Een stormloop vanuit Antwerpen naar het Koning Boudewijnstadion wordt het wel, als Antwerp op 22 maart de bekerfinale speelt tegen Club Brugge. In de aanloop naar deze match komen oude verhalen over deze club gegarandeerd weer boven. En die zijn er voldoende bij de oudste vereniging van het land. Uit het midden van de jaren zeventig bijvoorbeeld. Heeft Antwerp ooit beter gespeeld dan op dat moment toen het, in 1974 en 197...

Een stormloop vanuit Antwerpen naar het Koning Boudewijnstadion wordt het wel, als Antwerp op 22 maart de bekerfinale speelt tegen Club Brugge. In de aanloop naar deze match komen oude verhalen over deze club gegarandeerd weer boven. En die zijn er voldoende bij de oudste vereniging van het land. Uit het midden van de jaren zeventig bijvoorbeeld. Heeft Antwerp ooit beter gespeeld dan op dat moment toen het, in 1974 en 1975, tweede eindigde in de competitie?De latere bondscoach Guy Thys was toen trainer, de memorabele Eddy Wauters voorzitter. Dat leverde smakelijke discussies op. Wauters, ooit een uitstekende voetballer, pleegde altijd naar de samenstelling van de ploeg te informeren, Thys wist dat hij het absoluut niet begrepen had op Jos Heyligen, de sierlijke en technisch onderlegde middenvelder. Toen Thys op een dag weer eens de ploeg gaf, kon Wauters zich niet meer beheersen. Hij vroeg hoe lang Thys nu nog Heyligen zou opstellen omdat er al het hele seizoen met tien man werd gespeeld. Guy Thys, een meester in het relativeren, liet zich door dat soort opmerkingen niet uit zijn lood slaan. Hij zei dat Antwerp al twee jaar na elkaar tweede was geworden met tien man en dat hij het echt niet wilde riskeren om met elf te spelen.De Oostenrijker Karl Kodat was toen de absolute vedette van Antwerp. De virtuoze Kodat is een van de beste buitenlanders die ooit in onze competitie voetbalde. Hij kwam uit Salzburg en stapte met een zekere melancholie door het leven, zoals dat hoort voor iemand die in een stad opgroeide die leeft op de klanken van de muziek. Er mochten toen maar drie buitenlanders worden opgesteld. Naast Kodat was dat de Deense dribbelaar Flemming Lund en de Oostenrijkse opportunist Alfred Riedl. Een fabuleuze voorhoede.Bekend is het verhaal van Louis van Gaal die als vierde buitenlander meestal uit de boot viel. Daar begreep de eigenzinnige Nederlander niets van. Tegen Guy Thys zei hij dat niemand zoveel met de bal kon als hij. De trainer, die ook nu de rust in persoon bleef , gaf Van Gaal wel gelijk. Maar zei hij, er was wel een probleem: dat hij, Louis van Gaal, de bal nooit heeft.