Net geen vier jaar is het geleden dat AA Gent in een vriendschappelijke wedstrijd tegen VfB Stuttgart de Ghelamco Arena opende. Iedereen was onder de indruk van dit juweeltje, pas toen bleek echt goed welke ontnuchtering het voor steden als Brussel, Antwerpen, Brugge en Luik is dat ze op dat vlak mijlenver achterblijven. Maar het zette alle andere dossiers niet aan tot enige spoed. Vier jaar later blijven die verzanden in politiek gekonkelfoes en besluiteloosheid.
...

Net geen vier jaar is het geleden dat AA Gent in een vriendschappelijke wedstrijd tegen VfB Stuttgart de Ghelamco Arena opende. Iedereen was onder de indruk van dit juweeltje, pas toen bleek echt goed welke ontnuchtering het voor steden als Brussel, Antwerpen, Brugge en Luik is dat ze op dat vlak mijlenver achterblijven. Maar het zette alle andere dossiers niet aan tot enige spoed. Vier jaar later blijven die verzanden in politiek gekonkelfoes en besluiteloosheid. Met de nieuwe arena maakte AA Gent zich op voor een nieuw tijdperk. Het gemiddeld aantal toeschouwers steeg met 75 procent. Nu moesten de sportieve successen volgen. De Spanjaard Víctor Fernández was toen trainer, een man met een universitair diploma, maar hij zou er niet in slagen om de ploeg naar play-off 1 te leiden. Hij werd in de loop van het seizoen opgevolgd door Mircea Rednic,die vervolgens moest plaatsmaken voor assistent Peter Balette. Toen, medio 2014, begon het tijdperk van Hein Vanhaezebrouck. Hij kreeg in de zomer 26 spelers in handen van wie er vandaag nog zeven op de loonlijst staan. Echte clubspelers zijn al lang uitgestorven. Voetbal is constant herbeginnen. Het blijkt ook nu weer. AA Gent, lang getraumatiseerd door een ver verleden met financieel wanbeheer, investeerde ongemeen fors, al is het (voorlopig) de enige club die een speler uit de lagere reeksen aantrok: de dribbelaar Aboubakary Koita van ASV Geel. Is er daar geen talent? Wordt er onvoldoende gescout? Of ketsen overgangen af op de te hoge vraagprijs van clubs die via uitgaande transfers hun budget in evenwicht willen krijgen. Zelfs uit eerste klasse B zijn er - Antwerp uiteraard buiten beschouwing gelaten - maar vier spelers die een reeks opschuiven: de Franse goalgetter Nicolas Rajsel van Union naar KV Oostende, Samy Kehli van Roeselare en Tracy Mpati van Union naar Lokeren en Manuel Benson na eindeloos lange onderhandelingen van Lierse naar RC Genk. Laat staan dat er eens nieuwe trainers zouden doorstromen. Dat STVV uiteindelijk koos voor een Spanjaard, Bartolomé Márquez López, die al meer dan twee jaar zonder werk zit, is een kaakslag voor de Belgische trainer. Alsof er hier niemand is die binnen de filosofie van de club - werken met jonge spelers en aanvallend voetballen - past. Clubs blijven de voorrang geven aan buitenlanders, aan een eeuwige zoektocht naar een witte merel. Ook nu zijn er weer meer dan 25 binnengewaaid, uit de meest diverse continenten. Op het einde blijkt de balans veeleer negatief te zijn. Maar de manier van werken verandert niet. De verkiezing van de nieuwe bondsvoorzitter groeide vorige week uit tot een pijnlijk strijdtoneel van persoonlijke aversies en bizarre bewegingen. Als een eendrachtig blok hebben de heren in het glazen huis langs de Brusselse Houba de Strooperlaan zich zelden gepresenteerd. Gérard Linard, plots naar voren geschoven vanuit een achterkamer,mag dan in het verleden als CEO verdienstelijk werk hebben geleverd, hij geldt vooral als een cijferaar. Een tussenpaus en geen stap vooruit. En dit terwijl er zoveel urgente kwesties moeten aangepakt worden. Op het stadiondossier zal Linard geen druk uitoefenen, in zoverre dat nog mogelijk zou zijn. Het is voor hem geen prioriteit. Hoe het dan bij de UEFA moet aangekaart worden dat er geen nieuw stadion komt, terwijl dat toch een absolute voorwaarde leek om mee in de dans te stappen voor het EK 2020? Het is twijfelachtig dat er dan iets gevonden wordt waarin dit land zo sterk is: een compromis. Een EK zonder wedstrijden in België heeft ook zijn invloed op de Rode Duivels. Die verliezen dan twee thuismatchen. Los van de inkomsten die verloren gaan als de Rode Duivels hun wedstrijden niet langer kunnen spelen in een stadion van 50.000 plaatsen.