Zijn one-to-one met een speler heeft iets langer geduurd dan voorzien en daardoor meldt Hernán Losada zich te laat aan voor het interview. Na een paar welgemeende excuses neemt hij plaats in het voorzittersbureau op het Kiel, waar de allernieuwste playstation en de Proximus Leaguetrofee wedijveren voor de titel van meest begeerde object van het kantoor. Zodra Losada neerzit, is hij niet meer af te stoppen. Hij ziet er geen graten in om verlengingen te breien aan zijn lange werkdag en laat zich gedurende twee uur met de glimlach ondervragen over zijn voetbalconcepten.
...

Zijn one-to-one met een speler heeft iets langer geduurd dan voorzien en daardoor meldt Hernán Losada zich te laat aan voor het interview. Na een paar welgemeende excuses neemt hij plaats in het voorzittersbureau op het Kiel, waar de allernieuwste playstation en de Proximus Leaguetrofee wedijveren voor de titel van meest begeerde object van het kantoor. Zodra Losada neerzit, is hij niet meer af te stoppen. Hij ziet er geen graten in om verlengingen te breien aan zijn lange werkdag en laat zich gedurende twee uur met de glimlach ondervragen over zijn voetbalconcepten. 'Ik ben teruggekeerd naar Beerschot toen ze nog in de oude derde klasse speelden. Toen ik gestopt ben - na de verloren promotiefinale tegen Cercle Brugge - was ik al een tijdje bezig met het volgen van een trainerscursus. Zelfs toen de club zich weer aan het professionaliseren was, kreeg ik van Marc Brys de ruimte om een training te missen om de lessen te volgen', vertelt Losada, die in nog geen jaar tijd uitgroeide van nieuwkomer in het milieu tot de sensatie van 1A. 'Nadat ik mijn schoenen aan de haak hing, kreeg ik van Jan Van Winckel ( bestuurslid van Beerschot, nvdr) het voorstel om de beloften te trainen en dat te combineren met een functie als assistent-trainer bij de A-ploeg. Gedurende anderhalf jaar heb ik een schat aan ervaring bijeen geraapt.' Door zijn nieuwe verantwoordelijkheden moest hij een deel van zijn nachtrust opofferen. Achttien maanden lang viel de ex-nummer tien om 7.30 uur binnen op het Kiel en stond hij pas om 20.30 uur aan de voordeur van zijn huis. 'Ik had nergens anders een betere voorbereiding kunnen krijgen. Toen de club mij de opportuniteit gaf om de ploeg over te nemen, heb ik niet getwijfeld. Ik voelde mij klaar voor de job.' De resultaten geven hem gelijk. Het geleverde spel ook. Het gebeurt wel eens dat de Argentijn, al zittend op een koelbox zoals Marcelo Bielsa, met volle teugen geniet van het meest spectaculaire elftal van het land dat hij zelf gefabriceerd heeft. Losada dwong de promotie af met een stel spelers die vertrouwen misten, maar met het adembenemende en geloofwaardige voetbal dat hij hen liet spelen kreeg hij meteen grip op 1A.Een ding valt op wanneer we Beerschot zien spelen: het lijkt alsof het team achterstevoren werd gebouwd. We zijn het gewoon dat trainers eerst de verdediging op orde zetten, maar bij Beerschot hebben we de indruk dat de drie mannen vooraan alles tot stand brengen. Hernán Losada: 'Je mag toch niet vergeten dat we de tweede periode in 1B wonnen met de beste verdediging van de competitie. We hadden het toen ontzettend moeilijk om te scoren en ik wist dat ik moest focussen op de verdediging om te kunnen promoveren. En tegelijk was ik van een ding zeker: met zes of zeven weken in het verschiet kon ik de ploeg op een manier laten voetballen die ik leuker vind. Met meer risico's bij het uitvoetballen, een hogere pressing en een hoger aantal doelkansen.' Was het belangrijk om de offensieve spelers optimale omstandigheden te geven om zich te ontplooien? Losada: 'Je moet een ploeg afstemmen op de spelers die het verschil maken. Mocht ik aan Tarik Tissoudali en Raphael Holzhauser vragen om terug te komen verdedigen tot het eigen strafschopgebied, dan zouden ze frisheid missen om vooraan hun ding te doen. Moeten ze meeverdedigen? Natuurlijk. En dat geldt voor iedereen. Zo zit het voetbal van vandaag in elkaar. Maar je moet wel een regeling vinden om de aanvallende spelers zo dicht mogelijk in stelling te brengen bij het doel van de tegenstander. Vanuit dat perspectief zijn we beginnen te bouwen aan de ploeg.' Je bent van een vijfmansverdediging overgeschakeld naar een verdediging met vier. Maar je hebt niet geraakt aan jouw drie aanvallers. Losada: 'Weet je waarom ik die herschikking heb gedaan? Omdat Ismaila Coulibaly in de ploeg is gekomen. Ik zag hem trainen en spelen en ik zou het van mezelf misdadig gevonden hebben om hem uit de ploeg te laten. Je moet flexibel zijn. En ik heb mij dus zitten afvragen hoe ik hem in het elftal kon droppen zonder de vrijheid van Musashi Suzuki, Tissoudali en Holzhauser af te nemen. Door die denkoefening te maken, vind je telkens nieuwe opties om met het team te spelen waarmee je het meeste kans maakt om wedstrijden te winnen.' Je wilde het 'comfort' van je aanvallende trio niet verminderen. Dat zegt toch genoeg over het soort trainer dat je bent? Losada: 'Ik was een aanvallende speler. En ik herinner mij dat ik mijn beste wedstrijden heb gespeeld wanneer ik hoog op het veld stond en weinig defensieve richtlijnen kreeg.' Hebben jouw ervaringen als speler jou ook aangespoord om de aanvallers veel speelruimte te geven? Over het algemeen willen jonge coaches over alles de controle houden en hebben ze meer de neiging om hun spelers op te zadelen met veel regels. Losada: 'Ik ben ook een controlfreak. Maar ik besef hoe belangrijk het is dat spelers op het veld van een zekere autonomie genieten. Ik wil niet het type trainer zijn dat langs de lijn staat te coachen met een joystick in de hand. Een speler krijgt richtlijnen, waarmee hij in zijn hoofd enkele scenario's kan klaarzetten, maar hij moet uiteindelijk op het veld zijn verantwoordelijkheden nemen.' Jouw werk bestaat er dus in om situaties te creëren waardoor een speler creatief uit de hoek kan komen? Losada: 'Een speler moet van twee zaken doordrongen zijn: dat een trainer hem de beste tools geeft om te winnen en dat hij tegelijk genoeg vrijheid krijgt om zijn eigen beslissingen te nemen. Het beste voorbeeld is de gelijkmaker van Kortrijk in de laatste minuten, toen heel de ploeg ermee instemde om de buitenspelval open te zetten. Het was niet nodig en het is verkeerd uitgedraaid. Maar ik ben blij dat mijn ploeg zelf dingen onderneemt op het veld. Op zich maakt het mij niet uit dat de match goed of slecht afloopt.' Jij bent iemand die veel controle wilt hebben over een wedstrijd. Wil dat zeggen dat je veel belang hecht aan het analyseren van de tegenstander? Losada: 'We analyseren elke tegenstander. Ook hier moet je een goede balans vinden om de spelers niet te overstelpen met informatie. Ik heb het al vaak gezegd: we houden ervan om het voetbal ingewikkelder te maken dan het is. Voetbal is nochtans simpel. Je moet uitzoeken hoe je een doelpunt kunt maken tegen een specifieke tegenstrever en hoe je moet voorkomen om zelf een doelpunt tegen te krijgen. Je moet je dus wapenen tegen de sterke punten van een andere ploeg en hun zwakke plekken aanvallen. En dat is volgens mij de basis van het spel.' Voetballers zijn atleten geworden en het veld is iets te klein voor 22 spelers die allemaal in staat zijn om meer dan tien kilometer per wedstrijd te lopen. Is het vinden van de ruimtes het moeilijkste in het huidige voetbal? Losada: 'Ik hou van verticaal voetbal en dus proberen wij te profiteren van de momenten waarop de tegenstander uit de organisatie is om aan te vallen. Het is een van onze principes: met zo weinig mogelijk passes tot een doelkans komen. Wanneer je de bal niet hebt, moet je dus bepaalde situaties herkennen. Is dit het moment om te pressen? Of is het beter om terug te plooien en in blok te verdedigen?' Beslissen wanneer je de bal wilt heroveren is dus een manier om aan te vallen, zelfs als je niet in balbezit bent? Losada: 'Precies. Wij werken vaak met wat men 'symbolen' noemt. Als de bal op een welbepaalde plaats terechtkomt, is dat het signaal voor heel de ploeg om druk te zetten. Het gekozen moment, hangt af van de tegenstander. Het kan een bal zijn die naar de flank gaat, een pass naar het midden van het veld, een centrale verdediger die zijn slechte voet moet gebruiken... We proberen altijd een gelegenheid te vinden om de bal te recupereren op de andere speelhelft. Als dat lukt, dan moeten de offensieve spelers niet achteruit lopen en zullen ze dichter bij de grote rechthoek staan om het verschil te kunnen maken.' Een tiental jaar geleden onderscheidden we twee stromingen: die van Pep Guardiola en die van José Mourinho. Trainers die balbezit wilden hebben en trainers die op de counter speelden. Dat is intussen achterhaald. Nu zijn er veel trainers die een team op de been brengen dat zich in elke context op zijn gemak voelt. Losada: 'Daar ben ik het helemaal mee eens. Ik zal het simpel maken: in voetbal zijn er momenten dat je de bal hebt en momenten dat je de bal niet hebt. Als je je slechts op een van die twee onderdelen perfectioneert, verlies je vijftig procent van je mogelijkheden. Je moet weten wat je moet doen in balbezit en balverlies. 'Ik maak een bijkomend onderscheid: je moet ook snappen wat je moet doen als je op de eigen helft of op de helft van de tegenstander de bal hebt. Of hoe te verdedigen op je eigen helft of op die van je opponent. Je kan de ploeg sterker maken door de spelers duidelijk uit te leggen wat ze moeten doen bij welke spelfase.' Hoe train jij op de omschakelingsmomenten die zo essentieel zijn geworden in het moderne voetbal? Losada: 'Je kan de realiteit maar reproduceren als je op training wedstrijden elf tegen elf inricht. Je moet tijdens de week zo veel mogelijk dingen nabootsen die op zondag kunnen voorvallen. De switch die je in het hoofd moet maken bij een omschakeling, kun je er volgens mij tijdens elke oefening in drillen. En dat moet je combineren met een forse fysieke voorbereiding, want een speler die op conditioneel vlak niet klaar is, kan zich niet onderscheiden.' Sommige spelers zijn geboren dribbelaars, anderen voelen perfect aan hoe ze moeten counteren. Heb je ook een aangeboren talent als je gemakkelijk de mentale switch kan maken? Losada: 'Ja, maar het is de missie van de trainer om dat ook over te brengen aan spelers die dat niet hebben. Het moet iets collectiefs zijn. Stel dat er bij balverlies slechts twee spelers reageren. Dan hebben die twee voor niets hun energie verspild. Gaat er maar een speler diep bij een balrecuperatie? Dan heeft die speler ook een nutteloze inspanning gedaan.' Je moet er toe komen dat jouw elf spelers hetzelfde denken op hetzelfde ogenblik. Is dat niet de moeilijkste uitdaging voor een trainer? Losada: 'Voor een trainer bestaat er niets mooiers dan vanop de bank te zien hoe je ploeg de dingen toepast waar je op getraind hebt en die uitgestippeld zijn. Je krijgt er een ongelooflijke kick van als alles tot in de perfectie uitgevoerd wordt. Het is een gevoel dat ik nooit gehad heb als speler... Daar kan zelfs een doelpunt of een assist niet aan tippen. Mijn spelers hetzelfde zien doen op hetzelfde moment is de sterkste emotie die je als trainer kan ervaren.' In het trainersvak moet je een andere belangrijke hindernis ontwijken: je moet overtuigd zijn van je eigen spelsysteem om die te kunnen overbrengen naar je spelers. Terwijl het voetbal zo onvoorspelbaar is... Losada: 'Inderdaad! Daarom is het van cruciaal belang om spelers een vorm van zelfstandigheid te geven. Je denkt dat alles volgens schema verloopt, dat alles onder controle is, maar dan word je plots geconfronteerd met de onzekerheden die eigen zijn aan voetbal. De vorm van de dag, de factor geluk... De dag dat er zich zoiets voordoet, moet het collectief sterk genoeg zijn om dat soort tegenslagen op te vangen.' Kortom: tactiek is veel belangrijker op slechte dagen dan in goede dagen? Losada: 'Dat is ook zo. Op een slechte zal een plan echt van pas komen. Als de ploeg een begenadigde dag heeft, kun je los van elke tactiek elke match winnen.'