Alexander Sørloth: 'Was ik nu geen profvoetballer, dan zou ik ongetwijfeld mijn kans hebben gegrepen in handbal. Net als mijn zussen Caroline (25) en Amalie (21) speelde ik dat lang. Zij deden het ook vroeger intensief, ik ongeveer tot mijn zestiende. Maar voetbal kwam altijd op de eerste plaats. Sport telde in onze opvoeding. ( denkt na) Anders had ik wel advocaat willen zijn. Dat lijkt me nog een interessant beroep.'
...

Alexander Sørloth: 'Was ik nu geen profvoetballer, dan zou ik ongetwijfeld mijn kans hebben gegrepen in handbal. Net als mijn zussen Caroline (25) en Amalie (21) speelde ik dat lang. Zij deden het ook vroeger intensief, ik ongeveer tot mijn zestiende. Maar voetbal kwam altijd op de eerste plaats. Sport telde in onze opvoeding. ( denkt na) Anders had ik wel advocaat willen zijn. Dat lijkt me nog een interessant beroep.' 'Door de koude en de lange winterstop schakelden we vaak over op een andere sport. Van mijn zesde tot mijn dertiende combineerde ik zo voetbal met snelschaatsen en handbal. In de meest intensieve momenten zorgde dat voor drie trainingen per dag. Als je jong bent, geraak je nooit moe van zulke inspanningen. Ik zat telkens vol energie en adrenaline. 'Ook op het ijs had ik aanleg. Mijn vader introduceerde me bij snelschaatsen en stimuleerde dat. Ik was een sprinter, op mijn best op de 500- en 1000-meternummers. Mijn hoogtepunt was een tweede plaats in het Noorse kampioenschap, naast een deelname aan het EK in het mythische Thialfstadion van Heerenveen. Echt een mooie ervaring. Mijn techniek kon beter, ik compenseerde met kracht en volle speed. Het gaf me telkens een serieuze kick. En ik kon teren op mijn talent, want ik trainde slechts tweemaal per week op het ijs. ( grijnst) Mijn natuur zorgde voor de rest. Elk weekend, van december tot eind februari, was er dan competitie. Mijn idool was de Canadese snelheidsduivel Jeremy Wotherspoon. In mijn beleving is hij de beste ooit. Ik zat echt aan de tv gekluisterd. Bij snelschaatsen ben je enkel op jezelf aangewezen, dus moet je niet naar excuses grijpen achteraf. Een juiste focus en pure concentratie hield ik aan die sport over. 'In het handbal speelde ik als linksachter of centrale verdediger bij Strindheim, mijn geboorteplaats. We hadden een sterke generatie, met een groep vrienden die nagenoeg ongewijzigd samenspeelde gedurende tien jaar. In Noorwegen wonnen we zelfs enkele grote toernooien. Door solidariteit en teamspirit. Die zijdelingse bewegingen en de explosiviteit op de eerste meters komen me nu nog altijd van pas. Een welgekomen afleiding, omdat ik mezelf in de jeugd bij het voetbal soms iets te veel druk oplegde.''Die druk kwam er vermoedelijk door mijn achtergrond. Ik trad in de voetsporen van mijn papa, Gøran Sørloth. Een spits, die tien jaar lang als profvoetballer voor Rosenborg uitkwam. Daarna speelde hij nog voor Bursaspor, helemaal op het einde voor Viking in Stavanger. Hij stopte daar in december 1995 op amper 33-jarige leeftijd. Omdat mijn ouders liever in Trondheim de kinderen wilden opvoeden. ( lacht) En net die maand kregen ze hun zoon. 'Pas bij het begin van de lagere school begon ik goed en wel te beseffen welke status mijn vader heeft. Want dan krijg je zijn statistieken voorgeschoteld: 55 caps en 15 doelpunten voor de nationale ploeg, 5 kampioenschappen en 3 bekers met Rosenborg tussen 1985 en 1993, maar ook in 1991 en 1992 beste spits van het jaar. ( duidelijk trots) Een mooi palmares. 'De erkenning en het respect blijven groot. Dat zien we bij de interlands, door de manier waarop hij wordt ontvangen. Al op jonge leeftijd trok ik mee naar de trainingen en ook de wedstrijden van Rosenborg, want papa was bij de thuisduels telkens verantwoordelijk voor de viptribune. Hij hoort het niet zo graag, maar eigenlijk is hij een held in Trondheim. Wanneer je met hem naar de lokale supermarkt trekt, wordt hij constant aangeklampt en vragen ze naar zijn pronostiek voor het weekend. Vroeger duurden die uitstapjes vaak uren. Nu lukt het al om binnen de zestig minuten thuis te geraken. 'Voetbal was een instinctieve keuze. Eigenlijk bleek het mijn grootste passie. Mijn vader pushte me nooit in die richting. Hij had maar één verzoek: honderd procent inzet. Lukte het eens technisch niet of maakte ik geen doelpunt, dan gaf hij achteraf nooit commentaar op mijn prestaties. Zijn aanwezigheid als mentor betekende veel voor mij. Papa was min of meer mijn steun en toeverlaat. Een klankbord. Vanaf mijn twaalfde, toen ik het spel en de echte eisen van mijn sport beter leerde begrijpen, hadden we in de wagen vaak lange en soms moeilijke discussies. Hij leerde me dus nadenken over voetbal, want we analyseerden samen en zo kon ik ook vrij jong al antwoorden geven op specifieke vragen. Let op, we zaten door de vader-zoonverhouding niet altijd op dezelfde golflengte. ( met uitgestreken gezicht) Ik was de meest koppige en minst toegeeflijke - als kind en puber toon je sneller je emotionele kant, maar op het einde gaven we elkaar toch altijd gemeend de hand.' 'De erelijst van mijn vader was een motivatiebron, geen obsessie. Je kan onze carrières totaal niet vergelijken. Ik trok ook al op veel jongere leeftijd naar het buitenland, om te zien waar mijn grenzen liggen. Papa is vooral iemand op wie ik kan vertrouwen wanneer ik advies nodig heb. Samen met hem trok ik regelmatig op zaterdagnamiddag naar de pub, waar we naar Premier Leagueduels keken. Als aanhangers van Chelsea, in het tijdperk van Gianfranco Zola, Tore André Flo en later Didier Drogba. Stelen met de ogen, hé. En achteraf napraten met de andere stamgasten. Altijd interessant. 'Ik had het geluk nog de topjaren mee te hebben gemaakt van de jeugdopleiding bij Rosenborg. Vijf tot zes jaar was dat met voorsprong de beste academie in Noorwegen. Bij de U19 konden we zo proeven van het allerhoogste niveau in Europa, door de Champions League. We bereikten de kwartfinales, een unieke prestatie. Van dat team spelen de meesten nog ergens in de eerste klasse van Noorwegen of Frankrijk én de nationale ploeg. Er zat dus veel potentieel in. Ondanks de jonge leeftijd beschikten we over een groep met veel fysiek vermogen, ambitie, maturiteit en leidersfiguren. We speelden toen in een 4-2-3-1-veldbezetting. Een kleine afwijking van de succesformule uit de jaren negentig, die werd geïnstalleerd door Nils Arne Eggen. Hij is de beste coach ooit in Noorwegen, want als monument zorgde hij voor aantrekkelijk totaalvoetbal. En Trond Sollied, die samenspeelde met mijn vader, zette dat concept verder voor hij naar hier kwam. 'Bij de U19 speelde ik op de nummertienpositie, omdat ik door een plotse groeispurt van vijftien centimeter wat langzamer was geworden. Ik fungeerde meer als aanspeelpunt en doorgeefluik. Via individuele trainingen werkten we dat probleem van de startsnelheid wat weg. Op mijn veertiende was ik razendsnel, maar ook compacter qua lichaam. Opeens werd ik een mager ventje, met mijn 1,90 meter en 70 kilogram. Echt skinny. Omdat mijn botten zo broos waren brak ik mijn voet. Ik panikeerde nooit, maar het gevolg was wel dat ik vier maanden in de fitness zat om mijn spieren te versterken. Eén twijfelmomentje en frustratie volgde, want rond mijn zestiende hield het niet op, met problemen aan de heup en knie. Elke training was een beproeving, want altijd haperde er ergens in mijn lichaam iets. Gelukkig zorgden mijn ouders toen voor de noodzakelijke sereniteit. Ik zou er alleen maar sterker uitkomen. Ze kregen gelijk, want in de zomer van 2015 en enkele maanden na mijn verhuur aan FK Bodø/Glimt kreeg ik plots mijn snelheid terug. De opluchting was groot.' 'Die uitleenbeurt kwam perfect uit. Ik had behoefte aan speelminuten, om doelpunten te maken en beslissende voorzetten te geven. Dat lukte, want met 13 goals en 5 assists in 26 duels kon ik terugblikken op een uitstekend rapport. Mijn vader vond het een risico waard om begin 2016 een nieuwe stap te zetten. Samen met mijn vriendin Lena - die twee van de vier weken bij mij was - trok ik naar FC Groningen. Trainer Erwin van de Looi had hard aangedrongen. De start was ook veelbelovend, met 2 goals in 4 matchen. Maar door een handbreuk was ik een maand buiten strijd. We speelden niet zo goed met de ploeg. Ik had het moeilijk. Bovendien raakte bekend dat Ernest Faber als nieuwe coach met Tom van Weert zijn eigen aanvaller meebracht. 'Begin mei 2016 belde ik al mijn makelaars. Op het einde van die maand kwamen ze met IFK Nörrkoping en FC Midtjylland. Eén meeting met trainer Jess Thorup en CEO Claus Steinlein volstond om te beslissen. Ik kreeg een duidelijk strijdplan, ze kenden mijn profiel en toonden verschillende videoclips. Meteen vernam ik ook mijn rol. Nooit eerder maakte ik zoiets gedetailleerd mee. In het begin kreeg Paul Onuachu nog de voorkeur. Doordat we vaak tweemaal per week speelden, begonnen we elk om beurt aan een wedstrijd als diepste spits. Het scoren lukte aanvankelijk moeilijk. Pas in de EL-kwalificatiepartij tegen Apollon Limassol, waar ik mocht beginnen door de ziekte van Paul, maakte ik mijn eerste twee doelpunten. De trein was vertrokken, want ik geraakte aan tien treffers in negentien duels. Na de terugkeer van Paul speelde ik meestal vanop links of rechts. Op de slotspeeldag werden we nog onverwacht kampioen. De ontlading nadien was immens. Een eerste trofee, dus heel speciaal, maar ook de beloning voor de getoonde durf. ( lacht) Die viering was echt fantastisch. Geen emotionele toestanden. Gewoon een grote glimlach opzetten en intens genieten. Wij zijn Noren, just happy and funny people. Maar ook koele kerels.' 'Tijdens mijn jaar bij Crystal Palace in Londen werd ik sterker, ook al speelde ik minder vaak dan ik had ingecalculeerd en gehoopt. Met de invallers trainden we meer en harder dan de vaste basisspelers. Mentaal was het vooral hard de dag van de wedstrijd en die er na. Ik benaderde alles realistisch. De kansen die ik kreeg, moest ik proberen grijpen. Het is daar nog niet gedaan. 'Deze zijsprong naar KAA Gent had ik nodig, om te herbronnen en vertrouwen op te doen. Ik ben geen targetman. Dat kan - zoals in Bodø/Glimt, maar daar ligt niet mijn grootste troef. Ik moet kunnen dribbelen, lopen met de bal, veel bewegen én scoren. Het beste gevoel dat er bestaat. Het zestienmetergebied is mijn favoriete speeltuin, want daar vallen de meeste doelpunten. Ik vertrouw blindelings op het vakmanschap van Jess Thorup en zijn offensieve mindset. Hij denkt altijd vooruit, is bijzonder veeleisend en een echte winnaar. We mogen oprecht ambitieus zijn. Voluit gaan we nu voor play-off 1 als hoofdmaaltijd, terwijl we de bekerfinale moeten zien als een mooi dessertje. We mogen het toetje nog even opzij houden. Dat vooruitzicht triggerde me sterk. Mijn begin verliep voortvarend. Maar hiermee ben ik niet tevreden. Toen ik FC Midtjylland verliet, was ik topschutter. Waarom zou dat hier niet mogelijk zijn? Het belangrijkste blijft een toegevoegde waarde te betekenen voor het team. Als prof bezorgt je dat het beste gevoel, dat je ploeg je nodig heeft. Het kan ook alleen maar leiden tot succes. 'KAA Gent blijft een underdog. Met onze huidige kern kunnen we misschien wel verrassen. Ik geloof er sterk in en voel me hier perfect gelukkig. Aan motivatie ontbreekt het ons niet. Daar zorgt Jess ook wel voor. We hebben geen schrik. Waarom zouden wij niet de beker en de titel kunnen winnen? Ik geloof er alleszins in.'