Hoe Anderlecht de verdediging van Charleroi opblies
...

Hoe Anderlecht de verdediging van Charleroi opblies Er zijn spelers die voortdurend van achteren naar voren lopen en er zijn er die de hele breedte van het veld bestrijken. Stelios Andreou, de revelatie van het seizoensbegin bij de Zebra's, toonde zich een crack in de eerste categorie. De Cyprioot, die centraal in de driemansverdediging van Charleroi stond, volgde of antcipeerde op aanvallers die afhaakten, won de meeste van zijn kopduels en trok vaak stiekem mee naar voren. In tegenstelling tot wat men vaak denkt, is zijn positie de makkelijkste in een driemansverdediging. Omdat hij wegens de blessures van Jules Van Cleemput en Loïc Bessilé door Edward Still op rechts werd gesposteerd, moest Andreou opeens vooral lateraal gaan lopen. Zoals een tennisspeler die achter de baseline gehouden wordt, verplichtte de rol van flankverdediger hem om veeleer horizontaal dan verticaal te verdedigen. Daar zijn andere kwaliteiten voor nodig, waarover de jonge Stelios minder beschikt. De staf van Vincent Kompany, altijd nauwgezet bij het bestuderen van de tegenstander, had dat perfect ontleed. Van bij de aftrap liep Joshua Zirkzee vaak in de zone van Andreou, maar ver genoeg van hem af, zodat de Cyprioot verplicht was om zijn positie te verlaten en de Nederlander te volgen. De aanvaller, die een meester is in de deviaties in één tijd, raakte in de eerste helft 16 van de 29 keer de bal op de linkerflank, vaak met een bovengemiddelde precisie. Zo creëerde hij heel veel ruimte voor Christian Kouamé in diens duel met Valentine Ozornwafer, een verdediger die heerst in de grote rechthoek, maar zich nog minder op zijn gemak voelt dan Andreou wanneer hij moet lopen als een baselinetennisser. Charleroi probeerde dat na de pauze wel bij te sturen en domineerde zelfs het vierde kwartier, maar de twee Brusselse spitsen deden de wedstrijd dood op een tegenaanval. Een voetballesje in een wedstrijd die begon als een tenniscursus. Waarom Jean Butez de echte redder van Antwerp is Wanneer de analyse moet gemaakt worden waarom de Great Old in de top vier staat, ondanks een seizoen met teleurstellend matig voetbal, is de eerste naam waaraan men denkt die van Michael Frey. De Zwitserse goalgetter vond sinds de zomer 22 keer de weg naar het net. In vergelijking met 'slechts' 16,17 expected goals is dat een enorm succes. Nochtans zijn de mirakels aan de overkant van het veld nog wat groter. Jean Butez, in Leuven nogmaals outstanding, speelt een uitzonderlijk seizoen. Het bewijs wordt geleverd door de prevented goals, de statistiek die het verschil aangeeft tussen de effectief geïncasseerde goals en de goals die hij had moeten incasseren volgens de kwaliteit van de doelpogingen van de tegenstanders. Butez heeft op die manier 9,89 tegengoals verhinderd. Dat is 4 goals meer dan de op één na beste in dit rijtje. Met andere woorden: Butez is duidelijk een keeper die punten pakt. Union doet het op stilstaande fases Voor zijn laatste wedstrijd zonder Dante Vanzeir trok Union naar Sclessin. Standard probeerde vooral Deniz Undav uit de wedstrijd te houden. De Duitser, die in de wedstrijden zonder zijn strijdmakker vijf van de acht goals van Union maakte, kon aan de oevers van de Maas inderdaad niet scoren. En dus activeerden de mannen van Felice Mazzu hun favoriete wapen: de stilstaande fase. 'Meer dan dertig procent van de goals in het voetbal komt uit een stilstaande fase. Besteden we er ook dertig procent van de trainingstijd aan?', vroef Ralf Rangnick zich op een dag af in een interview voor El País. Het cijfer is allicht wat overdreven, en Union besteedt er op training vast minder tijd aan, maar het weet de organisatorisch zwakke punten van de tegenstander wel prima uit te buiten. Wanneer de kopbal uit zo'n fase niet zelf doel treft, is er nog altijd de vrije man die door de afvallende bal een mooie schietkans krijgt, zoals Casper Nielsen tegen Anderlecht of Teddy Teuma op Sclessin.