De voorsprong van Club Brugge op KRC Genk is in een tiental dagen tijd van serieus geslonken, en dat is voor veel mensen (vooral Bruggesupporters) storend. Los van alle spanning die het teweegbrengt, de extra topmatchen, of de financiële stimulans die eruit voortvloeit vanwege verhoogde tv-rechten, is er maar één gevoel dat nu komt bovendrijven: dit is oneerlijk.

Eerst en vooral: eigenlijk is het niet het moment om dit debat te voeren. Niet voor supporters, maar zeker niet voor de spelers of trainer van Club, die daarmee een hoog Calimerogehalte over zich heen halen. Het systeem is wat het is, en we gaan daar op dit moment niks meer aan veranderen.

Maar bon, er is nu zo'n hetze ontstaan, dat we net zo goed de media-aandacht kunnen claimen om het debat ten gronde te voeren: is een halvering van de punten in de play-offs 'oneerlijk'?

Mijn antwoord: ja.

Voetbal is 50% geluk

De argumentatie hiervoor begint bij een simpele vaststelling, die al te vaak over het hoofd wordt gezien: voetbal is geen tennis of basketbal. Het grote verschil met die sporten zit hem in de lage frequentie van (doel)punten die gemaakt wordt tijdens een wedstrijd. In tennis of basket is dat quasi elke 30 seconden. In voetbal soms helemaal niet.

Het voornaamste gevolg van dit verschil in scorefrequentie, is dat de beste speler of ploeg in al die andere sporten vrij vaak wint. Je kunt eens een basket op de ring zien afketsen, er kan een tegenstander via de netband een geluksballetjemaken, of je snaren kunnen springen net op het moment dat je je punt ging afmaken. Allemaal niet erg! 30 seconden later is er weer een punt. En bijgevolg heeft de speler of ploeg die op papier de sterkste is, gigantisch veel meer kans om de wedstrijd te winnen, omdat die kleine 'ongelukkigheden' marginaal zijn in het verloop van een match.

En dan komt voetbal. Een handsbal in de zestien, een verkeerde VAR-beslissing, een bal net buitenkant paal. Net zoals in tennis of basketbal komen er scorebepalende momenten voor, maar hier is het gevolg des te indringender. Dit ene moment kan beslissend zijn voor het verdere verloop van de wedstrijd. En bijgevolg: de underdog heeft in vergelijking met die andere sporten, een goeie kans om hoopvol aan de match te beginnen.

Het is dus helemaal niet controversieel om te zeggen dat in één voetbalmatch heel wat geluk gemoeid zit. Sporteconomen drukken het zelfs als volgt uit: 50% van een resultaat is gebaseerd op geluk. En of je nu denkt dat het 20 of 80% is, het principe blijft: geluk speelt vaak een doorslaggevende rol in een voetbalmatch.

Beloon de consistentie

Net om die reden doen ploegen er alles aan om datgene wat je nog kunt controleren, zo goed als mogelijk vast te pakken. Financieel beheer, transferpolitiek, teamfilosofie, data-analyse, noem maar op. Er gaat enorme aandacht naar elk van deze elementen (en de coherentie daartussen) om er toch maar voor te zorgen dat je ploeg gemiddeld beter voor de dag komt dan een ander.

Dit sluit de willekeur natuurlijk niet uit. Met goed financieel beheer win je geen match. Videoanalyse kan ook maar zoveel voorbereidend werk doen. Maar het stelt je wel in staat zo goed als mogelijk voor de dag te komen.

Als je de willekeur kunt proberen te gidsen, maar niet kunt bannen, dan heeft dit gevolgen voor de manier waarop je je competitieformat organiseert: beloon de consistentie. Zorg ervoor dat op het einde die ploeg kampioen wordt gekroond die het best op al die vlakken heeft gewerkt, en gemiddeld het beste heeft gepresteerd.

Halvering is waanzin

Wat wij in België dan doen, is vanuit dit opzicht gezien waanzin. In plaats van de meest consistente ploeg te belonen, brengen we de achterlopers op een dubbele manier terug in de semiloterij. We introduceren eerst al een play-offsysteem, waarbij elke ploeg de kans krijgt om punten in te lopen op de leider. En we halveren de punten nog eens, waardoor alles op een zakdoek ligt om te beginnen.

Het resultaat is dat er geen noodzakelijke link meer zit tussen de beste ploeg van het jaar, en de winnaar van de competitie. Integendeel, het is de beste ploeg van het moment die de kans krijgt (en hopelijk wat meeval) om die eerste plek (en miljoenen euro's) binnen te rijven.

Filip Joos liet onlangs optekenen dat er wel meer oneerlijkheden in het voetbal zitten, zoals de structurele verschillen tussen grote en kleine clubs (en dus: halvering is oké). Wel, laat net dat een reden zijn waarom je tégen een halvering moet zijn.

Als een underdog het voor elkaar weet te krijgen om aan het einde van het seizoen op kop te komen, dan doe je die kleine ploeg allesbehalve een gunst om hun punten te halveren en ze nog 6 keer te laten spelen tegen de big boys.

Als Filip Moeskroen ooit kampioen wil zien worden, en alle andere voetballiefhebbers hun sport fairder willen maken, schaf dan gewoon die halvering af.

Niels Gheyle is onderzoeker bij UC Louvain en UGent.

De voorsprong van Club Brugge op KRC Genk is in een tiental dagen tijd van serieus geslonken, en dat is voor veel mensen (vooral Bruggesupporters) storend. Los van alle spanning die het teweegbrengt, de extra topmatchen, of de financiële stimulans die eruit voortvloeit vanwege verhoogde tv-rechten, is er maar één gevoel dat nu komt bovendrijven: dit is oneerlijk.Eerst en vooral: eigenlijk is het niet het moment om dit debat te voeren. Niet voor supporters, maar zeker niet voor de spelers of trainer van Club, die daarmee een hoog Calimerogehalte over zich heen halen. Het systeem is wat het is, en we gaan daar op dit moment niks meer aan veranderen.Maar bon, er is nu zo'n hetze ontstaan, dat we net zo goed de media-aandacht kunnen claimen om het debat ten gronde te voeren: is een halvering van de punten in de play-offs 'oneerlijk'?Mijn antwoord: ja.De argumentatie hiervoor begint bij een simpele vaststelling, die al te vaak over het hoofd wordt gezien: voetbal is geen tennis of basketbal. Het grote verschil met die sporten zit hem in de lage frequentie van (doel)punten die gemaakt wordt tijdens een wedstrijd. In tennis of basket is dat quasi elke 30 seconden. In voetbal soms helemaal niet.Het voornaamste gevolg van dit verschil in scorefrequentie, is dat de beste speler of ploeg in al die andere sporten vrij vaak wint. Je kunt eens een basket op de ring zien afketsen, er kan een tegenstander via de netband een geluksballetjemaken, of je snaren kunnen springen net op het moment dat je je punt ging afmaken. Allemaal niet erg! 30 seconden later is er weer een punt. En bijgevolg heeft de speler of ploeg die op papier de sterkste is, gigantisch veel meer kans om de wedstrijd te winnen, omdat die kleine 'ongelukkigheden' marginaal zijn in het verloop van een match.En dan komt voetbal. Een handsbal in de zestien, een verkeerde VAR-beslissing, een bal net buitenkant paal. Net zoals in tennis of basketbal komen er scorebepalende momenten voor, maar hier is het gevolg des te indringender. Dit ene moment kan beslissend zijn voor het verdere verloop van de wedstrijd. En bijgevolg: de underdog heeft in vergelijking met die andere sporten, een goeie kans om hoopvol aan de match te beginnen.Het is dus helemaal niet controversieel om te zeggen dat in één voetbalmatch heel wat geluk gemoeid zit. Sporteconomen drukken het zelfs als volgt uit: 50% van een resultaat is gebaseerd op geluk. En of je nu denkt dat het 20 of 80% is, het principe blijft: geluk speelt vaak een doorslaggevende rol in een voetbalmatch.Net om die reden doen ploegen er alles aan om datgene wat je nog kunt controleren, zo goed als mogelijk vast te pakken. Financieel beheer, transferpolitiek, teamfilosofie, data-analyse, noem maar op. Er gaat enorme aandacht naar elk van deze elementen (en de coherentie daartussen) om er toch maar voor te zorgen dat je ploeg gemiddeld beter voor de dag komt dan een ander.Dit sluit de willekeur natuurlijk niet uit. Met goed financieel beheer win je geen match. Videoanalyse kan ook maar zoveel voorbereidend werk doen. Maar het stelt je wel in staat zo goed als mogelijk voor de dag te komen.Als je de willekeur kunt proberen te gidsen, maar niet kunt bannen, dan heeft dit gevolgen voor de manier waarop je je competitieformat organiseert: beloon de consistentie. Zorg ervoor dat op het einde die ploeg kampioen wordt gekroond die het best op al die vlakken heeft gewerkt, en gemiddeld het beste heeft gepresteerd.Wat wij in België dan doen, is vanuit dit opzicht gezien waanzin. In plaats van de meest consistente ploeg te belonen, brengen we de achterlopers op een dubbele manier terug in de semiloterij. We introduceren eerst al een play-offsysteem, waarbij elke ploeg de kans krijgt om punten in te lopen op de leider. En we halveren de punten nog eens, waardoor alles op een zakdoek ligt om te beginnen.Het resultaat is dat er geen noodzakelijke link meer zit tussen de beste ploeg van het jaar, en de winnaar van de competitie. Integendeel, het is de beste ploeg van het moment die de kans krijgt (en hopelijk wat meeval) om die eerste plek (en miljoenen euro's) binnen te rijven.Filip Joos liet onlangs optekenen dat er wel meer oneerlijkheden in het voetbal zitten, zoals de structurele verschillen tussen grote en kleine clubs (en dus: halvering is oké). Wel, laat net dat een reden zijn waarom je tégen een halvering moet zijn.Als een underdog het voor elkaar weet te krijgen om aan het einde van het seizoen op kop te komen, dan doe je die kleine ploeg allesbehalve een gunst om hun punten te halveren en ze nog 6 keer te laten spelen tegen de big boys.Als Filip Moeskroen ooit kampioen wil zien worden, en alle andere voetballiefhebbers hun sport fairder willen maken, schaf dan gewoon die halvering af.