Dat was minder het geval tijdens de periode van Marc Wilmots, toen de individuele bevlieging het haalde op collectieve wetten. Met zijn Spaanse ideeën heeft de bondscoach een hiërarchie ingesteld bij zijn mannen en hen een missie meegegeven. Op die manier ontstond er een nauwkeuriger offensief spel tegenover de gesloten verdedigingen die de tegenstanders de Belgen voor de voeten wierpen.
...

Dat was minder het geval tijdens de periode van Marc Wilmots, toen de individuele bevlieging het haalde op collectieve wetten. Met zijn Spaanse ideeën heeft de bondscoach een hiërarchie ingesteld bij zijn mannen en hen een missie meegegeven. Op die manier ontstond er een nauwkeuriger offensief spel tegenover de gesloten verdedigingen die de tegenstanders de Belgen voor de voeten wierpen. België scoort niet meer uit de counter, nochtans een systeem dat velen zien passen bij de roofdieren in de Belgische aanval. Dat alles maakt de Belgische aanval tot één van de vruchtbaarste van het oude continent. Het Belgische voetbal anno 2017 begint in het eigen kamp bij een verdediging die niet langer bang is om initiatief te nemen. Door op te rukken met de bal creëren Jan Vertonghen en Toby Alderweireld een situatie die de bondscoach van hen vraagt: een overtal op de flank. De rechterkant toonde zich daarbij in de kwalificaties de meest performante: Thomas Meunier was tijdens de voorronde betrokken bij 12 doelpunten, Dries Mertens bij 11. Maar dat heeft dus ook met Alderweireld te maken, die de combinatie zoekt met Meunier, Mertens en Kevin De Bruyne, om op die manier een ruit te vormen waar de tegenstander het moeilijk mee heeft. De ideale combinatie is er eentje in drie tijden: Toby die een verticale bal verstuurt richting Dries, die aflegt naar Kevin, waarop die Thomas bedient. Die is tegen dan meestal bevrijd van alle dekking, zodat hij de keuze heeft uit voorzetten of naar binnen komen met de bal aan de voet. Komt de voorzet er, dan bereikt die vaak de koning van de rechthoek Romelu Lukaku (10 goals in 7 wedstrijden). Toen hij er niet was, kweten Michy Batshuayi en Christian Benteke zich uitstekend van die taak. Tegenstanders van België hebben zich gaandeweg aan dat steeds duidelijker wordend schema aangepast. In Sarajevo besloot de Bosnische bondscoach te profiteren van de staat van het veld. Hij liet de pressing op De Bruyne en Fellaini voor wat ze was en concentreerde zijn defensieve krachten op het uit de match houden van Dries Mertens. Die voelt zich minder goed in een rol met de rug naar doel en onder druk. Bovendien verhinderde de staat van het veld de Napolitaan om met één baltoets het spel te laten lopen. Resultaat: Mertens was niet in staat om continuïteit te geven aan Belgisch balbezit. Gelukkig voor de Rode Duivels had Eden Hazard dit snel begrepen. De aanvoerder profiteerde van de totale vrijheid die hij kreeg om tussen de lijnen te lopen en om van de Belgische ruit een vijfhoek te maken. Zijn kwaliteit om zelfs onder grote druk de bal toch bij te houden, leidde snel tot een doelpunt, in combinatie met Meunier, het voorbeeld van een flankspeler (ook Yannick Carrasco imiteert hem daarin vaak) die graag naar binnen komt om op die manier de tegenstander te verrassen. Het bevrijden van een flank werd het handelsmerk van deze Rode Duivels. Zo komt het gevaar voor de tegenstander van overal, omdat er behoorlijk wat risico wordt genomen. Maar voor de opponent er kan aan denken om dat uit te buiten en zelf te scoren, is de vraag: hoe vermijden we dat we er zelf twee slikken?