Voor de vijfde keer op rij plaatsten de Rode Duivels zich zaterdagavond voor een groot toernooi. Dat is mooi maar het spoelt de bittere smaak die er na eerst het EK en dan de Nations League was niet door. Deze gouden lichting had nog maar eens geen prijs gepakt en het is de vraag of het realistisch is te geloven dat dit volgend jaar in Qatar wel kan.
...

Voor de vijfde keer op rij plaatsten de Rode Duivels zich zaterdagavond voor een groot toernooi. Dat is mooi maar het spoelt de bittere smaak die er na eerst het EK en dan de Nations League was niet door. Deze gouden lichting had nog maar eens geen prijs gepakt en het is de vraag of het realistisch is te geloven dat dit volgend jaar in Qatar wel kan. Na die mislukkingen lijkt ook het aureool van bondscoach Roberto Martínez wat verbleekt. De vroeger zo onverstoorbare en altijd ontspannen Spanjaard weet dat en hij heeft er moeite mee. Weliswaar wordt zijn naam nog altijd in verband gebracht met enkele buitenlandse clubs, maar serieus kan je die geruchten niet noemen. Ook Martínez heeft de prijs die hem als trainer nog beter in de markt zou zetten, niet gepakt. Qatar is in die zin ook voor hem een laatste kans. De vraag in hoeverre hij de ploeg zal verjongen, dreigt als een rode draad doorheen de voorbereidingsperiode te lopen. Roberto Martínez heet een trainer te zijn die vasthoudt aan vaste waarden. Toch stelde hij in de acht WK-kwalificatiewedstrijden 35 spelers op. Sommige invalbeurten beperkten zich wel tot een paar minuten. Martínez is een conservatieve trainer die het ook tegen Estland niet aandurfde om nieuw bloed in de ploeg te brengen. Maar als er daarover opmerkingen zijn, reageert hij kribbig. Hij lijkt moeite te hebben met tegenwind. De Spanjaard zal ongetwijfeld ook zelf voor de spiegel gaan staan, maar in interviews blijkt daar weinig van. Dan heeft hij het bijvoorbeeld over de niet gefloten strafschopfout op Youri Tielemans in de halve finale van de wedstrijd tegen Frankrijk in de Nations League. Of over het feit dat we, zoals hij afgelopen zaterdag in een interview met Het Nieuwsblad zei, niet meer appreciëren wat we hebben. Dat zijn niet echt diepgaande analyses. De eerste plaats op de FIFA-ranking, hoe je dat ook moet relativeren, heeft een groot verwachtingspatroon gecreëerd. Je merkte het ook zaterdag in de wedstrijd tegen Estland: na de tegengoal steeg er vanuit de tribunes gemor op, nadat er voordien een uitgelaten sfeer heerste. De serieuze testen komen pas veel later en bij de volgende interlandbreak, in maart, wil Martínez alleen spelers selecteren met minder dan 50 interlands. Werkpunten zijn er in ieder geval nog genoeg. De verdediging moet op punt worden gezet, Charles De Ketelaere en Jérémy Doku dienen de kans te krijgen om op het internationaal platform verder door te groeien en een waas van onduidelijkheid hangt er rond Eden Hazard, al wordt die hier en daar wel heel snel onder de grond gestopt. Roberto Martínez heeft als bondscoach goed werk verricht. Door zijn empathisch vermogen schiep hij een werkklimaat waarin iedereen zich goed voelt. Lang voorbij is de tijd dat de Rode Duivels uitgleden tegen kleinere voetballanden, zoals Nederland dat afgelopen weekend in Montenegro deed (2-2) en Noorwegen tegen Letland (0-0). Onder Martínez werden 25 van de 28 kwalificatiewedstrijden gewonnen. Een indrukwekkend rapport. Moeilijker blijft het tegen toplanden, als het tempo in de hoogte gaat. De bondscoach zal er mee moeten leren leven dat alles wat hij doet onder het vergrootglas wordt gelegd. De teleurstelling van de Nations League heeft wat dat betreft voor een ultieme kentering gezorgd, al blijft de kritische toon binnen de grenzen en wordt er nooit op de man gespeeld. Het blijft nu wachten op het WK in Qatar. In een klimaat van gedempte verwachtingen. Ook al zal dit toernooi weer dat van de laatste kans worden genoemd. Het moet dan de laatste strofe worden in een lied met een te vaak terugkerend refrein.