In januari 2012 debuteerde je als prof bij het Lille van Rudi Garcia, Eden Hazard en Joe Cole, maar intussen bloei je al twee jaar open bij het Zulte Waregem van Francky Dury. Minder glamour, meer voldoening?

Gianni Bruno: 'Dat is inderdaad niet hetzelfde, het is zelfs niet dezelfde wereld. Sommigen zullen zeggen dat ik beter had kunnen doen, maar zelf ben ik vooral tevreden dat het me gelukt is, ondanks alles. Tien jaar geleden zagen sommigen misschien meer potentieel in mij, maar wat maakt het uit. Ik word dertig jaar, en ik heb nog nooit moeite gehad om een club te vinden. Ik denk niet dat dat een kwestie van geluk is, ik denk dat ik een serieuze voetballer ben. Een Eden Hazard ben ik niet, maar dat heb ik altijd geweten.'

Je hebt lang deel uitgemaakt van de nationale jeugdselecties, maar Rode Duivel werd je nooit. In jouw generatie van 1991 hebben jongens als Thomas Meunier en Eden Hazard de top bereikt, terwijl anderen nooit doorbraken. Jij zit een beetje tussen de twee. Wat kwam je tekort om bij de eersten van de klas te eindigen?

Bruno: 'Zoveel dingen. Weet je, wie Eden zag evolueren bij de jeugd in Lille, trok al grote ogen. Hij kon alles met een bal, en in wedstrijden deed hij trucs die ik niet eens voor mekaar krijg in mijn tuin. Dat is zijn grote geluk. Eden voelt geen enkele stress, hij doet hetzelfde voor 50.000 toeschouwers als met zijn kinderen in de tuin.'

Kunnen weerstaan aan de stress, is dat het verschil tussen een goede en een grote speler?

Bruno: 'Ja, ik denk het. Pas nadat ik wegging uit Frankrijk, kon ik die mentale stap zetten. Als ik het veld opstapte schoot ik altijd in een stress die de neiging had om me te verlammen. Het had ook te maken met wat de mensen van me dachten. In Frankrijk had ik de hele tijd het gevoel dat ze me beoordeelden. Bovendien zat ik opgesloten in één enkele speelstijl: de kleine snelle aanvaller die de bal niet veel raakt, maar die moet scoren met het weinige dat hij krijgt. Ik werd alleen afgerekend op mijn statistieken en op een bepaald moment heeft dat me geblokkeerd.'

'Toen Frank Vercauteren me voorstelde om naar Rusland te komen (in 2016 bij Samara, nvdr), ben ik daar meteen opgesprongen. Omdat ik verandering nodig had, maar ook omdat hij heel snel beslist heeft om me op de flank te zetten. Tactisch veranderde dat alles. Ineens kreeg ik veel meer ballen en kon ik er meer mee doen. Ik voelde me veel nuttiger voor het team in die rol. Soms denk ik dat ik zonder die transitie naar de rol van vleugelspeler vandaag niet meer op hoog niveau zou spelen. Want ik had er genoeg van om in de hoofden van de mensen die aanvaller te zijn die niet scoorde.'

Lees het volledige interview met Gianni Bruno in Sport/Voetbalmagazine van 20 januari of in onze Plus-zone.

In januari 2012 debuteerde je als prof bij het Lille van Rudi Garcia, Eden Hazard en Joe Cole, maar intussen bloei je al twee jaar open bij het Zulte Waregem van Francky Dury. Minder glamour, meer voldoening?Gianni Bruno: 'Dat is inderdaad niet hetzelfde, het is zelfs niet dezelfde wereld. Sommigen zullen zeggen dat ik beter had kunnen doen, maar zelf ben ik vooral tevreden dat het me gelukt is, ondanks alles. Tien jaar geleden zagen sommigen misschien meer potentieel in mij, maar wat maakt het uit. Ik word dertig jaar, en ik heb nog nooit moeite gehad om een club te vinden. Ik denk niet dat dat een kwestie van geluk is, ik denk dat ik een serieuze voetballer ben. Een Eden Hazard ben ik niet, maar dat heb ik altijd geweten.'Je hebt lang deel uitgemaakt van de nationale jeugdselecties, maar Rode Duivel werd je nooit. In jouw generatie van 1991 hebben jongens als Thomas Meunier en Eden Hazard de top bereikt, terwijl anderen nooit doorbraken. Jij zit een beetje tussen de twee. Wat kwam je tekort om bij de eersten van de klas te eindigen?Bruno: 'Zoveel dingen. Weet je, wie Eden zag evolueren bij de jeugd in Lille, trok al grote ogen. Hij kon alles met een bal, en in wedstrijden deed hij trucs die ik niet eens voor mekaar krijg in mijn tuin. Dat is zijn grote geluk. Eden voelt geen enkele stress, hij doet hetzelfde voor 50.000 toeschouwers als met zijn kinderen in de tuin.'Kunnen weerstaan aan de stress, is dat het verschil tussen een goede en een grote speler?Bruno: 'Ja, ik denk het. Pas nadat ik wegging uit Frankrijk, kon ik die mentale stap zetten. Als ik het veld opstapte schoot ik altijd in een stress die de neiging had om me te verlammen. Het had ook te maken met wat de mensen van me dachten. In Frankrijk had ik de hele tijd het gevoel dat ze me beoordeelden. Bovendien zat ik opgesloten in één enkele speelstijl: de kleine snelle aanvaller die de bal niet veel raakt, maar die moet scoren met het weinige dat hij krijgt. Ik werd alleen afgerekend op mijn statistieken en op een bepaald moment heeft dat me geblokkeerd.''Toen Frank Vercauteren me voorstelde om naar Rusland te komen (in 2016 bij Samara, nvdr), ben ik daar meteen opgesprongen. Omdat ik verandering nodig had, maar ook omdat hij heel snel beslist heeft om me op de flank te zetten. Tactisch veranderde dat alles. Ineens kreeg ik veel meer ballen en kon ik er meer mee doen. Ik voelde me veel nuttiger voor het team in die rol. Soms denk ik dat ik zonder die transitie naar de rol van vleugelspeler vandaag niet meer op hoog niveau zou spelen. Want ik had er genoeg van om in de hoofden van de mensen die aanvaller te zijn die niet scoorde.'Lees het volledige interview met Gianni Bruno in Sport/Voetbalmagazine van 20 januari of in onze Plus-zone.