Tegen de middag heeft Paul Gheysens (67) er al een lang programma op zitten, want als boerenzoon is hij het gewend om vroeg op te zijn. Tussen kwart over twaalf en één uur is hij dan ook zelden tot nooit te bereiken. Dan is het etenstijd, een moment dat hij graag doorbrengt met zijn familie en naaste medewerkers. Dan wordt er wat geraisonneerd aan de dis, niet alleen over zaken, ook over koetjes, kalfjes en occasioneel een veulen of een tophengst. Over het verleden in Polen bijvoorbeeld, en wat ze daar allemaal hebben meegemaakt, in soms moeilijke omstandigheden, met weinig luxe. Toen er al eens een kakkerlak wegschoot wanneer je ergens het licht aanstak.
...

Tegen de middag heeft Paul Gheysens (67) er al een lang programma op zitten, want als boerenzoon is hij het gewend om vroeg op te zijn. Tussen kwart over twaalf en één uur is hij dan ook zelden tot nooit te bereiken. Dan is het etenstijd, een moment dat hij graag doorbrengt met zijn familie en naaste medewerkers. Dan wordt er wat geraisonneerd aan de dis, niet alleen over zaken, ook over koetjes, kalfjes en occasioneel een veulen of een tophengst. Over het verleden in Polen bijvoorbeeld, en wat ze daar allemaal hebben meegemaakt, in soms moeilijke omstandigheden, met weinig luxe. Toen er al eens een kakkerlak wegschoot wanneer je ergens het licht aanstak. Wie in het buitenland zaken wil doen, moet voelen wat leeft. Gheysens kocht in Warschau ooit een spoorweg, vlak na de val van de Berlijnse Muur en het Oosten zich opende voor het Westen. Geen Pool die het snapte. Wat doet een Belg met een spoorweg? Vandaag, ruim twee decennia later, is die plek een hippe place to be. Goeie zakenlui zijn visionairs. Velen volgden in zijn spoor, velen vertrokken snel. Gheysens is er nog steeds. Fysiek veel minder vaak dan vroeger, toen hij op maandag de eerste vlucht nam en op donderdag met de laatste terugkeerde. Nu gebeurt het overleg met het team ginder dagelijks, maar vanuit Gent en de Ghelamco Arena, zijn vaste hoofdkwartier. Via moderne communicatie. De telefoon, welteverstaan; Paul Gheysens is geen man van e-mail. Zelden zijn de medewerkers vroeger op kantoor dan de familie die de Ghelamco group aanstuurt. In Gent zetten ze hun eerste stappen in het voetbal, in een project dat al tien jaar in het slop zat. De Gantoise was een provinciaal team toen er nog in het Ottenstadion werd gevoetbald en werd een nationale speler na de verhuis naar een gloednieuw stadion, met brasserie, supermarkt, een fitness, en een tribune waarin 10.000 m2 flexibele kantoorruimte is ingericht waar tijdens de week start-ups en andere kleine bedrijven hun nieuwe working space vinden. Goed bereikbaar, veel parking, fel verlicht (ook om vandalisme en andere duistere praktijken in een uithoek van de stad te vermijden). Een landmark werd het, 's avonds een lichtbaken tussen de E17 en de E40. Achteraf, toen het er allemaal stond en iedereen de mogelijkheden zag, werd de Ieperse bouwheer - ooit begonnen als tuinaannemer - verweten dat hij het allemaal wel goedkoop in de schoot geworpen kreeg. Het is het verwijt dat Bart Verhaeghe in Brugge ook krijgt. Beiden schokschouderen daar nu bij en begrijpen die kritiek niet. Iedereen kon dat risico nemen. Het verschil is: zij durfden en hadden de visie op de langere termijn. De Ghelamco Arena zette Gent mee op de kaart in de 21e eeuw. Terwijl Bart Verhaeghe dat ook probeert in Brugge, doet Gheysens het een tweede keer in Antwerpen. In Oostende zou hij dat nooit hebben geprobeerd, daar zit je met je kont in zee. Brugge is eigenlijk ook een lastige, bij gebrek aan zakenleven. Dat hij in Anderlecht geïnteresseerd was, is een publiek geheim. Maar uiteindelijk werd het Antwerp(en), waar hij begon met de essentie: de bouw van een stadion. Bart Verhaeghe doet het anders, zij het verplicht vanwege een vergunningenprobleem: hij bouwde eerst een club uit, een sportieve werking. Als kers op de taart, een laatste quantum leap forward is daar het stadion. In Antwerpen lopen de dingen naast mekaar. Wie over een decennium de beste is, moeten we nog zien.Het was Philip Neyt die gangmaakte. Neyt is één van Gheysens' naaste medewerkers. Hij had een academische carrière aan de Antwerpse Universiteit UFSIA en ging toen al met collega-assistent Ludo Van Campenhout (later de schepen van Sport in Antwerpen), af en toe naar den Antwerp ging. Jaren later werd de financiële situatie alsmaar slechter en niemand bleek bereid om een begin te maken van het 'uitmesten van de stal'. Neyt sprak Gheysens over het potentieel: de historiek, het sterke merk, de fanbase, de business community, de microkosmos. Gheysens dacht erover na en deed wat hij bij elk nieuw project doet: de situatie zelf verkennen. Snuffelen. Ter plaatse letterlijk het terrein afstappen, in het weekend, in alle eenzaamheid. Goed rondkijken en praten met de mensen in de buurt, kijken hoe de toestand is, de mobiliteit. Al snel werd hem duidelijk gemaakt dat hij op de Bosuil moest blijven. De plaats om daar iets moois te bouwen was er en een Antwerpenaar is fier, zeker de fan van de Great Old. Die wil niet elders naar zijn voetbal. Antwerpen als stad interesseerde hem op dat moment al fel. De haven, het zakenleven, de bereidheid ook van de lokale politiek, die meegaand is in de grote projecten. Ze zijn in Antwerpen veel sneller dan elders met hun goedkeuringen. En mensen zijn er nog fier als er iets nieuws wordt gebouwd, want dan wordt al de rest ook meer waard. Ze reageren er ook sneller dan in pakweg Brussel, waar Gheysens ook projecten realiseerde, soms in zeer moeilijke omstandigheden en tegen een hoog tempo, ondanks een moeilijke papiermolen. Hij verdiepte zich dus in de Bosuil, maar ook in het bredere plaatje. Wat is Oosterweel, wat zal dat voor Noord-Antwerpen veranderen? Deurne-Noord, concludeerde hij, bezit veel potentieel, als die Ring straks in een sleuf verdwijnt en het viaduct van Merksem wordt gesloopt. Beginnen deed hij op de Bosuil. Eerst nog in alle anonimiteit om de prijs niet op te drijven met zijn naam, tot de club in zijn handen was en naar eerste klasse promoveerde. Daarna pakte hij de renovatie van het stadion aan. De eerste match in eerste klasse was tegen Anderlecht, te midden van een bouwwerf. Aan die werf kon hij weinig verhelpen, dus werd de gast getrakteerd op ontzettend lekker eten. Roger Vanden Stock zei het tot drie keer toe die middag: 'We zijn hier echt goed onthaald geweest.' De uitslag, een gelijkspel, vergat hij snel. Het leidde de aandacht af van alles rond hen. Van de bouwval. Vier jaar later zou Vanden Stock schrikken, wanneer hij er weer komt eten. De hoofdtribune van de Bosuil is een landmark voor Antwerpen, net zoals de Ghelamco Arena dat is in Gent. Tijdens corona werd, onder iets minder tijdsdruk nu supporters toch niet naar het voetbal mogen, de tribune achter het doel afgewerkt. Net als in Gent met plaats voor leven en werk tijdens de week, en op wedstrijddagen met voor elk wat wils. Elk niveau anders, zowel de vip als Jan Modaal moet er zijn gading vinden in eten en drank. Het verschil met Gent: hier is Paul de baas. Alles kan beslist worden door de eigenaar. Dat stadion moet mooi zijn. Paul Gheysens wil altijd iets moois bouwen, iets om trots op te zijn. Een zoveelste appartements- of kantoorblok in de rij interesseert hem niet: negentig procent van de projecten die hem worden voorgesteld, wijst hij om die redenen af. Het is ook het enige stadion in België dat hij geregeld bezoekt. Toen hij voorzitter werd van Antwerp ging hij nog wel eens mee op verplaatsing, maar daar is hij mee gestopt. Zondag is voor een druk bezet zakenman als hij ook een werkendag maar aan een lager tempo. Als je dan een halve dag moet uittrekken om je ploeg in pakweg Sint-Truiden of Eupen aan te moedigen... Zodoende beperkt hij zijn aanwezigheden tot thuiswedstrijden. Hij wil ook niet de naam krijgen alleen naar topwedstrijden te gaan op verplaatsing. Het kan wel dat hij uren voor een thuiswedstrijd al aanwezig is. Steeds op zoek naar verfraaiing. Wallpaper hier, een touch daar. Er moet geen goud aan de muur, maar het moet wel mooi zijn. Zijn vrouw, Ria Gheysens, neemt steeds het interieur voor haar rekening, net als de kinderen die in alle belangrijke beslissingen betrokken zijn. Michael, zijn zoon, is CEO Ghelamco België, dochter Marie-Julie is CEO Ghelamco UK, Simon, de oudste zoon, is verantwoordelijk voor energie en IT. Net zoals Duchâtelet, Verhaeghe, Coucke of andere De Wittes gaat ook Gheysens op in het spelletje: geslaagde zakenmensen die in het voetbal vaak verraden worden door hun emoties. Maar later keert de ratio terug en denkt de voorzitter op de langere termijn. Dan overschouwt hij het geheel in het belang van alle partijen. Spelers zien hem nooit in de kleedkamer. Dat is zijn biotoop niet, het sportieve is voor Luciano D'Onofrio en Sven Jaecques, al doet hij ook zijn zeg in de inner circle van de presidentiële loge. Zo was Paul Gheysens het idee genegen om Didier Lamkel Zé terug te brengen. Omdat hij diens potentieel zag als voetballer, naast het problematische karakter. Ivan Leko kreeg Lamkel Zé niet op het rechte pad, Frank Vercauteren voorlopig wél. De afwezigheid van publiek was hier wel een hulp. Mét fans op de Bosuil was de re-integratie van de Kameroener veel moeilijker geweest. Met Vercauteren heeft Gheysens ook de beste klik tot nu toe. Als straks de targets worden gehaald, is een verlengd verblijf een zekerheid.Zijn club runt Gheysens vanop afstand. Vanuit Gent of ergens onderweg, zo zat hij vorige week in Londen, waar zijn dochter ook projecten superviseert. De zakenman is geen man van lange mails, noch van veel vergaderingen op vaste tijdstippen. Hij houdt ook niet van verrassingen. Als er wat is, moet de equipe hem bellen. Het probleem voorleggen, een oplossing suggereren. Hij geeft dan wel het fiat. Hij luistert en denkt na, meer dan mensen vermoeden, en lang ook, maar eens hij een beslissing heeft genomen, is hij - op zijn Iepers - katterap en voelt de evoluties van de markt als geen ander: wat heeft de 'klant' nodig en wanneer? Vooral heeft hij een gevoel voor timing en in het technologische is hij de concurrentie steeds een stap voor. De equipe op Antwerp is bewust zeer klein. Paul Gheysens is geen man van grote structuren en veel kapiteins op een schip. Zet veel ego's samen, en ze botsen. Antwerp zal dan ook nooit een logge club zijn. Op termijn moet de club zelfbedruipend worden. Dat kan in het Belgische voetballandschap alleen via transfers én Europees voetbal, beseft hij. Dat KAA Gent een gouden zaak deed met Jonathan David is hem niet ontgaan. Maar hij ziet ook hoe de Gantoise sportief afhing van die ene pion en het mede daardoor dit seizoen moeilijk heeft. Je bent beter af met een bredere kern. Een dure transfer kan hij zich veroorloven, maar dan moet het een directe meerwaarde zijn voor de kern. De kostenstructuur moet wel beheerst blijven. Daarom wil Gheysens zo snel mogelijk de jeugdacademie afwerken en ook daar zorgen voor goeie werkomstandigheden. Op die manier wil hij zijn sportieve investering verzekeren op de lange termijn. Daar gaat het altijd om: werken op en denken aan de lange termijn. Maar tegelijk katterap stappen zetten. Antwerp staat, vier jaar na de promotie, aan de top. Precies zoals hij zich voornam. Straks opnieuw in POI, dit jaar ook al Europees. Het doel was dit seizoen top vier, het wérd top vier, ondanks een trainerswissel, ondanks geen fans. Top twee is nu het nieuwe doel, en misschien volgend jaar Champions League. Gheysens wilde, met Antwerp, de Sinjoor iets geven om fier op te zijn. Als het lukt, kan er volgend seizoen, aan tafel, tussen kwart over twaalf en één verder worden gedroomd.