In het voetbal worden nogal wat tegenstrijdige uitspraken gedaan. Vaak in de hoek van een café, met een pint in de hand en de ogen vol vuur. 'Om titel te winnen heb je een goeie keeper en een goeie spits nodig', is een refrein dat geregeld weerklinkt in een walm van drank. Nochtans lijkt de recente geschiedenis aan te geven dat je nationale lauweren vooral behaalt met goeie flankspelers.
...

In het voetbal worden nogal wat tegenstrijdige uitspraken gedaan. Vaak in de hoek van een café, met een pint in de hand en de ogen vol vuur. 'Om titel te winnen heb je een goeie keeper en een goeie spits nodig', is een refrein dat geregeld weerklinkt in een walm van drank. Nochtans lijkt de recente geschiedenis aan te geven dat je nationale lauweren vooral behaalt met goeie flankspelers. Vorig seizoen begon Brugge te krasselen toen het Anthony Limbombe moest missen in de eindsprint, terwijl Standard net in de slipstream van Club geraakte dankzij de individuele prestaties van Edmilson Jr en Mehdi Carcela. Twaalf maanden daarvoor hadden de Bruggelingen waarschijnlijk al een kruis gemaakt over de titel gezien ze de play-offs moesten aanvatten zonder José Izquierdo, de man die de troepen van Michel Preud'homme in de lente van 2016 naar de titel had geleid. En zouden de Gentenaars hun geweldig seizoen onder Hein Vanhaezebrouck bekroond gezien hebben zonder de komst van Moses Simon in januari? Het is ook pas toen Dennis Praet door Besnik Hasi op de flank werd geposteerd dat hij de allure van een Gouden Schoen kreeg, een jaar nadat Thorgan Hazard en Maxime Lestienne om die trofee streden op de vleugels van Zulte Waregem en Club Brugge. In de play-offs, wanneer de ruimtes kleiner worden dan ooit en de kansen zeldzamer worden naarmate de wedstrijden vorderen, zijn de spelers die uit het niets gevaar weten te creëren of twee verdedigers naar zich toe trekken, doorgaans diegenen die vertrekken vanop de flank.Wanneer hij aan de rand van een Catalaanse grasmat met Xavi over voetbal sprak, had Johan Cruijff het graag over de accordeon. De legendarische Nederlander, die even vlot bijzondere quotes uit zijn mouw schudde als doelkansen, zag in dat volkse muziekinstrument de perfecte metafoor voor een voetbalploeg: die moet bij balverlies zo compact mogelijk zijn en bij hernieuwd balbezit zich zo ver mogelijk uitrekken. Flirtend met een publiek dat zich vlak naast hen bevond, konden de flankspelers, die over de witte lijn liepen als een koorddanser op noppen, aan hun solo beginnen. Volgens de dogma's van het Orakel van Betondorp moesten ze nooit mee verdedigen, om zich ten volle te kunnen concentreren op het voortdurend uit evenwicht brengen van de vijandelijke verdediging. Om zich te onttrekken aan de tang die gevormd wordt door de zijlijn en de verdediger. Om zich door het publiek te laten voortstuwen en naar een doelkans te snellen. 'Voor een winger is het belangrijk dat hij creatief probeert te zijn. Je moet iets ongewoons doen om de verdediger te verrassen en een doelkans te scheppen', legde Angel Di María uit in FourFourTwo toen hem gevraagd werd om zijn rol op de vleugel te beschrijven. Die opdracht oogt altijd spectaculair. Het is trouwens langs de krijtlijn dat Stanley Matthews, de eerste Ballon d'Or in de geschiedenis, de mooiste hoofdstukken van zijn carrière geschreven heeft. Aan de overkant van de Atlantische Oceaan kon het Brazilië van Pelé rekenen op de ongrijpbare Garrincha, die met zijn heupbewegingen allicht de beste schildknaap was die de koning van de Goddelijke Kanaries ooit heeft gehad. De rechtsbuiten kreeg de bijnaam Alegría do Povo (de vreugde van het volk) en had nog een evenknie aan de overkant van het veld. Over het buitengewone talent van die Canhoteiro, de Garrincha van de linkerflank, zei de Hongaarse coach Béla Guttmann, toen hij São Paulo trainde: 'Tactiek geldt voor iedereen, behalve voor hem.'De vleugelspeler heeft dus een bijzonder statuut. De rol van een solist in het orkest. 'Er zijn spelers die het gebeuren controleren en spelers die chaos scheppen', vertelt Pep Guardiola in het boek De metamorfose van een voetbaltrainer, dat aan hem is gewijd. 'Die laatsten volgen hun instinct en hun talent, zij staan boven hetgeen er gebeurt op het veld. Je hebt hen nodig in de voorste twintig meter. Daar kunnen ze absoluut alles doen. De trainer kan dat niet controleren.' Omdat de dribbel zelf niet te coachen valt, moet de trainer zich tevreden stellen met er alles aan te doen opdat de mogelijkheid ertoe gecreëerd wordt. Bij de Citizens wekte Guradiola de winger die tegen de zijlijn kleeft weer tot leven, nadat die lange tijd begraven was door de evolutie in het voetbal die flankspelers steeds vaker naar de as van het veld dirigeerde. Zelfs bij het prille begin van de voetbaltactiek reflecteerde Herbert Chapman, de zelfverklaarde uitvinder van het W-M- systeem, als volgt over de toekomst van het spel: 'Ik begrijp niet waarom men flankspelers langs de lijn wil laten lopen. Ze trappen gewoon een voorzet naar het doelgebied, waar de kansen van een spits tegen de verdedigers misschien één tegen negen zijn.' Terwijl de vleugelspelers dus meer en meer naar het centrum liepen en de flank daarbij vrijmaakten voor de backs, temde Guardiola eerst het Duitse en dan het Engelse voetbal door Kingsley Coman en Douglas Costa en vervolgens Leroy Sané en Raheem Sterling minutenlang op de bal te laten wachten aan de zijlijn, net voor de tribunes, tot het beslissende moment daar is. 'In mijn spelsysteem moet een flankspeler veel tijd alleen doorbrengen langs de lijn, bijna zonder te bewegen', preciseert de Catalaanse coach. 'Zoals een keeper die soms veertig minuten lang de bal niet raakt en dan plots een miraculeuze redding moet verrichten.' Want in de loop der jaren is een individuele actie bijna even zeldzaam geworden als de ruimte die de artiest ter beschikking heeft. In het voetbal van de 21e eeuw is het onmogelijk om nog zo'n startbaan te krijgen als Matthews of Garrincha, die naar believen konden optrekken om tussen de verdedigers van de tegenstander door te slalommen. 'Het fysieke niveau is vandaag zodanig verbeterd dat het bijna onmogelijk geworden is om een verdediger te dribbelen', legt Xavi uit in El País. Dribbelaars op de flank, waar er nog wat spaarzame ruimte ligt, zijn dus goud waard. Hen vormen is een kerntaak van de voetbalopleiding in dit eeuwbegin. 'Tegenwoordig spelen kinderen niet meer op straat, want er zijn te veel auto's en de steden groeien alsmaar', zegt Ricardo Damas op de pagina's van The European Game. Als jeugdcoach van de Portugese club Sporting werkt hij in de meest uitgesproken kweekschool voor wingers op het oude continent. Hij onthult enkele basisprincipes: 'Wanneer een jongen zich tijdens een wedstrijd in een één-tegen-éénsituatie bevindt, dan zal hij moeten dribbelen, dat is een gouden regel bij ons. Onze spelers weten dat ze altijd mogen dribbelen.' Een belangrijk principe bij de groen-witten uit Lissabon, dat in tegenspraak is met wat er in veel gereputeerde academies gebeurt. 'Aan de Nederlandse academies leert men dat voetbal een collectief spel is. De dribbel is uit het Nederlandse voetbal verbannen', betreurt schrijver Simon Kuper in zijn column in het Zwitserse dagblad Le Temps, wanneer hij het heeft over de neergang van de Nederlandse vleugelspelers. Bij Oranje zeggen sommigen zelfs dat je onder de dictatuur van de denkwijze in de opleidingscentra moet uit zien te komen om een straffe dribbelaar te worden. Het lijkt een beetje alsof het parcours van een professionele dribbelkont alleen van start kan gaan in atypische omstandigheden. Zeg maar: extreme omstandigheden. Denk maar aan de woorden van Richard Williams, de vader van Venus en Serena, die zijn vrouw en dochters dwong om hun comfortabel leven in Long Beach achter te laten om in Compton te gaan wonen, een rumoerige wijk van Los Angeles die gelijkstaat aan criminaliteit, drughandel en armoede. Een extreme manier om zijn kampioenes van het gras te programmeren: 'Wat mij naar Compton gedreven heeft, was mijn overtuiging dat de grootste kampioenen uit het getto komen. Ik had de sportieve successen van figuren als Muhammad Ali bestudeerd. Ik wist waar ze vandaan kwamen.' In de Jupiler Pro League vind je op de flanken maar weinig roofvogels terug die afgericht werden volgens de conventies van een Belgische academie. Er is natuurlijk Leandro Trossard, die opgevoed is met dribbels op de velden van Genk, maar de Rode Duivel is een uitzondering vergeleken bij de Afrikaanse roots van Moussa Djenepo, Emmanuel Dennis en Krépin Diatta of de jeugdjaren van Mehdi Carcela (Droixhe bij Luik), Paul-José Mpoku (Verviers) en Yannick Bolasie (Londen). Allemaal profielen die gevormd werden buiten de theoretische schema's van Europa's beste academies. 'Ons doel is simpelweg hen te laten spelen', legt Ricardo Damas uit. Hij rechtvaardigt daarmee de wedstrijden die zich vrij en zonder richtlijnen afspelen op sommige velden van het trainingscentrum van Sporting. 'We geven hen heel veel vrije tijd. Aangezien ze geen straat meer hebben om te spelen, is het aan ons om dat soort voetbal opnieuw te creëren. Er zijn minder structuren, minder regeltjes en meer voetbalspel.' Ziedaar de grootste moeilijkheid van opleiders, die allen op zoek zijn naar dribbelaars die defensies doen wankelen en wedstrijden winnen: de omstandigheden scheppen om niet-conventionele voetballers te vormen. Nu de terreinen meer en meer verdeeld worden onder de scouts en er zelden nog talenten aan het oog van de academies ontsnappen, vind je nog maar weinig spelers die de tijd en de gelegenheid krijgen om te proeven van dat straatvoetbal dat het dribbelinstinct aanwakkert. Hun aanwezigheid blijft nochtans hoognodig, zeker in de topwedstrijden die zich aaneenrijgen op weg naar de titel of de play-offs. Daar zijn het doorgaans drie soorten acties die het verschil maken: stilstaande fases, tegenaanvallen en individuele acties in een hoek van de speelhelft van de tegenstander. Of hij nu eerder spelmaker, sprinter of afwerker is, een vleugelspeler zal op alle vlakken mogen schitteren. Door met zijn dribbels een overtreding uit te lokken, door de ruimte die de tegenstrever laat te benutten om een counter af te ronden of door een magisch moment uit te vinden, zoiets dat je niet kunt uittekenen op een tactisch bord of tijdens oefensessies. 'Genie, dat is een Afrikaan die sneeuw uitvindt', schreef de Russische auteur Vladimir Nabokov ooit. Genie op een voetbalveld, dat is een flankspeler die vanaf de zijlijn een doelpunt uitvindt.