1. De eerste indruk

Mehdi Bayat: 'Wat ik vervelend vond, was dat Karim Belhocine bij zijn komst werd afgeschilderd als tweede keus. Uiteindelijk heeft dat weinig belang. Feit is dat ik bij onze eerste ontmoeting al wist dat hij de juiste man was. Dat was evident vanaf dat moment.'
...

Mehdi Bayat: 'Wat ik vervelend vond, was dat Karim Belhocine bij zijn komst werd afgeschilderd als tweede keus. Uiteindelijk heeft dat weinig belang. Feit is dat ik bij onze eerste ontmoeting al wist dat hij de juiste man was. Dat was evident vanaf dat moment.' Pierre-Yves Hendrickx: 'Het klopt dat we ook met andere coaches gesproken hadden en hij niet de eerste was die we ontmoetten. Maar na de gesprekken met hem had ik hetzelfde gevoel als Mehdi. En het is ook Mehdi die het laatste woord heeft.' Bayat: 'Ik heb drie coaches gehad in acht jaar en ik ben er trots op dat ik er nooit een ontslagen heb, want Yannick Ferrera stapte destijds zelf op. De waarheid is dat ik geen trainer kies op basis van een cv, maar van de indruk die hij op me maakt.' Hendrickx: 'Van zodra Karim getekend had, zei Mehdi tegen mij: "Nu is het aan jou om de relatie met hem op te bouwen zoals jij wilt." Dat was niet eenvoudig in het begin. Karim heeft moeten wennen aan onze manier van werken, met open deuren, zonder filter. Bij Anderlecht, waar alles meer afgesloten werd, werkte men zo anders dat hij er aanvankelijk moeite mee had. Gelukkig heeft Karim al veel meegemaakt en wist hij zich aan te passen.' Philippe Simonin: 'Je moet toegeven dat Mehdi daarin echt visionair is geweest. Ik weet niet of Karim de eerste keuze was of niet, en dat maakt mij ook niks uit, maar wat vaststaat is dat hij de juiste keuze was. Hij kwam op een keerpunt. Hij moest de uitdaging aangaan om een ploeg over te nemen die net het grote talent Victor Osimhen en aanvoerder Javi Martos had laten gaan. In heel korte tijd heeft hij het team naar zijn hand gezet en een solide staf samengesteld.' Bayat: 'Karim heeft hetzelfde DNA als Charleroi. Omdat hij heel zijn leven gewerkt heeft om te geraken waar hij nu staat. Vaak harder dan de rest. Een beetje zoals wij bij Charleroi de laatste acht jaar. Karim was niet de meest getalenteerde speler, maar hij kwam er door zijn onverzettelijkheid. Hij werkte hard omdat hij weinig talent had, daar hou ik van. Het is niet voor niets dat Hein Vanhaezebrouck hem altijd aan zijn zijde wilde hebben.' Simonin: 'Dat verbaast me niet. Hij heeft het bijna karikaturale imago van een coach die alleen maar aan de fysiek denkt, maar dat is onjuist. Karim vindt dat de fysieke voorbereiding ten dienste moet staan van het voetbal. Hij houdt van voetbal, maar hij weet ook dat overwinningen, goals maken en geen tegen krijgen, afhankelijk zijn van loopvermogen. Ik heb met trainers gewerkt die veeleisender waren op fysiek vlak. Soms ten nadele van het voetbal. Hij heeft zelf gevoetbald en dat voel je. Hij wil er geen atleten van maken maar profvoetballers.' Frank Defays: 'De eerste keer dat we elkaar ontmoetten, was in zijn nieuwe kantoor. Ik was een keuze van het bestuur, maar ik moest natuurlijk door de nieuwe coach goedgekeurd worden. We kenden elkaar amper, maar er was meteen een klik. We babbelden over voetbal, natuurlijk, maar ook over onze familie, ons privéleven, allemaal heel spontaan.' Cédric Berthelin: 'Bij mij was het wat anders, omdat hij mij had aangeraden bij het bestuur. De club was op zoek naar een keeperstrainer. We zaten al samen in de staf van Johan Walem bij KV Kortrijk en dat had goed gemarcheerd. Hij weet dat ik geen moeilijke ben, dat ik me aanpas en dat we goed kunnen lachen samen. Dat zijn waardevolle kwaliteiten in een staf.'Simonin: 'Voor mij is het kampioenschap als een symfonie en Karim is de dirigent. Hij doet de rolverdeling binnen het orkest. Hij is veel bezig met fysieke arbeid omdat hij dat goed kent door zijn eigen spel, dat op strijdlust gebaseerd was. Dat komt ook overeen met het DNA van Henegouwen, vind ik. Waarden als solidariteit en zelfverloochening.' Berthelin: 'Karim komt erg timide over. Daarom kun je hem duizend keer vragen om een interview, hij zal er nooit op ingaan. Hij haat het om in de schijnwerpers te staan, dat interesseert hem totaal niet.' Bayat: 'Het zou voor ons misschien wat makkelijker zijn als hij wel zou praten. Maar ik wil hem niet veranderen. Mensen verander je trouwens niet zomaar, zeker niet als ze resultaten halen... ( lacht) Karim heeft het niet graag over zichzelf. Maar in een kleine kring is hij heel anders, dan geeft hij zich voor 200 procent.' Defays: 'Ik denk dat iedereen het waardeert dat hij zichzelf niet in de kijker zet. We plagen hem daar soms mee, maar het is wel knap van hem. Mogelijk zit er ook wat bijgeloof aan vast. Hij zegt dat als hij praat, dat iets gaat kapotmaken.'Dorian Dessoleil: 'Een voorbeeld dat veel zegt, is toen hij me vorig jaar de kapiteinsband toevertrouwde. Ik zal dat altijd onthouden. Het was twee uur voor de eerste match van het seizoen, tegen Gent, en hij belde me op om te zeggen dat het hem speet, maar dat ik om bepaalde redenen op de bank zou zitten. Bon, ik hechtte daar niet erg veel geloof aan, ik had hem al een beetje leren kennen, maar ik was toch verrast. Heel snel werd hij weer ernstig en zei hij dat ze er met de staf over hadden gesproken en dat ze beslist hadden om mij kapitein te maken dat seizoen. Dat is Karim ten voeten uit.' Simonin: 'Hij heeft veel gevoel voor het menselijke aspect. Hij bezit een kenmerk dat voor mij cruciaal is in het voetbal: hij is rechtdoorzee. En hij heeft tact. Onder vier ogen kan hij hard zijn, maar hij zal je altijd publiekelijk verdedigen. Omdat men niet mag raken aan de leden van zijn orkest. Dessoleil: 'Hij heeft nog nooit, of toch uiterst zelden, een speler aangevallen in het publiek of in de kleedkamer. Dat is zijn sterkte: hij kan dingen op een natuurlijke manier afdwingen. We weten allemaal wanneer we mogen lachen en wanneer we ernstig moeten zijn. En hij weet hoe hij het je moet laten voelen als hij niet tevreden is! ( lacht) Want hij kan evengoed de muren doen daveren. Wat hij niet verdraagt, is dat de inzet niet maximaal is. Want hij weet dat je een wedstrijd wint met duels, mentaliteit en grinta. Als we het op een van die vlakken laten afweten, dan kun je ervan op aan dat het er stuift. Maar afgezien daarvan staat hij soms ook dicht bij de groep. Hij komt graag bij ons zitten achter in de bus als we gewonnen hebben. Wat lachen met degenen die aan het dansen zijn, wat uitdagen, zo zit hij in elkaar. Hij zegt ons vaak dat hij graag voetballer was geweest in een groep als de onze.' Berthelin: 'Het is een jonge coach, maar hij heeft het perfecte evenwicht gevonden. Hij staat erop dat de spelers hem niet te familiair aanspreken. Naar mij toe idem. We zijn mannen die met elkaar kunnen praten, maar we zijn geen kameraden en dat is goed zo. We zeggen elkaar alles in het gezicht, klinkt het niet dan botst het. Want als het niet goed zit, zal Karim zich laten horen. Dat bevalt me.' Defays: 'We gaan niet bij elkaar eten en we gaan niet samen met vakantie, maar af en toe gaan we samen iets drinken op een terras. Dat maakt dat we als staf aan hetzelfde zeel trekken.' Hendrickx: 'Zijn kracht, wat mij betreft, is dat hij iedereen gelijk behandelt. Hij gedraagt zich op dezelfde manier tegenover de veldverzorger of de conciërge als tegenover Mehdi of mij. Hij legt ons dus allemaal druk op. ( lacht) Karim is gewoon hyperactief en zit met honderd dingen tegelijk in zijn hoofd. De volgende match, de volgende transfer, de volgende verbetering hier of daar. Ik denk dat dat een overblijfsel is van zijn tijd bij Kortrijk, waar hij aan een bureau heeft gewerkt. Hij is meer dan een veldtrainer, hij is een manager, hij is betrokken bij het leven in de club. We brengen veel tijd samen door. Minimaal een uur 's ochtends bij het ontbijt met de staf om te overleggen en een uur 's middags om de actuele dossiers te overlopen. Daarnaast belt Karim me minstens twee of drie keer per dag. Of per nacht. het stopt nooit.' Berthelin: 'Ik ben niet veel ouder dan hij. Twee jaar. We hebben vaak tegen elkaar gespeeld toen hij bij Virton, Kortrijk of Waasland-Beveren zat. Naar verluidt zou hij een goal gemaakt hebben tegen mij, maar verrassend genoeg heb ik daar nergens iets van teruggevonden. Niet op het internet en niet in mijn geheugen.' ( lacht) Simonin: 'Dat bewijst allemaal één ding: de band met hem is sterk. Dat imago had hij al bij Anderlecht. Hij wordt overal gerespecteerd. Hij kan een grote worden, want hij durft zichzelf in vraag te stellen. En in zijn relaties kan hij geven en nemen. Ik weet niet of het voor hem verrijkend is om met mij te werken, maar voor ons is het alleszins verrijkend om met hem te werken, dat staat vast.'