Of hij even mocht storen? Het was een zaterdagavond in februari 1965 en de chef sport van Het Laatste Nieuws had aan de deur van de kleedkamer van Anderlecht geklopt. In zijn hand droeg hij een Gouden Schoen. Die wilde hij snel overhandigen aan Wilfried Puis. Dat mocht. De linksbuiten nam de trofee in ontvangst, borg die op in zijn kast, knoopte de veters van zijn schoenen vast en rende vervolgens het veld op. Een paar minuten later begon hij met Anderlecht aan een competitiewedstrijd tegen Sint-Truiden.
...

Of hij even mocht storen? Het was een zaterdagavond in februari 1965 en de chef sport van Het Laatste Nieuws had aan de deur van de kleedkamer van Anderlecht geklopt. In zijn hand droeg hij een Gouden Schoen. Die wilde hij snel overhandigen aan Wilfried Puis. Dat mocht. De linksbuiten nam de trofee in ontvangst, borg die op in zijn kast, knoopte de veters van zijn schoenen vast en rende vervolgens het veld op. Een paar minuten later begon hij met Anderlecht aan een competitiewedstrijd tegen Sint-Truiden.Het was een ijzige maandagmiddag in januari 1982. In een restaurant in de Brusselse deelgemeente Sint-Agatha-Berchem zat een select gezelschap aan tafel. Dat bestond uit journalisten en scheidsrechters. De stemformulieren die voor de Gouden Schoen waren ingediend, werden stuk voor stuk geopend en geteld. Een deurwaarder keek streng toe. Om één uur was de winnaar bekend: Erwin Vandenbergh. Die werd vervolgens opgebeld en gevraagd zo snel mogelijk naar het restaurant te komen. Omdat heel het land onder een sneeuwtapijt lag, deed Vandenbergh daar vanuit zijn woonplaats Ramsel vijf uur over.Heel lang was de Gouden Schoen een intiem onderonsje. De sport stond centraal, er werd in een amicale sfeer gekeuveld, gegeten en gedronken. Maar de Gouden Schoen groeide. Vanuit Sint-Agatha-Berchem verlegde het evenement zich naar het Casino van Middelkerke en het Brusselse Pullmann Astoria Hotel. En vervolgens naar La Maison du Cygne, een paradijs van Belgische gastronomie op de Brusselse Grote Markt. Maar nog steeds woonde een beperkt gezelschap het tellen van de stembiljetten bij. En nog altijd werd de winnaar achteraf gebeld. Ook al had dat in het verleden al eens tot een bizar tafereel geleid: toen Julien Cools in 1977 had gewonnen, was hij zo verbaasd dat hij dacht dat iemand met hem een grap wilde uithalen.Intussen is dit evenement gemediatiseerd. Op een gegeven moment groeide het op televisie uitgezonden gala uit tot een parade van BV's. In een sfeer van glitter en glamour werd het sportieve naar de achtergrond gedrukt. Toen Jan Koller in 2000 de Gouden Schoen kreeg, stal zijn ravissante vrouw Hedvika de show. Zij was met een zeer gewaagde decolleté op het gala verschenen. Het evenement is aanleiding voor een stuk entertainment. Het ene tafereel is daarbij al wat flauwer dan het andere. Maar dat kan de pret niet drukken.Het is opvallend dat er midden alle evoluties niet werd geraakt aan de authenticiteit van het referendum. Ook niet in een tijd dat de betere Belgische voetballers naar het buitenland trekken. Het gaat telkens weer om de beste voetballer van het jaar uit de Belgische competitie, twee voetbaljaargangen vloeien in mekaar over. Er is niets mis om tradities te koesteren. Maar het is vreemd om daaraan vast te houden als de voetbalwereld evolueert. De laatste drie winnaars spelen in het buitenland en als woensdag de nieuwe Gouden Schoen wordt uitgereikt is José Izquierdo de grote favoriet. Maar dan alleen omdat de Columbiaan van Club Brugge vorige zomer niet vertrok. Net zoals Lukasz Teodorczyk, de Poolse sluipschutter van Anderlecht, niet in aanmerking lijkt te komen omdat hij vorig seizoen niet in België speelde. Ergens is dit een devaluatie van deze trofee: de Rode Duivels die in buitenlandse club aantreden komen er niet voor in aanmerking. Dat er intussen ter aanvulling een paar andere prijzen zijn bedacht, zoals die van de beste Belg in het buitenland, kan dat amper compenseren.Het zal woensdag de glans van het evenement niet verminderen. De hele voetbalfamilie wacht op de uitslag. Ook dat is ooit anders geweest. Toen Jan Boskamp in 1975 als allereerste buitenlander deze trofee veroverde lag hij met een kapotte meniscus in het ziekenhuis. Toen de toenmalige RWDM-manager Michel Verschueren hem kwam vertellen dat hij had gewonnen keek Boskamp nauwelijks op. Hij wist amper dat die trofee bestond. Veel meer was hij bekommerd om zijn blessure.