Een shift in de sportwinkel waar ze drie dagen per week werkt van 10 tot 18.30 uur, een fotoshoot, een interview, een coronatest en een trainingssessie: dat is zo'n beetje het leven van Tine De Caigny op dit moment. De aanvalster van Anderlecht en de Red Flames vindt dat prima en we begrijpen haar. Het is moeilijk om je niet goed in je vel te voelen als je met kop en schouders boven de rest uitsteekt in de competitie en bovendien een Europees kampioenschap in 2022 in het verschiet hebt, waar België geschiedenis kan schrijven.
...

Een shift in de sportwinkel waar ze drie dagen per week werkt van 10 tot 18.30 uur, een fotoshoot, een interview, een coronatest en een trainingssessie: dat is zo'n beetje het leven van Tine De Caigny op dit moment. De aanvalster van Anderlecht en de Red Flames vindt dat prima en we begrijpen haar. Het is moeilijk om je niet goed in je vel te voelen als je met kop en schouders boven de rest uitsteekt in de competitie en bovendien een Europees kampioenschap in 2022 in het verschiet hebt, waar België geschiedenis kan schrijven. De Red Flames hebben zich geplaatst voor het EK en jij was topschutster in de voorronde. Ook in de Super League scoor je veel. Heb je het gevoel dat je de voorbije maanden een flinke stap vooruit hebt gezet in je carrière? Tine De Caigny: 'Ja, dat denk ik wel. Ik ben van positie veranderd, van het middenveld naar de aanval. Dus scoor ik ook meer. Dankzij mijn ploeggenotes, natuurlijk, maar ik denk dat ik zelf ook wel beter word. Mijn spel is rijper geworden. Ik voel dat ik op een moment ben aanbeland dat ik aan een stap hogerop mag denken. Ook al ben ik heel gelukkig bij Anderlecht, het buitenland is mijn ambitie.' Je bent opgeleid als middenveldster, zeg je. Je hebt dus niet echt de reflexen van een spits. Hoe verliep de aanpassing? De Caigny: 'In het begin was dat moeilijk, want als aanvalster speel je met je rug naar het doel en ik was dat niet gewend. Ik was het gewoon om veel ballen te krijgen, invloed te hebben op het spel en meer te lopen. In de aanval moet je op het juiste moment op de juiste plaats staan. Ik had tijd nodig om me daaraan aan te passen. Ik moet nog leren, maar ik voel me al veel meer op mijn gemak nu. Nu is het wel zo dat ik als middenveldster al geregeld scoorde. Ik dook vaak op in de backlijn. Dat deed ik ook graag: van de ene rechthoek naar de andere lopen, als een echte box-to-boxspeler. Ik kwam van lager, de verdediging vergat mij en ik kon scoren, bijvoorbeeld op voorzetten.' Hoe komt het dat je in de spits ging spelen? De Caigny: 'Dat is bij Anderlecht gebeurd, twee jaar geleden, toen Ella Van Kerkhoven naar Inter vertrok. Coach Patrick Wachel vond niet echt een alternatief en stelde voor dat ik in de punt ging spelen. In het begin was ik sceptisch, ik wilde als nummer 8 of 10 spelen. Maar het is een positie die ik apprecieer en mijn doelpunten geven me vertrouwen. Bij de Red Flames is het een beetje anders, omdat we daar met tweeën vooraan spelen, Tessa Wullaert en ik. We wisselen daar veel: als zij diep gaat, haak ik af en vice versa.' Wat heb je op die manier geleerd? De Caigny: 'Scherper zijn voor doel. Ik kan de bal nu beter bijhouden, terwijl ik voordien graag in één of twee tijden speelde. Ik kan ook beter met de rug naar doel spelen en daarbij mijn lichaam gebruiken. Ik ben groot ( 1,80 meter, nvdr) dus dat is een troef die ik moet uitspelen.' Wat mis je het meest in de spits? De Caigny: 'Lopen! Ik loop graag. In de aanval zijn het meer sprintjes, terwijl je op het middenveld van de ene backlijn naar de andere rent. Ik liep graag terug om te verdedigen. Soms doe ik dat nog, maar dan roept de coach dat ik vooraan moet blijven. Dat zit erin gebakken.' Je zei ooit dat je voorbeelden middenvelders waren zoals Xavi en Pirlo. Aan wie spiegel je je nu? De Caigny: ( denkt na) 'Ik zou zeggen: Romelu Lukaku. Hij is de beste aanvaller van het moment, dus ik denk dat ik veel van hem kan leren. Hij is ook groot en sterk en kan de bal bijhouden zoals ik dat zou willen. Ik weet dat ik daar nog beter moet in worden. De manier waarop hij zijn lichaam gebruikt - op de been blijven met de rug naar doel, de bal bijhouden tot er iemand aansluit - vind ik heel interessant voor mezelf.' Had je vroeger ook vrouwelijke rolmodellen? De Caigny: 'Tot mijn zestiende wist ik niet veel van vrouwenvoetbal, dus had ik niet echt zo iemand. Nu zijn er wel enkele speelsters die ik uitstekend vind, zoals Pernille Harder van Chelsea, die indruk maakte toen we tegen Denemarken speelden in de Algarve Cup ( 0-4-verlies begin maart, nvdr). En Vivianne Miedema, de goalgetster van Arsenal, speelt een beetje in dezelfde stijl als ik en weet haar lengte goed te gebruiken.' Je zegt dat je een grote fan bent van Pep Guardiola. Beschouw jij jezelf als een speelster die vaak de bal moet raken om zich goed te voelen? De Caigny: 'Ja. Als ik goed in de match wil zitten, moet ik de bal zien. Ik heb al wedstrijden gespeeld waarin ik twintig minuten lang geen bal raak omdat ik voortdurend moest verdedigen. Ik dat geval wil ik wel eens afhaken en de bal vragen om die gewoon naar achteren te spelen. Zulke kleine dingen helpen me al om erin te komen.' In 2016 vertrok je naar Noorwegen. Hoe kwam je daar terecht, op je eentje, terwijl je amper achttien was? De Caigny: 'Ik speelde bij Lierse, maar het bestuur besloot om de damesploeg op te doeken. Ik had naar Standard of naar Anderlecht kunnen gaan, maar ik had net mijn school afgemaakt en ik wist nog niet wat ik zou gaan studeren. Ik stond voor een dilemma: meteen naar Valerenga gaan ( de ploeg uit Oslo die onlangs kampioen werd, nvdr) of wachten? Ik heb erover gepraat met de bondscoach, die de trainer kende, David Brocken ( ex-speler van Lierse, Standard en Anderlecht, nvdr). Ik heb contact opgenomen met hem. Jammer genoeg werd Brocken, een week nadat ik getekend had, ontslagen bij Valerenga. Er kwam een andere coach, die geen Engels sprak, en dat bemoeilijkte alles. Ik heb daar een ander soort voetbal leren kennen, veel fysieker. Maar ik hield daar wel van, dat is ook een beetje mijn stijl, met veel lopen en zo. Het ging snel, het niveau was goed. Ik heb er ervaring op gedaan en veel geleerd in die vijf maanden. Maar erg gelukkig was ik er niet, ik miste mijn familie. Ik was nog heel jong. Ik hield me ook voor dat ik moest gaan studeren en dus ben ik vertrokken. Begin 2017 ben ik dan naar Anderlecht gegaan.' Zou je het anderen aanraden? De Caigny: 'Mmm, dat weet ik niet, hoor... Als ik nu tegen de achttienjarige Tine zou praten, zou ik haar zeggen: ga drie jaar studeren, haal een diploma en vertrek pas nadien naar het buitenland.' De Red Flames halen op jonge leeftijd al veel caps. Jij hebt zelf je debuut gemaakt toen je zestien was (op 8 februari 2014 tegen Polen) en je zit bijna aan zestig caps. Hoe valt dat te verklaren? De Caigny: 'Ik denk dat de bondscoach niet aarzelt om jonge speelsters een kans te geven. Voor mij is het erg snel gegaan. Ik speelde bij de jeugd en plots bij de A-ploeg. Dat was een geweldig moment. Vier jaar geleden hadden we een oudere ploeg, maar sommigen zijn gestopt bij de nationale ploeg en toen was er geen keuze: de ploeg moest verjongd worden. Je ziet dat er talent is, de jeugd toont zich, bij de Red Flames maar ook in Anderlecht. Het is nu tijd dat we ons oprichten en laten zien dat we ook tegen grote ploegen kunnen presteren en niet alleen veel kunnen scoren tegen kleine landen. Het doel was om ons te plaatsen voor het EK en dat is gelukt. Nu focussen we op dat EK zelf. En daarna is er nog de wereldbeker in 2023. Dat is de volgende stap die we willen zetten.' Je vindt dat het beter is om samen met jongens te spelen wanneer je jong bent. Waarom? De Caigny: 'Zolang mogelijk gemengd spelen is positief omdat je door die jongens sterker wordt. Zij hebben een andere fysiek, het spel gaat sneller omdat ze vlugger zijn dan wij. Meisjes kunnen daar alleen maar baat bij hebben tot pakweg hun zestiende. Ik heb dat zo gedaan, het was natuurlijk wat makkelijker met mijn lengte. Wat ook leuk was: ik was niet het enige meisje. Ik speelde van mijn zevende tot mijn zestiende samen met Silke Vanwynsberghe, die nu bij Gent zit.' Zijn jongens competitiever ingesteld? De Caigny: 'Ze zijn vooral harder in de duels en ook sneller, maar qua mentaliteit zijn er niet altijd verschillen. Hier bij Anderlecht zijn we ook zeer competitief ingesteld, zowel op training als in de match.' Je hebt al eens gezegd dat de Engelse competitie je doet dromen. Het kan best zijn dat de weg daarnaartoe via een sterke prestatie op het EK loopt. Dat wordt ginder gespeeld... De Caigny: 'Dat is zo! Ik wil uiteraard zo fit mogelijk zijn op het EK om me te tonen tijdens het toernooi. De Women's Super League is afgelopen zomer kunnen groeien door de komst van Amerikaanse speelsters. Maar ik denk niet dat ik van Anderlecht direct naar een Engelse topclub zal gaan. Ik moet nog bijleren, en dus spelen. Het gaat me niet vooruit helpen om Sporting te verlaten om ergens op de bank te gaan zitten. Een tussenstap in een andere competitie zou voor mij ook oké zijn, maar dat hangt af van het project dat ze me voorstellen.'