In de hal van Bioracer, het bedrijf in Tessenderlo, waar Genkvoorzitter Peter Croonen manager en investeerder is, hangen opvallende foto's van vier olympische wielerkampioenen, onder wie Greg Van Avermaet. Het motto van het bedrijf dat geavanceerde sportkledij vervaardigt, is: hoe help je topsporters steeds sneller te gaan?
...

In de hal van Bioracer, het bedrijf in Tessenderlo, waar Genkvoorzitter Peter Croonen manager en investeerder is, hangen opvallende foto's van vier olympische wielerkampioenen, onder wie Greg Van Avermaet. Het motto van het bedrijf dat geavanceerde sportkledij vervaardigt, is: hoe help je topsporters steeds sneller te gaan? Peter Croonen heeft een passie voor wielrennen, én voor voetbal. Als jonge knaap liep hij aan de hand van zijn vader mee naar de wedstrijden van Winterslag, waar Louis Croonen in het bestuur zat. Later werd Croonen senior onder meer ook voorzitter van de raad van beheer van KRC Genk. Croonen junior (48) zag de jonge Luc Nilis debuteren, somt moeiteloos het hele middenveld van Winterslag van halfweg de jaren 80 op, en stelt vast dat Genk in de voorbije 30 jaar het voorbeeld van een geslaagde fusie werd. Het is een bewogen jaar geworden, waarin hij achtereenvolgens zijn moeder en zijn vader verloor, voorzitter werd van Genk, de trainer en de CEO van de club ontslagen werden, en de bekerfinale bereikt werd. Het gaat maar door, en tijd om even stil te staan, is er amper geweest. Wat heeft u in uw eerste jaar als voorzitter het meest gefrappeerd? PETER CROONEN: 'Ik had gedacht dat wij een makkelijker seizoen zouden draaien. Het voetbal is een combinatie van veel moeilijke en onzekere beslissingen die ook nog eens fel gemediatiseerd zijn, en waar veel mensen zich betrokken bij voelen. Die mix maakt de rol van voorzitter anders dan die van een bedrijfsleider. Een voetbalclub leiden is geen makkelijke, maar wel een boeiende taak. Het is nog boeiender dan ik me vooraf had voorgesteld. Er kruipt enorm veel tijd in, je moet heel beschikbaar zijn, zoals Frankie Vercauteren het altijd zei. Je stopt er fysieke tijd in, maar ook veel mentale tijd, achter het stuur van je auto, of soms 's nachts. ( lacht) Die mentale tijd die je in de club steekt, is proportioneel heel hoog. De grootste uitdaging in het voetbal is: op lange termijn werken terwijl je die druk van de korte termijn, de wekelijkse wedstrijd, hebt. Dat vind ik een belangrijke rol van een voorzitter: ondanks die druk van de volgende match toch bezig zijn met de lange termijn.' Jullie werken anders dan andere eersteklassers, ook al omdat jullie nog een vzw zijn. CROONEN: 'Met een dagelijks management dat heel veel expertise bevat en al heel lang voor de club werkt, met Erik Gerits, Stephan Poelmans, Filip Aerden en Dimitri de Condé moet je mensen met zo veel expertise ook veel ruimte geven in de dagelijkse werking. Natuurlijk heb je altijd momenten dat die lijnen korter worden. Patrick Janssens heeft al aangegeven dat ik een betrokken voorzitter ben. Ik ben inderdaad betrokken, maar met respect voor de taakverdeling. Als je strategische beslissingen neemt, is het belangrijk dat die gevoed zijn door goede processen en doorleefdheid. Een doorleefde opinie kan je alleen hebben als je betrokken bent. Wat Philippe Clement op het plein gedaan heeft, een geheel gesmeed, en wat Erik Gerits doet binnen de organisatie van de club, probeer ik te doen in het bestuur en de bredere werking.' Dit was ook geen seizoen om rustig achterover leunend de zaken te bekijken. CROONEN: 'Dat was dit seizoen niet mogelijk. Het was nodig om dichter bij de club te staan, dat was een van de redenen waarom we afscheid namen van Patrick. In moeilijke momenten zijn er weinig mensen met wie je zo goed kan overleggen als met Patrick, die heel goed pro's en contra's van een scenario kan afwegen, maar hij werd door een groot deel van onze achterban niet aanvaard als 'een van ons'.' Clement is ook een Antwerpenaar. CROONEN: 'Dat is anders, door zijn persoonlijkheid en zijn verleden bij de club. Philippe heeft hier gevoetbald en weet goed wat de supporters verwachten. Die is hier, toen én nu, onmiddellijk in de armen gesloten. Bij Patrick is dat niet gelukt. De afstand tussen de regio, de mensen en hem werd groter. Patrick was geen verbindende factor meer. We hoopten dat het ooit goed zou komen. Met sportief succes zou dat makkelijker geweest zijn. Blijft dat uit, dan merk je dat het op lange termijn niet goed meer komt. Dan moet je op korte termijn durven de vinger op de wonde te leggen.' Dat u een makkelijker seizoen had verwacht, waar had dat mee te maken? CROONEN: 'Ten eerste was er de blessurelast, van vooral belangrijke spelers die lang uitvielen. Op een gegeven moment was ook de klik tussen de spelers en Albert Stuivenberg niet meer wat hij voorheen geweest was. Onder Albert hadden we toch heel goed voetbal gebracht, maar ze kwamen verder uit elkaar te staan.' Wat is de verdienste geweest van Philippe Clement als nieuwe trainer? CROONEN: 'Zijn eerste verdienste is dat hij een heel snelle klik met onze achterban heeft gesloten. Heel snel is hij in de armen gesloten als jongen van het huis, iemand die zijn eerste voetbalstappen als profvoetballer - hij was toen nog student - bij ons heeft gezet. Ten tweede voelt hij als ex-speler de kleedkamer goed aan. Hij heeft alles meegemaakt, heeft hard moeten werken, was niet het pure talent, heeft zware blessures gekend en viel ook al eens naast de ploeg. Ten derde heeft Philippe het vermogen om zijn boodschap goed over te brengen. Hij gebruikt daar beelden voor, maar kan ook zijn boodschap afstemmen op het individu. Hij communiceert situationeel, houdt rekening met de situatie van elke persoon. Dat werkt, want in een kleedkamer zitten verschillende types mensen.' Dé grote fout vond Clement dat jullie voor het seizoen titelambities uitspraken. Hebt u daar spijt van? Moet een club als Genk zich bescheidener opstellen vooraf? CROONEN: 'Wij hadden dat vooraf sportief doorgenomen. Prioriteit was die kern samenhouden. Dat was een belangrijke investering, Genk zijnde, een club die met regelmaat belangrijke uitgaande transfers moet doen.' Hoeveel geld hebt u laten liggen? CROONEN: 'Wij noemen nooit bedragen, maar het waren wel bedragen waar je altijd over moet nadenken. Maar dat is nooit een issue geweest, we hebben meteen gezegd dat we iedereen wilden samenhouden omdat we geloofden in die kern. We wilden sportief oogsten. De vraag is: moet je dat dan ook naar buiten benoemen? 'Ik ben iemand die in een bedrijf de lat eerder hoog legt. Ik ga liever wetens en willens net onder een hoge lat door dan dat ik gemakkelijk over een te lage lat stap. Je kan geen wereldrecord springen als je geen lat legt. Maar de druk die dat redelijk snel gecreëerd heeft van buitenaf, woog zwaar. We hebben nooit titelambities an sich uitgesproken, wel hadden we het over de top drie, maar die was al snel redelijk ver weg.' Je zou kunnen concluderen dat de spelers die druk niet echt aankonden. CROONEN: 'De realiteit is dat Genk altijd play-off 1 moet ambiëren. Wat we daar verder op plakken, gaan we van jaar tot jaar bekijken, maar ik heb wel geleerd dat de druk die je daarmee creëert in de media positief kan zijn, maar ook verlammend kan werken. 'Zelf vind ik dat niet erg, druk. Ik heb dat graag. Maar het gaat niet om mij, het gaat er om hoe de club en de spelers daar mee om kunnen. Met welke ambities bent u play-off 1 in gestapt? CROONEN: 'De play-offs hebben de magie dat alles mogelijk is, en in topsport moet je voor het hoogst mogelijke gaan zonder dat de druk je verlamt. Dat onderscheidt een topsporter van een doorsnee mens. Een topsporter moet onder druk kunnen presteren. Die druk moet ervoor zorgen dat hij op grote momenten het beste van zichzelf kan geven.' Moeten jullie Europees voetbal halen? CROONEN: 'We zijn met vijf ploegen in de running voor vier tickets. Het zou een ontgoocheling zijn als we naast een Europees ticket grijpen.' Jullie krijgen in binnen- en buitenland veel lof voor jullie opleiding en de rekrutering van jong buitenlands talent. Moet dat jullie corebusiness zijn? CROONEN: 'Wij zijn al heel lang een goeie opleidingsclub. Qua doorstroming naar de A-kern lukt dat heel goed. Met structureel rond de twaalf jongens uit de academie in de A-kern zijn we op dat vlak een voorbeeldclub in België. Daarnaast hebben we de ambitie om die jonge talenten, zelf opgeleid of aangekocht, iets langer bij ons te houden. Het getuigt van financiële slagkracht dat we afgelopen zomer niet moesten transfereren om financiële redenen, en dat we beslisten dat we dat dan ook niet zouden doen. 'Sportief succes is nog altijd de belangrijkste motor voor een club. Het ontwikkelen van spelers is ons DNA, maar dat is op lange termijn net iets minder bepalend voor de ontwikkeling van een club dan het sportieve succes. De balans tussen die ontwikkeling en het sportieve succes kan hier nog beter. 'Ten derde proberen we onze talenten naar een zo groot mogelijke club in het buitenland te brengen. We willen de leverancier zijn van grote buitenlandse clubs, maar in de praktijk zijn nog tussenstations à la Lazio nodig. Niet omdat de jongens die we opleiden niet goed genoeg zijn, maar omdat die absolute topclubs het risico niet nemen. Die kopen liever iemand die veel meer kost maar van wie ze absoluut zeker zijn dat hij meteen het topniveau aankan.' Is het makkelijk om de Pozuelo's, Berges en Malinovski's te overtuigen om langer bij Genk te blijven en niet meteen op die grote transfer te azen? CROONEN: 'Het belangrijkste voor de ontwikkeling van die jongens is dat ze kunnen spelen. Hier kan dat. Dat is een argument voor hen: dat langer hier blijven niet alleen winst voor ons is, maar ook voor hen.' Als iedereen blijft, hebt u straks een kern van 30 spelers. CROONEN: 'Dit jaar is dat de oplossing geweest. Door al die blessures was het geen luxe, maar een te brede kern is inderdaad niet motiverend voor alle spelers.' Welke andere accenten wil u volgend jaar leggen, na één jaar voorzitterschap? CROONEN: 'Ik hoop dat het een jaar wordt waar we iets meer dan dit jaar met de langere termijn bezig kunnen zijn. Een uitdaging op dat vlak is ons budget omhoog krijgen.' Hebt u om dat budget te verhogen een nieuw stadion nodig? CROONEN: 'Een nieuw of een verbouwd stadion. Een stadioninfrastructuur is een katalysator voor de evolutie van een voetbalclub: kijk maar naar AA Gent. Ons stadion is nog altijd heel mooi, maar een stadionverbouwing is een project van vijf à tien jaar. Net omdat het zo'n lange en moeilijke denkoefening is, mag je er niet te laat mee beginnen.' Moet een nieuw of een verbouwd stadion groter zijn qua capaciteit? CROONEN: 'Dat is niet noodzakelijk.' Logisch, zullen de critici zeggen. Jullie krijgen dit stadion al niet vol. CROONEN: 'Ik ben overtuigd dat je met de moderne technieken meer inkomsten kan puren uit de stadionbeleving dan we vandaag doen. Gent is in zijn totaliteit een voorbeeld. Die hebben een hele site die Ghelamco ontwikkelt. De totale inkomsten daarvan zijn heel hoog. Je kan kiezen om zelf zo weinig mogelijk te investeren en dat door een projectontwikkelaar te laten doen, of je kan zelf meer risico nemen, met dan ook meer return als het lukt. In beide gevallen gaan de inkomsten flink omhoog.' Kan wat Gent en Ghelamco in die regio doen ook in Limburg? CROONEN: 'Ja. Limburg is een heel dynamische regio geworden die 30 à 40 jaar geleden enorm afhankelijk was van een paar grote instituten zoals de mijnen, Ford Genk en Philips. Die zijn vervangen door kleinere, maar niet minder dynamische ondernemingen. Ik vind het geweldig om te kunnen ondernemen in Limburg. Dit is een bruisend ondernemend landschap geworden, dat heel goed met economische tegenslagen is omgegaan.' Het is niet meer de wereld waarin uw vader, Louis Croonen, groot is geworden in de jaren zestig en zeventig. CROONEN: 'In de tijd van mijn vader domineerden de mijnen alles: de wijk waar je woonde, het huis waarin je woonde, de school waar je naartoe ging. Je speelde ook in de voetbalploeg van de mijn, of in de muziekharmonie van de mijn. Dat waren monoculturen die het landschap domineerden. Nu zijn we een provincie die heel veerkrachtig is en die ondernemen hoog in het vaandel draagt.' Heeft Limburg voldoende draagvlak om van Genk blijvend een topclub te maken in België? CROONEN: 'De absolute top is heel moeilijk voor een club als Genk, maar een topvijfclub zijn en blijven, is absoluut mogelijk. Alleen is het wel zo dat als je ziet hoe de inkomsten evolueren bij Gent, Anderlecht, Standard en Club Brugge, het nodig zal zijn dat ook wij stappen kunnen zetten, in eerste instantie binnen de provincie.' RC Genk viert straks zijn 30e verjaardag. Destijds werd de club opgericht om mensen moed en hoop te geven, om aan te tonen dat er niet alleen dingen stuk gingen, maar dat er ook nieuwe initiatieven konden ontstaan. Hoe kijkt u daar nu naar? CROONEN: 'Dat is nog altijd een deel van de missie van de club. Wij willen een verbindende factor zijn binnen Limburg.' Wat voor een voorzitter wil u zijn? CROONEN: 'Ik wil de zaken functioneel houden. Je gaat me niet zien in spelletjes. Als de dingen goed gaan, moet ik weinig zichtbaar zijn en heb ik graag dat de mensen van de dagelijkse werking in de picture staan. Als het slecht gaat, moet ik samen met de raad van bestuur onze verantwoordelijkheid opnemen, in goed overleg met het dagelijks management. Ik probeer zo veel mogelijk in consensus te werken, maar moet ook het resultaat, de richting en het tempo bepalen.' Vraagt u zich soms nog eens af: hoe zou mijn vader dit aangepakt hebben? CROONEN: 'Wij zijn twee andere persoonlijkheden. Mijn vader was nog meer betrokken en aanwezig dan ik. Ik ben een teamplayer, een betrokken teamplayer. Mijn vader was ook geen voetbalspecialist, en wij delen dat we veel belang hechten aan de mening van de sportieve mensen.' Hebt u er nog geen spijt van gehad dat u deze taak aanvaard hebt? CROONEN: 'Absoluut niet. Die denkoefening heb ik vooraf gemaakt. De combinatie met mijn professionele activiteiten en een privéleven is niet evident, maar deze club zit diep in mijn hart. Ik ben tot de conclusie gekomen dat ik het meeste spijt gehad had als ik het niet zou hebben gedaan.'