Colombia heeft een traditie in prettig gestoorde voetballers. Denk maar aan krullenbol Carlos Valderrama en de excentrieke keeper René Higuita. Ook José Izquierdo is een beetje loco. Waar komt die zotheid vandaan?

José Izquierdo (24) richt zich op uit zijn stoel en maakt een paar sensuele heupbewegingen. Ondertussen wijst hij naar zijn heupen en zegt hij: 'Dát kunnen Belgische voetballers niet. No tienen cinturón.' Felipe Gedoz, Claudemir en Wesley gieren het uit. Voor een speciaal nummer naar aanleiding van het 125-jarige bestaan van Club Brugge interviewen we de vier latino's van blauw-zwart. De expressieve Colombiaan springt uit de band. Hij is niet alleen de grappigste van het kwartet, maar hij zegt ook vaak erg zinnige dingen en trekt op beide manieren de aandacht naar zich toe.
...

José Izquierdo (24) richt zich op uit zijn stoel en maakt een paar sensuele heupbewegingen. Ondertussen wijst hij naar zijn heupen en zegt hij: 'Dát kunnen Belgische voetballers niet. No tienen cinturón.' Felipe Gedoz, Claudemir en Wesley gieren het uit. Voor een speciaal nummer naar aanleiding van het 125-jarige bestaan van Club Brugge interviewen we de vier latino's van blauw-zwart. De expressieve Colombiaan springt uit de band. Hij is niet alleen de grappigste van het kwartet, maar hij zegt ook vaak erg zinnige dingen en trekt op beide manieren de aandacht naar zich toe. José Izquierdo groeide op in Pereira, een stad in Colombia met goed een half miljoen inwoners. Muziek, en met name salsa, is er een onderdeel van het leven. In elke straat hoor je wel een radio door de open ramen galmen, de hete lucht in. Elke dag is het er tussen de 25 en de 30 graden. Het is een stad met heel wat daklozen, maar de levensvreugde wordt er niet door aangetast. 'Ze zeggen dat in Pereira de vrolijkste mensen van het land wonen', zegt de pas afgestudeerde sportjournaliste María Camila Delgado. 'Als je hulp nodig hebt, staan we klaar. Wil je een dak boven je hoofd of wat te eten, dan moet je maar aankloppen. En dansen is onze manier om mensen te verenigen. Als we hier bijvoorbeeld Kerstmis vieren, duurt dat twee dagen. En er is altijd muziek op de achtergrond.' Delgado ging naar dezelfde school als José Izquierdo en interviewde hem een paar keer voor La Tarde, een ondertussen ter ziele gegaan dagblad. 'José danst en zingt de hele tijd, net als iedereen hier trouwens. Je zult hem nooit slechtgezind zien, hij loopt altijd met een lach op zijn gezicht rond en ziet de positieve kant van alles. Maar als hij je iets te zeggen heeft, zal hij dat ook doen, zonder omwegen. En als je met een probleem zit, dringt hij aan om het hem te vertellen met zijn typische uitdrukking 'decime, decime' (zeg het mij, zeg het mij, nvdr).' Izquierdo ging vanaf zijn vijf jaar naar de Calasanzschool in Pereira. Als sportvak moest daar gekozen worden tussen voetbal, tennis, zwemmen, basketbal of volleybal. Mama Izquierdo koos voor tennis, omdat ze haar zoon te fragiel vond voor voetbal. Maar al snel werd de tennisleraar gek van de jonge José: hij sloeg de ballen niet terug met zijn racket maar hij sjotte ertegen. Zo kwam hij bij Wilson Sepúlveda terecht, die de kinderen op Calasanz leerde voetballen. Ondanks het feit dat hij heel goed met een bal overweg kon, wilde de kleine José in het begin alleen maar in doel staan. Hij vroeg aan zijn mama dat ze een paar keepershandschoenen kocht en vloog als een bezetene heen en weer tussen de palen. Hij amuseerde zich kostelijk en duidelijk veel meer dan op een tennisveld. Maar op een dag ging hij met zijn oudere broer Diego Julián voetballen in het park en toen hij een hard schot wilde stoppen, verstuikte hij de vingers van zijn rechterhand. Meteen was de passie voor het keepen over. Toen hij terug op school kwam, vroeg hij aan Wilson Sepúlveda of hij veldspeler mocht worden. Het duurde niet lang of de voetballeraar kreeg in de gaten dat Izquierdo overliep van het talent. Hij nam diens vader apart en zei hem dat José later een uitstekende profvoetballer zou worden. Maar goed ook, want studeren was niet meteen zijn dada, maar zijn ouders - zijn vader was rector en zijn moeder kleuterjuf - waakten erover dat hij genoeg tijd aan zijn studie spendeerde. Eenvoudig was dat niet. José was een hyperactieve jongen die niet kon stilzitten en er altijd op uit was om te grappen en te grollen. Dat ondervond Sepúlveda in juni 2015 ook nog eens toen Izquierdo op bezoek kwam in zijn oude school. Hij schudde de handen van al zijn ex-leerkrachten en nam uitvoerig de tijd om handtekeningen aan de kids uit te delen. De Clubspeler ging er ook meetrainen met de jonge voetballertjes, maar het veld lag er in die dagen erg slecht bij. Toen Izquierdo de staat van het terrein zag, riep hij al lachend naar zijn ex-voetballeraar: 'Maar Wilson, dat is hier precies een zandbak!' Alle kinderen begonnen prompt te gniffelen en de leraar kon uiteindelijk ook zijn lach niet inhouden. María Camila Delgado was er toen ook bij: 'José is altijd in voor een grapje, maar hij is ook een heel dankbaar en nederig iemand. De mensen die hem ooit hielpen, zal hij nooit vergeten. Hij heeft een fantastische persoonlijkheid, of zoals ze hier in Pereira soms zeggen: iedereen zou een Izquierdo in zijn leven moeten hebben.' En de liefde is wederzijds, want Joske, zoals ze hem in Brugge noemen, is niet vergeten waar hij vandaan komt. Toen blauw-zwart vorig seizoen kampioen werd, haalde Izquierdo bij de kampioensviering het shirt boven van Deportivo Pereira, de club van zijn geboortestad waar hij drie seizoenen voetbalde. 'Met de titel eer ik niet alleen Colombia, maar ook Pereira, waarvan altijd gezegd werd dat het geen streek van voetballers is. De beste manier om Pereira te helpen is met trofeeën zoals deze, want op die manier zal de wereld zich interesseren voor de voetballers die er vandaan komen', zei Izquierdo er zelf over in de Colombiaanse krant El Espectador. Van zijn vijfde tot zijn zestiende voetbalde José Izquierdo bij de schoolploeg van Calasanz, waarmee hij tal van toernooien won. Op zijn dertiende kwam een Braziliaanse ploeg aankloppen. 'Ze boden geld aan voor mijn transfer en voor mijn opleiding, maar mijn ouders weigerden. Mijn mama zei: zolang je je bachillerato (na ongeveer tien jaar, vijf jaar lagere school en vijf jaar secundair, nvdr) niet haalt, moet je er zelfs niet aan denken.' Een paar jaar later zat de tiener in de klas toen er op de deur geklopt werd. Aan de andere kant stond William Londoño, een voetballiefhebber die later voor Go Pro Sports zou gaan werken, het makelaarsbureau waar Izquierdo nog altijd bij aangesloten is. 'Hij zei: pak je voetbalschoenen maar, we gaan naar een screening van de nationale ploeg.' Toen Eduardo Lara, een coach die lang voor de Colombiaanse jeugdselecties werkte, hem bezig zag, zei hij: 'Doe zo verder en hopelijk vind je snel een profclub waar je kunt spelen.' Zo kwam het dat José Izquierdo zich op zijn zestiende - rijkelijk laat dus - aansloot bij een professionele voetbalploeg: Deportivo Pereira. Tot dan had hij puur voor zijn plezier gevoetbald, vanaf dan werd het menens. Maar het plezier in het spelletje raakte hij nooit kwijt. 'Je ziet aan zijn manier van spelen dat hij ervan geniet', vindt María Camila Delgado. Vanaf het moment dat hij bij de lokale trots van Pereira tekende, kwam hij in het vizier van Humo Auri Rojo, die een Facebookpagina beheert voor supporters van Deportivo Pereira. 'Je zag meteen dat hij talent had, dat hij behendig was in het ontwijken van tegenstanders en dat hij een goed schot had. De aanpassing verliep voor hem wel wat stroef, omdat de club door een moeilijk moment ging en de spelers onder grote druk stonden, maar na verloop van tijd kwam hij erdoor en werd hij een van de topspelers.' In de periode dat hij niet veel aan spelen toekwam, verloor hij ook nog eens zijn oudere broer. Diego Julián viel in slaap achter het stuur van zijn auto en verongelukte. Hij werd 29 jaar. José stond op het punt zijn voetbalcarrière stop te zetten en wilde verder gaan studeren, maar Octavio Zambrano, zijn toenmalige trainer, praatte op hem in en verzekerde hem ervan dat hij uitzonderlijke voetbalkwaliteiten had. Izquierdo ging door, maar zijn broer verdween nooit meer uit zijn gedachten. 'Ik denk altijd aan hem. Ik geloof heel erg in God en daarom ben ik er zeker van dat ik sta waar ik nu sta omdat Hij me toestaat om de droom van mijn broer te verwezenlijken. Diego Julián wilde voetballer worden, maar hij slaagde niet en daarom steunde hij me zodat ik zo ver mogelijk zou geraken. Hij behandelde me alsof ik zijn zoon was. Ik denk dat hij me ziet vanuit de hemel, dus probeer ik het beste van mezelf te geven om hem daarboven te laten glimlachen.' In drie seizoenen bij Deportivo Pereira (2010-2013) speelde hij in totaal 88 wedstrijden waarin hij 17 doelpunten maakte. Op een dag kwam er een aanbieding van Once Caldas, een van de twee Colombiaanse clubs die ooit de Copa Libertadores, de Zuid-Amerikaanse Champions League, wonnen. Een unieke kans dus. Het enige probleem: Once Caldas is de aartsvijand van Deportivo Pereira. Izquierdo: 'Ik wilde nieuwe lucht opsnuiven. Ik wist dat de rivaliteit tussen de clubs groot was en dat ik vijand nummer een zou worden van de fans van Pereira, maar een voetbalcarrière is zo kort. Je moet er alles uit halen.' Humo Auri Rojo verwoordt de gevoelens bij de supporters van Pereira: 'Hij was heel geliefd bij de fans, maar toen hij naar Once Caldas ging, veroorzaakte dat veel woede. Naarmate de tijd verstreek en de supporters zagen dat Izquierdo zijn eerste club niet vergeet en dat hij haar zelfs nog steunt vanop afstand, is de genegenheid bij een deel van de fans teruggekeerd.' In één seizoen bij Once Caldas maakte hij dertien goals, maar belangrijker: hij kwam er in het vizier van een aantal Europese clubs, waaronder Club Brugge. De rest is geschiedenis. Hij werd de eerste voetballer uit Pereira die een Belgische beker en een Belgische titel won. En hij was de eerste die een doelpunt in de Champions League maakte. En wat voor één! Waar de toekomst hem ook zal brengen, hij zal niet vergeten waar hij vandaan komt. En zijn broer Diego Julián? Die zit ongetwijfeld breed te glimlachen in de hemel.