speler die in vergelijking met mijn periode bij de Rode Duivels de meest opvallende vooruitgang heeft gemaakt, is Witsel. Ik ben zeker dat die binnen twee of drie jaar bij een ploeg van het niveau Real of Barcelona voetbalt."