Het was een opvallende slotopmerking van Philippe Clement op zijn persconferentie na de wedstrijd. Hij had al een paar pertinente vragen gekregen, die Vincent Kompany deden glimlachen, maar nog geen over Charles De Ketelaere. Op zich terecht, de belofte van het jaar speelde een matige partij, eentje eerder in dienst van de ploeg, in het defensieve, dan in een rol waarin je hem zou verwachten: offensief.
...

Het was een opvallende slotopmerking van Philippe Clement op zijn persconferentie na de wedstrijd. Hij had al een paar pertinente vragen gekregen, die Vincent Kompany deden glimlachen, maar nog geen over Charles De Ketelaere. Op zich terecht, de belofte van het jaar speelde een matige partij, eentje eerder in dienst van de ploeg, in het defensieve, dan in een rol waarin je hem zou verwachten: offensief. Voelde de coach zich daarbij schuldig, of wilde hij hem loven voor de afgelegde kilometers en de bijwijlen moedige tackles? In elk geval vond Clement dat De Ketelaere een goeie wedstrijd had gespeeld. En hij voegde er dit wat raadselachtige zinnetje aan toe: 'Misschien heel interessant voor de toekomst van het Belgische voetbal, dat hij die rol heeft kunnen invullen.' Was dat de bekommernis? Laat ons dat betwijfelen. Het is voor De Ketelaere na een intens seizoen wat strompelen naar het einde. Op zich niet onlogisch. Hij moest bevestigen en deed dat, ook al maakte de coach het hem dit seizoen niet gemakkelijk: de twintigjarige speelde al in de spits, op de flank, op tien, links, rechts, en met een driemansdefensie achter zich alleen op de flank. Er was gaandeweg ook de toegenomen concurrentie voorin, met Noa Lang, ander type, flitsender en vooral: betere punten in de afwerking. Dat blijft voor De Ketelaere, drie goals en vier assists, nog een werkpunt. Hij was zondag niet goed in balbezit, maar smeet zich wel, in weer een andere rol. Vandaar allicht de lof. Bluv'n goan, zoals de fans vroegen, al wekte het soms woede op bij diezelfde aanhangers, als hij weer eens balbezit verknoeide. Ze smeten zich allemaal wel een beetje. Ook de een jaar jongere Ignace Van der Brempt in een gelijkaardige rol op rechts. Toen Clinton Mata er niet bij was tegen STVV, had hij hem al een keer op eenzelfde manier vervangen. Andere keren - tegen Dinamo Kiev en OH Leuven - speelde Van der Brempt met Mata in de rug. Die rol past hem beter, alleen op de flank was het voor hem ook wennen. En falen in balbezit. Het siert Clement - en het komt ook de verdere ontwikkeling van de spelers ten goede - dat hij kiest voor twee eigen jeugdproducten op de flanken bij de start van deze play-offs, en niet voor alternatieven als Nabil Dirar, David Okereke of Edoeard Sobol. Alleen leed het voetbal er onder. Geen van beide youngsters speelde een goeie wedstrijd in balbezit. Ze hadden te weinig diepgang om de tegenstander pijn te doen of om het spel breed te houden, zodat de centrale middenvelders beter uit de verf konden komen. Die zaten daardoor ook opgesloten, versmacht, tegenover een sterk Brussels blok. Wat het Brugse voetbal afgelopen zondag evenmin ten goede kwam, was de keuze voor Odilon Kossounou als centrale middenvelder. Ook een experiment met een youngster. Niet nieuw, Kossounou stond er ook al tegen KAA Gent voor nieuwjaar, toen Club met 0-1 onderuit ging. Net als De Ketelaere is Kossounou twintig, net als de Bruggeling is hij aan het bevestigen in zijn tweede seizoen, zijn eerste volledige. Ook aan hem is nog werk, in zijn geval aan het defensieve: iets te veel liet hij zich de voorbije weken op beslissende momenten - thuis tegen Kiev, op Anderlecht, in Luik - in de zestien wegzetten door de spits die hij moest bewaken. Geen kwestie van kracht of snelheid, eerder van concentratie en scherpte. Koos Clement daarom voor Matej Mitrovic en Stefano Denswil of wil hij Kossounou een ander register aanleren? Dat van middenvelder, waar hij met zijn snelheid nog veel kan terughalen? De uitmatch vrijdag in Genk kan ons wijzer maken. Zondag viel het in elk geval tegen, vooral in balbezit. De transitie van achteruit - van Simon Mignolet of Brandon Mechele naar Mats Rits en dan opening naar de flanken - was er niet. Veel vaker dan anders moest de doelman een lange bal trappen, richting Bas Dost, die duels moest aangaan tegen Matt Miazga of Elias Cobbaut. De Nederlandse spits verloor die duels vaak, waardoor Club weer achteruit moest. Bij gebrek aan flankenspel kregen Hans Vanaken en Ruud Vormer er ook geen lijn in. Voor het eerst sinds zijn tweede seizoen bij Club Brugge zit Hans Vanaken (nog) niet in de dubbele cijfers. Niet qua assists (momenteel 7), noch qua doelpunten (momenteel 8). De draaischijf van weleer, die José Izquierdo, Anthony Limbombe of Arnaut Danjuma liet uitblinken, de doelpuntenmaker van vorig seizoen, vervelde de afgelopen maanden tot een noeste werkmier. Nog steeds belangrijk - hij gaf bij de eerste goal de bal aan Dost die Lang liet scoren - maar minder vaak in het hoogste deel van het veld. Club scoorde in de reguliere competitie gemiddeld iets meer dan vorig seizoen onder Clement (toen gemiddeld 2 doelpunten per match, nu 2,15), maar het aandeel van de tweevoudige Gouden Schoen daarin is iets kleiner. De Hans Vanaken van de voorbije seizoenen - 13, 14 en 11 goals - heet nu Noa Lang (15 goals, 7 assists). Daarbij valt dit op: in de 30 wedstrijden die de Limburger samen met de Nederlander op het veld stond, was hun combinatie slechts twee keer goed voor een goal: thuis tegen Standard scoorde Vanaken op pass van Lang, thuis tegen KV Mechelen deed Lang het op pass van Vanaken. Beide spelers hebben nog niet de klik die Vanaken met Vormer heeft (dit seizoen al vijf keer een scorende combinatie), of Lang met Bas Dost (de goal van zondag was al de vierde in 13 wedstrijden die het duo samen opzette).Logisch: Lang beweegt veel korter bij Dost dan bij Vanaken en is ook geen voetballer die je op snelheid in de diepte aanspeelt. Iets wat Vanaken uitstekend kan. Het experimenteren met het oog op volgend jaar of het in de markt zetten van eigen talent, de afwezigheid van flankenspel én een iets grotere afhankelijkheid van Lang verklaren voor een stuk waarom het bij Club wat stroever loopt sinds de grote corona-uitbraak, maar ook sinds de Europese uitschakeling tegen Dinamo Kiev en de bekernederlaag bij Standard. Voor een stuk, niet helemaal. Vermoedelijk is er ook een deel decompressie. Op dat moment was in de competitie het gat gemaakt. Daar waar KRC Genk, op de 18e speeldag nog leider, en anderen geregeld struikelden, zette blauw-zwart tussen 17 december en 7 maart een nagenoeg perfect parcours neer: 37 op 39. Toen kwam er een interlandbreak, waarin de twee bekeruitschakelingen moesten worden verwerkt. Op dat moment raakte er zand in de machine. Wat was nog de uitdaging? Goed recupereren van corona, dat wel, maar de bekers waren weg, en die ene grote trofee leek binnen. Gevolg: nog 6 op 12 in de competitie, wat moeizamer voetbal en nu de (half gemiste) start van de play-offs, afgedwongen op karakter en dankzij de kwaliteit van Bas Dost voorin: een assist en een goal. Het is menselijk, wellicht logisch, dat je na een goeie serie, iets meer de rol gaat lossen. Maar iets te veel legden Vormer en Dost zondagavond na de wedstrijd toch de focus op het oneerlijke van het systeem, de halvering van de punten. Club Brugge is dan ook geen play-offspecialist, zo blijkt uit het verleden. Twee seizoenen geleden speelde Ivan Leko alles of niets en lukte het aardig (Club zette de latere kampioen Genk met een 9 op 9 nog flink onder druk, maar verloor dan een cruciaal duel in Limburg met 3-1), maar andere jaren was de start matig: 3 op 9, 2 op 12, 6 op 12. Het zijn in West-Vlaanderen eerder duursporters dan sprinters. Een beetje naar het beeld van de ploeg: mannen van de uithouding, geen flitsers. De kloof is dan ook groot genoeg. Twee zeges moeten voor Club volstaan om de eindwinst te pakken. Dus kan het experimenteren verder worden gezet. Dat doen de andere clubs overigens ook. Antwerp werkte met het opzijschuiven van Lior Refaelov en het opstellen van Koji Miyoshi ook aan volgend seizoen, het had de Israëliër anders gerust in de ploeg kunnen houden. En Vincent Kompany durfde het ook aan om doelman Bart Verbruggen in dit stadium van de competitie voor de leeuwen te gooien. Play-offs zijn een uitstekende test voor stressbestendigheid en de keeper bewees zich, zeker in het meevoetballen. En zo zijn deze kortere play-offs toch weer een beetje anders dan anders. Zoals heel het seizoen. Voor een stuk de afronding van een vreemd verhaal - voetbal zonder fans - maar ook een klein beetje een labo voor de toekomst.