1. Waar kijk je als nieuwbakken trainer het meest naar uit?
...

1. Waar kijk je als nieuwbakken trainer het meest naar uit?Mijn uitgangspunt is altijd geweest om voldoening te halen uit waar ik mee bezig ben. Ik heb altijd graag gesjot, dat blijft het allermooiste. Daarna zocht ik andere uitdagingen. Wanneer ik iets minder graag deed, ben ik ermee gestopt. Ik had ooit goesting om een winkel te openen, en toen die goesting weg was, ben ik eruit gestapt. Nu heb ik zin om trainer te zijn. Het meest kijk ik uit naar grote momenten. Dat is het leukste aan voetbal. Samen winnen, bijvoorbeeld, is een ongelofelijke ervaring, net zoals samen verliezen heel veel pijn doet. Die sterke emoties mis je het meest in het gewone leven, dat veel vlakker verloopt. Die gevoelens had ik ook niet bij het commentaar geven. Na een match reed ik gewoon naar huis, ik was niet kapot van wie gewonnen of verloren had. Je vliegt mekaar ook niet in de armen na een geslaagde uitzending, in het voetbal doe je dat wel. Ik ben ook in het trainerschap gegroeid. De eerste jaren was ik content als die internationals na tien dagen weer naar huis gingen, de laatste tijd vond ik de tijd samen veel te kort. Hoe meer tijd je in iets stopt, hoe beter het wordt. Al besef ik wel dat je ook afhangt van de kwaliteit die je ter beschikking krijgt. 2. Wanneer zal je volgend jaar tevreden zijn als trainer?Als het gewoon goed geweest is. In een wereld waar de helft tot drie kwart van de trainers in een seizoen vliegt, lijkt me dat voldoende om mee te beginnen. En als KV Oostende, inclusief de supporters, tevreden is. Onze ambitie is meedoen voor play-off 1. Ik weet intussen hoe ik ben als trainer, wat haalbaar is en wat niet, wanneer ze je uittesten. Dat ik zelf op een hoog niveau speelde en wel eens teleurgesteld zou kunnen zijn met wat ik bij Oostende aantref? Ik aanvaard het verschil tot een bepaald niveau. Je kan heel veel hetzelfde doen als in een topclub, ook al heb je minder middelen. Je moet niet altijd zeggen: dat doen we niet, want we zijn geen topclub. Bijvoorbeeld: spelers die op verplaatsing onderweg mogen op- of afstappen. Dan ben je niet met professioneel voetbal bezig. 3. Ben je zaken in 't wereldje anders gaan bekijken als analist?Vooreerst: 't is gemakkelijker om je mening te geven dan om het zelf te doen. Altijd gaf ik commentaar vanuit het besef dat het trainerschap moeilijk is. Wel ben ik in die twaalf jaar in de media weinig mensen tegengekomen die iets met slechte bedoelingen zegden of schreven. Terwijl ik dat als speler wel nog eens durfde te denken. Aan de andere kant zitten, leert je de zaken te relativeren. Ik hoop dat ik dat straks ook nog als trainer kan, relativeren. Verder ben ik me door mijn tv-werk flink gaan verdiepen in voetbal, ik heb veel gelezen over systemen. Als speler keek ik ook wel eens naar de Champions League op tv, maar met een heel andere ingesteldheid. 4. Wat ga je zeker niet doen als trainer waar je je als commentator aan geërgerd hebt?Ik heb me voorgenomen om langs de lijn deftig gedrag te vertonen. Ik zie er geen winst in dat ik me druk maak, al weet ik dat emoties kunnen opspelen. Hopelijk kan ik dat controleren: ik vind het een kwaliteit als een trainer zijn emoties kan bedwingen. Misschien denk ik er over drie maanden anders over. Dan zeg je me dat maar. Want dat mag straks wel, me kritisch beoordelen. 5. Heb je een filosofie? Waar wil de trainer Gert Verheyen voor staan?Mocht ik geen filosofie hebben, ik zou er niet aan beginnen. Aan zware woorden waag ik me nog niet. Luidop roepen dat ik ga voor aanvallend dominant voetbal met hoge pressing, dat durf ik niet. Veel hangt af van de kwaliteit die je in de kern krijgt. Ik hoop wel dat er beleving en bezieling zal zijn, een ploeg die met het hart speelt. Ik ga ze wel laten voetballen, niet zomaar de bal ver naar voren trappen.