In het voetbal worden nogal wat tegenstrijdige uitspraken gedaan. Vaak in de hoek van een café, met een pint in de hand en de ogen vol vuur. 'Om titel te winnen heb je een goeie keeper en een goeie spits nodig', is een refrein dat geregeld weerklinkt in een walm van drank. Nochtans lijkt de recente geschiedenis aan te geven dat je nationale lauweren vooral behaalt met goeie flankspelers.

Vorig seizoen begon Brugge te krasselen toen het Anthony Limbombe moest missen in de eindsprint, terwijl Standard net in de slipstream van Club geraakte dankzij de individuele prestaties van Edmilson Jr en Mehdi Carcela. Twaalf maanden daarvoor hadden de Bruggelingen waarschijnlijk al een kruis gemaakt over de titel gezien ze de play-offs moesten aanvatten zonder José Izquierdo, de man die de troepen van Michel Preud'homme in de lente van 2016 naar de titel had geleid. En zouden de Gentenaars hun geweldig seizoen onder Hein Vanhaezebrouck bekroond gezien hebben zonder de komst van Moses Simon in januari?

Volgens Cruijff moesten flankspelers nooit mee verdedigen, om zich ten volle te concentreren op het uit evenwicht brengen van de verdediging.

Het is ook pas toen Dennis Praet door Besnik Hasi op de flank werd geposteerd dat hij de allure van een Gouden Schoen kreeg, een jaar nadat Thorgan Hazard en Maxime Lestienne om die trofee streden op de vleugels van Zulte Waregem en Club Brugge. In de play-offs, wanneer de ruimtes kleiner worden dan ooit en de kansen zeldzamer worden naarmate de wedstrijden vorderen, zijn de spelers die uit het niets gevaar weten te creëren of twee verdedigers naar zich toe trekken, doorgaans diegenen die vertrekken vanop de flank.

De solist en de accordeon

Wanneer hij aan de rand van een Catalaanse grasmat met Xavi over voetbal sprak, had Johan Cruijff het graag over de accordeon. De legendarische Nederlander, die even vlot bijzondere quotes uit zijn mouw schudde als doelkansen, zag in dat volkse muziekinstrument de perfecte metafoor voor een voetbalploeg: die moet bij balverlies zo compact mogelijk zijn en bij hernieuwd balbezit zich zo ver mogelijk uitrekken.

Flirtend met een publiek dat zich vlak naast hen bevond, konden de flankspelers, die over de witte lijn liepen als een koorddanser op noppen, aan hun solo beginnen. Volgens de dogma's van het Orakel van Betondorp moesten ze nooit mee verdedigen, om zich ten volle te kunnen concentreren op het voortdurend uit evenwicht brengen van de vijandelijke verdediging. Om zich te onttrekken aan de tang die gevormd wordt door de zijlijn en de verdediger. Om zich door het publiek te laten voortstuwen en naar een doelkans te snellen. 'Voor een winger is het belangrijk dat hij creatief probeert te zijn. Je moet iets ongewoons doen om de verdediger te verrassen en een doelkans te scheppen', legde Angel Di María uit in FourFourTwo toen hem gevraagd werd om zijn rol op de vleugel te beschrijven.

Die opdracht oogt altijd spectaculair. Het is trouwens langs de krijtlijn dat Stanley Matthews, de eerste Ballon d'Or in de geschiedenis, de mooiste hoofdstukken van zijn carrière geschreven heeft. Aan de overkant van de Atlantische Oceaan kon het Brazilië van Pelé rekenen op de ongrijpbare Garrincha, die met zijn heupbewegingen allicht de beste schildknaap was die de koning van de Goddelijke Kanaries ooit heeft gehad. De rechtsbuiten kreeg de bijnaam Alegría do Povo (de vreugde van het volk) en had nog een evenknie aan de overkant van het veld. Over het buitengewone talent van die Canhoteiro, de Garrincha van de linkerflank, zei de Hongaarse coach Béla Guttmann, toen hij São Paulo trainde: 'Tactiek geldt voor iedereen, behalve voor hem.'

Zoals een doelman

De vleugelspeler heeft dus een bijzonder statuut. De rol van een solist in het orkest. 'Er zijn spelers die het gebeuren controleren en spelers die chaos scheppen', vertelt Pep Guardiola in het boek De metamorfose van een voetbaltrainer, dat aan hem is gewijd. 'Die laatsten volgen hun instinct en hun talent, zij staan boven hetgeen er gebeurt op het veld. Je hebt hen nodig in de voorste twintig meter. Daar kunnen ze absoluut alles doen. De trainer kan dat niet controleren.'

Omdat de dribbel zelf niet te coachen valt, moet de trainer zich tevreden stellen met er alles aan te doen opdat de mogelijkheid ertoe gecreëerd wordt. Bij de Citizens wekte Guradiola de winger die tegen de zijlijn kleeft weer tot leven, nadat die lange tijd begraven was door de evolutie in het voetbal die flankspelers steeds vaker naar de as van het veld dirigeerde. Zelfs bij het prille begin van de voetbaltactiek reflecteerde Herbert Chapman, de zelfverklaarde uitvinder van het W-M- systeem, als volgt over de toekomst van het spel: 'Ik begrijp niet waarom men flankspelers langs de lijn wil laten lopen. Ze trappen gewoon een voorzet naar het doelgebied, waar de kansen van een spits tegen de verdedigers misschien één tegen negen zijn.'

Terwijl de vleugelspelers dus meer en meer naar het centrum liepen en de flank daarbij vrijmaakten voor de backs, temde Guardiola eerst het Duitse en dan het Engelse voetbal door Kingsley Coman en Douglas Costa en vervolgens Leroy Sané en Raheem Sterling minutenlang op de bal te laten wachten aan de zijlijn, net voor de tribunes, tot het beslissende moment daar is. 'In mijn spelsysteem moet een flankspeler veel tijd alleen doorbrengen langs de lijn, bijna zonder te bewegen', preciseert de Catalaanse coach. 'Zoals een keeper die soms veertig minuten lang de bal niet raakt en dan plots een miraculeuze redding moet verrichten.'

Een flankspeler opleiden

Want in de loop der jaren is een individuele actie bijna even zeldzaam geworden als de ruimte die de artiest ter beschikking heeft. In het voetbal van de 21e eeuw is het onmogelijk om nog zo'n startbaan te krijgen als Matthews of Garrincha, die naar believen konden optrekken om tussen de verdedigers van de tegenstander door te slalommen. 'Het fysieke niveau is vandaag zodanig verbeterd dat het bijna onmogelijk geworden is om een verdediger te dribbelen', legt Xavi uit in El País. Dribbelaars op de flank, waar er nog wat spaarzame ruimte ligt, zijn dus goud waard. Hen vormen is een kerntaak van de voetbalopleiding in dit eeuwbegin.

'Tegenwoordig spelen kinderen niet meer op straat, want er zijn te veel auto's en de steden groeien alsmaar', zegt Ricardo Damas op de pagina's van The European Game. Als jeugdcoach van de Portugese club Sporting werkt hij in de meest uitgesproken kweekschool voor wingers op het oude continent. Hij onthult enkele basisprincipes: 'Wanneer een jongen zich tijdens een wedstrijd in een één-tegen-éénsituatie bevindt, dan zal hij moeten dribbelen, dat is een gouden regel bij ons. Onze spelers weten dat ze altijd mogen dribbelen.' Een belangrijk principe bij de groen-witten uit Lissabon, dat in tegenspraak is met wat er in veel gereputeerde academies gebeurt. 'Aan de Nederlandse academies leert men dat voetbal een collectief spel is. De dribbel is uit het Nederlandse voetbal verbannen', betreurt schrijver Simon Kuper in zijn column in het Zwitserse dagblad Le Temps, wanneer hij het heeft over de neergang van de Nederlandse vleugelspelers. Bij Oranje zeggen sommigen zelfs dat je onder de dictatuur van de denkwijze in de opleidingscentra moet uit zien te komen om een straffe dribbelaar te worden.

Het lijkt een beetje alsof het parcours van een professionele dribbelkont alleen van start kan gaan in atypische omstandigheden. Zeg maar: extreme omstandigheden. Denk maar aan de woorden van Richard Williams, de vader van Venus en Serena, die zijn vrouw en dochters dwong om hun comfortabel leven in Long Beach achter te laten om in Compton te gaan wonen, een rumoerige wijk van Los Angeles die gelijkstaat aan criminaliteit, drughandel en armoede. Een extreme manier om zijn kampioenes van het gras te programmeren: 'Wat mij naar Compton gedreven heeft, was mijn overtuiging dat de grootste kampioenen uit het getto komen. Ik had de sportieve successen van figuren als Muhammad Ali bestudeerd. Ik wist waar ze vandaan kwamen.'

Is genialiteit te leren?

In de Jupiler Pro League vind je op de flanken maar weinig roofvogels terug die afgericht werden volgens de conventies van een Belgische academie. Er is natuurlijk Leandro Trossard, die opgevoed is met dribbels op de velden van Genk, maar de Rode Duivel is een uitzondering vergeleken bij de Afrikaanse roots van Moussa Djenepo, Emmanuel Dennis en Krépin Diatta of de jeugdjaren van Mehdi Carcela (Droixhe bij Luik), Paul-José Mpoku (Verviers) en Yannick Bolasie (Londen). Allemaal profielen die gevormd werden buiten de theoretische schema's van Europa's beste academies.

'Ons doel is simpelweg hen te laten spelen', legt Ricardo Damas uit. Hij rechtvaardigt daarmee de wedstrijden die zich vrij en zonder richtlijnen afspelen op sommige velden van het trainingscentrum van Sporting. 'We geven hen heel veel vrije tijd. Aangezien ze geen straat meer hebben om te spelen, is het aan ons om dat soort voetbal opnieuw te creëren. Er zijn minder structuren, minder regeltjes en meer voetbalspel.'

Ziedaar de grootste moeilijkheid van opleiders, die allen op zoek zijn naar dribbelaars die defensies doen wankelen en wedstrijden winnen: de omstandigheden scheppen om niet-conventionele voetballers te vormen. Nu de terreinen meer en meer verdeeld worden onder de scouts en er zelden nog talenten aan het oog van de academies ontsnappen, vind je nog maar weinig spelers die de tijd en de gelegenheid krijgen om te proeven van dat straatvoetbal dat het dribbelinstinct aanwakkert.

Hun aanwezigheid blijft nochtans hoognodig, zeker in de topwedstrijden die zich aaneenrijgen op weg naar de titel of de play-offs. Daar zijn het doorgaans drie soorten acties die het verschil maken: stilstaande fases, tegenaanvallen en individuele acties in een hoek van de speelhelft van de tegenstander. Of hij nu eerder spelmaker, sprinter of afwerker is, een vleugelspeler zal op alle vlakken mogen schitteren. Door met zijn dribbels een overtreding uit te lokken, door de ruimte die de tegenstrever laat te benutten om een counter af te ronden of door een magisch moment uit te vinden, zoiets dat je niet kunt uittekenen op een tactisch bord of tijdens oefensessies. 'Genie, dat is een Afrikaan die sneeuw uitvindt', schreef de Russische auteur Vladimir Nabokov ooit. Genie op een voetbalveld, dat is een flankspeler die vanaf de zijlijn een doelpunt uitvindt.

© BELGAIMAGE

'België zet al twintig jaar in op flankspelers'

Vorige week plaatsten de nationale U17 zich voor het EK dat van 3 tot 19 mei in Ierland wordt georganiseerd. Op het spel staan daar, naast de eindzege, ook vijf tickets voor het WK dat in november in Brazilië plaatsvindt. De jonge Duivels zijn er voor de vierde keer op vijf jaar bij, vorig jaar eindigden ze nog als derde. Nederland won toen.

Snelle flankspelers zijn een van de troeven van de ploeg, zegt Bob Browaeys, coach van de U17. Browaeys: 'Daar zetten we ook op in bij de opleiding, inmiddels al een jaar of twintig. Ergens logisch, omdat veel ploegen het centrum dezer dagen goed dicht houden. Acties op de flanken, hetzij individueel, hetzij via samenspel, kunnen dan voor gevaar zorgen. In de opleiding besteden we daar veel aandacht aan, twee tegen twee, drie tegen drie. Snelheid is belangrijk. Niet alleen de individuele snelheid van de flankspelers, maar ook een snelle balcirculatie en flankveranderingen.'

Browaeys ziet voordelen in het laten spelen van een voetballer tegen zijn voet (een linksvoetige op rechts of omgekeerd), maar is daar toch geen voorstander van. 'Als een flankspeler naar binnen knijpt, in de richting van de half spaces, staat daar toch veel volk, en als de verdediger dan goed volgt, haal je het schot er zo uit. Het kan wel een troef zijn als de flankspeler met zijn minder goeie voet ook een scherpe voorzet heeft.'

Belangrijk zijn wel diagonalen: in een moderne 4-3-3 staan vleugelback en vleugelaanvaller nooit verticaal achter elkaar. Staat de flankaanvaller tegen de kant, dan knijpt de back wat meer naar binnen of omgekeerd. Browaeys: 'Op die manier heb je eigenlijk altijd anderhalve man op de flank.' Een 4-3-3 evolueert op die manier in balbezit soms zeer snel naar een 3-5-3.

Leroy Sané (22), BELGAIMAGE
Leroy Sané (22) © BELGAIMAGE

10 Revelaties op de flank

Leroy Sané (22)

Bij Schalke gaf Leroy Sané in 2015 meteen zijn visitekaartje af toen hij met een geplaatst schot tegen Real Madrid in de Champions League scoorde. Een jaar later tekende hij een contract bij Manchester City, waar hij onder de vleugels van Pep Guardiola inmiddels is uitgegroeid tot een flankspeler van wereldformaat en het nieuwe uithangbord is van de opgefriste Duitse nationale ploeg.

Ousmane Dembélé (22, BELGAIMAGE
Ousmane Dembélé (22 © BELGAIMAGE

Ousmane Dembélé (22)

Na een jaar vol blessureleed en randzaken komt Ousmane Dembélé terug aan de oppervlakte bij FC Barcelona. Nu hij eindelijk zijn PlayStation aan de kant heeft geschoven, rijgt hij de doelpunten en assists aaneen. Met zijn trademark ' le crochet' kapt hij zich steeds een weg tussen de verdedigers.

Jadon Sancho (19 ), BELGAIMAGE
Jadon Sancho (19 ) © BELGAIMAGE

Jadon Sancho (19 )

De Engelsman waagde zich in 2017 op 17-jarige leeftijd aan een overstap van Manchester City naar Borussia Dortmund. Een keuze die hij zich niet beklaagt, want de kersverse Engelse international is statistisch gezien de meest waardevolle speler van zijn club en kan intussen al rekenen op interesse van de hele top uit zijn thuisland.

Callum Hudson-Odoi (18), BELGAIMAGE
Callum Hudson-Odoi (18) © BELGAIMAGE

Callum Hudson-Odoi (18)

De rappe aanvaller van Chelsea moet het vooral doen met minuten in de Europa League, omdat Maurizio Sarri het niet aandurft hem voor de leeuwen te gooien in de Premier League. In acht wedstrijden deed Callum Hudson-Odoi op Europees niveau viermaal de netten trillen. Reden genoeg voor de Engelse bondscoach Gareth Southgate om de flankspeler op te nemen in zijn selectie en hem zelfs een basisplek te gunnen in de met 5-1 gewonnen wedstrijd tegen Montenegro.

David Neres (22), BELGAIMAGE
David Neres (22) © BELGAIMAGE

David Neres (22)

De wereld zag er begin dit seizoen helemaal anders uit voor David Neres, want bij Ajax moest hij zich aanvankelijk tevredenstellen met een rol als reservespeler. Hierna boden enkele Chinese clubs hem in januari een uitweg van de Amsterdamse bank. Maar de Braziliaan knokte terug en verdiende zelfs een eerste selectie bij Brazilië. In zijn debuut bij de Seleção liet hij meteen van zich spreken met een knappe assist in de met 3-1 gewonnen wedstrijd tegen Tsjechië.

Vinícius Júnior (18), BELGAIMAGE
Vinícius Júnior (18) © BELGAIMAGE

Vinícius Júnior (18)

In 2017 hoestte Real Madrid 45 miljoen euro op om Vinícius Júnior los te weken bij Flamengo. Hij zou nog een jaar rijpen bij de Braziliaanse topclub waarna hij in de zomer van 2018 aantrad in het maagdelijk wit. In een horrorseizoen is de jonge vleugelaanvaller het lichtpuntje in Bernabéu. Het enige werkpunt is zijn productiviteit: één doelpunt en twee assists in de Spaanse competitie is veel te mager.

Thorgan Hazard (26), BELGAIMAGE
Thorgan Hazard (26) © BELGAIMAGE

Thorgan Hazard (26)

Niet langer 'het broertje van'. Thorgan ontwikkelt zich stormachtig bij Borussia Mönchengladbach en heeft inmiddels de interesse gewekt van Borussia Dortmund. Ook als international gaat het hem voor de wind, want hij mocht in de laatste twee interlands bij de Rode Duivels telkens opdraven als basisspeler.

Nicolas Pépé (23), BELGAIMAGE
Nicolas Pépé (23) © BELGAIMAGE

Nicolas Pépé (23)

De Ivoriaanse international van Lille OSC borduurt verder op de dertien doelpunten die hij vorig seizoen maakte in de Franse competitie. Dit seizoen zorgde Nicolas Pépé er met zijn doelpunten en assists voor dat zijn club volgend seizoen zo goed als zeker zal deelnemen aan de Champions League. De winger staat ondertussen wel op de radar van heel wat topclubs.

Felipe Anderson (25), BELGAIMAGE
Felipe Anderson (25) © BELGAIMAGE

Felipe Anderson (25)

Afgelopen zomer haalde West Ham United Felipe Anderson voor een recordbedrag van 38 miljoen euro naar de Premier League. In het bordeaux van the Hammers schittert de Braziliaanse vleugelflitser wekelijks en is hij helemaal in de harten van de fans gesloten. Of hij volgend seizoen nog actief is in het hypermoderne London Stadium is niet helemaal zeker, aangezien hij in verband wordt gebracht met Real Madrid.

Steven Bergwijn (22), BELGAIMAGE
Steven Bergwijn (22) © BELGAIMAGE

Steven Bergwijn (22)

Tot waar rijst de ster van de Nederlander Steven Bergwijn? Sinds het vertrek van Memphis Depay bij PSV in 2015 werd Bergwijn meteen getipt als diens opvolger: beiden zijn fysiek sterk, beschikken over een uitstekende basistechniek en hebben een neusje voor de goal. Drie jaar later is de dribbelaar niet meer weg te denken uit de basiself van de Eindhovense club, waarmee hij driemaal landskampioen werd.

Manuel Francisco 'Garrincha' dos Santos, BELGAIMAGE
Manuel Francisco 'Garrincha' dos Santos © BELGAIMAGE

Iconische wingers

Snelle, dribbelvaardige vleugelspelers kleuren al decennialang het internationaal voetbaltoneel. Een elftal spraakmakende wingers uit de geschiedenis.

Manuel Francisco 'Garrincha' dos Santos

Volgens talrijke voetbalcritici de beste dribbelaar ooit. Garrincha was de eerste speler die het WK-drieluik won: speler van het WK, topscorer van het WK en WK-winst in hetzelfde jaar (WK 1962).

Sir Stanley 'The Wizard of Dribble' Matthews, GETTY
Sir Stanley 'The Wizard of Dribble' Matthews © GETTY

Sir Stanley 'The Wizard of Dribble' Matthews

De Engelsman vloog tot zijn 50e (!) over de flanken van het hoogste niveau in Engeland. Sportief revolutioneerde hij de voetbalwereld met zijn strakke trainingsschema's en strenge dieet

Rob 'Het slangenmens' Rensenbrink, BELGAIMAGE
Rob 'Het slangenmens' Rensenbrink © BELGAIMAGE

Rob 'Het slangenmens' Rensenbrink

De Nederlandse flankaanvaller noemde zichzelf van nature een goalgetter. Via de zijkant naar binnen stormend ramde hij er bij vooral Anderlecht de ene bal na de andere in.

Jairzinho 'The Hurricane', BELGAIMAGE
Jairzinho 'The Hurricane' © BELGAIMAGE

Jairzinho 'The Hurricane'

Cruciaal lid van het WK-winnend Brazilië in 1970, samen met Pelé en Tostão. Tijdens dat toernooi maakte hij een doelpunt in elke wedstrijd van de Seleção.

Ryan 'The Welsh Wizard' Giggs, BELGAIMAGE
Ryan 'The Welsh Wizard' Giggs © BELGAIMAGE

Ryan 'The Welsh Wizard' Giggs

De levende legende speelde zijn hele carrière voor Manchester United en nam daar seizoenenlang de linkerflank voor zijn rekening. Johan Cruijff noemde hem beter dan Eric Cantona.

George 'Fifth Beatle' Best, BELGAIMAGE
George 'Fifth Beatle' Best © BELGAIMAGE

George 'Fifth Beatle' Best

Een van de meest complete (vleugel)spelers aller tijden. Verschroeiende versnellingen combineerde hij met een precieze doelgerichtheid. Zijn mediaoptredens en extravagante levensstijl leverden hem de bijnaam de Fifth Beatle bezorgden.

Francisco 'Paco' Gento, BELGAIMAGE
Francisco 'Paco' Gento © BELGAIMAGE

Francisco 'Paco' Gento

Deze snelle Spanjaard speelde ruim zeshonderd matchen voor Real Madrid waarin hij 182 scoorde. Met 6 Europacups I en 12 Spaanse titels is Paco in zijn vaderland nog steeds algemeen recordhouder.

Luís 'Lion King' Figo, BELGAIMAGE
Luís 'Lion King' Figo © BELGAIMAGE

Luís 'Lion King' Figo

Na Lionel Messi heeft de Portugees de meeste assists in La Liga op zijn naam staan. Nationaal won hij in Spanje en in Italië alles wat er te winnen viel.

Robert 'Le Canard' Pires, BELGAIMAGE
Robert 'Le Canard' Pires © BELGAIMAGE

Robert 'Le Canard' Pires

Met zijn gave traptechniek en zijn versnellingen langs beide flanken, bracht de Fransman veel doelpunten aan voor de spitsen van de clubs waar hij speelde, onder meer Olympique Marseille en Arsenal.

David 'Becks' Beckham, BELGAIMAGE
David 'Becks' Beckham © BELGAIMAGE

David 'Becks' Beckham

De rechtervleugelspeler verdiende niet enkel zijn geld met wedstrijden voor onder andere Manchester United en Real Madrid, hij vulde zijn portefeuille ook veelvuldig met een carrière als model.

Marc 'Roadrunner' Overmars, BELGAIMAGE
Marc 'Roadrunner' Overmars © BELGAIMAGE

Marc 'Roadrunner' Overmars

De huidige voetbaldirecteur van Ajax was een exponent van de pure vleugelkenmerken: pijlsnel, een goeie voorzet en een volgeladen trukendoos. Hij vertoonde zijn kunstjes bij onder meer Ajax, Arsenal en FC Barcelona.

In het voetbal worden nogal wat tegenstrijdige uitspraken gedaan. Vaak in de hoek van een café, met een pint in de hand en de ogen vol vuur. 'Om titel te winnen heb je een goeie keeper en een goeie spits nodig', is een refrein dat geregeld weerklinkt in een walm van drank. Nochtans lijkt de recente geschiedenis aan te geven dat je nationale lauweren vooral behaalt met goeie flankspelers. Vorig seizoen begon Brugge te krasselen toen het Anthony Limbombe moest missen in de eindsprint, terwijl Standard net in de slipstream van Club geraakte dankzij de individuele prestaties van Edmilson Jr en Mehdi Carcela. Twaalf maanden daarvoor hadden de Bruggelingen waarschijnlijk al een kruis gemaakt over de titel gezien ze de play-offs moesten aanvatten zonder José Izquierdo, de man die de troepen van Michel Preud'homme in de lente van 2016 naar de titel had geleid. En zouden de Gentenaars hun geweldig seizoen onder Hein Vanhaezebrouck bekroond gezien hebben zonder de komst van Moses Simon in januari? Het is ook pas toen Dennis Praet door Besnik Hasi op de flank werd geposteerd dat hij de allure van een Gouden Schoen kreeg, een jaar nadat Thorgan Hazard en Maxime Lestienne om die trofee streden op de vleugels van Zulte Waregem en Club Brugge. In de play-offs, wanneer de ruimtes kleiner worden dan ooit en de kansen zeldzamer worden naarmate de wedstrijden vorderen, zijn de spelers die uit het niets gevaar weten te creëren of twee verdedigers naar zich toe trekken, doorgaans diegenen die vertrekken vanop de flank.Wanneer hij aan de rand van een Catalaanse grasmat met Xavi over voetbal sprak, had Johan Cruijff het graag over de accordeon. De legendarische Nederlander, die even vlot bijzondere quotes uit zijn mouw schudde als doelkansen, zag in dat volkse muziekinstrument de perfecte metafoor voor een voetbalploeg: die moet bij balverlies zo compact mogelijk zijn en bij hernieuwd balbezit zich zo ver mogelijk uitrekken. Flirtend met een publiek dat zich vlak naast hen bevond, konden de flankspelers, die over de witte lijn liepen als een koorddanser op noppen, aan hun solo beginnen. Volgens de dogma's van het Orakel van Betondorp moesten ze nooit mee verdedigen, om zich ten volle te kunnen concentreren op het voortdurend uit evenwicht brengen van de vijandelijke verdediging. Om zich te onttrekken aan de tang die gevormd wordt door de zijlijn en de verdediger. Om zich door het publiek te laten voortstuwen en naar een doelkans te snellen. 'Voor een winger is het belangrijk dat hij creatief probeert te zijn. Je moet iets ongewoons doen om de verdediger te verrassen en een doelkans te scheppen', legde Angel Di María uit in FourFourTwo toen hem gevraagd werd om zijn rol op de vleugel te beschrijven. Die opdracht oogt altijd spectaculair. Het is trouwens langs de krijtlijn dat Stanley Matthews, de eerste Ballon d'Or in de geschiedenis, de mooiste hoofdstukken van zijn carrière geschreven heeft. Aan de overkant van de Atlantische Oceaan kon het Brazilië van Pelé rekenen op de ongrijpbare Garrincha, die met zijn heupbewegingen allicht de beste schildknaap was die de koning van de Goddelijke Kanaries ooit heeft gehad. De rechtsbuiten kreeg de bijnaam Alegría do Povo (de vreugde van het volk) en had nog een evenknie aan de overkant van het veld. Over het buitengewone talent van die Canhoteiro, de Garrincha van de linkerflank, zei de Hongaarse coach Béla Guttmann, toen hij São Paulo trainde: 'Tactiek geldt voor iedereen, behalve voor hem.'De vleugelspeler heeft dus een bijzonder statuut. De rol van een solist in het orkest. 'Er zijn spelers die het gebeuren controleren en spelers die chaos scheppen', vertelt Pep Guardiola in het boek De metamorfose van een voetbaltrainer, dat aan hem is gewijd. 'Die laatsten volgen hun instinct en hun talent, zij staan boven hetgeen er gebeurt op het veld. Je hebt hen nodig in de voorste twintig meter. Daar kunnen ze absoluut alles doen. De trainer kan dat niet controleren.' Omdat de dribbel zelf niet te coachen valt, moet de trainer zich tevreden stellen met er alles aan te doen opdat de mogelijkheid ertoe gecreëerd wordt. Bij de Citizens wekte Guradiola de winger die tegen de zijlijn kleeft weer tot leven, nadat die lange tijd begraven was door de evolutie in het voetbal die flankspelers steeds vaker naar de as van het veld dirigeerde. Zelfs bij het prille begin van de voetbaltactiek reflecteerde Herbert Chapman, de zelfverklaarde uitvinder van het W-M- systeem, als volgt over de toekomst van het spel: 'Ik begrijp niet waarom men flankspelers langs de lijn wil laten lopen. Ze trappen gewoon een voorzet naar het doelgebied, waar de kansen van een spits tegen de verdedigers misschien één tegen negen zijn.' Terwijl de vleugelspelers dus meer en meer naar het centrum liepen en de flank daarbij vrijmaakten voor de backs, temde Guardiola eerst het Duitse en dan het Engelse voetbal door Kingsley Coman en Douglas Costa en vervolgens Leroy Sané en Raheem Sterling minutenlang op de bal te laten wachten aan de zijlijn, net voor de tribunes, tot het beslissende moment daar is. 'In mijn spelsysteem moet een flankspeler veel tijd alleen doorbrengen langs de lijn, bijna zonder te bewegen', preciseert de Catalaanse coach. 'Zoals een keeper die soms veertig minuten lang de bal niet raakt en dan plots een miraculeuze redding moet verrichten.' Want in de loop der jaren is een individuele actie bijna even zeldzaam geworden als de ruimte die de artiest ter beschikking heeft. In het voetbal van de 21e eeuw is het onmogelijk om nog zo'n startbaan te krijgen als Matthews of Garrincha, die naar believen konden optrekken om tussen de verdedigers van de tegenstander door te slalommen. 'Het fysieke niveau is vandaag zodanig verbeterd dat het bijna onmogelijk geworden is om een verdediger te dribbelen', legt Xavi uit in El País. Dribbelaars op de flank, waar er nog wat spaarzame ruimte ligt, zijn dus goud waard. Hen vormen is een kerntaak van de voetbalopleiding in dit eeuwbegin. 'Tegenwoordig spelen kinderen niet meer op straat, want er zijn te veel auto's en de steden groeien alsmaar', zegt Ricardo Damas op de pagina's van The European Game. Als jeugdcoach van de Portugese club Sporting werkt hij in de meest uitgesproken kweekschool voor wingers op het oude continent. Hij onthult enkele basisprincipes: 'Wanneer een jongen zich tijdens een wedstrijd in een één-tegen-éénsituatie bevindt, dan zal hij moeten dribbelen, dat is een gouden regel bij ons. Onze spelers weten dat ze altijd mogen dribbelen.' Een belangrijk principe bij de groen-witten uit Lissabon, dat in tegenspraak is met wat er in veel gereputeerde academies gebeurt. 'Aan de Nederlandse academies leert men dat voetbal een collectief spel is. De dribbel is uit het Nederlandse voetbal verbannen', betreurt schrijver Simon Kuper in zijn column in het Zwitserse dagblad Le Temps, wanneer hij het heeft over de neergang van de Nederlandse vleugelspelers. Bij Oranje zeggen sommigen zelfs dat je onder de dictatuur van de denkwijze in de opleidingscentra moet uit zien te komen om een straffe dribbelaar te worden. Het lijkt een beetje alsof het parcours van een professionele dribbelkont alleen van start kan gaan in atypische omstandigheden. Zeg maar: extreme omstandigheden. Denk maar aan de woorden van Richard Williams, de vader van Venus en Serena, die zijn vrouw en dochters dwong om hun comfortabel leven in Long Beach achter te laten om in Compton te gaan wonen, een rumoerige wijk van Los Angeles die gelijkstaat aan criminaliteit, drughandel en armoede. Een extreme manier om zijn kampioenes van het gras te programmeren: 'Wat mij naar Compton gedreven heeft, was mijn overtuiging dat de grootste kampioenen uit het getto komen. Ik had de sportieve successen van figuren als Muhammad Ali bestudeerd. Ik wist waar ze vandaan kwamen.' In de Jupiler Pro League vind je op de flanken maar weinig roofvogels terug die afgericht werden volgens de conventies van een Belgische academie. Er is natuurlijk Leandro Trossard, die opgevoed is met dribbels op de velden van Genk, maar de Rode Duivel is een uitzondering vergeleken bij de Afrikaanse roots van Moussa Djenepo, Emmanuel Dennis en Krépin Diatta of de jeugdjaren van Mehdi Carcela (Droixhe bij Luik), Paul-José Mpoku (Verviers) en Yannick Bolasie (Londen). Allemaal profielen die gevormd werden buiten de theoretische schema's van Europa's beste academies. 'Ons doel is simpelweg hen te laten spelen', legt Ricardo Damas uit. Hij rechtvaardigt daarmee de wedstrijden die zich vrij en zonder richtlijnen afspelen op sommige velden van het trainingscentrum van Sporting. 'We geven hen heel veel vrije tijd. Aangezien ze geen straat meer hebben om te spelen, is het aan ons om dat soort voetbal opnieuw te creëren. Er zijn minder structuren, minder regeltjes en meer voetbalspel.' Ziedaar de grootste moeilijkheid van opleiders, die allen op zoek zijn naar dribbelaars die defensies doen wankelen en wedstrijden winnen: de omstandigheden scheppen om niet-conventionele voetballers te vormen. Nu de terreinen meer en meer verdeeld worden onder de scouts en er zelden nog talenten aan het oog van de academies ontsnappen, vind je nog maar weinig spelers die de tijd en de gelegenheid krijgen om te proeven van dat straatvoetbal dat het dribbelinstinct aanwakkert. Hun aanwezigheid blijft nochtans hoognodig, zeker in de topwedstrijden die zich aaneenrijgen op weg naar de titel of de play-offs. Daar zijn het doorgaans drie soorten acties die het verschil maken: stilstaande fases, tegenaanvallen en individuele acties in een hoek van de speelhelft van de tegenstander. Of hij nu eerder spelmaker, sprinter of afwerker is, een vleugelspeler zal op alle vlakken mogen schitteren. Door met zijn dribbels een overtreding uit te lokken, door de ruimte die de tegenstrever laat te benutten om een counter af te ronden of door een magisch moment uit te vinden, zoiets dat je niet kunt uittekenen op een tactisch bord of tijdens oefensessies. 'Genie, dat is een Afrikaan die sneeuw uitvindt', schreef de Russische auteur Vladimir Nabokov ooit. Genie op een voetbalveld, dat is een flankspeler die vanaf de zijlijn een doelpunt uitvindt.