Het Belgisch voetbal zit in een diepe financiële crisis en dan spreek ik nog niet over de financiële weerslag van het coronavirus. Als ik deze financiële malaise plaats tegenover de problemen binnen het jeugdvoetbal, dan stel ik serieuze vragen bij het huidige jeugdbeleid.

Het is hoog tijd om jeugdopleidingen ook economisch te benaderen.

Iedereen die begaan is met het jeugdvoetbal kent de problemen: de grote drop-out, de laatmature spelers, de schamele doorstroming, het grote aantal transfers, clubs en spelersmakelaars die ouders het hoofd op hol brengen, ... Als sportadvocaat, organisator van Inter Academy Camps, jeugdtrainer en gewezen jeugdvoorzitter, stel ik het systeem in vraag en probeer ik erachter te komen waarom de oorzaken van die problemen een blinde vlek blijven.

Het is significant dat de algemeen manager van KV Kortrijk, Matthias Leterme, na een kosten-batenanalyse een lans brak om voor de opleiding van jeugdspelers samen te werken met andere clubs. Terwijl Eddy Bokken, als trainer van KRC Genk Ladies, op basis van zijn sportieve ervaringen zo'n samenwerking niet als oplossing maar als probleemverleggend zag. Het is de aard van het beestje dat sportievelingen steeds streven naar het sportief beter maken van de club zonder een financieel beleid te voeren. Bijna alle sleutelposities binnen het jeugdvoetbal worden in België ingenomen door mensen met een sportieve achtergrond.

Volgens een studie van Deloitte van 2019 werd er in het seizoen 2017/2018 door alle Belgische clubs samen 42 miljoen euro geïnvesteerd in jeugdspelers en jeugdtrainers. De vraag is of deze miljoenen goed besteed werden. Wetende dat slechts 1 à 2 procent van de jeugd doorstroomt naar de eerste ploeg en dat er een drop-out is van drie vierde van de jeugdspelers, met de grootste uitval in de leeftijdscategorie tussen U13 en U16. Het gros van de jeugdspelers levert dus geen return op voor de clubs.

Bijna alle sleutelposities binnen het jeugdvoetbal worden in België ingenomen door mensen met een sportieve achtergrond.

Uit dezelfde studie blijkt dat er wel degelijk een verdienmodel mogelijk is met het opleiden van jeugd: in 2017 was er een nettobedrag aan inkomsten van 73,3 miljoen euro.

KBVB en Voetbal Vlaanderen maken volgens mij een slechte beurt door clubs onder strenge voorwaarden te verplichten om de jeugd op uniforme wijze op te leiden. Laat ons eerlijk zijn, drie vierde van de jeugdspelers wil 'voetbalbeleving met hun vrienden' en geen opleiding tot een 'modelvoetballer'. Vergis je niet, deze groep van jongeren is financieel interessant voor clubs uit de lagere regionen die een communityfunctie vervullen en in essentie de ruggengraat vormen van Voetbal Vlaanderen. Waarom zouden deze clubs de regels van Voetbal Vlaanderen volgen en hiervoor financieel inspanningen leveren terwijl dit hen bij voorbaat niets oplevert?

Op zoek naar die ene witte raaf verzeilen clubs in een financieel opbod om jeugdigen aan te trekken en deze te onthechten van hun lokale clubs.

Ook profclubs bezondigen zich aan overmoed. Het is kafkaiaans wanneer blijkt dat deze clubs vorig jaar 44 miljoen euro uitgaven aan makelaars. Dat is dus ongeveer hetzelfde budget om in heel België jeugd op te leiden!

Op zoek naar die ene witte raaf verzeilen ze in een financieel opbod om jeugdigen aan te trekken en deze te onthechten van hun lokale clubs. Helaas worden veel van deze jeugdige spelers tussen 12 en 16 jaar door het selectiesysteem zo gedemotiveerd dat zij hun voetbalschoenen definitief aan de haak hangen. Hierdoor verliezen alle partijen.

Ik pleit ervoor om de beschikbare budgetten op een economische wijze aan te wenden en samenwerkingsverbanden op te zetten. Waarbij de hogere clubs de lagere clubs op sportief vlak ondersteunen, terwijl de lagere clubs de grote clubs ondersteunen in communityopbouw! Tevens pleit ik voor een geïndividualiseerde jeugdopleiding, waarbij kinderen in hun eigen omgeving worden opgeleid in functie van hun voetbal-DNA. Alle participerende clubs kunnen kennis verwerven over de voetbalmogelijkheden en progressiemarges van jeugdspelers. Hierdoor moeten clubs minder beroep doen op de tussenkomst van makelaars en kan het scoutingsapparaat opgewaardeerd worden.

Door een samenwerking met verschillende clubs wereldwijd bereikt Inter Milaan 20.000 jongeren, Inter Academy Camp Antwerp
Door een samenwerking met verschillende clubs wereldwijd bereikt Inter Milaan 20.000 jongeren © Inter Academy Camp Antwerp

De jeugdopleiding van Inter Milaan werkt al jaren over heel Italië en in recente jaren zelfs over heel de wereld samen met geaffilieerde clubs, voetbalscholen en plaatselijke academies onder het moto: Men first, then Champions. Hierbij worden jeugdige spelers niet opgeleid om in het eerste team van Inter te spelen, maar worden ze opgeleid in en voor de clubs waartoe ze behoren.

Door deze samenwerking bereikt Inter 20.000 jeugdspelers over heel de wereld. Ondertussen worden data verzameld die zowel voor sportieve als voor commerciële doeleinden aangewend kunnen worden. Inter kan op basis van deze data gericht jeugdspelers volgen en gefundeerde beslissingen treffen om er al of niet in te investeren.

Het is een financiële noodzaak om samenwerkingsverbanden op te zetten om kostenbesparend te werken en elke jeugdspeler in zijn vertrouwde omgeving een opleiding op maat aan te reiken.

Uiteraard zullen er van die 20.000 jeugdspelers maar weinig de top bereiken, maar ze hebben allemaal op hun niveau een goede opleiding gekregen, hetgeen een voordeel oplevert voor clubs waarin ze spelen, en ze verwierven vaardigheden die nuttig zijn in de samenleving. Het is een win-winsituatie voor iedereen.

Helaas moet ik de algemeen manager van KV Kortrijk tegenspreken wanneer hij denkt dat in België in het precoronatijdperk veel clubs vrijwillig bereid waren om samen te werken. Wanneer ik tot voor kort werd ontvangen bij clubs, van gewestelijk niveau tot en met clubs uit de profliga, moest ik vaststellen dat ze hun jeugdopleiding krampachtig benaderen vanuit een louter sportief beleid, zonder oog voor een commercieel jeugdbeleid: 'Wij, als club met ambitie, kunnen het alleen'.

Laat ons hopen dat de huidige financiële malaise in het Belgisch voetbal en de gevolgen van de coronacrisis de clubleiders de noodzaak doen inzien om hun jeugdopleiding ook economisch te benaderen. Hoe groot of klein hun clubs ook zijn.

Het is geen keuze meer, het is een financiële noodzaak om samenwerkingsverbanden op te zetten om kostenbesparend te werken en elke jeugdspeler in zijn vertrouwde omgeving een opleiding op maat aan te reiken.

Het Belgisch voetbal zit in een diepe financiële crisis en dan spreek ik nog niet over de financiële weerslag van het coronavirus. Als ik deze financiële malaise plaats tegenover de problemen binnen het jeugdvoetbal, dan stel ik serieuze vragen bij het huidige jeugdbeleid. Iedereen die begaan is met het jeugdvoetbal kent de problemen: de grote drop-out, de laatmature spelers, de schamele doorstroming, het grote aantal transfers, clubs en spelersmakelaars die ouders het hoofd op hol brengen, ... Als sportadvocaat, organisator van Inter Academy Camps, jeugdtrainer en gewezen jeugdvoorzitter, stel ik het systeem in vraag en probeer ik erachter te komen waarom de oorzaken van die problemen een blinde vlek blijven.Het is significant dat de algemeen manager van KV Kortrijk, Matthias Leterme, na een kosten-batenanalyse een lans brak om voor de opleiding van jeugdspelers samen te werken met andere clubs. Terwijl Eddy Bokken, als trainer van KRC Genk Ladies, op basis van zijn sportieve ervaringen zo'n samenwerking niet als oplossing maar als probleemverleggend zag. Het is de aard van het beestje dat sportievelingen steeds streven naar het sportief beter maken van de club zonder een financieel beleid te voeren. Bijna alle sleutelposities binnen het jeugdvoetbal worden in België ingenomen door mensen met een sportieve achtergrond.Volgens een studie van Deloitte van 2019 werd er in het seizoen 2017/2018 door alle Belgische clubs samen 42 miljoen euro geïnvesteerd in jeugdspelers en jeugdtrainers. De vraag is of deze miljoenen goed besteed werden. Wetende dat slechts 1 à 2 procent van de jeugd doorstroomt naar de eerste ploeg en dat er een drop-out is van drie vierde van de jeugdspelers, met de grootste uitval in de leeftijdscategorie tussen U13 en U16. Het gros van de jeugdspelers levert dus geen return op voor de clubs.Uit dezelfde studie blijkt dat er wel degelijk een verdienmodel mogelijk is met het opleiden van jeugd: in 2017 was er een nettobedrag aan inkomsten van 73,3 miljoen euro.KBVB en Voetbal Vlaanderen maken volgens mij een slechte beurt door clubs onder strenge voorwaarden te verplichten om de jeugd op uniforme wijze op te leiden. Laat ons eerlijk zijn, drie vierde van de jeugdspelers wil 'voetbalbeleving met hun vrienden' en geen opleiding tot een 'modelvoetballer'. Vergis je niet, deze groep van jongeren is financieel interessant voor clubs uit de lagere regionen die een communityfunctie vervullen en in essentie de ruggengraat vormen van Voetbal Vlaanderen. Waarom zouden deze clubs de regels van Voetbal Vlaanderen volgen en hiervoor financieel inspanningen leveren terwijl dit hen bij voorbaat niets oplevert?Ook profclubs bezondigen zich aan overmoed. Het is kafkaiaans wanneer blijkt dat deze clubs vorig jaar 44 miljoen euro uitgaven aan makelaars. Dat is dus ongeveer hetzelfde budget om in heel België jeugd op te leiden!Op zoek naar die ene witte raaf verzeilen ze in een financieel opbod om jeugdigen aan te trekken en deze te onthechten van hun lokale clubs. Helaas worden veel van deze jeugdige spelers tussen 12 en 16 jaar door het selectiesysteem zo gedemotiveerd dat zij hun voetbalschoenen definitief aan de haak hangen. Hierdoor verliezen alle partijen.Ik pleit ervoor om de beschikbare budgetten op een economische wijze aan te wenden en samenwerkingsverbanden op te zetten. Waarbij de hogere clubs de lagere clubs op sportief vlak ondersteunen, terwijl de lagere clubs de grote clubs ondersteunen in communityopbouw! Tevens pleit ik voor een geïndividualiseerde jeugdopleiding, waarbij kinderen in hun eigen omgeving worden opgeleid in functie van hun voetbal-DNA. Alle participerende clubs kunnen kennis verwerven over de voetbalmogelijkheden en progressiemarges van jeugdspelers. Hierdoor moeten clubs minder beroep doen op de tussenkomst van makelaars en kan het scoutingsapparaat opgewaardeerd worden.De jeugdopleiding van Inter Milaan werkt al jaren over heel Italië en in recente jaren zelfs over heel de wereld samen met geaffilieerde clubs, voetbalscholen en plaatselijke academies onder het moto: Men first, then Champions. Hierbij worden jeugdige spelers niet opgeleid om in het eerste team van Inter te spelen, maar worden ze opgeleid in en voor de clubs waartoe ze behoren.Door deze samenwerking bereikt Inter 20.000 jeugdspelers over heel de wereld. Ondertussen worden data verzameld die zowel voor sportieve als voor commerciële doeleinden aangewend kunnen worden. Inter kan op basis van deze data gericht jeugdspelers volgen en gefundeerde beslissingen treffen om er al of niet in te investeren.Uiteraard zullen er van die 20.000 jeugdspelers maar weinig de top bereiken, maar ze hebben allemaal op hun niveau een goede opleiding gekregen, hetgeen een voordeel oplevert voor clubs waarin ze spelen, en ze verwierven vaardigheden die nuttig zijn in de samenleving. Het is een win-winsituatie voor iedereen.Helaas moet ik de algemeen manager van KV Kortrijk tegenspreken wanneer hij denkt dat in België in het precoronatijdperk veel clubs vrijwillig bereid waren om samen te werken. Wanneer ik tot voor kort werd ontvangen bij clubs, van gewestelijk niveau tot en met clubs uit de profliga, moest ik vaststellen dat ze hun jeugdopleiding krampachtig benaderen vanuit een louter sportief beleid, zonder oog voor een commercieel jeugdbeleid: 'Wij, als club met ambitie, kunnen het alleen'.Laat ons hopen dat de huidige financiële malaise in het Belgisch voetbal en de gevolgen van de coronacrisis de clubleiders de noodzaak doen inzien om hun jeugdopleiding ook economisch te benaderen. Hoe groot of klein hun clubs ook zijn.Het is geen keuze meer, het is een financiële noodzaak om samenwerkingsverbanden op te zetten om kostenbesparend te werken en elke jeugdspeler in zijn vertrouwde omgeving een opleiding op maat aan te reiken.