Eén jaar geleden stonden er in de competitiespecial van dit blad 420 spelers uit eerste klasse A. Zij vormden, inclusief Westerlo, aan de vooravond van het nieuwe seizoen het gezicht van de Jupiler Pro League. Vandaag zijn er 218 van hen vertrokken. Dat is 52 procent. Op de bank zitten in vergelijking met eind juli 2016 tien andere trainers. Het toont nog maar eens dat voetbal eeuwig herbeginnen is. Op het moment dat dit magazine naar de drukpersen moest, waren er ruim 100 aankopen verricht. Meer dan de helft daarvan zijn nieuwe buitenlanders. Inmiddels zijn voetballers uit 64 (!) landen aan de slag in eerste klasse A. Een bonte verzameling met een steeds grotere exotische inslag. Ze dromen van het Grote Geluk. Wat dat betreft groeit België...

Eén jaar geleden stonden er in de competitiespecial van dit blad 420 spelers uit eerste klasse A. Zij vormden, inclusief Westerlo, aan de vooravond van het nieuwe seizoen het gezicht van de Jupiler Pro League. Vandaag zijn er 218 van hen vertrokken. Dat is 52 procent. Op de bank zitten in vergelijking met eind juli 2016 tien andere trainers. Het toont nog maar eens dat voetbal eeuwig herbeginnen is. Op het moment dat dit magazine naar de drukpersen moest, waren er ruim 100 aankopen verricht. Meer dan de helft daarvan zijn nieuwe buitenlanders. Inmiddels zijn voetballers uit 64 (!) landen aan de slag in eerste klasse A. Een bonte verzameling met een steeds grotere exotische inslag. Ze dromen van het Grote Geluk. Wat dat betreft groeit België steeds meer uit tot een transitland, een doorgangsroute op weg naar veel meer. Voetbal heeft al lang zijn basis verloren. De transfermarkt, met steeds grotere bedragen, lijkt meer en meer op monopoly, zeker in het buitenland waar de grenzen al lang zijn overschreden. Het is een bedenkelijke ontwikkeling. Voetbal blijft uiteindelijk een volkssport. De verschuivingen zullen eerste klasse A allicht geen ander gezicht geven. Anderlecht duikt als favoriet het seizoen in, het kan grotendeels buigen op dezelfde automatismen. René Weiler zal door het verwende publiek echter niet langer worden beoordeeld op goede resultaten, maar meer nog op sprankelend voetbal. Club Brugge heeft onder Ivan Leko nog een lange weg te gaan, na een maand voorbereiding is er nog geen sprake van herkenbaarheid. Of de kwaliteit is toegenomen, zal nog moeten blijken. AA Gent verkondigt luid en duidelijk zijn ambitie om mee te doen voor de prijzen, met de huidige kern kan het haast twee elftallen opstellen. Het zal de ploeg met een bepaalde druk opzadelen. Met 20 buitenlanders op een kern van 29 spelers is AA Gent al lang een andere weg ingeslagen. Onherroepelijk voorbij is de tijd dat de club koketteerde met de doorstroming van eigen jeugd. Maar geldt dat niet voor de meeste clubs? Zelfs in eerste klasse B staan dit seizoen 43 procent buitenlanders onder contract. Ooit was de vroegere tweede klasse een kweekvijver van talent. Met een jonge en frisse ploeg wil RC Genk zich weer bij de top melden. Als Alejandro Pozuelo blijft, beschikt het over een vaardig en zeer complementair middenveld, een ploeg die voetbalt zonder dwangbuis. Uitkijken is het ook naar Standard dat een goeie oefencampagne achter de rug heeft en het nu probeert met Ricardo Sá Pinto, de zestiende trainer in tien jaar. Met geëngageerd voetbal wil de Portugees Standard zijn identiteit teruggeven. KV Oostende mag zich aan de hand van een ambitieuze voorzitter in zijn verwachtingen niet vergalopperen en rustig moet het zeker blijven bij Antwerp, dat een loodzware competitiestart heeft. Daar loert het gevaar op emotie in mindere momenten om de hoek. Zo is het overal herbeginnen: bij Charleroi, Zulte Waregem en Kortrijk, waar opnieuw wordt gebouwd, in Mechelen dat eindelijk naar play-off 1 wil, in Lokeren dat na een grijze campagne naar een nieuw elan zoekt, in Sint-Truiden waar Roland Duchâtelet van play-off 1 spreekt, in Eupen dat veel jonge spelers heeft, in Moeskroen dat vijftien Belgen in zijn kern telt, of bij Waasland-Beveren dat onder leiding van Philippe Clement eindelijk stabiliteit wil. Maar tussen droom en daad liggen doorgaans werelden van verschil. Nieuw wordt de (schoorvoetende) invoering van de videoref. Het valt te hopen dat dit bijdraagt tot meer rust langs de lijn. De manier waarop trainers zich in het verleden vaak als ongeleide projectielen gedroegen werd steeds bedenkelijker. Vreemd dat ze voor die houding intern amper werden gecorrigeerd. Terwijl het alleen maar bijdroeg tot onnodige grimmigheid.