Philippe Clement: 'Het Belfius Basecamp in Westkapelle is voor de U18 en de U21 een enorme vooruitgang. Net als de A-kern kunnen ze er in de beste professionele omstandigheden werken en zich maximaal verder ontwikkelen. Je kunt als coach nu ook meer van hen eisen.'

'Bovendien is er door de verhuis op de Jan Breydelsite de noodzakelijke ruimte vrijgekomen voor de andere jeugdploegen. De U15 en de U16 bijvoorbeeld trainen nu op de vroegere velden van het eerste elftal. Eén daarvan is zelfs verwarmd. Dus iederéén is er beter van geworden.'

Contact

'Naast de veel betere kwaliteit van de ruimtes, de velden en de toestellen is het ook belangrijk dat we hier in deze op en top professionele omgeving samen zitten. Ik zit op de eerste verdieping zelfs letterlijk tussen mijn staf en die van de U18 en de U21. Er is dagelijks contact tussen de trainers en door de ramen zie ik beneden de jonge spelers in de fitnessruimte voor en na de training hun programma afwerken. Af en toe zie ik er naar boven kijken om te zien of de coach van de eerste ploeg aan het kijken is. (lacht) Voor hen is dat een bijkomende motivatie en ons stelt het in de gelegenheid om ze nog beter te leren kennen.'

'Veel contact met de spelers van de eerste ploeg is er voor hen wel niet. Dat is bewust zo georganiseerd, omdat dat iets speciaals moet blijven. Het moet een uitdaging zijn om erbij te geraken, om die afstand, fysiek en mentaal, te overbruggen. Zoals de U16 en de jongere leeftijden ernaar moeten uitkijken om ooit hier te mogen komen trainen. In de internationale weken, wanneer de internationals er niet zijn, laten we wel beloften met ons meetrainen, om hen zo stap per stap te leren wennen aan de omgeving en aan het niveau.'

'Met Carl Hoefkens overleg ik elke dag. Over spelers, over trainingen, over de manier van voetballen.'

Communicatie

'We zijn continu bezig om dingen te proberen te verbeteren. Zo zitten we veel samen om te spreken over jeugdspelers, over wie de talenten zijn van wie we denken dat ze zullen kunnen doorgroeien en op welke manier we dat het best kunnen doen. Daar betrekken we alle coaches bij. Die communicatie is heel belangrijk voor de doorstroming.'

'Carl Hoefkens speelt daar een superbelangrijke rol in. Zoals ik dat destijds deed, zorgt hij nu voor de brug van de academie naar het eerste elftal. Met hem overleg ik elke dag. Over spelers, over trainingen, over de manier van voetballen.'

'Ook heel belangrijk is dat je op elke positie over mensen beschikt die de noden kwalitatief kunnen invullen. Sterke coaches met veel voetbalervaring, die willen samenwerken binnen de filosofie van de club en niet op hun eilandje blijven zitten. Ook daarin zette Club Brugge grote stappen, met Rik De Mil als beloftecoach, Maarten Martens als U18-coach en Tim Smolders als talentcoach voor U18 en U21. De ervaren fysiektrainers Dirk Laleman en Wim Langenbick en de kinesist Dimi Vastenavondt zorgen voor individuele programma's die rekening houden met het niveau, de fysieke groei en de blessurepreventie van elke speler. Het zijn investeringen waarmee de club duidelijk aangeeft hoe belangrijk het opleiding, postformatie en doorstroming vindt.'

'Er is nu doorheen de opleiding een betere mix van pedagogen en van mensen die het metier van profvoetballer zelf beleefden en echt weten wat het inhoudt. Dat is een van de vele goeie evoluties die ik zie sinds ik hier in 2011 beloftecoach werd. Zoals ook de vooruitgang in de individuele ontwikkeling van spelers en in de fysieke en de tactische periodisering. Er is ook een betere samenwerking met scholen, zonder dat de studies gehypothekeerd worden van jongens van wie je nog niet weet of ze profvoetballer zullen kunnen worden. Zo snel mogelijk de juiste spelers detecteren, blijft natuurlijk ook altijd een uitdaging, om ze tijdig optimaal te kunnen ontwikkelen.'

'De belofteploegen in de amateurreeksen laten spelen, zou voor het Belgisch voetbal een heel grote stap vooruit zijn.'

Challenge

'De moeilijkste stap blijft die van de U21 naar de eerste ploeg. Zeker als de lat zo hoog ligt als bij ons is het allesbehalve evident om er als belofte die doorstroomt regelmatig basisspeler te worden.'

'De belofteploegen in de amateurreeksen laten spelen, zou voor het Belgisch voetbal een heel grote stap vooruit zijn. Want de beloftecompetitie is een veredelde jeugdcompetitie. Te veel wedstrijden zijn er te weinig uitdagend. Beloften hebben een grotere challenge nodig. Ze moeten af en toe met de kop tegen de muur kunnen lopen om klaar te zijn voor wat erna komt. Nu is voor de meesten de kloof met 1A te groot is. We lenen jongens uit om elders ervaring te laten opdoen, om te leren omgaan met concurrentie en te vechten voor een plaats.'

'Elk traject is anders en niet altijd makkelijk in te schatten. Zo zag ik vorig seizoen twee keer de U18 van Genk tegen die Club Brugge spelen. Niemand die toen dacht: die Charles De Ketelaere zal volgend seizoen in de eerste ploeg spelen. Maar hij ontwikkelde zich fysiek heel goed en won sindsdien zes à zeven kilogram spieren bij. Je moet het werk doen, maar je bent ook afhankelijk van je lichaam. Een Maxim De Cuyper mag even hard werken, hij zal in één jaar nooit zoveel bijkomen. Dus zal dat bij hem iets langer duren.'

'De Ketelaere is heel nuchter gebleven. Of hij nu wel of niet in de selectie zat, of wel of niet speelde, hij werd niet nerveus, twijfelde niet en bleef elke dag rustig, geduldig en met vertrouwen hard werken.'

Concurrentie

'Je hebt op het niveau van Club Brugge een heel goed lichaam nodig, maar hoe je in je hoofd met de verschillende stresssituaties omgaat, is zeker even belangrijk.'

'Charles is in zijn ontwikkeling heel nuchter gebleven. Of hij nu wel of niet in de selectie zat, of wel of niet speelde, hij werd niet nerveus, twijfelde niet en bleef elke dag rustig, geduldig en met vertrouwen hard werken. Zij die dat over een langere periode kunnen, zijn doorgaans diegenen die doorbreken.'

'Veel jonge spelers slagen niet omdat ze nerveus worden, vooral door hun entourage, door familieleden en uiteraard ook door makelaars. Dikwijls is dat het grootste probleem. Ze krijgen het gevoel dat ze niet genoeg kansen krijgen, dat ze in vergelijking met anderen niet eerlijk behandeld worden en dan wordt het alleen maar moeilijker om zich te ontwikkelen. Want dan leg je de verantwoordelijkheid bij anderen, ben je niet meer maximaal gefocust op wat je moet doen en ga je onderpresteren.'

'Daar trokken we intussen lessen uit. Nu testen we jonge spelers veel vroeger op hoe ze karakterieel omgaan met druk, met concurrentie en met teleurstellingen. We brengen hen in zulke situaties, kijken hoe ze reageren en coachen hen daarop. Want wie mentaal niet klaar is om de stap te zetten, kan onmogelijk presteren op het niveau van Club Brugge. Omdat het er bij de eerste ploeg elke dag om gaat de beste te zijn op jouw positie.'

Philippe Clement: 'Het Belfius Basecamp in Westkapelle is voor de U18 en de U21 een enorme vooruitgang. Net als de A-kern kunnen ze er in de beste professionele omstandigheden werken en zich maximaal verder ontwikkelen. Je kunt als coach nu ook meer van hen eisen.''Bovendien is er door de verhuis op de Jan Breydelsite de noodzakelijke ruimte vrijgekomen voor de andere jeugdploegen. De U15 en de U16 bijvoorbeeld trainen nu op de vroegere velden van het eerste elftal. Eén daarvan is zelfs verwarmd. Dus iederéén is er beter van geworden.''Naast de veel betere kwaliteit van de ruimtes, de velden en de toestellen is het ook belangrijk dat we hier in deze op en top professionele omgeving samen zitten. Ik zit op de eerste verdieping zelfs letterlijk tussen mijn staf en die van de U18 en de U21. Er is dagelijks contact tussen de trainers en door de ramen zie ik beneden de jonge spelers in de fitnessruimte voor en na de training hun programma afwerken. Af en toe zie ik er naar boven kijken om te zien of de coach van de eerste ploeg aan het kijken is. (lacht) Voor hen is dat een bijkomende motivatie en ons stelt het in de gelegenheid om ze nog beter te leren kennen.''Veel contact met de spelers van de eerste ploeg is er voor hen wel niet. Dat is bewust zo georganiseerd, omdat dat iets speciaals moet blijven. Het moet een uitdaging zijn om erbij te geraken, om die afstand, fysiek en mentaal, te overbruggen. Zoals de U16 en de jongere leeftijden ernaar moeten uitkijken om ooit hier te mogen komen trainen. In de internationale weken, wanneer de internationals er niet zijn, laten we wel beloften met ons meetrainen, om hen zo stap per stap te leren wennen aan de omgeving en aan het niveau.''We zijn continu bezig om dingen te proberen te verbeteren. Zo zitten we veel samen om te spreken over jeugdspelers, over wie de talenten zijn van wie we denken dat ze zullen kunnen doorgroeien en op welke manier we dat het best kunnen doen. Daar betrekken we alle coaches bij. Die communicatie is heel belangrijk voor de doorstroming.''Carl Hoefkens speelt daar een superbelangrijke rol in. Zoals ik dat destijds deed, zorgt hij nu voor de brug van de academie naar het eerste elftal. Met hem overleg ik elke dag. Over spelers, over trainingen, over de manier van voetballen.''Ook heel belangrijk is dat je op elke positie over mensen beschikt die de noden kwalitatief kunnen invullen. Sterke coaches met veel voetbalervaring, die willen samenwerken binnen de filosofie van de club en niet op hun eilandje blijven zitten. Ook daarin zette Club Brugge grote stappen, met Rik De Mil als beloftecoach, Maarten Martens als U18-coach en Tim Smolders als talentcoach voor U18 en U21. De ervaren fysiektrainers Dirk Laleman en Wim Langenbick en de kinesist Dimi Vastenavondt zorgen voor individuele programma's die rekening houden met het niveau, de fysieke groei en de blessurepreventie van elke speler. Het zijn investeringen waarmee de club duidelijk aangeeft hoe belangrijk het opleiding, postformatie en doorstroming vindt.''Er is nu doorheen de opleiding een betere mix van pedagogen en van mensen die het metier van profvoetballer zelf beleefden en echt weten wat het inhoudt. Dat is een van de vele goeie evoluties die ik zie sinds ik hier in 2011 beloftecoach werd. Zoals ook de vooruitgang in de individuele ontwikkeling van spelers en in de fysieke en de tactische periodisering. Er is ook een betere samenwerking met scholen, zonder dat de studies gehypothekeerd worden van jongens van wie je nog niet weet of ze profvoetballer zullen kunnen worden. Zo snel mogelijk de juiste spelers detecteren, blijft natuurlijk ook altijd een uitdaging, om ze tijdig optimaal te kunnen ontwikkelen.''De moeilijkste stap blijft die van de U21 naar de eerste ploeg. Zeker als de lat zo hoog ligt als bij ons is het allesbehalve evident om er als belofte die doorstroomt regelmatig basisspeler te worden.''De belofteploegen in de amateurreeksen laten spelen, zou voor het Belgisch voetbal een heel grote stap vooruit zijn. Want de beloftecompetitie is een veredelde jeugdcompetitie. Te veel wedstrijden zijn er te weinig uitdagend. Beloften hebben een grotere challenge nodig. Ze moeten af en toe met de kop tegen de muur kunnen lopen om klaar te zijn voor wat erna komt. Nu is voor de meesten de kloof met 1A te groot is. We lenen jongens uit om elders ervaring te laten opdoen, om te leren omgaan met concurrentie en te vechten voor een plaats.''Elk traject is anders en niet altijd makkelijk in te schatten. Zo zag ik vorig seizoen twee keer de U18 van Genk tegen die Club Brugge spelen. Niemand die toen dacht: die Charles De Ketelaere zal volgend seizoen in de eerste ploeg spelen. Maar hij ontwikkelde zich fysiek heel goed en won sindsdien zes à zeven kilogram spieren bij. Je moet het werk doen, maar je bent ook afhankelijk van je lichaam. Een Maxim De Cuyper mag even hard werken, hij zal in één jaar nooit zoveel bijkomen. Dus zal dat bij hem iets langer duren.''Je hebt op het niveau van Club Brugge een heel goed lichaam nodig, maar hoe je in je hoofd met de verschillende stresssituaties omgaat, is zeker even belangrijk.''Charles is in zijn ontwikkeling heel nuchter gebleven. Of hij nu wel of niet in de selectie zat, of wel of niet speelde, hij werd niet nerveus, twijfelde niet en bleef elke dag rustig, geduldig en met vertrouwen hard werken. Zij die dat over een langere periode kunnen, zijn doorgaans diegenen die doorbreken.''Veel jonge spelers slagen niet omdat ze nerveus worden, vooral door hun entourage, door familieleden en uiteraard ook door makelaars. Dikwijls is dat het grootste probleem. Ze krijgen het gevoel dat ze niet genoeg kansen krijgen, dat ze in vergelijking met anderen niet eerlijk behandeld worden en dan wordt het alleen maar moeilijker om zich te ontwikkelen. Want dan leg je de verantwoordelijkheid bij anderen, ben je niet meer maximaal gefocust op wat je moet doen en ga je onderpresteren.''Daar trokken we intussen lessen uit. Nu testen we jonge spelers veel vroeger op hoe ze karakterieel omgaan met druk, met concurrentie en met teleurstellingen. We brengen hen in zulke situaties, kijken hoe ze reageren en coachen hen daarop. Want wie mentaal niet klaar is om de stap te zetten, kan onmogelijk presteren op het niveau van Club Brugge. Omdat het er bij de eerste ploeg elke dag om gaat de beste te zijn op jouw positie.'