In vergelijking met de succesperiode van Lommel SK in de jaren negentig is er aan de Gestelsedijk niet heel veel veranderd. Tenminste, niet uiterlijk. De stad lijkt wat voller gebouwd, maar het stadion is nog lekker ouderwets. De kantine achter doel is niet meer en op de staantribunes werden zitjes aangebracht, maar de eigenheid is bewaard gebleven.
...

In vergelijking met de succesperiode van Lommel SK in de jaren negentig is er aan de Gestelsedijk niet heel veel veranderd. Tenminste, niet uiterlijk. De stad lijkt wat voller gebouwd, maar het stadion is nog lekker ouderwets. De kantine achter doel is niet meer en op de staantribunes werden zitjes aangebracht, maar de eigenheid is bewaard gebleven. Ooit werden hier heroïsche duels uitgevochten met de top van België, tegen Anderlecht en Club Brugge. Harm van Veldhoven en Franky Van der Elst tegenover mekaar op het middenveld, dat vonkte. Ook verbaal. In één van de lokaaltjes in de hoofdtribune roept een wand met een grote foto herinneringen op aan die tijd. We herkennen Krisje Vincken, met zijn blonde manen. En Timmy Simons die net als Khalilou Fadiga - als tiener hier een voetballer met een zeer kort lontje - vanuit dit stadion de sprong naar de Europese top maakte. Harm van Veldhoven (58) lacht. Zijn verhaal is vrij uniek in het Europese voetbal. De speler uit die jaren negentig werd hier jeugdcoördinator, assistent-trainer, en hoofdcoach, nog later CEO en is nu voorzitter. Over een jaar of vier, vijf hoopt de grootvader in spe een balans te kunnen opmaken van dit laatste hoofdstuk in een lange sportcarrière. Dan kunnen we zien waar het langetermijnproject waar de City Football Group vorig jaar voor intekende, is uitgekomen. 'Ik hoop', zegt de voorzitter, 'dat ik dan voor de herkenbaarheid en stijl van benadering iets heb kunnen betekenen.' Zijn ontslag hier als trainer, in 2003, dreunde van alles wat hem in zijn voetballeven overkwam, het hardste na. Van Veldhoven: 'Ik hoopte altijd trainer te worden en misschien kwam het hier wat sneller dan verwacht, het ene moment zat ik nog met de jongens in de kleedkamer, even later stond ik voor hen.' Een trainer weet dan, ooit word ik ontslagen, maar als het bij 'jouw' club is... Van Veldhoven: 'Toen het gebeurde, na veel interne discussies, reed ik dikwijls langs het stadion naar mijn ouders en op dat moment voel je de tik. Dat het je thuis is, je club. Mijn grond. Maar vrij snel erna ging ik weer aan de slag en was ik bezig. Werd ik weer geleefd ook. Dat heb ik altijd het moeilijkste gevonden.' Bezig bleef hij, bij Cercle Brugge, Germinal Beerschot, Roda JC, KV Mechelen en zelfs ver van huis in India, tot in 2015 hij nog eens op de keien belandde, in Westerlo. 'Ik voelde er nooit de warmte waarvoor ze zo bekendstaan. Op de een of andere manier werd ik er nooit geaccepteerd. Toen had ik het een beetje gehad met het trainerschap. Iemand zei: "Misschien moet je eens in de richting van technisch directeur denken. Kun je bouwen op lange termijn." Ik vroeg me af of ik daar niet te rechtlijnig in was, maar heb het toch gedaan, eerst twee jaar bij Eindhoven, daarna een parcours bij Roda. Maar altijd was het gevoel: als het eens kan bij Lommel... Vorig jaar kwam dat moment, met een nieuwe investeerder en samen met Ronny Van Geneugden. ' Plots leek het Lommel van de jaren negentig terug: Peter Maes kwam erbij en bracht enthousiasme op het veld, Tom Vandervee zat er al, net als ook Philip Haagdoren. De ploeg bleef in de veilige zone, plaatste zich zelfs voor POII. Maar toen kwam corona. En twee weken later zei de Israëlische investeerder: met die corona zet ik dit niet verder. Om aan een licentie te raken, moesten plots nieuwe mensen worden gevonden. Er waren gesprekken, mogelijkheden, en dan dook plots de City Football Group op. Van Veldhoven: 'Eerst was het nog een grote Engelse club, later viel de naam. Op een kleine zes weken was alles beslist.'De start was moeilijk. Club en eigenaar gaven zich honderd dagen, om het stof te laten neerdwarrelen. Spelers kwamen van heinde en verre, soms voor veel geld, maar met verschillende achtergronden. Vaak nog heel jong, aan het begin van hun ontwikkeling. In de stad gingen sommige fans inmiddels, onwetende, aan het dromen. Waarna de teleurstelling volgde: de ploeg miste compleet zijn start. Na acht speeldagen slechts twee keer winst. Van Veldhoven: 'In het begin is er altijd wat onzekerheid. Wat gaan ze doen? Achteraf gezien waren het onzekerheden die je zelf voedt, zij gingen daar veel volwassener mee om. We zijn inmiddels de tiende club in de rij, zij hebben hiermee veel meer ervaring en veel meer interne informatie van wat kon en wat ze wilden. Het was voor ons de kunst dingen aan te geven. Wat past bij deze club, deze regio, wat is het verleden? Welke mogelijkheden lagen hier in de tijd dat het nog draaide? En dan is het altijd afwachten: wat vinden zij belangrijk?' De visie was er. Er kwam met Liam Manning een Engelse trainer, een andere staf, al was het ook daar zoeken naar stabiliteit. Er werd veel afscheid genomen, vaak emotioneel. Na honderd dagen bleef van het groepje ex-spelers alleen nog Van Veldhoven over, als voorzitter. De club kreeg een Engelse CEO en wordt de facto vanuit Engeland gerund. Dat betekent: veel vergaderen via computer. De visie is duidelijk: techniek gekoppeld aan aanvallend voetbal, met opbouw van achteruit. Een en ander kwam tot stand met vallen en opstaan. Van Veldhoven: 'De keeper speelt altijd een centrale verdediger aan, die vervolgens de bal terug speelt om dan af te wachten wie zich aanbiedt. Soms zag je: hier kun je niemand aanspelen... We hebben wat tegengoals gepakt, omdat het zoeken was. Daar moet je in het begin open voor staan, want als je bij het eerste foutje meteen alles negatief ziet, wordt het moeilijk. 'Een tweede moeilijkheid was al die nieuwe mensen - naast spelers ook technische- en medische staf - in mekaar laten vallen. Er waren geen zeven, acht buitenlandse jonge jongens maar twaalf tot vijftien. Ook de mensen uit de begeleiding moesten zich aanpassen, dat waren vaak dertigers die ook overal vandaan kwamen en zochten naar een manier van werken. Doe ik dit goed? Welke mogelijkheden zijn er? Spelers, vaak sterren in eigen land, keken rond en dachten: waar ben ik beland? Dat vraagt begeleiding, waarbij we nu na een jaar moeten evalueren: wat was goed, en waar kon het beter? Het was ook voor ons leren.' De buitenwereld verkeek zich op de transferprijzen van de talenten. Van Veldhoven: 'Er zijn jongens bij waarvan je ziet dat ze iets hebben, maar ook dat ze nog twee jaar boterhammetjes moeten eten om hun talent tot zijn recht te laten komen. Dan mag je dat geld niet te veel benadrukken. Als je aan het verliezen bent, wordt dat vaak negatief gebruikt.' Communiceren is de boodschap, duiden. Van Veldhoven: 'Ons verhaal is in de eerste plaats voetbal, maar het is socialer dan dat. We zijn veel bezig met bezig met groen, technologie, opleiding en samenlevingsversterkende initiatieven, zoals acties tegen pesten en kindermisbruik. Onze kleuren hebben we kunnen behouden. Op andere plaatsen hebben ze dat veranderd, hier was dat geen thema. De groep gaat uit van de eigenheid van elke club. Juist daarom voel ik me goed in dit project. En het gaat om de lange termijn. Alles wordt weggezet in een vijfjarenplan, met doelstellingen. Spelers van achttien jaar, daar moet over vier, vijf jaar rendement uit komen. Nu zijn het allemaal jonge jongens, onervaren sowieso, die soms ook nog wat licht zijn. Daarnaast is er ook aandacht voor jongens uit de regio, om hen te ondersteunen. Voor zij die wat ouder zijn en ambitie hebben, is dit project aantrekkelijk. Je maakt deel uit van een groep, met een visie en mogelijkheden, ook in het buitenland.' Wat leeft in de groep verneemt de voorzitter via tal van meetings. Er zijn aparte met de CEO, maar ook samen met de andere clubs, die wat onderverdeeld zijn in categorieën. Elke ploeg heeft een vier- tot vijfjarenplan, maar vaak gebeuren dingen samen, met ideeën die overal kunnen ontstaan. Van Veldhoven: 'Ik kijk elk weekend alle wedstrijden van alle ploegen van de groep. In Uruguay zie ik jongens reageren eens de bal er is, jonge talenten zijn er nog ruw. Troyes of Girona staan veel verder, de ene is leider in de Franse tweede klasse, de ander miste vorig jaar maar net de promotie naar La Liga en draait nu ook weer mee bovenin. 'Ik praat met die mensen. Nooit rechtstreeks, altijd in meetings samen. De technische kant van Troyes komt hier wel eens een wedstrijd bijwonen, om te zien welke jongens hier spelen. En straks gaan wij ook wel eens naar Uruguay of een ander land. En alle clubs gaan, eens het kan, een week naar Engeland voor meetings.' Gaat hij dan moeten vechten tegen Troyes of Girona om de talenten? De Bulgaar Filip Krastev, bijvoorbeeld, was uiteindelijk eerst in Lommel gesignaleerd maar voetbalt in Frankrijk. Van Veldhoven: 'Ik moet nergens voor vechten, het is wat zij inschatten: waar iemand het beste tot zijn recht kan komen. Krastev is één voorbeeld, maar zo zijn er nog meer geweest. Hij speelt op dit moment niet en kan misschien nog iets zijn voor de toekomst. Dat zijn ontwikkelingen die zij beoordelen. Marlos Moreno heeft de laatste twee, drie jaar de kansen niet genomen, dit seizoen bij ons wél. Soms is dat toch een kwestie van een beetje rijper worden, of belanden bij een club en jongens die bij je passen.' Promotie is ons doel, maar het is geen must, signaleert hij. Van Veldhoven: 'Je moet elke wedstrijd met vol engagement spelen. Maar je moet wel zien in welke fase we zitten. Wat kan een groep aan? Na Union reed ook ik laatst zeer ontgoocheld naar huis, in de wetenschap: nu is die tweede plaats en de barragekans weg. We hebben het de topploegen dit seizoen vaak moeilijk gemaakt, maar uiteindelijk zie je dat je het net niet hebt kunt invullen. 'Wat extra druk op de ketel, wat harder aangepakt worden, Felice Mazzù die recht springt... Dat hoort er bij ons nog niet bij. Die mannen geven al eens een tik en gaan verder; er is toch geen VAR in 1B. Het was soms mannenvoetbal tegen jongensvoetbal, wat niet wil zeggen dat deze jongens geen mannen worden. Maar dan weet je: in 1A gaat dat nog meer gebeuren. Nu promoveren zou te vroeg zijn, wij zijn daar nog niet klaar voor. Dit verhaal is: ontwikkeling.' Het dilemma van Cercle: op het moment dat de toestand kritiek wordt, moeten de voor Monaco te ontwikkelen talenten uit de ploeg. Een en ander is de schuld van de politiek, denkt de voorzitter; de sportpolitici welteverstaan. Van Veldhoven: 'De Pro League heeft het voetbal verkeerd benaderd en van 1B een kerkhof gemaakt. Nergens is er zo'n groot verval in televisiegelden als hier. Veel clubs uit 1B hebben daarom de voorbije jaren ergens steun gezocht. Ik kan dan begrijpen dat Metz zegt: een Franstalige club rond Luik, Seraing, is interessant. Dat Brighton zegt: een Belgische club met geschiedenis in Brussel, Union, heeft potentie. Leuven, Cercle en Beerschot vonden ook partners. 'Het verschil met de City Group is: ons gaat het om opleiden. Het is helemaal niet de bedoeling om hier jongens van 28 of 29 te zetten, de druk op te voeren en zo te jagen op promotie. Bij de andere ploegen is dat wél gebeurd. Ik vind dat niet erg, dat kan een optie zijn. Hier ook. Als wij doorgroeien en de kwaliteit wordt hoger, kan dat ook komen. Je kunt ook zeggen: je promoveert en als het niet lukt, degradeer je maar weer, zoals met Girona is gebeurd, maar ons gaat het vooral om ontwikkeling van talent. Er zullen wel wat jongens zijn bij wie dat niet lukt, maar er zal hier ook talent komen dat in de toekomst Champions League speelt. Je moet ook durven terugkoppelen naar de situatie voordien. De realiteit is dat het voor een ploeg als Lommel in 1B net overleven is. Wij opteerden nu voor stabiliteit van de club, en binnen dat kader talentontwikkeling. Wat twintig, dertig jaar geleden was, moet je kunnen loslaten. De voetbalwereld is veranderd. Met deze aanpak proberen we Lommel SK in te schrijven in die nieuwe realiteit.'