Dit artikel verscheen in Sport/Voetbalmagazine van 7 september 2016
...

KARIM BELHOCINE: 'Ik ben geboren in Venissieux, een voorstad van Lyon, van waar ook Alexandre Lacazette (Olympique Lyon) en Farès Bahlouli (Standard) afkomstig zijn. Mijn ouders kwamen in 1962 na de Algerijnse Oorlog naar Frankrijk. Iedereen weet dat voor immigranten het leven in de banlieues niet gemakkelijk is, maar als kind stel je je geen vragen. Je gaat naar school en sjot met vriendjes op straat en op pleintjes, het liefst van 's ochtends vroeg tot 's avonds laat, en je amuseert je rot. Het zijn buurten waar iedereen van voetbal houdt. Er is alleen maar een bal en een kleine ruimte voor nodig. Wij voetbalden zelfs vaak in de inkomhal van onze flat. 'Als kleine jongen droomde ik er al van om profvoetballer te worden. Of, zei ik er dan bij, dokter of advocaat, omdat mijn ouders dat wilden horen. Want voetbal was voor hen maar een spel: voor een beter leven zorgen, dat deed je vooral door je best te doen op school. Ik ben de middelste van negen kinderen. Thuis hadden we het niet breed en kregen we alleen het noodzakelijke. Ik bedoel: niet alles wat we wilden. Des te beter, zou ik zeggen, want dat helpt je om mentaal sterk te worden. Ik vertelde het vorige week nog aan mijn kinderen: wij hadden één paar schoenen en droegen die tot ze helemaal versleten waren. Zij hebben veel schoenen, wat natuurlijk niet slecht is, want we werkten ervoor. Maar ik probeer hen uit te leggen dat het niet vanzelfsprekend is en dat er nu nog mensen zijn die maar over één paar beschikken en die moeten dragen tot ze helemaal versleten zijn. Niet alleen aan de andere kant van de planeet, maar ook dicht bij ons. 'In de buurt waar ik opgroeide, zag je dingen die je als kind beter niet ziet. Maar ik klaag niet. Ik besliste snel voor mezelf dat ik nooit stommiteiten zou doen. Dat zat niet in mijn karakter en ik wou mijn familie niet nog meer moeilijkheden bezorgen. Daar zou ik mij voor schamen. Ik wou goed doen. Ik was iemand die andere kinderen goede raad probeerde te geven. Iemand die hen uitlegde dat een goeie vriend niet iemand is die meedoet aan stommiteiten maar iemand die hen helpt te voorkomen dat te doen. Ik was ook wel goed op school. In het basisonderwijs eindigde ik altijd bij de eersten. Ik nam makkelijk iets op.' 'Eigenlijk kende ik een gelukkige jeugd. Tijdens mijn adolescentie was wat meer begeleiding misschien wel beter geweest. Mijn vader was in die periode ziek en kon zich niet veel met ons bezighouden. Maar uiteindelijk is het het leven dat deuren voor je opent. Zo stippelt zich je weg uit. Een van mijn jongere broers deed rugby op hoog niveau, hij was zelfs Algerijns international. Wanneer mijn vader over ons praat, zegt hij altijd: 'Zij bouwden zichzelf op via de sport.' In de banlieues wil iederéén voetballer worden. Dat ik daar met mijn kwaliteiten in ben geslaagd, dank ik aan God, want ik ben gelovig, en aan mijn karakter en mijn goesting om te doen wat er gedaan moest worden.' 'Ik was een jaar of twaalf toen ik mij bij het clubje van mijn buurt mocht aansluiten: Etoile Sportive de la Trinité. Een jaar later ging ik naar Saint-Priest, na Olympique de tweede club van Lyon. Mijn debuut bij de senioren maakte ik als verdedigende middenvelder bij Vaulx-en-Velin in de CFA, de vierde klasse in Frankrijk. Ik ging toen al werken om de kost te verdienen. Ik ben metserdiender geweest, sloper van gebouwen en bandwerker in een fabriek van wasmachines waar ik 770 keer per dag hetzelfde moest doen. Het was hard, maar het sterkte mij. Het hielp mij om de knop om te draaien en nog meer, álles, te doen om te slagen in het voetbal. 'In die tijd was ik betrokken bij een organisatie die Le But en Or heette. Op een synthetisch veldje gaven we elke woensdag en zaterdag gratis training aan de jeugd van onze wijk. Ik trainde toen eveneens de dertienjarigen van Etoile Sportive de la Trinité, mijn eerste club en ook de club die mijn eerste trainersopleidingen betaalde. Op jongere leeftijd was ik tijdens de vakantie ook al jeugdanimator geweest bij de sociale cel van mijn wijk. Daar moest ik kinderen begeleiden tijdens allerlei activiteiten. Dat zat al vroeg in mij. Ik deed dat graag. 'De verantwoordelijke van Le But en Or was Farid Benstiti, die momenteel de coach van de damesploeg van PSG is. Een vriend van hem was een manager met onder meer contacten in Portugal en zo kreeg ik onverwachts de kans om als centrale verdediger te testen bij de Portugese tweedeklasser Sporting Clube de Espinho. Ik begreep meteen dat het de kans van mijn leven was en ik kan je garanderen dat ik tijdens die test niet honderd maar tweehonderd procent was. Na drie weken kreeg ik een contract van een jaar plus een jaar optie. Ik kwam er terecht in een prachtige badplaats niet ver van Porto. Maar ik geraakte snel geblesseerd. Pubalgie bezorgde mij veel last. Blijkbaar waren er financiële problemen en vanaf september werd ik niet meer betaald en uiteindelijk werd op mijn appartementje zelfs het water en de elektriciteit afgesloten. Toch ben ik er tot de laatste dag gebleven. Zelfs mijn vader weet nog altijd niet in welke omstandigheden ik daar toen verbleef. Het was een moeilijke periode, maar ik trok mijn plan. Het was een geluk zo snel de negatieve kant van het profvoetbal te ervaren. Dat maakte mij sterker, geduldiger en een nog hardere werker. Het liet mij vooral inzien dat je in de voetbalwereld op jezelf en op je eigen inspanningen moet rekenen. Hoe dan ook was het mijn eerste profcontract. Daar is alles voor mij begonnen. 'Weer in Frankrijk speelde ik een seizoen voor US Forbach en twee voor Trélissac FC in de CFA, alvorens ik naar Virton in de Belgische tweede klasse kon. Daar was ik trots op. Mijn ambitie was in die reeks een goeie speler te worden en zo misschien naar de hoogste afdeling te geraken. Onder Sébastien Grosjean werd ik er aanvoerder en dat werd ik daarna ook in eerste bij KV Kortrijk onder Hein Vanhaezebrouck en bij Waasland-Beveren onder Glen De Boeck.'Als aanvoerder ben ik iemand die vooral jonge spelers raad geeft, zoals Christian Benteke en Pelé Mboyo bij KVK. Ik ben naturel en probeer correct zijn. Soms ben ik hard voor hen, ja, zeker ook bij Standard, waar op dat moment zo veel grote talenten rondliepen. Ik denk wel dat jongens als Michy Batshuayi en Paul-José Mpoku mij daar dankbaar voor zijn. Er wordt vaak gezegd dat je in het voetbal geen vrienden hebt, maar ik vind dat niet juist: ik beschouw er velen als vrienden. 'Wel deed ik nooit iemand een cadeau: je moest beter zijn om op mijn plaats te staan. Ik push graag. Bij Standard was alles heel duidelijk, ook daarom heb ik veel respect voor Roland Duchâtelet, José Riga et les autres: ik was er om positief te blijven en de jeugd te helpen. Maar ik speelde toch ook twee wedstrijden in de poulefase van de Europa League én de heenwedstrijd van de achtste finales tegen Krakau waarin we ons kwalificeerden voor de kwartfinales. Dat was absoluut een mooi moment, maar ook de redding op de laatste speeldag met KV Kortrijk in mijn eerste jaar in eerste was een sterk moment. En de titel met Gent natuurlijk, al was ik daar al 36 en speelde ik nog maar heel weinig mee. 'Gent was een kleedkamer vol goeie gasten. Mannen die willen slagen, die willen werken en die van elkaar houden. Mannen die dankzij het werk van de trainer een gemeenschappelijk sportief idee delen. In september zei ik al dat we kampioen zouden worden. Thomas Foket en Laurent Depoitre lachten mij toen uit. In december lachten ze al wat minder en in februari zeiden ze: 'Het is toch niet waar dat je gelijk zult krijgen?!' Nog altijd lachend. Maar in april was het: 'Putain, tu l'avais dit!' Je voelde dat er veel kwaliteit was, dat er veel goesting was en dat er een goeie staf aanwezig was. Hoe meer we tegen grote ploegen speelden, hoe meer we voelden dat we hetzelfde niveau haalden. Bovendien waren wij meer dan anderen bereid om voor elkaar te knokken. Wie speelde, ging voluit, en wie niet speelde, stond achter de ploeg. 'Van coaches pikte ik altijd op wat mij het beste leek, maar het is duidelijk dat Vanhaezebrouck een persoon en een trainer is die heel belangrijk is geweest in mijn leven. Hij is ook diegene onder wie ik het langst werkte. Toen Patrick Turcq mij vorig jaar vroeg om assistent-coach te worden bij KV Kortrijk, had ik aanvankelijk nog zin om zelf te spelen. Ook al sukkelde ik wat met fysieke ongemakken. Maar als je daar dan over nadenkt, weet je: er is geen betere club om een trainerscarrière bij te beginnen dan KVK. Het is de club van mijn hart, samen met Virton. De club waar ik het langst voetbalde. De club ook waar ik altijd op elk niveau door iedereen gerespecteerd werd, ook toen ik elders speelde. Dat respect is altijd wederzijds geweest. Onder druk van de omstandigheden moest ik er uiteindelijk in februari al hoofdtrainer worden. Het was onverwacht, maar ik nam de zaken zoals ze kwamen. In elk geval ben ik iedereen er heel dankbaar voor de kansen die ze mij gaven. Als coach zal ik hard werken en kennis en ervaring opdoen zoals ik dat altijd al deed. Trainerscursussen volg ik al sinds mijn achttiende en ik ben ongeduldig om aan de Pro License te beginnen. 'Openheid is voor mij altijd een belangrijke sleutel geweest. Openheid tegenover anderen en de rest van de wereld, om anderen en de rest van de wereld te leren kennen. Openheid wanneer het goed gaat, maar ook wanneer het niet goed gaat. Openheid tegenover degene op wiens plaats jij speelt en tegenover degene die op jouw plaats speelt. En openheid tegenover de trainer die je opstelt en degene die je niet opstelt. Open blijven voor en nadenken over wat er allemaal gebeurt en zeker niet vasthouden aan een visie die negatief is. Mijn ervaring is dat het dat is wat je als voetballer en als mens vooruitgang laat maken. 'Ik ben altijd contact blijven houden met de mensen met wie ik opgroeide en ben momenten met hen blijven delen. Al wat ik deed, deed ik ook met en voor hen. Allemaal leiden we intussen een heel verschillend leven. Maar we zeiden altijd tegen elkaar: waar we later ook zijn of wat we ook doen, altijd zal die affectie voor elkaar er blijven. Voor mijn familie, voor mijn jeugdvrienden en voor alle mensen uit mijn wijk. Dat is ook een van mijn sterktes geweest. In het tussenseizoen ben ik er altijd al teruggekeerd om mij te herbronnen. De beste momenten die ik tijdens mijn vakantie doorbracht, waren niet aan zee of ergens in een ander land, maar tussen de mensen van mijn quartier. Tussen zij die mij altijd de kracht gaven om te blijven vechten en te worden wat ik geworden ben.'