De veldslag die Paul Gheysens, de sterke man van Antwerp, ontketent in de plannen rond het nieuwe stadion van Club Brugge, is een zoveelste wrange episode in een steeds penibeler schouwspel. Gheysens is eigenaar van een klein deel van de gronden waar de nieuwe arena moet komen en heeft bij de Raad van State de vernietiging gevraagd van het Gewestelijk Ruimtelijk Uitvoeringsplan. Dat kan haast niet anders zijn dan een afrekening met Bart Verhaeghe, een rabiate tegenstander van het Eurostadion in Brussel dat Gheysens zo graag wilde bouwen. Van sterke leiders zou je mogen verwachten dat ze boven dat soort zaken staan.
...

De veldslag die Paul Gheysens, de sterke man van Antwerp, ontketent in de plannen rond het nieuwe stadion van Club Brugge, is een zoveelste wrange episode in een steeds penibeler schouwspel. Gheysens is eigenaar van een klein deel van de gronden waar de nieuwe arena moet komen en heeft bij de Raad van State de vernietiging gevraagd van het Gewestelijk Ruimtelijk Uitvoeringsplan. Dat kan haast niet anders zijn dan een afrekening met Bart Verhaeghe, een rabiate tegenstander van het Eurostadion in Brussel dat Gheysens zo graag wilde bouwen. Van sterke leiders zou je mogen verwachten dat ze boven dat soort zaken staan. Paul Gheysens heeft er geen enkel belang bij om dit project tegen te houden. Hij staat daarmee de expansie van een vereniging en de bloei van het Belgisch voetbal in de weg. Natuurlijk kan dat ook gezegd worden van Bart Verhaeghe en zijn veto tegen het Eurostadion. Dat soort gekrakeel hoort eerder thuis in een kleutertuin dan onder leiders van een voetbalclub. Het is België op zijn smalst. In dit land kan bij wijze van spreken iedereen gelijk wat blokkeren en het valt nog af te wachten of de Raad van State het verzoek van Gheysens van tafel zal vegen. Intussen is het precies elf jaar geleden dat Club Brugge de plannen voor een nieuw stadion ontvouwde. Het is de vraag of dat stadion er ooit komt. Intussen speelt Club Brugge in een uitgewoonde accommodatie. Net zoals ook het Koning Boudewijnstadion zo is verouderd dat je je langzamerhand in de middeleeuwen waant. Alles blijft daar steken in een moeras van politieke incompetentie. Intussen gaat de competitie gewoon verder met zondag, naast AA Gent-Club Brugge, de kraker tussen Standard en Anderlecht. Weinig blijft er over van de magie die er van oudsher hangt tussen de beide clubs. Anderlecht kent een roerig seizoen, al telt het na 22 speeldagen maar één punt minder dan vorig seizoen. Standard kwam vooral in de belangstelling door de ongecontroleerde gedragingen van trainer Ricardo Sá Pinto, die zich in de winterstage zelfs tijdens een vriendschappelijke match niet kon controleren en al na zes minuten werd weggestuurd. Je vraagt je af in welke mate de Portugees daar intern wordt op aangesproken. Zouden ze bij Standard straks nog eens stilstaan bij de titel die precies tien jaar geleden werd behaald toen de hele vereniging zichzelf na 25 jaar bevrijdde, uitgerekend in een thuiswedstrijd tegen Anderlecht? Tien jaar eerder was Luciano D'Onofrio op Sclessin neergestreken, op een moment dat de club tegen een schuldenberg van 20 miljoen euro aankeek. Ook hij liet zich onderdompelen in een oceaan van vreugde. Na een lange zoektocht hadden de Rouches het juiste recept gevonden: stevige fundamenten en geen gegoochel met veldbezettingen. Michel Preud'homme was de architect van het succes, hij werd het seizoen daarop opgevolgd door László Bölöni die het spel met nog meer verfijning overgoot. Na de Roemeen kwam het tot veertien trainerswissels aan de boorden van de Maas. Onverminderd draait het trainerscarrousel verder. In Roeselare werd Dennis van Wijk ontslagen omdat hij weigerde een Chinese speler op te stellen. Er kan veel over de Nederlander worden gezegd (18 wissels in een trainerscarrière van 23 jaar) maar niet dat hij geen ruggengraat heeft. Terecht wilde Van Wijk zijn geloofwaardigheid ten aanzien van de spelersgroep niet verliezen. Velen zouden in dit wereldje, waarin trainers zich net niet vertrappelen om ergens aan de slag te kunnen, wel zwichten. Best mogelijk dat er ook andere redenen hebben meegespeeld bij het vertrek van Van Wijk, niet bepaald een man van zachte omgangsvormen. Maar juist in Roeselare dienden ze dat te weten. Hij ging er al voor de derde keer aan de slag. Er werd zelfs een tribune naar hem genoemd.