Het kan niet de bedoeling zijn jonge spelers te barreren door buitenlanders die hun weg nog moeten maken
...

Langzamerhand lachwekkend klinkt het als clubs praten over het belang van een goeie jeugdopleiding en de doorstroming van eigen talent. Terwijl er tijdens de voorbije mercato een nieuwe instroom aan buitenlanders was en de situatie in 1A steeds schever wordt: op dit moment staan er 464 spelers onder contract, van wie 321 buitenlanders, onder wie 41 met een dubbel paspoort. Slechts 143 Belgische voetballers zijn in de Jupiler Pro League aan de slag. Dat is 31 procent. KV Oostende is de enige club met meer Belgen dan buitenlanders. België is het meest liberale voetballand in Europa. Er zijn weinig regels. Dat remt de doorgroei van eigen producten. Clubs willen zich wat dat betreft wel eens tegenspreken. Bij Anderlecht accentueerde Marc Coucke de rijkdom van de vereniging, met talenten als Sebastiaan Bornauw en Alexis Saelemaekers. Maar vervolgens legde de club met de Gambiaan Bubacarr Sanneh en de Brit James Lawrence nog snel twee verdedigers vast. Ze komen uit de Deense en Slowaakse competitie. Natuurlijk moet je jonge spelers in een slopende competitie met geduld brengen, maar het kan zeker niet de bedoeling zijn hen te barreren door buitenlanders die hun weg nog moeten maken. Dat is een vreemde strategische vermenging. Maar zo is de Belgische competitie gegroeid: tot een afzetgebied waarin makelaars hun tweedehandswaar kunnen slijten. Veel geld gaat er in dit wereldje om, veel belangen zijn ermee gemoeid. Het leidt telkens weer tot een hapsnapbeleid. Tegenwoordig moeten clubs zes Belgen of in België opgeleide spelers op hun wedstrijdblad invullen. Het is een regel van de UEFA die ruim tien jaar geleden werd ingevoerd. Toen ging het nog om vier spelers. Inmiddels zijn het er zes. Clubs moeten er wel degelijk rekening mee houden, het zorgt hier en daar voor kopzorgen. Maar meer dan een balsem op een wonde is het niet. Maar het kan allemaal nog erger nu spelersmakelaar Daniel Striani bij de voetbalbond een klacht indient tegen deze maatregel. Striani heeft de gereputeerde advocaten Jean-Louis Dupont en Martin Hissel ingeschakeld om deze regel, die in strijd zou zijn met de Europese vrijheden, aan te vechten. Striani vindt dat het zijn beroep als makelaar bemoeilijkt en dat hij daardoor een aantal buitenlanders niet naar België kan brengen. De pleidooien zijn inmiddels voor de Brusselse handelsrechtbank gestart. Het is een onrustwekkende ontwikkeling die tot een nieuwe revolutie in het voetbal kan leiden. Het is duidelijk dat het hier al lang niet meer gaat om het belang van het voetbal, maar puur om het eigenbelang. Als Striani gelijk krijgt, dan kunnen clubs in principe met achttien buitenlanders op het wedstrijdblad starten. Dan kan het nu al imposant aantal van 321 buitenlanders nog verder groeien en worden clubs helemaal bedrijven in import en export. Nu al is België samen met Portugal het enige deftige voetballand waar geen beperkingen gelden op het aantal niet-EU-spelers. Zelfs Engeland, waar iedereen naartoe wil, is strenger omdat er een kwalitatieve beperking bestaat die onder meer ook afhangt van de ranking van je nationale ploeg en de hoeveelheid nationale selecties die je hebt. Het is zeer de vraag of er van de kant van clubs tegenkanting zal komen tegen deze juridische actie. Eerder al gaven een aantal bestuurders aan geen voorstander te zijn van het optrekken van het aantal Belgen in de eigen kern. Net zoals sommigen een verstrenging van de regels niet ziet zitten. Het legt hun succesvol businessmodel aan banden en verhindert, zoals bijvoorbeeld in Eupen, in Doha opgeleide Afrikaanse en Aziatische spelers klaar te stomen voor een van de topcompetities en daar zo veel mogelijk geld voor te vangen.